Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHNAA:2005:BF9968

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Datum uitspraak
30-05-2005
Datum publicatie
16-10-2008
Zaaknummer
78 HLAR 48/04
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering verlenen vergunning tot tijdelijk verblijf.

Uit de omstandigheden dat appellante noch met haar advocaat, noch met de familie waar zij als dienstbode bij zou gaan inwonen, contact heeft, en het feit dat van belang anderszins niet is gebleken, kan niet worden afgeleid dat appellante nog enig belang heeft bij het hoger beroep.

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

78 HLAR 48/04.

Datum uitspraak: 30 mei 2005

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante]

verblijvend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 20 oktober 2004 in het geding tussen:

appellante,

en

de Gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao, namens de Minister van Justitie.

1. Procesverloop

Bij beschikking van 8 mei 2004, nr. 6001043240/1, heeft de Gezaghebber van het Eilandgebied Curaçao (hierna: de Gezaghebber), namens de Minister van Justitie, een aanvraag van [appellante] (hierna: appellante) om verlening van een verblijfsvergunning afgewezen.

Bij uitspraak van 20 oktober 2004 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, ingekomen op 1 december 2004, hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Bij brief, ingekomen op 14 maart 2005, heeft de Gezaghebber van antwoord gediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 april 2005, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. M.C. Vaders, advocaat, en de Gezaghebber, vertegenwoordigd door mr. J.G. Ricardo, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het Hof overweegt ambtshalve het volgende.

2.1.1. De aanvraag strekt tot verlening aan appellante van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als inwonend dienstbode bij de familie [ ]. Ter zitting in hoger beroep heeft de advocaat van appellante te kennen gegeven dat ieder contact met appellante, die is teruggekeerd naar Colombia, is verloren. Voorts heeft deze te kennen gegeven dat geen contact meer bestaat tussen appellante en haar beoogde werkgeefster, de familie [ ]. Uit deze omstandigheden en nu van belang anderszins niet is gebleken, kan niet worden afgeleid dat appellante nog enig belang heeft bij het hoger beroep.

2.2. Het dient daarom kennelijk niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, Voorzitter, mr. R.W.L. Loeb en mr. M.R. Wijnholt, Leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.B. de Haseth, griffier.

Voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2005.