Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2008:BD9038

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
01-04-2008
Datum publicatie
04-08-2008
Zaaknummer
AR 100/03 - H 306/07
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering tot schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, op grond van onrechtmatige publicaties waardoor een belangrijke geldschieter voor het project ESMERALDA is misgelopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Burgerlijke zaken 2008

Registratienummer: AR 100/03 - H 306/07

Uitspraak: 1 april 2008

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in de zaak van:

[Eiser],

wonende op Bonaire,

oorspronkelijk eiser,

thans appellant,

gemachtigden: mrs. A.C.A. Gonzales en A.D. Juliana,

- tegen -

1. de naamloze vennootschap

Ultimo Noticia. N.V.,

gevestigd op Curaçao,

2. [gedaagde P.],

wonende op Bonaire,

oorspronkelijk gedaagden,

thans geïntimeerden,

gemachtigde: mr. ESMERALDAJ. Maduro.

Partijen worden hierna "[EISER]", "[gedaagde U. N.]" en "[gedaagde P.]" genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Op 22 juni 2005 en 26 maart 2007 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire (verder: GEA), tussen partijen vonnis gewezen. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar die vonnissen.

1.2 [EISER] is in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis van 26 maart 2007 door op 4 mei 2007 een akte van hoger beroep in te dienen. Bij op 15 juni 2007 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft hij één grief tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en zijn vordering alsnog zal toewijzen, met veroordeling van [gedaagde U.N.] en [gedaagde P]. in de proceskosten in beide instanties.

1.3 [Gedaagde U.N.] en [gedaagde P]. hebben bij memorie van antwoord het hoger beroep bestreden. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal bevestigen, althans [EISER] niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, kosten rechtens.

1.4 Op de voor pleidooi nader bepaalde dag heeft de gemachtigde van [EISER] pleitnotities overgelegd en is tegen [gedaagde U.N.] en [gedaagde P]. akte van niet dienen verleend. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2. De ontvankelijkheid van het hoger beroep

[EISER] is in hoger beroep gekomen door tijdig en op de juiste wijze een akte van appel ter griffie in te dienen, zodat hij daarin ontvankelijk is, ongeacht de vraag of het exploot waarbij die akte is betekend, geldig is. Nu [Gedaagde U.N.] en [gedaagde P]. door de eventuele nietigheid daarvan niet in hun belangen zijn geschaad, dient die eventuele nietigheid ook overigens zonder gevolgen te blijven.

3. De grief

Voor de grief wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist staan tussen partijen de volgende feiten vast:

a. Op 10, 12 en 15 augustus 2002 zijn in de door [Gedaagde U. N.] geëxploiteerde krant op naam van [Gedaagde P] artikelen gepubliceerd die betrekking hadden op [EISER]. Voor de inhoud van die artikelen verwijst het Hof naar rov. 2.2 van het vonnis van 22 juni 2005.

b. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in kort geding van 16 september 2002 zijn [gedaagde U. N.], [gedaagde P.] en een derde partij bevolen om binnen 48 uur na betekening van dat vonnis tot rectificatie over te gaan.

c. Bij fax van 19 september 2002 hebben [zakenrelatie] aan [EISER] bericht dat zij de onderhandelingen met hem over het project ESMERALDA op Bonaire "on hold" zetten, omdat zij via allerlei krantenartikelen hadden begrepen dat [EISER] "mogelijk toch een omstreden zakenman" was.

4.2 In dit geding heeft [EISER] veroordeling van [Gedaagde U.N.] en [gedaagde P]. gevorderd tot schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, op grond van de stelling dat de publicaties onrechtmatig jegens hem waren en dat hij daardoor een belangrijke geldschieter voor het project ESMERALDA is misgelopen. Het GEA heeft de vordering afgewezen. Hiertegen is het hoger beroep gericht.

4.3 In de hiervoor onder rov. 4.1 sub a bedoelde artikelen werd onder meer vermeld dat de zoon van [EISER] apart van de andere kinderen les kreeg in een container die buiten de bemoeienis van de SEK (Servisio di Enseñansa i Formashon) om op het terrein van de school was geplaatst en voorts dat [EISER] bevriend is met R. Booi, politiek leider van de Bonariaanse politieke partij UPB. Deze gestelde feiten zijn in essentie niet betwist. Voorts staat vast dat [EISER] op zijn kosten een remedial teacher uit Suriname heeft aangetrokken en deze als hulp heeft aangeboden aan de school.

4.4 De artikelen hebben een negatieve toonzetting ten aanzien van [EISER] en suggereren dat deze zich vanwege zijn vriendschap met R. Booi, waarbij sprake is van het verlenen van (niet geconcretiseerde) gunsten, een handelwijze ten voordele van zijn zoon kan permitteren die voor anderen niet mogelijk is. De artikelen zijn papiamentstalig en zijn verschenen in een krant die met name is gericht op het Bonairiaanse publiek.

4.5 Het bevel tot rectificatie is kennelijk toegewezen in de door [EISER] gevorderde vorm en [gedaagde U.N.] en [gedaagde P]. hebben er kennelijk aan voldaan. Het is aannemelijk dat [EISER] [Zakenrelatie] kort na de fax van 19 september 2002 op de hoogte heeft gebracht van de rectificatie. In elk geval had hij dat kunnen doen.

4.6 Gelet op de hiervoor onder rov. 4.4 weergegeven aard van de publicaties en de gerichtheid op het Bonairiaanse publiek, lag het weinig voor de hand dat een beoogde zakenpartner uit Nederland zich veel gelegen zou laten liggen aan de publicaties. Niet aannemelijk is dat de publicaties in significante mate afbreuk hebben gedaan aan de reputatie van [EISER] als zakenpartner bij de ontwikkeling van een groot toeristisch project als ESMERALDA. Dit is des te minder aannemelijk nu de publicaties zijn gerectificeerd en in de fax van 19 september 2002 is vermeld dat de onderhandelingen slechts "on hold" zijn gesteld "totdat mogelijk veel is weerlegd" en dat men weer contact wil hebben indien blijkt dat [EISER] geen blaam treft. Indien [Zakenrelatie] ondanks de rectificatie in de publicaties aanleiding zijn blijven zien niet verder met [EISER] te onderhandelen (zoals [Zakenrelatie] als getuige heeft verklaard), kan daarom het door die keuze van [Zakenrelatie] veroorzaakte nadeel voor [EISER] niet aan [gedaagde U. N.] of [gedaagde P.] worden toegerekend als een gevolg van die publicaties. Dat (gestelde) nadeel is dus niet als schade van [EISER] toewijsbaar.

Niet is gesteld dat [EISER] door de publicaties, ondanks de rectificatie, andere schade heeft geleden.

4.7 Het GEA heeft de vordering dus terecht afgewezen, zodat het bestreden vonnis dient te worden bevestigd. [EISER] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

BESLISSING:

Het Hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [EISER] in de kosten van dit hoger beroep, aan de zijde van [gedaagde U.N.] en [gedaagde P]. gevallen en tot op heden begroot op NAF. 207,50 aan verschotten en

NAF. 3.400,00 aan salaris voor de gemachtigde Esmeralda

Dit vonnis is gewezen door mr[Eiser] G.C.C. Lewin, G.ESMERALDAM. Polkamp en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 1 april 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.