Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2021:307

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
24-08-2021
Datum publicatie
01-09-2021
Zaaknummer
CUR2020H00330
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vordering tot levering van verkocht perceel. formele relatie: CUR202001260

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.:

Registratienummers: CUR202001260 – CUR2020H00330

Uitspraak: 24 augustus 2021

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Vonnis in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende in Curaçao,

hierna te noemen: [appellant],

oorspronkelijk eiser, thans appellant,

gemachtigde: mr. A.K. Kleinmoedig,

tegen

de naamloze vennootschap REAL ESTATE “DE KLEUNDERT N.V.”,

gevestigd in Curaçao,

hierna te noemen: De Kleundert,

oorspronkelijk verweerder, thans geïntimeerde,

in hoger beroep niet verschenen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht), wordt verwezen naar het tussen partijen op 5 oktober 2020 uitgesproken vonnis.

1.2. [

[appellant] is bij akte van appel op 27 oktober 2020 in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis. In een op 8 december 2020 ingekomen memorie van grieven, met productie, heeft hij vijf grieven voorgedragen en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, zijn vorderingen zal toewijzen, met veroordeling van De Kleundert in de kosten van deze procedure.

1.3.

De Kleundert is niet verschenen.

1.4. [

[appellant] heeft afgezien van pleidooi.

1.5.

Uitspraak is bepaald op heden.

2 De ontvankelijkheid

[appellant] is tijdig en op de juiste wijze in hoger beroep gekomen en kan daarin worden ontvangen.

3 De grieven

Voor de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4 Beoordeling

4.1. [

[appellant] heeft onweersproken het volgende gesteld:

a. zijn moeder, [naam moeder], heeft op 31 juli 1991 een perceel grond van ca. 625 m2 van De Kleundert gekocht, met een koopprijs van NAf 20,- per m2 (productie 2 bij inleidend verzoekschrift);

b. de koopovereenkomst is nog niet nagekomen;

c. zijn moeder is overleden op [sterfdatum] 2011;

d. zijn twee zusters en hij zijn de erfgenamen van zijn moeder (productie 3 bij inleidend verzoekschrift);

e. de drie erfgenamen hebben de nalatenschap aldus verdeeld dat het recht op levering van het gekochte perceel is toebedeeld aan [appellant] (productie 5 bij inleidend verzoekschrift);

f. [appellant] woont in het op het desbetreffende perceel gebouwde huis.

4.2. [

[appellant] vordert levering van het perceel. Het Gerecht heeft de vordering afgewezen omdat [appellant] zijn vorderingen niet heeft ingesteld ten behoeve van de gemeenschap als bedoeld in artikel 3:171 BW.

4.3.

Hiertegen richt zich het hoger beroep terecht. [appellant], aan wie het recht op levering was toebedeeld, heeft de vorderingen ingesteld voor zichzelf.

4.4.

De door [appellant] gestelde feiten en rechten zijn in hoger beroep niet betwist, zodat de vorderingen kunnen worden toegewezen.

4.5.

Voor de goede orde wijst het Hof erop dat De Kleundert moet meewerken aan de levering, maar dat de kosten van de levering, inclusief de kosten van een meetbrief, voor rekening zijn van [appellant] (artikel 15 van de koopovereenkomst). Het Hof zal een dwangsom bepalen, zoals gevorderd, voor het geval dat De Kleundert geen begin maakt met medewerking aan levering. Begonnen zal moeten worden met de opdracht tot het opmaken van een meetbrief, op kosten van [appellant].

4.6.

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd en de vorderingen moeten worden toegewezen. De Kleundert dient de kosten van deze procedure in beide instanties te dragen.

5 Beslissing

Het Hof:

- vernietigt het bestreden vonnis, en opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt De Kleundert mee te werken aan de levering van het verkochte perceel, met inachtneming van wat in de ‘voorlopige koopakte’ van 31 juli 1991 is bepaald;

- bepaalt dat indien De Kleundert een maand na de betekening van dit vonnis niet een aanvang heeft gemaakt met haar medewerking aan de levering, zij een dwangsom verbeurt van NAf 2.500,- per week of deel van een week, met een maximum van NAf 50.000,-;

- veroordeelt De Kleundert in de kosten van deze procedure aan de zijde van [appellant] gevallen en tot op heden begroot voor de eerste aanleg op NAf 2.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf 829,82 aan verschotten en voor het hoger beroep op NAf 4.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf 1.254,73 aan verschotten.

Dit vonnis is gewezen door mrs. M.W. Scholte, A.S. Arnold en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 24 augustus 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.