Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH7068

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
19-03-2009
Datum publicatie
23-03-2009
Zaaknummer
H-25/09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag door het slachtoffer met de scherpe punt van een wielmoersleutel in de borst te steken. Dankzij operatief ingrijpen door een chirurg heeft het niet het leven gekost van het slachtoffer. Het bewezenverklaarde heeft in het openbaar plaatsgevonden tijdens een nachtelijke vechtpartij in het centrum van Kralendijk. Dit soort incidenten brengen ernstige gevoelens van onveiligheid teweeg in de Bonaireaanse samenleving. In het voordeel van de verdachte houdt het Hof er rekening mee dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: H-25/09

Parketnummer: 700.133/08

Uitspraak: 19 maart 2009

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

S T R A F V O N N I S

gewezen in het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, van 27 oktober 2008

in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [datum] 1989 op Curaçao,

wonende op Bonaire,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring op Bonaire.

<u>Het onderzoek ter terechtzitting</u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 6 oktober 2008, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van dat in hoger beroep van 26 februari 2009 op Curaçao.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. O.A. Martina naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en opnieuw rechtdoende de verdachte terzake van feit 1 primair zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

In eerste aanleg is de verdachte terzake van feit 1 primair veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

<u>De tenlastelegging</u>

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen staat vermeld in de dagvaarding in eerste aanleg. Van deze dagvaarding is een fotokopie aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

<u>Omvang hoger beroep</u>

Zowel de verdachte als de officier van justitie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Deze beroepen onderwerpen dat vonnis in volle omvang aan het oordeel van het Hof.

<u>Het vonnis waarvan beroep</u>

Het Hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen nu het tot andere beslissingen komt.

<u>De bewezenverklaring</u>

Wettig en overtuigend wordt bewezen geacht hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd onder 1 primair, met dien verstande:

dat hij op 14 juni 2008, op het eiland Bonaire, ter uitvoering van het door hem, verdachte , voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven beroven, opzettelijk gewelddadig met een moersleutel in de borst van die [slachtoffer] heeft gestoken, zijnde de verdere uitvoering van dat door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf niet voltooid, alleen tengevolge van de van zijn, verdachte, wil onafhankelijke omstandigheid dat die [slachtoffer] geen dodelijk letsel heeft bekomen .

Het Hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd (cursief). Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

<u>De bewijsmiddelen</u>

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring:

1. een proces-verbaal (no. 200806141500), in wettelijke vorm opgemaakt en op 14 juni 2008 gesloten en getekend door S.A.D. Senior, brigadier bij het Korps Politie Nederlandse Antillen, voor zover inhoudende als verklaring van de aangever [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

In de nacht van vrijdag 13 juni 2008 en zaterdag 14 juni 2008, omstreeks 03.00 uur, werd ik door drie mannen aangevallen en mishandeld. In die nacht werd ik bij het Wilhelmina Park aangevallen door de jongen bijgenaamd “[C.]”. Ik trachtte mij te verdedigen maar op een gegeven moment schoten nog twee vrienden van [C.] hem te hulp. Dit waren de jongens [M. en N.]. Ik zag dat [M.] een moersleutel in zijn handen had welke hij mij verschillende keren hiermee aan mijn rug en borst had gestoken.

2. een proces-verbaal van verhoor (in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek), d.d. 2 oktober 2008 opgemaakt door mr. J.G.M. Kroeze, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit Gerecht, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [slachtoffer], -zakelijk weergegeven-:

Toen [C.] op mij af kwam lopen, had ik gezien dat [M. en N.] de kofferbak van de Yaris open maakten. Ik heb [C.] een vuistslag gegeven, waarna hij neer ging. Toen [C.] op de grond lag, kwamen [M. en N.] op mij af rennen. Ik zag dat [M.] een wielmoersleutel in een van zijn handen had. Nadat ik was weggerend, trof ik mijn neef [neef] en zei hem dat “ze” me hadden gestoken.

3. een proces-verbaal (no. 200806016911), in wettelijke vorm opgemaakt en op 14 juni 2008 gesloten en getekend door S.A.D. Senior, brigadier bij het Korps Politie Nederlandse Antillen, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [getuige], -zakelijk weergegeven-:

[slachtoffer] en ik liepen in de Kaya Grandi. Ik zag een auto langsrijden. [M.] trad als bestuurder van de auto op. [C.] zat naast hem en [N.] zat op de achterbank. Zij stapten alle drie uit de auto en begonnen met [slachtoffer] te vechten.

