Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2008:BD8935

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
22-04-2008
Datum publicatie
04-08-2008
Zaaknummer
KG 789, 1125, 1127, 1204 en 1205/08, H 102, 103 en 104/08
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het middel van collectief actievoeren mag slechts worden gebruikt als ultimum remedium. In gevallen waarin partijen onderhandelingen hebben gevoerd, dient de rechter niet spoedig aan te nemen dat deze regel is geschonden.

Het recht op collectief actievoeren mag niet worden misbruikt. Van misbruik is sprake indien de bonden op grond van afweging van alle omstandigheden van het geval in redelijkheid niet de collectieve acties mogen voeren of voortzetten. Het GEA heeft terecht aan de door de acties getroffen belangen van nationale veiligheid, zoals die van brandbestrijding en acute hulpverlening, een zwaarder gewicht toegekend dan aan de door de acties getroffen economische belangen, zoals die van de toeristische sector.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0511

Uitspraak

Registratienummers:

KG 789, 1125, 1127, 1204 en 1205/08

H 102, 103 en 104/08

Uitspraak: 22 april 2008

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Vonnis in de zaak van:

1. de openbare rechtspersoon

HET LAND ARUBA,

gemachtigden: mrs. A.A. Ruiz en I.R. Giesen-Wever,

2. de naamloze vennootschap

ARUBA AIRPORT AUTHORITY,

gemachtigde: mr. L.N. Buckley,

beide gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk eisers,

thans appellanten,

- tegen -

de rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen

1. SINDICATO ADUANERO DI ARUBA (SADA),

2. SINDICATO DI MAESTRONAN DI ARUBA (SIMAR),

3. SINDICATO DI EMPLEADONAN PUBLICO Y PRIVA ARUBANO (SEPPA),

4. SINDICATO DI POLIS ARUBA (SPA),

5. SINDICATO DI BOMBERONAN DI ARUBA (SINBA),

alle gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk gedaagden,

thans geïntimeerden,

gemachtigde: mr. E. Duijneveld.

Appellanten worden hierna "het Land" en "AAA" genoemd. Geïntimeerden 1 tot en met 4 worden hierna "SADA c.s." genoemd. Geïntimeerde 5 wordt "SINBA" genoemd. Geïntimeerden worden gezamenlijk "de bonden" genoemd.

1. Het verloop van de procedures

1.1 Op 31 maart, 3 april, 8 april en 11 april 2008 heeft het Gerecht in eerste aanleg van van Aruba (verder: GEA) vonnissen in kort geding gewezen tussen het Land en AAA enerzijds en hetzij SADA c.s., hetzij SINBA anderzijds. Het vonnis van 3 april 2008 is bij herstelvonnis van gelijke datum verbeterd. Voor hetgeen in de onderscheidene procedures in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, de procesgang aldaar en de overwegingen en beslissingen van het GEA wordt verwezen naar die vonnissen.

1.2 Het Land en AAA zijn in hoger beroep gekomen van voornoemde vonnissen door op 11 en 14 april 2008 akten van hoger beroep in te dienen. Bij (concept) memories van grieven hebben zij grieven tegen de vonnissen aangevoerd en toegelicht. Hun conclusies strekken tot vernietiging van de bestreden vonnissen en tot toewijzing van hun vorderingen, kosten rechtens.

1.3 Het Land en AAA hebben de president verzocht de termijnen als bedoeld in artikel 235 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te verkorten. Deze verzoeken zijn op 15 april 2007 behandeld ten overstaan van mr. G.C.C. Lewin, die daartoe door de president was aangewezen. Deze heeft de procedures gevoegd en beslist dat de gevoegde procedure op dezelfde dag mondeling zou worden behandeld ten overstaan van het Hof, hetgeen vervolgens is geschied. Verschenen en gehoord zijn de raadslieden van het Land, AAA en de bonden. Aan de drie zijden zijn daarbij producties overgelegd. Het Land en de bonden hebben ook pleitaantekeningen overgelegd. Vonnis is aangezegd tegen heden. Bij wijze van ordemaatregel heeft het Hof bepaald dat in afwachting van het onderhavige vonnis hetgeen het GEA bij vonnis van 3 april 2008 heeft beslist, van kracht zou blijven.

2. De grieven

Voor de grieven wordt verwezen naar de (concept) memories van grieven.

