Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2020:330

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
03-12-2020
Datum publicatie
16-11-2021
Zaaknummer
H 4/20, 100.00491/19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie in Sint Maarten. Straftoemeting in hoger beroep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: H-4/20

Parketnummer: 100.00491/19

Uitspraak: 3 december 2020 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 8 januari 2020 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen, waarvan 243 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaren, waaraan verbonden bijzondere voorwaarden. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen.

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. R.H. den Haan, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.R. Bommel, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de straf en – in zoverre opnieuw recht doende – de verdachte zal veroordelen tot gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaren, waaraan verbonden bijzondere voorwaarden.

De raadsvrouw heeft een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het vonnis niet voldoet aan het bepaalde in artikel 402, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) nu in het vonnis is volstaan met een enkele opsomming van de bewijsmiddelen en niet ook met een weergave van de inhoud daarvan. Dit leidt gelet op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad ten aanzien van artikel 402, achtste lid, Sv tot nietigheid. Voorts kan het Hof zich niet verenigen met de kwalificatiebeslissing en de aan de verdachte opgelegde straf en de motivering daarvan.

Tenlastelegging

De verdachte wordt tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 11 september 2019 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (1) vuurwapen, in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten: een "GLOCK", model"26" van het kaliber "9X19", en/ of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten negen (9) scherpe patronen voorzien van bodemstempel: "N FC R 9MM LUGER", voorhanden heeft gehad.

Formele voorvragen

Het Hof stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 11 september 2019 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (1) vuurwapen, in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten: een "GLOCK", mode l"26" van het kaliber "9X19", en/ of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten negen (9) scherpe patronen voorzien van bodemstempel: "N FC R 9MM LUGER", voorhanden heeft gehad.

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit vonnis.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 3 en 11 van de Vuurwapenverordening Het wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van een in artikel 3 van de Vuurwapenverordening gegeven verbod, strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting, onder meer uit het reclasseringsrapport van 11 december 2019, naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onbevoegd voorhanden hebben van een geladen vuurwapen in een auto. Een dergelijk feit veroorzaakt gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de kleinschalige samenleving van Sint Maarten waar vuurwapenbezit niet zelden tot schietincidenten leidt met ernstige afloop. Tegen dit bezit dient daarom streng te worden opgetreden.

Het Hof rekent de verdachte zijn handelen dan ook zwaar aan en is gelet op de aard en ernst van het bewezen verklaarde van oordeel dat slechts een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt, als passende straf in aanmerking komt.

Het Hof zoekt aansluiting bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt bij een first offender – zoals de verdachte - voor het bezit van een geladen vuurwapen in een auto als indicatie een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren gegeven. Het Hof ziet noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, aanleiding om in strafmatigende zin af te wijken van het oriëntatiepunt. Ook hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd omtrent de persoon van de verdachte en diens persoonlijke omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel. Teneinde te voorkomen dat de verdachte zich in de toekomst wederom schuldig zal maken aan een (soortgelijk) strafbaar feit zal het Hof het advies van de reclassering, zoals opgenomen in voornoemd rapport, inhoudende het verbinden van bijzondere voorwaarden aan een op te leggen voorwaardelijke gevangenisstraf overnemen en op een onderdeel aanvullen.

Het Hof is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat de door de procureur-generaal gevorderde straf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn in beslag genomen en nog niet teruggegeven de navolgende voorwerpen:

- een wapen "GLOCK", model "26" van het kaliber "9X19";

- 9 scherpe patronen voorzien van bodemstempel: "N FC R 9MM LUGER".

Voornoemde voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit van de voorwerpen is in strijd met de wet. Het Hof zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:22, 1:74, 1:75 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht en doet opnieuw recht;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat:

- de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Justitiële Inrichtingen Bovenwinden Sint Maarten;

- dat de verdachte zich uiterlijk binnen twee dagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij de reclassering, Emmaplein 1 te Sint Maarten, en zich gedurende de proeftijd blijft melden bij deze instelling, zulks zolang de Reclassering dat noodzakelijk acht;

geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een wapen "GLOCK", model"26" van het kaliber "9X19";

- 9 scherpe patronen voorzien van bodemstempel: "N FC R 9MM LUGER".

Dit vonnis is gewezen door mrs. A.J.M. van Gink, M.C.B. Hubben en S.A. Carmelia, leden van het Hof, bijgestaan door mr. M. Witteman, (zittings)griffier, en op 3 december 2020 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao.

mrs. A.J.M. van Gink en M.C.B. Hubben, de griffier mr. M. Witteman en de uitspraakgriffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.