4. de verklaring van de verdachte, op 26 februari 2009 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

De nacht van de vechtpartij met [slachtoffer] reed ik met mijn neven [C.] en [N.] in de auto van mijn moeder. Ik was de bestuurder van de auto. In de kofferbak van die auto lag een wielmoersleutel onder de reserveband. Nadat [slachtoffer] ons ‘lolonan’ (sukkels) had genoemd en een fles tegen de bumper van de auto had gegooid, begon [C.] te vechten met [slachtoffer]. [N.] en ik zijn ook uit de auto gestapt.

5. een proces-verbaal (ongenummerd), in wettelijke vorm opgemaakt en op 11 juli 2008 gesloten en getekend door A.O.C. Melaan, brigadier bij het Korps Politie Nederlandse Antillen, voor zover inhoudende conclusies betreffende de in beslag genomen wielmoersleutel, -zakelijk weergegeven-:

De wielmoersleutel die in de personenauto 3159-B in beslag werd genomen betreft een gereedschap met aan de ene kant een busdop bestemd om wielmoeren los te kunnen draaien, terwijl de staaf aan de andere kant een platte kant (de vouw) heeft die uitloopt tot ongeveer 1 mm dik en ongeveer 1.2 centimeter breed. De punt van de wielmoersleutel is scherp en kan als een wapen worden beschouwd en ernstig letsel veroorzaken. Aan de verwondingen aan het lichaam van het slachtoffer [slachtoffer] kun je duidelijk zien dat het gebruikte wapen een plat en breed voorwerp was, dat nagenoeg gelijksoortig is aan de punt van dit soort wielmoersleutel.

6. een geschrift, te weten een verklaring d.d. 27 juni 2008 van de arts drs. J. Schräder, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Dr. Miranda verklaart op de medische verklaring als volgt: (…) steekwonden thorax: 1 links met als gevolg klaplong (…).

7. een geschrift, te weten een verklaring d.d. 3 juli 2008 van de arts drs. J. Schräder, voor zover inhoudende, -zakelijk weergegeven-:

Ik sprak chirurg Berry over de telefoon over [slachtoffer]. Hij verklaarde dat [slachtoffer] door één van de steekwonden een klaplong had opgelopen. Dit is een levensbedreigende situatie. Chirurgisch ingrijpen was noodzakelijk. Berry heeft een drain ingebracht; dit is een operatie. Zonder deze operatie zouden zijn verwondingen fatale gevolgen kunnen hebben gehad.

De hiervoor onder 6 en 7 genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

<u>Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</u>

Het bewezene levert op:

poging tot doodslag,

strafbaar gesteld bij artikel 300 jo. 47 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

Het feit is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die deze strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>Strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>De op te leggen straf</u>

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag door het slachtoffer met de scherpe punt van een wielmoersleutel in de borst te steken. Als gevolg daarvan heeft het slachtoffer een klaplong opgelopen. Dat het slachtoffer door die verwonding niet het leven heeft verloren, is mogelijk slechts te danken aan operatief ingrijpen door een chirurg. Door het steken met de wielmoersleutel heeft de verdachte de mogelijkheid dat het slachtoffer daardoor het leven zou verliezen op de koop toe genomen. Aldus heeft de verdachte een ernstig geweldsdelict gepleegd.

Voorts is van belang dat het bewezenverklaarde feit in het openbaar heeft plaatsgevonden tijdens een nachtelijke vechtpartij in het centrum van Kralendijk. In de Bonaireaanse samenleving als geheel brengen incidenten als de onderhavige ernstige gevoelens van onveiligheid teweeg. Strafoplegging dient er mede toe om aan anderen duidelijk te maken dat geweldsdelicten als de onderhavige zeer strafwaardig worden geoordeeld.

In het voordeel van de verdachte houdt het Hof er rekening mee dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.

Alles afwegende is het Hof van oordeel dat na te melden straf passend en geboden is. Met een andere of lichtere straf zou de ernst van het feit worden miskend.

<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikel 31 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

RECHTDOENDE IN NAAM DER KONINGIN

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, van 27 oktober 2008 en doet opnieuw recht:

verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als vorenomschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.P. de Haan, J.R. Sijmonsma en H.L. Wattel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 19 maart 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.