Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2020:220

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
15-09-2020
Datum publicatie
30-09-2020
Zaaknummer
CUR2018H00329
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

grondhuur geen waardevergoeding opstal aan nieuwe eigenaar grond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2020 Vonnis no.:

Registratienummer: CUR201602194 – CUR2018H00329

Uitspraak: 15 september 2020

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

[Appellante],

wonende in Curaçao,

oorspronkelijk eiseres,

thans appellante,

gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer,

tegen

[GEȈINTIMEERDE],

wonende in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. M.A. Koendjibiharie.

De partijen worden hierna [Appellante] en [Geïntimeerde] genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1

Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnis van 14 januari 2020. Bij dat vonnis heeft het Hof [Appellante] toelating verleend om in hoger beroep kosteloos te procederen en heeft het de zaak verwezen naar de rol van dinsdag 11 februari 2020 om 8.30 uur voor gelijktijdige akte uitlating, onder aanhouding van iedere verdere beslissing.

1.2

Op de rol van 7 juli 2020 hebben partijen ieder een akte genomen.

1.3

Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.

2 De verdere beoordeling

2.1

In het tussenvonnis is de zaak naar de rol verwezen teneinde partijen de gelegenheid te geven om - aan de hand van enkele (voorlopige) oordelen en andere wenken - te proberen de zaak onderling te regelen en daarvan bij akte verslag te doen. Uit de gewisselde aktes blijkt dat partijen niet tot een vergelijk zijn gekomen. Het Hof zal daarom thans beslissen als volgt.

2.2

De vordering die strekt tot de veroordeling van [Geïntimeerde] om aan [Appellante] een waardevergoeding te betalen is niet toewijsbaar.

Voor zover deze vordering is gebaseerd op gerechtvaardigde verrijking geldt als bezwaar dat [Appellante] ook voorafgaand aan de transactie tussen Sans Souci en [Geïntimeerde] geen juridische eigenaar van het huis was. Haar positie - als rechtsopvolger van haar moeder - ontleende zij aan de grondhuur. Voor zover de aan die positie te ontlenen rechten (zoals een aanspraak op waardevergoeding) in 2011 nog bestonden - er werd immers al jaren geen huur meer betaald - zijn deze door de verkoop aan [Geïntimeerde] niet verloren gegaan, maar dient [Geïntimeerde] deze in beginsel te respecteren. [Appellante] moet dan wel weer huur gaan betalen. Aldus bezien is [Appellante] niet verarmd en is [Geïntimeerde]. niet ten koste van [Appellante] verrijkt. De inmiddels gevestigde hypotheek zou misschien nog als een verarming kunnen worden gezien, maar daarop is geen beroep gedaan; bovendien ontbreekt een verrijking bij [Geïntimeerde], althans kan deze verrijking - zeker zonder nadere gegevens die bij afwezigheid van enig debat niet voor handen zijn - niet op een bepaald bedrag - worden bepaald of geschat, en al helemaal niet op de gevorderde NAf 70.000,-.

Los daarvan geldt dat [Geïntimeerde] (in eerste aanleg met succes) heeft betwist dat een eventuele verrijking niet ongerechtvaardigd is omdat [Appellante] van de aankoop op de hoogte was en daarmee heeft ingestemd. Het bewijs dat het anders ligt dient in beginsel van [Appellante] te komen. Zij heeft dat bewijs echter met de schriftelijke verklaring van haar zuster nog niet geleverd en een toereikend aanvullend bewijsaanbod ontbreekt.

Voor een vergoeding uit hoofde van de grondhuur - op grondslag van de redelijkheid en billijkheid - is op dit moment geen plaats, reeds omdat de huur, althans het gebruik, nog loopt en [Appellante] bovendien (al geruime tijd) geen huur heeft betaald.

2.3

Andere grondslagen voor de vordering zijn niet (voldoende feitelijk gemotiveerd en uitgewerkt) gesteld en voor het treffen van enige andersoortige voorziening ziet het Hof geen ruimte en (mede gelet op rov. 2.4) overigens ook geen aanleiding. De precieze gang van zaken bij de verkoop, de mate waarin partijen aan de verbouwing hebben bijgedragen, alsmede de antwoorden op de vragen die [Appellante] in haar laatste akte heeft opgeworpen, kunnen verder in het midden blijven.

2.4

Het vorenstaande onderstreept eens te meer dat het van groot belang is dat [Appellante] weer inhoud gaat geven aan de huurrelatie door het betalen van huur voor het perceel. Op die manier is niet alleen, zoals in het tussenvonnis al is overwogen, gewaarborgd dat zij bescherming geniet tegen pogingen van [Geïntimeerde] om haar te ontruimen en tegen (de gevolgen van) verhaalsacties door de hypotheekhouder, maar is ook een belangrijke stap gezet op weg naar het behoud of het herstel van de positie die de grondhuurder heeft tegenover de grondeigenaar. In dat geval, vanuit die positie, zou [Appellante] kunnen eisen dat zij het huis (met de vrijwillige of afgedwongen medewerking van de grondeigenaar [Geïntimeerde]) verkoopt of overdraagt aan een derde, bijvoorbeeld aan haar dochter(s).

2.5

Ten slotte benadrukt het Hof nogmaals dat [Geïntimeerde] tegenover [Appellante] is gehouden zorg te dragen voor correcte nakoming van zijn hypothecaire (aflossings)verplichtingen.

2.6

De slotsom is dat het hoger beroep faalt en dat het bestreden vonnis moet worden bevestigd. Gelet op de verhouding waarin partijen als gewezen levensgezellen en als ouders van twee dochters tot elkaar staan, zullen de kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep, aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, F.W.J. Meijer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 15 september 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.