Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2008:BD8997

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
10-06-2008
Datum publicatie
04-08-2008
Zaaknummer
H-49/2008
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In de woning van de verdachte zijn twee vuurwapens en verschillende soorten munitie aangetroffen. De verdachte wist dat deze vuurwapens bij een schietpartij waren gebruikt. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens, inclusief munitie, is een ernstig strafbaar feit, gezien de risico’s voor personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Strafzaken over 2008

Zaaknummer: H-49/2008

Uitspraak: 10 juni 2008

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

S T R A F V O N N I S

gewezen in het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, van 28 september 2007

in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1981] op Bonaire,

wonende op Bonaire, [adres].

Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 11 september 2007, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van dat in hoger beroep van 27 mei 2008 op Curaçao.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de waarnemend procureur-generaal, mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en haar raadsvrouw,

mr. C.A. Peterson, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen

In eerste aanleg is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

dat zij in de periode van 1 oktober 2006 t/m 6 april 2007 te Bonaire, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, voorhanden heeft/hebben gehad een revolver (Taurus, kaliber 38 special) en/of een (vuist)vuurwapen (Rhone, model 115), althans een of meer vuurwapens(s) in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 en/of vijf (scherpe) patronen (Win 25 Auto) en/of 38 (scherpe) patronen (Winchester 38 SPL) en/of vier (scherpe) patronen (CAVIM 38 SPL) en/of twee (scherpe) patronen (WIN 25 Auto) althans munitie in de zin van de Vuurwapenverordening 1930.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het Hof zich daarmee niet verenigt.

De bewezenverklaring

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, met dien verstande dat:

dat zij in de periode van 1 t/m 6 april 2007 te Bonaire, voorhanden heeft gehad een revolver (Taurus, kaliber 38 special) en een vuistvuurwapen (Rhone, model 115), en vijf (scherpe) patronen (Win 25 Auto) en 38 (scherpe) patronen (Winchester 38 SPL) en vier (scherpe) patronen (CAVIM 38 SPL) en twee (scherpe) patronen (WIN 25 Auto)

De bewijsmiddelen

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in geval van beroep in cassatie in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

De kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezene levert op:

overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening 1930, meerdere malen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11 van die landsverordening.

Het bewezene is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die deze strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die deze strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

De op te leggen straf

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Meer in het bijzonder overweegt het Hof het volgende.

In de woning van de verdachte zijn twee vuurwapens en verschillende soorten munitie aangetroffen. De verdachte wist dat deze vuurwapens bij een schietpartij waren gebruikt. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens, inclusief munitie, is een ernstig strafbaar feit, gezien de risico’s voor personen. Daarom moet in beginsel streng worden opgetreden tegen strafbare feiten als hier aan de orde.

Het Hof zal echter rekening houden met de volgende omstandigheden. De verdachte is nooit eerder veroordeeld en had de vuurwapens niet op eigen initiatief in haar bezit, maar bewaarde deze voor haar inmiddels overleden partner. Voorts heeft de verdachte thans de zorg over het minderjarige kind van haar overleden partner en tevens over haar broer en zus van 18 en 13 jaar nu haar moeder in een afkickkliniek is opgenomen. Indien de verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou worden veroordeeld, zouden deze kinderen er alleen voor komen te staan. Gelet op het voorgaande zal het Hof een geheel voorwaardelijke straf opleggen, met een proeftijd van drie jaar en met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte onbetaalde arbeid ten algemene nutte zal verrichten.

Inbeslaggenomen voorwerpen

De inbeslaggenomen vuurwapens en de munitie dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat het voorwerpen betreft van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De oplegging van de straf en maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde artikelen, gegrond op de artikelen 17a, 17b, 17c, 17d, 31, 38b, 38c,59 en 96 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen.

RECHTDOENDE IN NAAM DER KONINGIN IN HOGER BEROEP

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Bonaire, van 28 september 2007, en doet opnieuw recht;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als vorenomschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (TWAALF) maanden;

beveelt dat deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 3 (DRIE) jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel zich gedurende die proeftijd zich op een andere wijze heeft misdragen;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde, ter voorkoming van tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf, volgens de voorschriften en de aanwijzingen te geven door of namens de Stichting Reclassering te Bonaire, gedurende 100 uren onbetaalde arbeid ten algemene nutte zal verrichten, welke werkzaamheden dienen te zijn aangevangen binnen 6 maanden na het ingaan van de proeftijd en binnen 2 jaar na die aanvang dienen te zijn voltooid;

bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in geval van uitvoering van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mrs. L.J. de Kerpel-van de Poel, L.C. Hoefdraad en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 10 juni 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.