Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2007:BG2078

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
04-06-2007
Datum publicatie
30-10-2008
Zaaknummer
147 HLAR 21/06
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering inschrijving in het register voor assurantiebemiddelaars.

Rechtsgevolgen van vernietigde beschikking terecht in stand gelaten, nu de Bank in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat de feiten die haar er in 2001 toe hebben gebracht om aangifte te doen van door appellant en Seguros Curiel N.V. gepleegde strafbare feiten, reden geven te veronderstellen dat appellant als assurantiebemiddelaar het aanzien van het assurantiebedrijf zal schaden, omdat diens betrouwbaarheid niet buiten twijfel is en dat vereist is om voor inschrijving in het register in aanmerking te kunnen komen.

Aangevallen uitspraak bevestigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

147 HLAR 21/06

Datum uitspraak: 4 juni 2007

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend op Curaçao,

appellant,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 24 mei 2006 in het geding tussen:

appellant

en

de Bank van de Nederlandse Antillen.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 4 november 2005 heeft de Bank van de Nederlandse Antillen (hierna: de Bank) een verzoek van appellant om Seguros Curiel N.V. in het register voor assurantiebemiddelaars in te schrijven afgewezen.

Bij uitspraak van 24 mei 2006 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard en die beschikking vernietigd, doch bepaald dat de rechtsgevolgen ervan in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 5 juli 2006, ingekomen bij het Gerecht op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Bij brief, bij het Hof ingekomen op 31 augustus 2006, heeft de Bank van antwoord gediend.

Op verzoek van appellant heeft het Hof de behandeling van de zaak ter zitting, die zou plaatsvinden op 26 september 2006, aangehouden tot 27 maart 2007, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. M.H. Römer, advocaat, en de Bank, vertegenwoordigd door mr. L.M. Virginia, advocaat, mr. J. Sybesma en N. Davelaar, beiden werkzaam in haar dienst, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de Landsverordening Assurantiebemiddelingsbedrijf (hierna: de Lab) is het verboden als assurantiebemiddelaar op te treden, zonder te zijn ingeschreven in het register van assurantiebemiddelaars dat door de Bank wordt gehouden.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, besluit de Bank tot inschrijving van een aanvrager in het register, indien naar haar oordeel geen reden bestaat te veronderstellen dat de aanvrager als assurantiebemiddelaar het aanzien van het assurantiebedrijf zal schaden.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Landsverordening Toezicht Verzekeringsbedrijf (hierna: de Ltv) is het verboden het verzekeringsbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van de Bank.

2.2. Appellant klaagt dat het Gerecht ten onrechte de naamloze vennootschap, waarvan hij directeur is, Seguros Curiel N.V. (hierna: Seguros Curiel), in plaats van hem als eisende partij heeft aangemerkt.

2.2.1. Appellant heeft geen belang bij de klacht, omdat deze niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak kan leiden, nu gesteld noch gebleken is dat hij door de gestelde misslag in zijn belangen is geschaad.

2.3. Voorts klaagt appellant dat het Gerecht de rechtsgevolgen van de vernietigde beschikking ten onrechte in stand heeft gelaten.

2.3.1. Deze klacht faalt evenzeer. Hetgeen in beroep is aangevoerd heeft het Gerecht terecht niet tot de conclusie geleid dat de Bank in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat de feiten die haar er in 2001 toe hebben gebracht om aangifte te doen van door Curiel en Seguros Curiel gepleegde strafbare feiten, reden geven te veronderstellen dat appellant als assurantiebemiddelaar het aanzien van het assurantiebedrijf zal schaden, omdat diens betrouwbaarheid niet buiten twijfel is en dat vereist is om voor inschrijving in het register in aanmerking te kunnen komen. De stelling van appellant dat hij zich destijds tegen de feitenvoorstelling door de Bank op dit punt heeft verweerd en heeft betwist dat die feiten hebben plaatsgevonden, heeft het Gerecht terecht niet tot een ander oordeel geleid, nu appellant die betwisting niet toereikend heeft gestaafd.

Het Gerecht heeft voorts met juistheid overwogen dat de Bank niet met een lichter middel heeft hoeven volstaan, omdat de Lab daarin niet voorziet.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Ter Berg

Voorzitter w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2007