Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2020:253

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
12-11-2020
Datum publicatie
18-11-2020
Zaaknummer
CUR2020H00348
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verlenging van de eerder bij uitspraak van 27 juli 2020, zaak nr. CUR2020H00218 getroffen voorlopige voorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

CUR2020H00348

Datum uitspraak: 12 november 2020

gemeenschappelijk hof van jusTitie

van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening hangende het hoger beroep van:

  1. De besloten vennootschap Joyfields International B.V.,

  2. De naamloze vennootschap RHM Management and Investment Company N.V., en

  3. De besloten vennootschap Continual B.V.,

allen gevestigd in Curaçao,

verzoeksters,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 12 november 2018, in zaak nr. CUR201702232 t/m -2236 en
-2272 in het geding tussen onder meer:

verzoeksters

en

de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: CBCS).

Procesverloop


Bij onderscheiden beschikkingen van 2 mei 2017 heeft CBCS verzoeksters meegedeeld dat vanaf 5 mei 2017 in de Provisions on the Disclosure of Pricing Information on Consumer Credit (de APR Provisions) voor consumentenkrediet een maximum Annual Percentage Rate (APR) zal worden opgenomen en dat vanaf die datum, met een overgangsperiode van twee maanden, een maximum APR van 27% geldt.

Bij onderscheiden beschikkingen van 28 september 2017 heeft CBCS de daartegen door verzoeksters gemaakte bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 12 november 2018 heeft het Gerecht de daartegen door verzoeksters ingestelde beroepen gegrond verklaard, de bestreden beschikkingen vernietigd en bepaald dat CBCS nieuwe inhoudelijke beslissingen op de bezwaarschriften van verzoeksters moet nemen.

Tegen deze uitspraak hebben verzoeksters hoger beroep ingesteld.

Bij onderscheiden beschikkingen van 17 juni 2020 heeft CBCS de door verzoeksters tegen de beschikkingen van 2 mei 2017 ingediende bezwaren ongegrond verklaard.

Verzoeksters hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 27 juli 2020, zaak nr. CUR2020H00218, heeft de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de ten aanzien van verzoeksters genomen beschikkingen van 2 mei 2017 en 17 juni 2020 worden geschorst en verzoeksters niet gebonden zijn aan een maximum APR van 27% bij het verlenen van nieuwe consumentenkredieten, tot twee weken na de dag waarop het verzoek om voorlopige voorziening ter zitting wordt behandeld.

Bij uitspraak van 2 september 2020, zaak nr. CUR2020H00266, heeft de voorzitter de getroffen voorlopige voorziening verlengd tot zes weken na 7 oktober 2020.

Overwegingen

De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

Het Hof heeft het hoger beroep behandeld ter (nadere) zitting van 7 oktober 2020. Inmiddels is gebleken dat het Hof niet op 18 november 2020 (zes weken na 7 oktober 2020) uitspraak zal kunnen doen.

De voorzitter ziet hierin aanleiding de getroffen voorlopige voorziening opnieuw te verlengen. De voorzitter zal aan de verlenging geen termijn verbinden. Gelet op artikel 91 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) betekent dit – behoudens eventuele toepassing door het Hof van artikel 50, zevende lid, van de Lar – dat de voorlopige voorziening vervalt zodra het Hof op het hoger beroep uitspraak heeft gedaan.

Beslissing

De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:


verlengt de bij uitspraak van de voorzitter van 27 juni 2020 in zaak nr. CUR2020H00218 getroffen voorlopige voorziening.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Donner-Haan, griffier.

w.g. Van Ettekoven
voorzitter

w.g. Donner-Haan

griffier

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2020