Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2006:BG1009

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
05-06-2006
Datum publicatie
21-10-2008
Zaaknummer
108 HLAR 29/05
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitblijven van een beslissing op verzoeken om tarieven voor bepaalde verrichtingen en aanwending daarvan bij materialen vast te stellen.

Het nemen van een besluit krachtens artikel 2 van de Prijzenverordening is naar zijn aard en strekking gericht tot iedere bestaande en toekomstige aanbieder van prestaties en behelst derhalve geen beschikking in de zin van de Lar, maar een besluit van algemene strekking. Het uitblijven van een beslissing krachtens artikel 2 van de Prijzenverordening is derhalve niet gelijk te stellen met een weigering een beschikking te geven als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Lar.

Aangevallen uitspraak bevestigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

108 HLAR 29/05

Datum uitspraak: 5 juni 2006

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting "Stichting St. Elisabeth Hospitaal", gevestigd op Curaçao,

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 28 juli 2005 in het geding tussen:

appellante

en

het Bestuurscollege van het Eilandgebied Curaçao.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden brieven van 13 maart 2001, 24 juni en 11 juli 2002 en 13 januari 2004 heeft appellante het Bestuurscollege verzocht tarieven voor bepaalde verrichtingen en aanwending daarbij van materialen vast te stellen.

Tegen het uitblijven van enige beslissing op deze verzoeken heeft appellante beroep ingesteld bij het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht).

Bij uitspraak van 28 juli 2005 heeft het Gerecht zich onbevoegd verklaard van het aldus ingestelde beroep kennis te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, ingekomen bij het Gerecht op 8 september 2005, hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Bij brief, ingekomen bij het Hof op 6 december 2005, is van antwoord gediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 april 2006, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. C.A. Peterson, advocaat, en S. Ricardo, haar financieel economisch directeur, en het Bestuurscollege, vertegenwoordigd door mr. K.R. Concincion, werkzaam bij de Afdeling Algemene en Juridische Zaken van het Eilandgebied Curaçao, en S. Theodora, laatstgenoemde werkzaam bij de Dienst Economische Zaken, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder a, van de Prijzenverordening 1961, zoals laatstelijk gewijzigd bij de Overdrachtslandsverordening XXV, Pb. 1991, nr. 100, kan, indien goederen of diensten worden aangeboden tegen zodanige prijzen, dat het vragen daarvan naar het oordeel van het Bestuurscollege in strijd is met of dreigt te geschieden in strijd met het algemeen belang, voor het betreffende eilandgebied, het Bestuurscollege verbieden het aanbieden, verkopen en verhuren van die goederen, dan wel het aanbieden en verrichten van die diensten, tegen hogere of lagere dan door het Bestuurscollege aan te geven prijzen.

Ingevolge het tweede lid wordt, in afwijking van het bepaalde in het eerste, een verbod, als bedoeld in dat lid onder a, voor zover het betrekking heeft op de honoraria, prijzen of tarieven van diensten, verricht door vrije-beroepsbeoefenaren, vastgesteld bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, na overleg met de organisaties van vrije-beroepsbeoefenaren in het betrokken eilandgebied die daarvoor naar het oordeel van het Bestuurscollege in aanmerking komen.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) wordt onder beschikking verstaan: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling, die niet van algemene strekking is.

Ingevolge het tweede lid wordt een weigering om een beschikking te geven met een beschikking gelijk gesteld.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, kunnen natuurlijke personen of rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.

2.2. Appellante klaagt dat het Gerecht ten onrechte heeft overwogen dat het uitblijven van besluiten op haar verzoeken niet met een beschikking gelijk kan worden gesteld, omdat zulke besluiten geen beschikking in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Lar zijn.

2.2.1. Dat betoog faalt. De verzoeken van appellante strekken tot het nemen van enig besluit krachtens artikel 2 van de Prijzenverordening. Dit besluit zou zich, indien genomen, naar zijn aard en strekking richten tot iedere bestaande en toekomstige aanbieder van de prestaties, waarop die verzoeken betrekking hebben. Dat mogelijk op dit moment, als gesteld, in feite slechts één zodanige aanbieder op Curaçao aanwezig is, maakt dat niet anders. Het Gerecht heeft terecht overwogen dat zodanig besluit van algemene strekking zou zijn en derhalve geen beschikking in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Lar. Gelet hierop heeft het Gerecht het uitblijven van een beslissing op de verzoeken van appellante voor de mogelijkheid om er beroep tegen in te stellen terecht niet gelijk gesteld met een weigering een beschikking te geven, als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Lar.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Martinez, griffier.

w.g. Ter Berg

Voorzitter w.g. Martinez

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2006