Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2020:322

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
03-12-2020
Datum publicatie
12-08-2021
Zaaknummer
100.00124/20 H-72/2020
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Opzettelijk gebruikmaken van een vals rijbewijs, bewijsoverweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: H-72/2020

Parketnummer: 100.00124/20

Uitspraak: 3 december 2020 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 4 juni 2020 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],

adres: [adres] te [woonplaats].

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het ten laste gelegde vrijgesproken.

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal,

mr. R.H. den Haan, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman,

mr. M.K.A. Hart, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

De raadsman heeft bepleit dat het vonnis waarvan beroep door het Hof wordt bevestigd.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot een andere beslissing komt.

De (lezing van de) tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 februari 2020 te Sint Maarten,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste geschrift, te weten een rijbewijs van het land Sint Maarten voorzien van nummer [rijbewijsnummer], in naam van [verdachte],

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als

ware dat geschrift echt en onvervalst en/of opzettelijk zodanig geschrift heeft

afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dat geschrift bestemd was voor zodanig gebruik,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, voornoemd rijbewijs ter controle/ identificatie heeft getoond/afgegeven aan een verbalisant tewerkgesteld bij het Korps Politie Sint Maarten, en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- Ondanks UV-verlichting het document niet de echtheidskenmerken vertoont;

- De naam "courthouse" niet op het rijbewijs staat vermeld;

- Een klok en een afbeelding van een ananas (behorende tot de echtheidskenmerken van het rijbewijs van Sint Maarten), ontbreken;

- Het lettertype (Font) niet gelijk is met hetgeen dat is afgegeven door dienst Burgerzaken, en de kleur van het document niet overeenkomt met een origineel rijbewijs;

- Het rijbewijs nummer [rijbewijsnummer] niet voor komt in het register rijbewijzen;

- Er geen rijbewijs is afgegeven door Burgerzaken aan hem, verdachte, van 1 januari 2012 tot heden.

In het licht van het zich bij de stukken in het dossier bevindende rapport van Census van 25 februari 2020, opgemaakt door [naam hoofd frontoffice bij de Dienst Burgerzaken], sectie hoofd frontoffice bij de Dienst Burgerzaken, begrijpt het Hof de tenlastelegging aldus, dat de steller daarvan bij het laatste gedachtestreepje met “heden” de datum van dat rapport heeft bedoeld, te weten 25 februari 2020. De verdachte wordt met deze verbeterde lezing niet in zijn verdediging geschaad.

Bewezenverklaring

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 24 februari 2020 te Sint Maarten,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals of vervalste geschrift, te weten een rijbewijs van het Land Sint Maarten voorzien van nummer [rijbewijsnummer], in naam van [verdachte],

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dat geschrift echt en onvervalst en/of opzettelijk zodanig geschrift heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dat geschrift bestemd was voor zodanig gebruik, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, voornoemd rijbewijs ter controle/ identificatie heeft getoond/afgegeven aan een verbalisant tewerkgesteld bij het Korps Politie Sint Maarten, en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- ondanks UV-verlichting het document niet de echtheidskenmerken vertoont;

- de naam "courthouse" niet op het rijbewijs staat vermeld;

- een klok en een afbeelding van een ananas (behorende tot de echtheidskenmerken van het rijbewijs van Sint Maarten), ontbreken;

- het lettertype (Font) niet gelijk is met hetgeen dat is afgegeven door dienst Burgerzaken, en de kleur van het document niet overeenkomt met een origineel rijbewijs;

- het rijbewijs nummer [rijbewijsnummer] niet voorkomt in het register rijbewijzen;

- er geen rijbewijs is afgegeven door Burgerzaken aan hem, verdachte, van 1 januari 2012 tot 25 februari 2020.

Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Indien tegen dit verkorte vonnis beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het Hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Bespreking van een bewijsverweer

Niet ter discussie staat dat het op 24 januari 2020 door de verdachte bij een controle afgegeven rijbewijs vals was. De raadsman heeft echter aangevoerd dat de verdachte dat niet wist en ook niet kon weten, omdat de verdachte het rijbewijs op de gebruikelijke wijze heeft aangevraagd en verkregen. De verdachte dient daarom volgens de raadsman van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Het Hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij geen rijlessen heeft gevolgd, geen praktijkexamen heeft afgelegd, en wel een bedrag van 400 dollar heeft betaald en het rijbewijs op de parkeerplaats van het gebouw van Census in ontvangst heeft genomen.

Het Hof is van oordeel dat van algemene bekendheid is dat een rijbewijs pas wordt afgegeven na een met succes afgelegd examen (zowel een theorie- als een praktijkexamen) en dat dergelijke officiële documenten alleen door daartoe bevoegde instanties worden uitgereikt.

De wijze waarop de verdachte volgens zijn verklaring het rijbewijs heeft verkregen, te weten van zijn rijinstructeur op een parkeerplaats nadat hij alleen wat vragen had beantwoord over verkeersborden strookt daar in het geheel niet mee. Het kan daarom niet anders zijn dan dat de verdachte wist dat het rijbewijs niet door het bevoegde gezag was afgegeven en dus vals was. Het verweer faalt.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:184, tweede lid, juncto artikel 1:185, eerste lid sub f, van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

opzettelijk gebruikmaken en voorhanden hebben van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 2:184, tweede lid, juncto artikel 2:185, eerste lid sub f, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft gebruik gemaakt van een rijbewijs waarvan hij wist dat dat vals was. Hierdoor heeft de verdachte het vertrouwen geschaad dat in dergelijke officiële documenten moet kunnen worden gesteld. Voorts geldt dat met een rijbewijs niet alleen kan worden aangetoond dat iemand geschikt, bekwaam en bevoegd is om motorrijtuigen te besturen, maar ook dat rijbewijzen vaak ter legitimatie worden gebruikt en met valse rijbewijzen dus kan worden gefraudeerd.

Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Hof is, na een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat de door de procureur-generaal gevorderde straf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht en doet opnieuw recht;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 2 (twee) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mrs. A.J.M. van Gink, W.J. Geurts-de Veld en R. Veldhuisen, leden van het Hof, bijgestaan door mr. A.F. van der Heide (zittings)griffier, en op 3 december 2020 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten.

De uitspraakgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.