Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2008:BL2938

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
08-10-2008
Datum publicatie
08-02-2010
Zaaknummer
HAR: 123/2008
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

GEA heeft verzoeker veroordeeld tot gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk. Op hoger beroep is nog niet beslist. Thans vraagt verzoeker opheffing van de voorlopige hechtenis. Hof stelt voorop dat nog steeds ernstige bezwaren bestaan tegen verzoeker terzake van feiten die hem tenlaste gelegd zijn. Vraag is of thans de in art. 108, 5e lid Sv bedoelde situatie zich voordoet dat de duur van de door het Gerecht opgelegde onvoorwaardelijke vrijheidsstraf die van de ondergane voorlopige hechtenis overschrijdt, in welk geval het bevel voorlopige hechtenis moet worden opgeheven. Deze situatie doet zich hier voor en dat betekent dat het Hof de voorlopige hechtenis heeft op te heffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum beschikking: 8 oktober 2008

Nummer: HAR: 123/2008

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

BESCHIKKING

Deze beschikking is gegeven op het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis in de zaak van:

[verzoeker],

geboren op Curaçao op [datum] 1987,

wonende op Curaçao,

thans alhier gedetineerd,

verzoeker,

raadsman: mr. M.C. Vaders.

1. Het verloop van de procedure

Middels op 3 oktober 2008 ter griffie van het Hof ontvangen verzoekschrift heeft verzoeker verzocht zijn voorlopige hechtenis op te heffen. Het verzoek is behandeld in raadkamer van 7 oktober 2008. Verschenen en gehoord zijn verzoeker, diens raadsvrouw, mr. M.C. Vaders en de fungerend procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans.

2. Beoordeling

2.1. Verzoeker is bij vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 10 september 2008 veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De officier van justitie heeft tegen dat vonnis hoger beroep aangetekend. Op dat hoger beroep is nog niet beslist. Thans vraagt verzoeker opheffing van de voorlopige hechtenis. Ingevolge artikel 108, eerste en vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is het Hof bevoegd van dat verzoek kennis te nemen.

2.2. Het Hof stelt voorop dat nog steeds ernstige bezwaren bestaan tegen verzoeker terzake van de feiten die hem tenlastegelegd zijn. Ook gronden voor de voorlopige hechtenis doen zich onverminderd voor. Het verzoek stelt aan de orde de vraag of zich thans de in artikel 108, vijfde lid Sv bedoelde situatie voordoet dat de duur van de door het Gerecht opgelegde onvoorwaardelijke vrijheidsstraf die van de ondergane voorlopige hechtenis overschrijdt, in welk geval het bevel voorlopige hechtenis krachtens dat artikel moet worden opgeheven.

2.3. De onmiskenbare bedoeling van gemeld artikel, gelijk die van artikel 101, derde lid, Sv, is te voorkomen dat aan een persoon ten titel van voorlopige hechtenis zijn vrijheid langer wordt ontnomen dan de feitelijke duur van de in eerste aanleg opgelegde straf. Dat de mogelijkheid van hogere strafoplegging in hoger beroep bestaat is niet van belang nu de wetgever tot uitgangspunt heeft genomen de door de eerste rechter opgelegde vrijheidsstraf.

2.4. Niet in geschil is dat verzoeker, ware de hem in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf onherroepelijk, ingevolge artikel 18, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen na ommekomst van negen maanden in aanmerking zou zijn gekomen voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Nu verzoeker op 6 januari 2008 in verzekering is gesteld is hij thans langer dan negen maanden gedetineerd. De in artikel 108, vijfde lid, Sv bedoelde situatie doet zich dus voor. Dat betekent dat het Hof de voorlopige hechtenis heeft op te heffen.

Beslissing

Het Hof:

Heft op het bevel voorlopige hechtenis.

Aldus gegeven door mr. H.L. Wattel, mr. M.T. Paulides en mr. W.P. Scheltema, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, in raadkamer van 8 oktober 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.

Mr. W.P. Scheltema is buiten staat deze beschikking te ondertekenen.