Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2020:222

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
AUA2019H00104
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen procesbelang (meer) in hoger beroep, nu de minister alsnog heeft beslist op het bezwaar van appellante.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

AUA2019H00104

Datum uitspraak: 24 september 2020

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], gevestigd te Aruba

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 20 mei 2019 in zaak nr. AUA201900254, in het geding tussen:

appellante

en

de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie (hierna: de minister).

Procesverloop

Bij beschikking van 1 juni 2018 heeft de minister een aan appellante verleende vergunning onder voorwaarden voor het in Urirama oprichten van een windmolenpark met 8 windturbines van 3.3. megawatt ingetrokken.

Op 11 juli 2018 heeft appellante daartegen bezwaar gemaakt.

Op 24 januari 2019 heeft appellante beroep ingesteld tegen het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het door haar gemaakte bezwaar (fictieve afwijzing).

Bij uitspraak van 20 mei 2019 heeft het Gerecht het beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen

1. Bij brief van 7 augustus 2020 heeft de minister het Hof te kennen

gegeven dat hij bij beschikking van 26 juni 2020 alsnog heeft beslist op het door appellante gemaakte bezwaar. Daarbij heeft de minister dat bezwaar primair niet-ontvankelijk en subsidiair ongegrond verklaard. Appellante heeft tegen die beschikking beroep ingesteld bij het Gerecht.

Gelet op het voorgaande, is het Hof van oordeel dat appellante geen (proces)belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van de fictieve afwijzing van haar bezwaar.

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

3. De minister dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

4.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

veroordeelt de minister van Justitie tot vergoeding van bij appellante in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten ten bedrage van NA f 1.400,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

gelast dat de minister van Justitie aan appellante het door haar voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van NA f 100,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Saleh, voorzitter, en mr. J.E.M. Polak en mr. B.J. van Ettekoven, leden, in tegenwoordigheid van

mr. D. Meyer-de Beer, griffier.

w.g. Saleh

w.g. Meyer-de Beer

Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2020