Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2009:BG9877

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
06-01-2009
Datum publicatie
14-01-2009
Zaaknummer
H-204/2008
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ondanks ontkenning schuldig bevonden. Op basis van diverse verklaringen acht het hof bewezen dat hij schuldig is. Verdachte is illegaal. Hij heeft in korte tijd met anderen drie overvallen gepleegd en tevens na een vechtpartij in een bar, een jongen met een mes gesneden en geslagen omdat die bij een vechtpartij zou zijn betrokken. Het betreft een first offender, hij krijgt 8 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak: 6 januari 2009

Zaaknummer: H-204/2008

Parketnummer: 2008/00454

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

<u>S T R A F V O N N I S</u>

gewezen in het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 17 juli 2008

in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [datum] 1984 in Colombia,

wonende in Aruba,

thans gedetineerd in het Korrektie Instituut Aruba.

<u>Het onderzoek ter terechtzitting</u>

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 16 mei 2008 en 3 juli 2008, zoals daarvan blijkt uit de processen-verbaal van die terechtzittingen, alsmede van dat in hoger beroep van 17 december 2008 in Aruba.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. J. Gras, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. S.O.R.G. Faarup naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, aan verdachte terzake van de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 8 jaar, met aftrek van voorarrest.

In eerste aanleg is verdachte, terzake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest.

<u>De telastelegging</u>

Aan de verdachte is ten laste gelegd:……

<u>Het vonnis waarvan beroep</u>

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

<u>Bewezenverklaring</u>

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 is ten laste gelegd, met dien verstande:

1. dat hij op 26 november 2007 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen mobiele telefoon toebehorende aan [eigenaar mobiel] welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [eigenaar mobiel], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en de mededader een (vuist)vuurwapen, op die [eigenaar mobiel] hebben gericht, en (vervolgens) een laken over het hoofd van die [eigenaar mobiel] hebben geplaatst en (vervolgens) die [eigenaar mobiel] met kracht aan haar hoofd hebben vastgehouden en (vervolgens) een (vuist)vuurwapen, tegen het hoofd van die [eigenaar mobiel] hebben gedrukt en (vervolgens) met een (vuist)vuurwapen, schot in de richting van het plafond van de woning van die [eigenaar mobiel] hebben gelost;

2. dat hij op 1 januari 2008 in Aruba opzettelijk [slachtoffer 1/1] heeft mishandeld met een wapen, te weten een mes, zijnde een wapen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar die [slachtoffer 1/1] met dat mes, in zijn (rechter)hand, gesneden en op zijn hoofd, geslagen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1/1] werd gewond en pijn ondervond;

3. dat hij op 5 januari 2008 in Aruba tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een brandkast met inhoud en een kasregister met inhoud en telefoonkaart en een doos whisky (van het merk Old Parr) en een doos wijn (van het merk Glen Ellen), toebehorende aan [eigenaar brandkast enz.] en/of [restaurant] Bar & Restaurant, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5/1] en [slachtoffer 2 van 5/1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en de mededader(s) al dan niet met bedekt(e) gezicht(en) voornoemd(e) bar en restaurant zijn binnengekomen en (vervolgens) mes, aan die [slachtoffer 5/1] en die [slachtoffer 2 van 5/1] hebben getoond en (vervolgens) de handen van die [slachtoffer 5/1] hebben vastgeplakt en (vervolgens) de mond van die [slachtoffer 5/1] hebben dichtgeplakt en [slachtoffer 2 van 5/1] met kracht tegen een freezer hebben geduwd en de armen van die [slachtoffer 2 van 5/1] op de rug hebben vastgeplakt en die [slachtoffer 2 van 5/1] op de grond hebben geduwd;

4. dat hij op 14 januari 2008 in Aruba tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kasregister inhoudende ongeveer Afl. 500,=, toebehorende aan [eigenaar] en/of [naam winkel] Minimarket, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [eigenaar] en [slachtoffer 2 van 14/1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en mededader, voorzien van bivakmuts, voornoemde minimarket zijn binnengekomen en (vervolgens) een op een (vuist)vuurwapen gelijkend voorwerp, en een mes, op die [eigenaar] hebben gericht en (vervolgens) de blouse van die [eigenaar] hebben vastgegrepen en de (rechter)hand van die [slachtoffer 2 van 14/1] met kracht hebben vastgehouden;

5. dat hij op meer tijdstip(pen) in de periode van 26 november 2007 tot en met 14 januari 2008, in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, zonder machtiging van de Minister van Justitie of een door hem aangewezen ambtenaar voorhanden heeft gehad een vuurwapen als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening, terwijl geen van de (andere) in het tweede lid van voornoemd artikel bedoelde uitzonderingen van toepassing was.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

