Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2018:88

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20-03-2018
Datum publicatie
13-06-2018
Zaaknummer
AR 73415/15 - H 77/17
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curaçao. Aandelenoverdracht toerwagenbedrijf. Bewijswaardering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2018 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 73415/15 - H 77/17

Uitspraak: 20 maart 2018

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

[APPELLANTE],

wonende in Curaçao,

oorspronkelijk eiseres,

thans appellante,

gemachtigde: mr. O.E. Kostrzewski,

tegen

de naamloze vennootschappen

1. CURAÇAO TROPICAL TOURS N.V.,

2. GEOSCARS N.V.,

beide gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagden,

thans geïntimeerden,

gemachtigde: mr. M.F. Bonapart.

De partijen worden hierna [appelante], Tropical Tours en Geoscars genoemd. Tropical Tours en Geoscars worden gezamenlijk Tropical Tours c.s. genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 8 maart 2017 is [appelante] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 30 januari 2017 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: GEA).

1.2

Bij op 18 april 2017 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appelante] zes grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en haar in eerste aanleg gewijzigde vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Tropical Tours c.s. in de proceskosten in beide instanties.

1.3

Bij memorie van antwoord hebben Tropical Tours c.s. de grieven bestreden. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appelante] in de proceskosten in hoger beroep.

1.4

Op 24 oktober 2017 hebben partijen pleitnotities overgelegd. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Tussen partijen staat het volgende vast.

2.1.1

Tropical Tours drijft een onderneming die touring cars exploiteert.

Zij beschikt over vergunningen die daarvoor nodig zijn (toerwagenvergunningen).

2.1.2

Op 15 december 2014 is [betrokkene 1] overleden. Kort voor haar overlijden hield zij alle aandelen in Tropical Tours. [appelante] is haar dochter en enig erfgename.

2.2

In deze bodemzaak heeft [appelante] bij inleidend verzoekschrift van

29 april 2015 gevorderd, verkort weergegeven:

a. vernietiging, nietigverklaring of ontbinding van de (gestelde) overeenkomst waarbij [betrokkene 1] de aandelen in Tropical Tours heeft verkocht aan Geoscars;

b. vernietiging of nietigverklaring van het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van Tropical Tours van 1 oktober 2014 tot goedkeuring van de verkoop van de aandelen, en vernietiging of nietigverklaring van de overdracht van die aandelen;

c. verklaring voor recht dat [appelante] enig aandeelhouder is van Tropical Tours.

2.3

Op 8 juli 2015 (dus nadat deze bodemzaak aanhangig was gemaakt) hebben Tropical Tours c.s. een kort geding tegen [appelante] aangespannen en gesteld dat [betrokkene 1] vóór haar overlijden de aandelen in Tropical Tours heeft verkocht aan Geoscars. Het GEA heeft dit voorshands aannemelijk geacht en bij kortgedingvonnis van 28 augustus 2015 (KG 74545/2015; het eerste kortgedingvonnis) [appelante] bevolen mee te werken aan de overdracht van de aandelen. Dat bevel is uitgevoerd. Bij vonnis van 8 december 2015 heeft het Hof het kortgedingvonnis bevestigd.

2.4

Op 23 oktober 2015 hebben Tropical Tours c.s.een tweede kort geding tegen [appellante] aangespannen. Dit heeft ertoe geleid dat het GEA bij kortgedingvonnis van 25 november 2015 (KG 76234/2015) Tropical Tours c.s. heeft gemachtigd bedrijfsmiddelen van Tropical Tours in bezit te nemen en [appelante] heeft bevolen de bedrijfsruimten van Tropical Tours te ontruimen.

2.5

In de onderhavige bodemzaak heeft GEA bij vonnis van 7 december 2015 Tropical Tours c.s. opgedragen te bewijzen, verkort weergegeven, dat de gestelde koopovereenkomst tot stand is gekomen, dat daarbij is overeengekomen dat Geoscars de koopsom zou voldoen door betaling van schulden van Tropical Tours en dat Geoscars die verplichting is nagekomen.

