Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG2328

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
04-06-2007
Datum publicatie
03-11-2008
Zaaknummer
162 HLAR 36/06
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging bijstand en terugvordering uitgekeerde bedrag.

Nu ten tijde van de terugvordering de beschikking, waarbij aan appellant bijstand is toegekend, niet was gewijzigd of ingetrokken, is de bijstand niet onverschuldigd maar krachtens die beschikking aan hem betaald en kon daarom niet van hem worden teruggevorderd, als is gebeurd. Dat appellant, naar gesteld, wist of kon weten dat hem ten onrechte bijstand werd verleend, doet daar onder die omstandigheden niet aan af.

Aangevallen uitspraak vernietigd, voorzover het beroep tegen de handhaving in bezwaar van de terugvordering van appellant daarbij ongegrond is verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

162 HLAR 36/06

Datum uitspraak: 4 juni 2007

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Aruba,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 30 augustus 2006 in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Sociale Zaken en Infrastructuur.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 28 juni 2004 heeft de directeur van de Directie Sociale Zaken van het Ministerie van Sociale Zaken en Infrastructuur de bijstand aan appellant met ingang van 1 juli 2004 beëindigd en het aan hem uitgekeerde bedrag van Afl. 11.675,- van hem teruggevorderd.

Bij beschikking van 22 juli 2005 heeft de Minister van Sociale Zaken en Infrastructuur (hierna: de Minister) het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 augustus 2006 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 5 oktober 2006, hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Bij brief van 24 november 2006 heeft de Minister van antwoord gediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 maart 2007, waar de Minister, vertegenwoordigd door A. Lumenier en H.A. Tromp, beiden werkzaam bij de Directie Sociale Zaken van het Ministerie van Sociale Zaken en Infrastructuur, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In hoger beroep is slechts het oordeel van het Gerecht over de handhaving in bezwaar van de terugvordering in geschil. Voorzover appellant klaagt dat het Gerecht heeft miskend dat de rechtsgrond ontbrak voor de terugvordering van het aan hem uitgekeerde bedrag van Afl. 11.675,-, slaagt dat betoog. De Minister heeft aan die terugvordering ten grondslag gelegd dat appellant ten onrechte bijstand heeft genoten, omdat diens gezinsinkomen sinds 1 juli 2001 het bedrag, waarboven een betrokkene niet voor verlening voor bijstand in aanmerking komt, overschreed, zodat vanaf die dag geen aanspraak op bijstandverlening bestond.

Ten tijde van de terugvordering was echter de beschikking, waarbij aan appellant bijstand is toegekend, niet gewijzigd of ingetrokken. Dat appellant, naar gesteld, wist of kon weten dat hem ten onrechte bijstand werd verleend, doet er onder die omstandigheden niet aan af dat de bijstand niet onverschuldigd maar krachtens die beschikking aan hem is betaald en daarom niet van hem kon worden teruggevorderd, als is gebeurd.

2.2. Het hoger beroep is gegrond. Hetgeen appellant voor het overige heeft aangevoerd, behoeft geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voorzover de handhaving in bezwaar van de terugvordering daarbij niet is vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, zal het Hof het door appellant ingestelde beroep gegrond verklaren, de uitspraak van 30 augustus 2006 in zoverre vernietigen en de beschikking van 22 juli 2005 in zoverre vernietigen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grond.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, zittingsplaats van 30 augustus 2006 in zaak no. Lar 2286/2005, doch slechts voorzover het beroep tegen de handhaving in bezwaar van de terugvordering van appellant van Afl. 11.675,- daarbij ongegrond is verklaard;

III. verklaart het bij het Gerecht in die zaak ingestelde beroep tegen de beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Infrastructuur van 22 juli 2005, kenmerk 1645geh, in zoverre gegrond;

IV. vernietigt die beschikking in zoverre;

V. bevestigt die uitspraak voor het overige;

VI. gelast dat het land Aruba aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van Afl. 100,00 (zegge: honderd gulden) teruggeeft.

Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Ter Berg

Voorzitter w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2007