3. De beoordeling

3.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist staan tussen partijen de volgende feiten vast:

a. Op 23 maart 1998 is tussen het Land en (onder meer) de bonden een protocol overeengekomen in verband met de herinvoering van indexering per 1 januari 1996. Daarin staat onder meer dat met ingang van 1 januari 1999 de wijze van aanpassing van de salarissen van ambtenaren en daarmee gelijkgestelden tot stand komt door jaarlijks te voeren onderhandelingen met de bonden.

b. Op 14 juni 2001 is tussen het Land en de bonden een protocol overeengekomen, waarin onder meer is bepaald dat voor de jaren 2002 en volgende de indexering volgens een vast te stellen methode zou geschieden.

c. In 2002 is tussen het Land en de bonden overeengekomen dat indexering van de salarissen zou worden bevroren tot 1 januari 2005. Sinds 1 januari 2005 zijn de salarissen niet meer geïndexeerd. Wel zijn nieuwe looncomponenten geïntroduceerd.

d. Bij brieven van 3 september en 7 november 2007 heeft SEPPA aan het Land arbeidsvoorwaardelijke voorstellen gedaan, met het verzoek daarover in onderhandeling te treden. Bij brief van 10 maart 2008 heeft het Land aan de bonden een voorstel gedaan.

e. Bij brief van 11 maart 2008 hebben de bonden het Land aangezegd een werkstaking te organiseren.

f. Blijkens het door mediator R.J. Mezas opgestelde verslag van 24 maart 2008 hebben partijen gedurende drie dagen deelgenomen aan een mediationproces.

3.2 Bij vonnis van 31 maart 2008, gewezen tussen het Land en AAA enerzijds en SADA c.s. anderzijds, is een ordemaatregel getroffen en bepaald dat de behandeling zou worden voortgezet. Bij vonnis van 3 april 2008 is de (daarvoor in aanmerking komende) bonden verboden om algemene werkstakingen van onbepaalde duur te organiseren en is bepaald hoe andersoortige specifieke collectieve acties moeten worden aangezegd, hoe werkstakingen op de luchthaven en in de havens moeten worden aangezegd en beperkt en welk stakingsschema daarbij in acht dient te worden genomen. Bij herstelvonnis van gelijke datum is duidelijk gemaakt dat het in dat schema gehanteerde tijdvak loopt van 12.00 uur in de middag tot 18.00 uur aan het begin van de avond.

3.3 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist staan tussen partijen voorts de volgende feiten vast:

g. Bij brief van 3 april 2008 hebben de bonden aan het Land doen weten dat vanaf 8 april 2008 de algemene werkstaking door ambtenaren en gelijkgestelden zal worden hervat. Voorts hebben zij daarbij doen weten dat een werkstaking zou plaatsvinden vanaf 9 april 2008, op de luchthaven van 12.00 uur tot 18.00 uur, en dat deze zou worden voortgezet overeenkomstig het bij vonnis van 3 april 2008 bepaalde schema. KIA, KPA en CEA en de brandweer op de posten Tanki Flip en San Nicolaas zegden daarbij aan dat zij vanaf 9 april 2008 zouden terugvallen op een minimale bezetting.

3.4 Bij vonnis van 8 april 2008, gewezen tussen het Land en AAA enerzijds en SINBA anderzijds, heeft het GEA overwogen dat het stakingsrecht van de brandweer in zoverre is begrensd dat branden tijdig moeten worden geblust en noodzakelijke hulp tijdig moet worden verleend, maar dat het aanvaardbaar is dat het gevolg van de actie van de brandweer kan zijn dat de luchthaven gedurende de actie feitelijk zal sluiten. Op grond van die overwegingen heeft het GEA bevelen geformuleerd.

3.5 Bij vonnis van 11 april 2008, gewezen tussen het Land en AAA enerzijds en SINBA anderzijds, heeft het GEA overwogen dat de hiervoor onder rov. 3.3 sub g bedoelde brief ook een deugdelijke aanzegging inhoudt dat de werkstaking bij de brandweer wordt voortgezet volgens het bij vonnis van 3 april 2008 vastgestelde schema.

3.6 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist staan tussen partijen voorts de volgende feiten vast:

h. Vanaf 11 april 2008 heeft de brandweer op de luchthaven wederom gestaakt.

i. Op 14 april 2008 hebben partijen verder onderhandeld over indexering, waarbij partijen dichter bij elkaar zijn gekomen doordat aan beide zijden nieuwe voorstellen zijn gedaan. Het Land heeft die onderhandelingen afgebroken en zijn laatstgedane voorstel weer ingetrokken.

3.7 Het Land heeft in de onderhavige gedingen telkens - kort gezegd - een stakingsverbod gevorderd. AAA heeft telkens - kort gezegd - een stakingsverbod op de luchthaven gevorderd.

3.8 Bij het op 22 april 1980 voor het gehele Koninkrijk in werking getreden Europees Sociaal Handvest van 18 oktober 1961 is wat betreft artikel 6 een voorbehoud gemaakt voor in overheidsdienst zijnde werknemers (zie: Trb. 1980, 65). Het was de bedoeling dat dit voorbehoud tijdelijk zou zijn. Sindsdien is in Nederland rechtspraak tot ontwikkeling gekomen waarbij acties in de overheidssector op gelijke wijze worden beoordeeld als die in de particuliere sector, zij het dat bij sommige categorieën ambtenaren sneller wordt aangenomen dat er sprake is van misbruik van het recht op collectief actievoeren. Deze aansluiting bij het beoordelingskader van de particuliere sector geldt op grond van het concordantiebeginsel ook in Aruba. Er zijn geen Arubaanse maatschappelijke opvattingen die tot een ander oordeel aanleiding geven. Noch de omstandigheid dat in het Wetboek van Strafrecht van Aruba de strafbaarstelling van actievoering door ambtenaren niet is afgeschaft, noch de omstandigheid dat het Europees Sociaal Handvest van