2.6

Op 6 april 2016 en 26 april 2016 heeft het GEA getuigen gehoord.

2.7

Bij akte van 1 juni 2016 heeft [appelante] haar eis hergeformuleerd en in wezen vermeerderd met de vorderingen, verkort weergegeven, dat de ingevolge het eerste kortgedingvonnis plaatsgevonden aandelenoverdracht nietig wordt verklaard of wordt vernietigd of dat teruglevering van de aandelen wordt bevolen, en dat Tropical Tours c.s. worden veroordeeld tot betaling van advocaat- en proceskosten die [appelante] in verband met beide kort gedingen heeft gemaakt.

2.8

Bij eindvonnis van 30 januari 2017 in de onderhavige zaak heeft het GEA de vorderingen van [appelante] afgewezen. Het GEA heeft daartoe geoordeeld dat Tropical Tours c.s. geslaagd zijn in de bewijsopdrachten. Voorts heeft het GEA overwogen dat er onvoldoende steun is voor de stelling van [appelante] dat er bij het aangaan van de overeenkomst sprake was van een wilsgebrek aan de zijde van [betrokkene 1] of dat zij toen niet compos mentis was. Hiertegen is het hoger beroep gericht.

2.9

De grieven 1 tot en met 3 zien op de bewijswaardering. Het Hof verenigt zich met de bewijswaardering waartoe het GEA is gekomen en met de motivering die het GEA daarvoor heeft gegeven. Anders dan de grieven betogen, is het GEA niet voorbijgegaan aan de argumenten van [appelante], maar heeft het die gemotiveerd en op goede gronden verworpen.

Opmerking verdient dat met de overeengekomen koopsom van NAf 50.000,00 niet op enig aan [betrokkene 1] te betalen bedrag wordt gedoeld, maar op de afspraak dat Geoscars als tegenprestatie voor de aandelen tot een bedrag van (in elk geval) NAf 50.000,00 aan schulden van Tropical Tours zou betalen om zo, naar getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard, mede ten behoeve van de huisvesting van [betrokkene 1] en het voortbestaan van de door haar opgerichte onderneming, een faillissement van Tropical Tours te voorkomen. In die zin werd niet slechts de verkochte onderneming gebaat, maar ook [betrokkene 1] als verkoopster.

2.10

Grief 4 klaagt over de verwerping van het standpunt van [appellante] dat de koopovereenkomst nietig of vernietigbaar is. Ook deze verwerping is echter gemotiveerd en op goede gronden geschied. Ook op het argument van [appellante] dat de koopovereenkomst nadelig voor [betrokkene 1] was, is het GEA ingegaan. Het Hof onderschrijft ook dit oordeel van het GEA. Voldoende is gebleken dat Tropical Tours zich in zwaar weer bevond en dat [betrokkene 1] daar een oplossing voor zocht. Kennelijk heeft zij het aangaan van deze overeenkomst gezien als een oplossing, mede met het oog op het behoud van de woonruimte die was gelegen op grond die Tropical Tours in erfpacht had.

Het voorgaande wordt niet anders door het feit dat [betrokkene 1] kennelijk niet veel later spijt van de transactie heeft gekregen en doordat Geoscars mogelijk niet alle gewekte verwachtingen heeft waargemaakt en het haar wellicht alleen om de voertuigen en de vergunningen te doen is geweest. Voor zover [appellante] zich (ook in appel) beroept op ontbinding – in rechte en/of bij brief van haar gemachtigde van 11 augustus 2015 – is deze vordering onvoldoende onderbouwd, in het bijzonder ook waar het gaat om het vereiste verzuim.

2.11

De grieven 5 en 6 falen bij gebrek aan zelfstandig belang.

2.12

Het vonnis waarvan beroep dient te worden bevestigd. [appelante] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt [appelante] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Tropical Tours c.s. gevallen en tot op heden begroot op NAf 342,26 aan verschotten en NAf 6.000,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, M.W. Scholte en F.W.J. Meijer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 20 maart 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.