Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2021:124

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20-05-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
SXM2019H00040
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

herstel datum uitspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2021

Registratienummers:

A.R. 2016/68 - SXM201600370 - SXM2019H00040

Uitspraak: 20 mei 2021

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

HERSTELVONNIS

in de zaak:

[Appellante],

wonende te Sint Maarten,

hierna te noemen: [Appellante],

in eerste aanleg eiseres in conventie en verweerster in reconventie, thans appellante,

gemachtigde: mr. M. Hoeve,

tegen

1 wijlen[Geïntimeerde],

bij leven wonende te Sint Maarten,

hierna te noemen: [Geïntimeerde],

in eerste aanleg gedaagde in conventie en eiser in reconventie, thans geïntimeerde,

gemachtigde: E.I. Maduro

2. ALLE PERSONEN DIE VERBLIJVEN OP HET PERCEEL GELEGEN TE COLEBAY, omschreven in de meetbrieven nrs 124/1998 en 203/1998 ten name van wijlen [Naam 1],

in eerste aanleg gedaagden in conventie en eisers in reconventie, thans geïntimeerden,

niet verschenen.

De percelen grond in het district te Colebay met meetbriefnummer 124/1998, groot 466 m², met meetbriefnummer 203/1998, groot 277 m² en met meetbriefnummer 191/2011, groot 21 m² zullen hierna samen ook worden aangeduid als: ‘de percelen’.

Afzonderlijk zullen zij worden aangeduid als ‘het perceel’ gevolgd door het desbetreffende meetbriefnummer.

1. Het verzoek tot verbetering

1.1.

Bij e-mailbericht van 23 april 2021 heeft mr. Hoeve het Hof gewezen op een misslag in het dictum van het tussen partijen gewezen vonnis van 23 april 2021, in die zin dat achter het tweede aandachtsstreepje ‘meetbrief 124/1998’ moet worden vervangen door: meetbrief 203/1998.

1.2.

Op dezelfde dag heeft de heer Maduro per e-mail medegedeeld geen bezwaar tegen de verzochte verbetering te hebben.

1.3.

Op 28 april 2021 is een herstelvonnis uitgesproken.

1.4.

Per e-mail van 28 april 2021 heeft mr. Hoeve het Hof erop gewezen dat in het herstelvonnis van 28 april 2021 meerdere keren wordt verwezen naar het tussen partijen gewezen vonnis van 26 maart 2021. Het te verbeteren Hof vonnis was echter uitgesproken op 23 april 2021 en mr. Hoeve verzoekt het Hof deze fout te verbeteren.

1.5.

Op 5 mei 2021 heeft de heer Maduro per e-mail medegedeeld geen bezwaar tegen de verzochte verbetering te hebben.

1.6.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

Het Hof is van oordeel dat in het vonnis van 28 april 2021 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent als bedoeld in artikel 66 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzoek tot verbetering van het vonnis is derhalve toewijsbaar en het Hof zal het vonnis verbeteren zoals hieronder is bepaald.

3 De beslissing

Het Hof:

- bepaalt dat waar in het herstelvonnis van 28 april 2021 geschreven staat:
26 maart 2021, (in rechtsoverweging 1.1, de beoordeling in rechtsoverweging 2 en in het dictum (achter het eerste, het tweede en het vierde gedachtestreepje), die datum moet worden vervangen door: 23 april 2021;

- bepaalt dat deze verbetering op de minuut van het vonnis van 28 april 2021 wordt vermeld, met een verwijzing naar het onderhavige herstelvonnis;

- bepaalt dat de griffie van het Hof een afschrift van het aldus gerectificeerde vonnis zal verstrekken aan partijen;

- gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet al hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 28 april 2021 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van het Hof te retourneren.

Dit herstelvonnis is gewezen door mrs. F.W.J. Meijer, O. Nijhuis en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 20 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.