3 mei 1996 voor Aruba niet in werking is getreden (zie voor Nederland: Trb. 2006, 128), is gebaseerd op van de Nederlandse afwijkende Arubaanse maatschappelijke of politieke opvattingen over het recht van ambtenaren op collectief actievoeren. Overigens is een voorstel voor een nieuw Wetboek van Strafrecht van Aruba in voorbereiding, waarin voorgesteld wordt voornoemde strafbaarstelling af te schaffen.

Ambtenaren en gelijkgestelden hebben derhalve in beginsel een recht op collectief actievoeren, dat getoetst dient te worden aan de hierna te bespreken regels.

3.9 Er bestaat geen recht op collectief actievoeren, indien de inzet een rechtsgeschil is dat in een procedure dient te worden opgelost. Het Hof verenigt zich met het oordeel van het GEA dat in dit geval geen sprake is van een dergelijk rechtsgeschil, maar van een geschil over arbeidsvoorwaarden die het onderwerp behoren te zijn van collectief onderhandelen. Partijen hebben immers nimmer overeenstemming bereikt over de methode van indexering.

3.10 Het middel van collectief actievoeren mag slechts worden gebruikt als ultimum remedium. In gevallen waarin partijen onderhandelingen hebben gevoerd, dient de rechter niet spoedig aan te nemen dat deze regel is geschonden. Bij de beoordeling van de vraag of deze regel in de weg staat aan voortzetting van de acties volgens het door het GEA vastgestelde schema, let het Hof op de hiervoor bij de vaststaande feiten weergegeven voorgeschiedenis. Op grond daarvan acht het Hof voorshands niet aannemelijk dat de bonden niet bereid zijn geweest of niet langer bereid zijn reële onderhandelingen te voeren. De regel wordt daarom voorshands niet geschonden geacht.

3.11 Collectieve acties moeten tijdig worden aangezegd. Hierin is in voldoende mate voorzien in het door het GEA vastgestelde schema, ook indien dit wordt uitgelegd op de in het bestreden vonnis van 11 april 2008 weergegeven wijze.

3.12 Het recht op collectief actievoeren mag niet worden misbruikt. Van misbruik is sprake indien de bonden op grond van afweging van alle omstandigheden van het geval in redelijkheid niet de collectieve acties mogen voeren of voortzetten. Het GEA heeft terecht aan de door de acties getroffen belangen van nationale veiligheid, zoals die van brandbestrijding en acute hulpverlening, een zwaarder gewicht toegekend dan aan de door de acties getroffen economische belangen, zoals die van de toeristische sector. De (gestelde) omstandigheid dat AAA niet de werkgever is van degenen die actievoeren, legt slechts een zeer beperkt gewicht in de schaal, nu alle aandelen in AAA worden gehouden door het Land. Naar voorshands oordeel doet het door het GEA vastgestelde schema, indien dit wordt uitgelegd overeenkomstig hetgeen bij het bestreden vonnis van

8 april 2008 is overwogen, voldoende recht aan de door de acties getroffen belangen.

Dit laat de mogelijkheid onverlet dat op een later moment de afweging van belangen anders zal dienen uit te vallen.

3.13 De door het Land verdedigde regel dat geen recht op collectief actievoeren bestaat, indien geen georganiseerd overleg is gevoerd als bedoeld in de artikelen 101 en verder van de Landsverordening Materieel Arbeidsrecht, kan voorshands niet als juist worden aanvaard. De bonden hebben aangevoerd dat het georganiseerd overleg in de praktijk gebrekkig functioneert en gepaard gaat met procedurele hindernissen voor het voeren van doelmatig overleg. Hierover heeft het Land zich niet uitgelaten, zodat hiervan moet worden uitgegaan. Gelet hierop zou de door het Land verdedigde regel naar voorshands oordeel het recht op collectief actievoeren op onaanvaardbare wijze uithollen.

3.14 Op grond van het voorgaande verenigt het Hof zich met de door het GEA bij vonnis van 3 april 2008 vastgestelde verboden en geboden, zoals nader vormgegeven in het herstelvonnis en de vonnissen van 8 en 11 april 2008. De vonnissen dienen derhalve bevestigd te worden. Hierop stuiten alle grieven af. Het Land en AAA zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

BESLISSING:

Het Hof:

bevestigt de vonnissen waarvan beroep;

veroordeelt het Land en AAA in de kosten van dit hoger beroep, aan de zijde van de bonden gevallen en tot op heden begroot op Afl. 3.400,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, H.A.C. Smid en F.J.P. Lock, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en ter openbare terechtzitting van het Hof op Curaçao uitgesproken op 22 april 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.