Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2008:BH6203

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
09-12-2008
Datum publicatie
17-03-2009
Zaaknummer
HAR 277/06
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekers hebben het Hof verzocht vast te stellen dat zij sedert hun wettiging op 17 september 1990 de Nederlandse nationaliteit bezitten. Verzoekers zijn op 17-09-90 in de Dominicaanse Republiek gewettigd door huwelijk door echtgenoot die de Nederlandse nationaliteit bezat. Het huwelijk is ingeschreven in de Nederlandse Antillen. De namen van verzoekers zijn vermeld in het trouwboekje van de echtgenoot en hun moeder. Verzoekers hebben sindsdien de naam van de echtgenoot gedragen en op die naam Nederlandse paspoorten gehad, hebben gewoond in het huis van echtgenoot en moeder, en zijn er verzorgd en opgevoed. Zij zijn aanhoudend in de maatschappij erkend als kinderen van echtgenoot en moeder. Uit het voorgaande volgt dat verzoekers bezit van staat hebben als kind van echtgenot. Dit bezit van staat stemt overeen met de geboorteakten, in verbinding met de akte van wettiging, de inschrijving van het huwelijk en het trouwboekje. Zie ook uitspraak van 20 februari 2007 (HAR 56/06), de verzoekers zijn Nederlander geworden met ingang van 17 september 1990

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Registratienr. HAR 277/06

Uitspraak: 9 december 2008

BESCHIKKING GEGEVEN DOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

In de zaak van:

1. [verzoeker 1], geboren [datum] 1976 in de Dominikaanse Republiek,

2. [verzoeker 2], geboren [datum] 1975 in de Dominikaanse Republiek,

beiden wonend op Curaçao,

verzoekers,

gemachtigde: de advocaat mr. C.A. Peterson.

Belanghebbenden:

3. de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen,

4. het Openbaar Ministerie van de Nederlandse Antillen,

5. het Hoofd van de Afdeling Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen van Curaçao.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Bij op 10 augustus 2007 ingekomen verzoekschrift ingevolge artikel 17 Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna ook: RwNed), met producties, hebben verzoekers het Hof verzocht vast te stellen dat zij sedert hun wettiging op 17 september 1990 de Nederlandse nationaliteit bezitten, althans dat zij de Nederlandse nationaliteit bezitten, althans die beslissing te nemen die het Hof rechtens de juiste zal bevinden.

1.2. De waarnemend Procureur-Generaal van de Nederlandse Antillen heeft op 12 november 2007 een schriftelijke conclusie ingediend bij het Hof.

1.3. Op 13 november 2007 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn verzoekers, vergezeld van hun gemachtigde en hun ouders, alsmede de waarnemend Procureur-Generaal. Door de gemachtigde van verzoekers zijn pleitnotities met produkties overgelegd (‘Verweer tegen conclusie openbaar ministerie’). De behandeling is aangehouden.

1.4. Op 31 januari 2008 heeft de gemachtigde van verzoekers een brief met produkties ingezonden.

1.5. De behandeling is voortgezet op 5 februari 2008. Verschenen zijn verzoekers, vergezeld van hun gemachtigde en hun ouders, broer en zuster en levensgezel van [verzoeker 1], alsmede de waarnemend Procureur-Generaal. De waarnemend Procureur-Generaal heeft een nadere conclusie genomen. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waaraan de nadere conclusie van de waarnemend Procureur-Generaal is gehecht. De behandeling is aangehouden.

1.6. Op 13 mei 2008 is de behandeling voortgezet. Verschenen zijn de waarnemend Procureur-Generaal en de gemachtigde van verzoekers. De behandeling is aangehouden in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Harris (HAR 56/06).

1.7. Op 28 oktober 2008 is de behandeling voortgezet. Verschenen zijn verzoekers, vergezeld van hun gemachtigde, hun ouders en de vriend van verzoekster onder 1. De waarnemend Procureur-genraal heeft een schriftelijke slotconclusie overgelegd.

1.8. Ter zitting is een heden uit te spreken beschikking aangezegd.

2. Beoordeling

2.1. Verzoekers zijn op 17 september 1990 in de Dominikaanse Republiek gewettigd door huwelijk door [naam man], die de Nederlandse nationaliteit bezat. Het huwelijk is ingeschreven in de Nederlandse Antillen (artikel 133 oud BW). De namen van verzoekers zijn vermeld in het trouwboekje van [man] en hun moeder. Verzoekers hebben sindsdien de naam [naam man] gedragen en op die naam Nederlandse paspoorten gehad, zij hebben gewoond in het huis van [man] (en hun moeder) en zijn door [man] (en hun moeder) verzorgd en opgevoed. Zij zijn aanhoudend in de maatschappij erkend als kinderen van [man]. Na de wettiging zijn uit het huwelijk nog twee kinderen geboren.

2.2. Uit het voorgaande volgt dat verzoekers bezit van staat als kind van [man] hebben. Dit bezit van staat stemt overeen met hun geboorteakten, in verbinding met de akte van wettiging, de inschrijving van het huwelijk in de burgerlijke stand van Curaçao en het trouwboekje van [man] en hun moeder.

2.3. In het vergelijkbare geval Harris heeft het Hof op 20 februari 2007 (HAR 56/06) geoordeeld dat ook tegenover de met de uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap belaste autoriteiten beroep op artikel 1:209 BW openstaat. Sprake was in dat geval en is in het onderhavig geval van betwisting van staat door de met de uitvoering van de Rijkswet op het Nederlanderschap belaste autoriteiten. Zowel in dat geval als in het onderhavige geval is het recht van de Nederlandse Antillen toepasselijk. Het cassatieberoep tegen de uitspraak-Harris is door de Hoge Raad verworpen (HR 5 september 2008, R07/105HR, NJ 2008, 477).

2.4. In het midden kan blijven waartoe toepassing van de Overeenkomst inzake wettiging door huwelijk leidt.

2.5. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek als bedoeld in artikel 17 RwNed moet worden toegewezen.

3. Beslissing

Het Hof stelt vast dat verzoekers Nederlander zijn geworden met ingang van 17 september 1990.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, F.J.P. Lock en W.P. Scheltema, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2008 op Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.