Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG0863

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
09-06-2008
Datum publicatie
20-10-2008
Zaaknummer
219 HLAR 47/07
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellant dient het beroepschrift een dag te laat in. In hetgeen de appellant ter zake heeft aangevoerd, heeft het Gerecht voorts terecht geen grond gevonden om de termijnoverschrijding niet aan hem tegen te werpen. Uitspraak wordt bevestigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

219 HLAR 47/07

Datum uitspraak: 9 juni 2008

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 3 oktober 2007 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Volksgezondheid, Milieu, Administratieve en Vreemdelingenzaken.

1. Procesverloop

Bij brief van 14 november 2006 heeft de minister van Volksgezondheid, Milieu, Administratieve en Vreemdelingenzaken (hierna: de minister) aan [appellant] (hierna: [appellant]) medegedeeld dat hij niet kan worden ontvangen in zijn verzoek om de Universidad Libre de Colombia als instelling in de zin van artikel 2 van de Landsverordening uitoefening geneeskunst aan te wijzen.

Bij beschikking van 17 april 2007 heeft de minister het daartegen door [appellant] Ibarra gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 3 oktober 2007 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door [appellant] ingestelde beroep niet ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief van 14 november 2007, bij het Gerecht ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Bij brief van 4 december 2007 heeft de minister van antwoord gediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 april 2008, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. D.G. Kock, advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mr. D.M. Passchier, advocaat, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [Appellant] betoogt dat het Gerecht, door het beroep niet ontvankelijk te verklaren, heeft miskend dat hij het beroepschrift op de laatste dag van de wettelijke beroepstermijn heeft ingediend, dan wel dat verschoonbaar is dat hij die termijn heeft overschreden.

2.1.1. Aangezien de beschikking op het bezwaarschrift is gedagtekend 17 april 2007, is de termijn voor het indienen van een beroepschrift aangevangen op de dag daarna en geëindigd op 29 mei 2007. Aangezien [appellant] het beroepschrift op 30 mei 2007 heeft ingediend, is het beroep niet tijdig ingesteld. In hetgeen [appellant] terzake heeft aangevoerd, heeft het Gerecht voorts terecht geen grond gevonden om de termijnoverschrijding niet aan hem tegen te werpen. Het betoog faalt.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2008