Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH3045

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
20-01-2009
Datum publicatie
16-02-2009
Zaaknummer
HAR 38/08
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betreft verzoek om vaststelling dat verzoeker de Nederlandse nationaliteit heeft. Verzoeker is in 1989 in Venezuela geboren en heeft niet door geboorte de Nederlandse nationaliteit gekregen. Hij is 18 dagen na geboorte erkend door Nederlandse man die toen nog gehuwd was met een andere vrouw. Volgens de oude wet was een erkenning nietig indien gedaan door gehuwde man,... . In 2003 is vader hertrouwd met de moeder van verzoeker en blijkt uit een onderzoek dat degene die het kind erkend heeft de biologische vader is. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een absoluut verbod van erkenning door gehuwde man in concreto in strijd kan komen met art. 8 EVRM. In dit geval doet die strijdigheid zich ontegenzeggelijk voor. Verzoeker is Nederlander geworden met ingang van de dag van erkenning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RV20090089 met annotatie van Groot de G.R. Gerard-René
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienr. HAR 38/08

Uitspraak: 20 januari 2009

BESCHIKKING GEGEVEN DOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

In de zaak van:

1. [verzoeker],

wonende in Aruba,

verzoeker,

gemachtigde: mr. Desirée Croes,

belanghebbenden:

2. de Minister van Justitie van Aruba,

3. het Openbaar Ministerie van Aruba,

4. het Hoofd Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Aruba.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Bij op 10 september 2008 ingekomen verzoekschrift ingevolge artikel 17 Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna ook: RwNed), met producties, heeft verzoeker het Hof verzocht vast te stellen dat hij sedert 26 mei 1989 de Nederlandse nationaliteit bezit.

1.2. De Advocaat-Generaal van Aruba heeft op 11 december 2008 een schriftelijke conclusie ingediend bij het Hof.

1.3. Op 16 december 2008 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn verzoeker, vergezeld van zijn gemachtigde, zijn ouders en twee broers, alsmede de Advocaat-Generaal.

1.4. Ter zitting is een heden uit te spreken beschikking aangezegd.

2. Beoordeling

2.1. Verzoeker, die op 8 mei 1989 geboren is in Venezuela en niet door geboorte de Nederlandse nationaliteit had, is op 26 mei 1989 in Venezuela erkend door een Nederlandse man, [erkenner], die evenwel (blijkens de Venezolaanse erkenningsakte) op dat tijdstip gehuwd was met een andere vrouw dan de moeder. De vraag is of deze erkenning hier te lande kan worden erkend zodat verzoeker daardoor het Nederlanderschap had verkregen ingevolge de Rijkswet op het Nederlanderschap zoals die destijds luidde (artikel 4 oud RwNed; vervallen per 1 april 2003). Het Burgerlijk Wetboek van Aruba bepaalde in 1989: ‘Een erkenning is nietig, indien zij is gedaan: (...) b. door een gehuwde man, wiens huwelijk meer dan 306 dagen voor de geboortedag van het kind is voltrokken’ (artikel 330 aanhef en onder b oud BW, vervallen per 1 januari 2002).

2.2. Ter zitting is gebleken dat [erkenner], de vader van verzoeker, in 1978 in Venezuela in het huwelijk is getreden, destijds in Venezuela zijn gewone verblijfplaats had, in 1983 in Venezuela een relatie kreeg met een andere Venezolaanse vrouw, uit welke relatie verzoeker in 1989 is geboren. Verzoeker is, zoals vermeld, in 1989 door zijn vader erkend in Venezuela. In 1999 is het gezin verhuisd naar Aruba en in 2003 is – met enige moeite – het huwelijk van de vader ontbonden, waarna de vader hertrouwd is met de moeder van verzoeker.

2.3. Bij het inleidend verzoekschrift is een rapport van Genelex Corporation met ‘parentage/kinship test results’ gevoegd, inhoudende dat [erkenner] met 99.9993% waarschijnlijkheid de biologische vader is van verzoeker. Het Hof accepteert in dit geval het rapport als betrouwbaar.

2.4. Door de Hoge Raad is op 10 november 1989, NJ 1990, 450 geoordeeld dat een absoluut verbod van erkenning door de gehuwde man in concreto in strijd kan komen met artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van ‘family life’). In het onderhavige concrete geval doet die strijdigheid zich ontegenzeggelijk voor, gelet op de hiervóór onder 2.2 en 2.3 gegeven omstandigheden. Daarom kan niet worden gezegd dat de Nederlander [erkenner] naar Arubaans recht niet bevoegd zou zijn verzoeker te erkennen. Van een poging de Arubaanse adoptiewetgeving te omzeilen is geenszins sprake.

2.5. Onder deze omstandigheden kan erkenning hier te lande van de Venezolaanse erkenning, die is neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstige de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte, niet worden geweigerd wegens strijd met de openbare orde. Dat ook nog bij de erkenning in Venezuela naar Arubaans internationaal privaatrecht – dat ter zake van personen- en familierecht uitgaat van het domiciliebeginsel – terecht het Venezolaanse recht is toegepast doet er niet toe (ook als dit anders was geweest, had de erkenning niet op deze enkele grond wegens strijd met de openbare porde kunnen worden geweigerd).

2.6. De slotsom is dat het verzoek moet worden toegewezen.

3. Beslissing

Het Hof stelt vast dat verzoeker Nederlander is geworden met ingang van 26 mei 1989.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, L.J. de Kerpel-van de Poel en H.L. Wattel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2009 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.