Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BG9884

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
06-01-2009
Datum publicatie
14-01-2009
Zaaknummer
H-203/2008
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is illegaal op eiland en heeft in korte tijd met anderen twee overvallen gepleegd met geweld. Betreft first offender, krijgt 5 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 6 januari 2009

Zaaknummer: H-203/2008

Parketnummer: 2008/00452

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

<u>S T R A F V O N N I S</u>

gewezen in het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 17 juli 2008

in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [datum] 1974 in Colombia,

wonende in Aruba,

thans gedetineerd in het Korrektie Instituut Aruba.

<u>Het onderzoek ter terechtzitting</u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 16 mei 2008 en 3 juli 2008, zoals daarvan blijkt uit de processen-verbaal van die terechtzittingen, alsmede van dat in hoger beroep van 17 december 2008 in Aruba.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. J. Gras, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. C.R. Foy naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, aan verdachte terzake van de feiten 1 en 2 een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 5 jaar, met aftrek van voorarrest.

In eerste aanleg is verdachte ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest.

<u>De telastelegging</u>

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

[...]

<u>Het vonnis waarvan beroep</u>

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

<u>Bewezenverklaring</u>

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, met dien verstande:

1. dat hij op 31 december 2007 in Aruba tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, een hoeveelheid sieraden en horloge(s) en een laptop en een videocamera en een digitale camera en een voicerecorder en een mobiele telefoon en een bloeddrukmachine toebehorende aan [eigenaar] en/of [andere eigenaar] welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [eigenaar], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en één van zijn mededader die [eigenaar] met kracht aan haar arm(en) hebben vastgegrepen en (vervolgens) een hand op de mond en voor de ogen van die [eigenaar] hebben geplaatst en (vervolgens) die [eigenaar] hebben aangewezen om op de grond te gaan liggen en (vervolgens) de armen van die [eigenaar] op de rug hebben vastgebonden en (vervolgens) een mes, op die [eigenaar] hebben gericht en (vervolgens) in het Engels tegen die [eigenaar] hebben gezegd: “Don’t make noise. We gone take some money and be gone”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

2. dat hij op 5 januari 2008 in Aruba tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een brandkast met inhoud en een kasregister met inhoud en telefoonkaart(en) en een doos whisky (van het merk Old Parr) en een doos wijn (van het merk Glen Ellen), toebehorende aan [eigenaar 2] en/of [naam restaurant] Bar & Restaurant, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en de mededader al dan niet met bedekt(e) gezicht(en) voornoemd(e) bar en restaurant zijn binnengekomen en (vervolgens) mes aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben getoond en (vervolgens) de handen van die [slachtoffer 1] hebben vastgeplakt en (vervolgens) de mond van die [slachtoffer 1] hebben dichtgeplakt en die [slachtoffer 2] met kracht tegen een freezer hebben geduwd en de armen van die [slachtoffer 2] op de rug hebben vastgeplakt en die [slachtoffer 2] op de grond hebben geduwd .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd (cursief). Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

<u>De bewijsmiddelen</u>

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. De bewijsmiddelen zullen in geval van cassatie in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

<u>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</u>

Het bewezene levert op:

De feiten 1 en 2, telkens:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 325 juncto 323 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Het bewezene is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

<u>Strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>De op te leggen straf</u>

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Verdachte heeft in korte tijd tezamen met anderen twee overvallen gepleegd. De eerste keer betrof het een overval in een woning, waarbij de dienstbode is overrompeld, vastgebonden en met een mes bedreigd. Bij deze overval zijn geld, sieraden en electronica gestolen. De tweede overval vond plaats in een Chinees restaurant. Daarbij zijn de aanwezige schoonmaakster en kok met messen bedreigd, zijn de handen van de kok met tape vastgebonden en is de mond van de schoonmaakster met tape dichtgeplakt. Bij deze overval zijn een brandkast met een aanzienlijk geldbedrag en andere goederen buitgemaakt.

Verdachte en zijn mededaders hebben met deze overvallen de rechtsorde ernstig geschokt en de slachtoffers niet alleen financiële schade maar vooral ook grote angst en leed toegebracht. Het gaat hier dus om zeer ernstige feiten. Het Hof neemt verder in aanmerking dat verdachte zonder geldige verblijfstitel in Aruba verblijft. Hoewel aannemelijk is dat verdachte vanwege die status met moeilijkheden om een regelmatig inkomen te verdienen is geconfronteerd, kan dit nimmer als excuus gelden voor de gepleegde feiten. Daar komt bij dat verdachte, door te kiezen voor een (langdurig) illegaal verblijf op dit eiland, zichzelf in deze problematische situatie heeft gebracht. Dat verdachte dringend verlegen zat om geld om een operatie voor een van zijn kinderen in Colombia te kunnen bekostigen, roept mededogen op, al kan ook die omstandig¬heid natuurlijk geen rechtvaardiging vormen voor het plegen van gewelddadige overvallen.

In het voordeel van verdachte houdt het Hof rekening met het feit dat verdachte niet eerder wegens een strafbaar feit is veroordeeld. Verder pleit in zijn voordeel dat hij volledig opening van zaken over de gepleegde feiten heeft gegeven en daarmee blijk ervan heeft gegeven zijn verantwoordelijkheid voor zijn daden te willen nemen.

Alles afwegende acht het Hof een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf gelijk in eerste aanleg is opgelegd onvermijdelijk, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak zouden worden miskend.

<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31 en 59 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

<u>RECHTDOENDE IN NAAM DER KONINGIN</u>

Het Hof:

Vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 17 juli 2008 en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Kwalificeert het bewezene als voren omschreven.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIJF (5) JAAR.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. H.L. Wattel, E.M.D. Angela en L.J. de Kerpel-van de Poel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 6 januari 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

<small>Mr. Angela is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</small>