Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2021:182

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
11-05-2021
Datum publicatie
10-08-2021
Zaaknummer
AUA2020H00073
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

beschikking conform vaststellingsovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN

ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN

BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Beschikking in de zaak van:

[Appellant],

wonende in Aruba,

hierna te noemen: de vader,

oorspronkelijk verweerder, thans appellant,

gemachtigde: mr. M.M. Malmberg,

tegen

[Geïntimeerde],

wonende in Aruba,

hierna te noemen: de moeder,

oorspronkelijk verzoekster, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. N.S. Gravenstijn,

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het Hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van 28 april 2020 met zaaknummer AUA201903966. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.

1.2.

De vader heeft in een beroepschrift, ingekomen op 29 mei 2020, hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. In het beroepschrift heeft hij het hoger beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en het verzoek van de moeder alsnog zal afwijzen en het bedrag dat de vader dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige zal bepalen op Afl. 350,- per maand, althans tot een bedrag welk het Hof in goede justitie zal vermenen te behoren, met veroordeling van de moeder in de kosten van deze procedure.

1.3.

De mondelinge behandeling ter zitting is bepaald op 23 februari 2021. Alstoen is mr. Malmberg ter zitting verschenen. Mr. Malmberg heeft het Hof medegedeeld dat partijen een regeling hebben bereikt en verzocht deze vast te leggen in een proces-verbaal of beschikking. Zij heeft via e-mail de vaststellingsovereenkomst aan het Hof toegestuurd.

1.4.

Beschikking is bepaald op heden.

3 Beoordeling

3.1

Het betreft in deze zaak een verzoek van de moeder tot wijziging van de beschikking van het Gerecht van 23 april 2018 (EJ-AUA201803966), waarbij de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (kinderalimentatie) van de minderjarige [Naam], geboren op [datum] 2016 in Aruba is bepaald op Afl. 300,- per maand, zulks overeenkomstig de in het echtscheidingsconvenant van 29 maart 2018 tussen partijen bepaalde kinderalimentatie. In het echtscheidingsconvenant is voorts overeengekomen dat bijkomende kosten zoals schoolgeld, sport, bijles, kleren etc. door beide ouders gedragen zullen worden en onderling overleg geregeld. In eerste aanleg is door de moeder ook verzocht om vergoeding van de helft van het bedrag dat zij heeft betaald voor de verjaardagskleren van de minderjarige.

3.2

Partijen zijn samen tot een regeling gekomen inhoudende dat de vader met ingang van 1 maart 2021 bij vooruitbetaling en per standing order zal voldoen een bedrag van Afl 500,= aan kinderalimentatie. Voorts is overeengekomen dat de vader jaarlijks de helft van de kosten van het schoolgeld, de schooluniformen en schoolartikelen zal voldoen.

3.3

Het Hof zal een met deze regeling overeenkomstige beslissing nemen. Het Hof merkt daarbij op dat het een alimentatieverplichting van Afl. 500,- per maand en een verplichting tot betaling van de helft van de schoolkosten in overeenstemming acht met de wettelijke maatstaven, gelet op het inkomen van de vader en de door hem van zijn werkgever te ontvangen tegemoetkoming in de schoolkosten van de minderjarige.

3.4

De bestreden beschikking zal gelet op het vorenstaande worden bevestigd met dien verstande dat wat betreft de kinderalimentatie zal worden besloten zoals hieronder vermeld. De kosten van het hoger beroep zullen worden gecompenseerd.

4 Beslissing

Het Hof:

bevestigt de beschikking van het Gerecht van 28 april 2020 met dien verstande dat de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [Naam], geboren op [Naam] 2016 in Aruba, met ingang van 1 maart 2021 wordt bepaald op Afl. 500,-, te voldoen op de in de vaststellingsovereenkomst bepaalde wijze;

Bepaalt voorts dat de man jaarlijks de helft van de kosten van het schoolgeld, schooluniformen en schoolartikelen zal voldoen.

Wijst af het meer of anders verzochte;

Compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Saleh, M.W. Scholte en O. Nijhuis, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 mei 2021 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.