Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH2925

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
13-01-2009
Datum publicatie
16-02-2009
Zaaknummer
AR 23/07 - H 153/08
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Appellante stelt dat Latino onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door rond het appartementencomplex van Real Estate een muur op te trekken en een magazijn te bouwen aan de achterkant. Appellante heeft geen zakelijk of persoonlijk recht op deze grond. Belang voor Latino voor ommuring en opslagruimte is aannemelijk. Het Hof is van oordeel dat Latino door de wijze van bouwen en door een aparte ingang voor de gebruikers van het complex open te laten, voldoende met de belangen van appellante rekening heeft gehouden. Dat naderhand een andere buur deze ingang heeft dichtgemetseld kan Latino niet worden tegengeworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienummer: AR 23/07 - H 153/08

Uitspraak: 13 januari 2009

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in kort geding in de zaak van:

de naamloze vennootschap

SEA BISCUIT REAL ESTATE N.V.,

gevestigd op Curaçao,

oorspronkelijk eiseres, thans appellante,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

- tegen -

de naamloze vennootschap

LATINO AMERICANA DE INVERSIONES N.V.,

gevestigd op Bonaire,

oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. C.A. Peterson (Bonaire).

Partijen worden hierna “Real Estate” en “Latino” genoemd.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1 Bij tussenvonnis van 7 oktober 2008 heeft het Hof Latino in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op het bij pleidooi door Real Estate nieuw gestelde feit dat de enige ingang die voor de gebruikers van het complex van Real Estate resteerde was afgesloten en op de door Real Estate in dat verband overgelegde foto’s.

1.2 Latino heeft een akte genomen, met producties. Real Estate heeft een contra-akte genomen. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1 De vordering van Real Estate is daarop gebaseerd dat Latino onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door rond het appartementencomplex van Real Estate een muur op te trekken en een magazijn te bouwen aan de achterkant van dat complex.

2.2 Tussen partijen staat vast dat de muur en het magazijn zijn gebouwd op grond van Latino. De stelling van Real Estate dat zij rechten op deze grond kan doen gelden, heeft zij onvoldoende gemotiveerd; van enig zakelijk of persoonlijk recht is niet gebleken. Latino was dan ook in beginsel bevoegd om die grond te bebouwen. Dat Latino belang heeft bij afscheiding van haar perceel in verband met de exploitatie en het uiterlijk aanzien daarvan - nog ervan afgezien dat ommuring van percelen in de Nederlandse Antillen algemeen gebruikelijk is - is voorshands voldoende aannemelijk. Dat geldt ook voor de bouw van het magazijn; een belang bij meer opslagruimte kan Latino niet worden ontzegd.

2.3 Niet gezegd kan worden dat Latino desalniettemin, gezien de wederzijdse belangen, naar redelijkheid niet tot uitoefening van deze bevoegdheid heeft kunnen komen. Met het GEA, zoals in het vonnis waarvan beroep overwogen in r.o. 3.3, is het Hof voorshands van oordeel dat Latino door de wijze waarop zij de muur en het appartement heeft gebouwd en door een aparte ingang voor de gebruikers van het complex open te laten, in voldoende mate met de belangen van Real Estate rekening heeft gehouden. Dat naderhand een andere buur, Harbour Village, deze ingang heeft dichtgemetseld, kan Latino niet worden tegengeworpen.

2.4 Zoals door Latino terecht is aangevoerd, lijkt de kern van het probleem te liggen in de omstandigheid dat Real Estate geen behoorlijke uitgang heeft tot de openbare weg. Daar dient ook de oplossing gezocht te worden, bijvoorbeeld door met de eigenaren van de omliggende percelen daarover in onderhandeling te treden of, indien dat niet tot afspraken leidt, door een noodweg te vorderen. Voor toewijzing van het door Real Estate in de onderhavige procedure gevorderde, bestaat, nu van misbruik van recht of onrechtmatig handelen door Latino naar voorlopig oordeel geen sprake is, evenwel onvoldoende grond.

2.5 Het bestreden vonnis zal worden bevestigd. Real Estate dient als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van het hoger beroep te dragen.

BESLISSING:

Het Hof,

bevestigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Real Estate in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van Latino gevallen en tot op heden begroot op NAF 1.700,00 aan gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Van Unen, De Kerpel-van de Poel en Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 13 januari 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.