Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2020:289

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
21-12-2020
Zaaknummer
EUX2018H00007
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding – afstemmingsregel

Formele relatie: EUX201800063

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2020

Registratienummers: EUX201800063 - EUX2018H00007

Uitspraak: 11 december 2020

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curacao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

VONNIS

IN KORT GEDING

in de zaak van:

1 [Appellant 1],

2. [ [Appellante 2],

2. [ [Appellant 3],

2. [ [Appellant 4],

2. [ [Appellant 5],

2. [ de vereniging PROGRESSIVE LABOR PARTY OF SINT EUSTATIUS,

wonend dan wel gevestigd in Sint Eustatius,

oorspronkelijk eisers,

thans appellanten,

procederend in persoon,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),

met zetel in Den Haag (Nederland),

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimideerde,

gemachtigden: mrs. C.R. Rutte en J.W.H. van Wijk.

De partijen worden hierna [Appellant c.s.] en de Staat genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Voor het verloop tot dan toe verwijst het Hof naar zijn tussenvonnissen van 17 mei 2019 en 17 januari 2020.

1.2.

Op 14 februari 2020 heeft de Staat een akte, met producties, genomen.

1.3.

Op 6 april 2020 hebben [Appellant c.s.] een akte, met producties, genomen.

1.4.

Vonnis is bepaald op heden.

2 Beoordeling

2.1.

Het vonnis van het Gerecht in de bodemzaak van 22 oktober 2019 (EUX201800049) is door partijen overgelegd.

2.2.

Het Hof heeft kennis genomen van dat vonnis. [Appellant c.s.] hebben in de bodemzaak geen relevant andere vorderingen ingesteld dan in het onderhavige kort geding.

2.3.

Het vonnis van de bodemrechter, waarin de vorderingen evenals in dit kort geding zijn afgewezen, berust niet klaarblijkelijk op een misslag. Ook is de kort gedingzaak niet dermate spoedeisend dat de beslissing op een tegen dat vonnis aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht. Er is evenmin sprake van een zodanige wijziging van omstandigheden dat moet worden aangenomen dat de bodemrechter, ingeval hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen.

2.4.

Uit het voorgaande volgt dat het Hof in dit kort geding toepassing moet geven aan de afstemmingsregel, waarvoor verwezen wordt naar het tussenvonnis van 17 januari 2020. Het bestreden kort gedingvonnis moet worden bevestigd. [Appellant c.s.] dienen de kosten van het hoger beroep te dragen.

3 Beslissing

Het Hof:

- bevestigt het bestreden kort gedingvonnis;

- veroordeelt [Appellant c.s.] hoofdelijk in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van de Staat gevallen en tot op heden begroot op NAf 6.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf 1.365,- aan verschotten;

- bepaalt dat over het bedrag van de proceskostenveroordeling de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de dag van de uitspraak van dit vonnis in hoger beroep;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. M.W. Scholte, F.W.J. Meijer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 11 december 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.