<u>Bewijsoverwegingen</u>

Verdachte heeft ontkend de feiten 1, 4 en 5 te hebben gepleegd. Op basis van de diverse verklaringen in het dossier, waarin verdachte als één van de daders van de onder 1 en 4 ten laste gelegde gewapende overvallen wordt genoemd, acht het Hof desondanks bewezen dat verdachte zich ook aan deze feiten heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van feit 1 is daarbij van belang dat de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gedetailleerd hebben verklaard wat zij van dit feit weten, dat hun verklaringen daarover met elkaar overeenstemmen en dat die verklaringen ook geheel passen bij de gang van zaken zoals in de aangifte beschreven. Daar komt bij dat de verklaring van [medeverdachte 3] wordt bevestigd door de verklaring van de getuige [getuige 1] over hetgeen zij van [medeverdachte 3] over de overval op een Chinese familie heeft gehoord. Mede gelet op de gedetailleerdheid van deze verklaringen en hun onderlinge consistentie acht het Hof deze betrouwbaar. De herkenning van verdachte bij een enkelvoudige spiegelconfrontatie met aangeefster draagt in combinatie met voormelde verklaringen bij aan het bewijs. Aan het betoog van de verdediging dat aan de herkenning geen betekenis kan worden gehecht, omdat de aangeefster tijdens de overval geblinddoekt was, gaat het Hof voorbij. Blijkens de aangifte heeft de aangeefster gezien dat twee mannen haar slaapkamer binnenliepen en dat een van de mannen een vuurwapen in zijn hand hield en dit op haar richtte, voordat een laken over haar hoofd werd geplaatst. Ervan uitgaande dat de aangeefster de daders heeft gezien, is het zeer wel mogelijk dat zij hen bij een latere confrontatie heeft herkend.

Ten aanzien van feit 4 geldt dat de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] alle drie consequent hebben verklaard dat verdachte [bijnaam verdachte] bij [naam winkel] Minimarket naar binnen is gegaan om de overval te plegen. Het Hof ziet geen reden om aan de juistheid van hun verklaringen op dit punt te twijfelen, en hecht dan ook geen geloof aan verdachtes verklaring ter zitting in hoger beroep dat hij buiten is gebleven.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat bij voormelde overvallen, die verdachte tezamen en in vereniging met (een) ander(en) heeft gepleegd, een vuurwapen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zijn gebruikt. Deze bewijsmiddelen dienen daarom tevens voor het bewijs van het onder feit 5 ten laste gelegde vuurwapenbezit.

<u>De bewijsmiddelen</u>

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. De bewijsmiddelen zullen in geval van cassatie in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

<u>Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten</u>

Het bewezene levert op:

De feiten 1, 3 en 4, telkens:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 325 juncto 323 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;

Feit 2:

mishandeling, gepleegd met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening,

strafbaar gesteld bij artikel 314a van het Wetboek van Strafrecht van Aruba;

Feit 5:

medeplegen van overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die Landsverordening juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Het bewezene is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

<u>Strafbaarheid van de verdachte</u>

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

<u>De op te leggen straf</u>

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Verdachte heeft in korte tijd tezamen met anderen drie overvallen gepleegd. De eerste keer betrof het een overval in een woning, waarbij een vrouw in aanwezigheid van haar dochtertje met een vuurwapen is bedreigd en er een laken over haar hoofd is gedaan. Tijdens de overval is ook nog met het vuurwapen in het plafond geschoten. Bij de overval zijn twee mobiele telefoons weggenomen. De tweede overval is gepleegd op een Chinees restaurant. De aanwezige schoonmaakster en kok zijn met messen bedreigd, de handen van de kok zijn met tape vastgebonden en de mond van de schoonmaakster is met tape dichtgeplakt. Bij deze overval zijn een brandkast met een aanzienlijk geldbedrag en andere goederen buitgemaakt. De derde overval vond plaats in een minimarket. Hierbij zijn de aanwezigen met een luchtdrukpistool en een mes bedreigd en is een kasregister met geld weggenomen. Bij de eerste en derde overval heeft verdachte zich tevens aan het medeplegen van verboden vuurwapenbezit schuldig gemaakt. Verdachte zegt wegens geldnood aan de tweede overval te hebben meegedaan.

Verdachte heeft verder nog in de nieuwjaarsnacht van 2008 na een vechtpartij in een bar een jongen, die volgens verdachte bij de vechtpartij was betrokken, met een mes gesneden en geslagen. Naar eigen zeggen heeft verdachte dat uit boosheid over de vechtpartij waarvan hij het slachtoffer was en onder invloed van alcohol gedaan.

Verdachte en zijn mededaders hebben, met name door voormelde overvallen, de rechtsorde ernstig geschokt en de slachtoffers niet alleen financiële schade maar vooral ook grote angst en leed toegebracht. Het gaat hier om zeer ernstige feiten. Het Hof neemt verder in aanmerking dat verdachte zonder geldige verblijfstitel in Aruba verblijft. Hoewel aannemelijk is dat verdachte vanwege die status met moeilijkheden om een regelmatig inkomen te verdienen is geconfronteerd, kan dit nimmer als excuus gelden voor de gepleegde feiten. Daar komt bij dat verdachte, door te kiezen voor een illegaal verblijf op dit eiland, zichzelf in deze problematische situatie heeft gebracht.

In het voordeel van verdachte wordt rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder wegens een strafbaar feit is veroordeeld.

Het Hof is van oordeel dat aan de aard en de ernst van de bewezenverklaarde misdrijven en de generaal preventieve werking van strafoplegging onvoldoende recht is gedaan door de strafoplegging in eerste aanleg. Gelet op het voorgaande acht het Hof na te melden strafoplegging juist.

<u>De toepasselijke wettelijke voorschriften</u>

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 31, 59 en 96 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

<u>RECHTDOENDE IN NAAM DER KONINGIN</u>

Het Hof:

Vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 17 juli 2008 en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Kwalificeert het bewezene als voren omschreven.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHT (8) JAREN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. H.L. Wattel, E.M.D. Angela en L.J. de Kerpel-van de Poel, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 6 januari 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.

<small>Mr. Angela is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</small>