Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2018:278

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20-11-2018
Datum publicatie
11-06-2019
Zaaknummer
EJ2296/14 – Ghis 76879 – H 406/15, AUA201400042, AUA201400443, AUA201400444 en AUA2018H00046
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

erkenning en naam minderjarige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2018 Beschikking no.:

Registratienummers: EJ2296/14 – Ghis 76879 – H 406/15

AUA201400042, AUA201400443, en AUA201400444 - AUA 2018H00046

Uitspraak: 20 november 2018

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

B E S C H I K K I N G

in de zaak van:

[APPELLANTE],

wonende in Aruba,

oorspronkelijk verweerster,

thans appellante,

gemachtigde: mr. L.J. Pieters,

tegen

[GEÏNTIMEERDE],

wonende in Aruba,

oorspronkelijk verzoeker,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. J.A.R. Bryson.

Partijen worden hierna de vader en de moeder genoemd. Partijen zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] geboortejaar te Aruba (hierna: [minderjarige] of ook: de minderjarige).

1 Het verloop van de procedure na cassatie en verwijzing

1.1

Voor de procedure tot 13 oktober 2017 verwijst het Hof naar de op die datum uitgesproken beschikking die de Hoge Raad der Nederlanden (hierna: Hoge Raad) tussen partijen heeft gewezen. Bij die beschikking heeft de Hoge Raad de beschikking van het Hof van 24 mei 2016 vernietigd en het geding terug gewezen ter verdere behandeling en beslissing.

1.2

Op de rolzitting van 21 augustus 2018 hebben beide partijen een memorie na cassatie en verwijzing genomen.

1.3

Beschikking is gevraagd en nader bepaald op heden.

2 De beoordeling na cassatie en verwijzing

2.1

In dit stadium is nog slechts aan de orde het verzoek van de man om vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige op grond van artikel 1:204 lid 2 BWA. De moeder heeft bezwaren geuit tegen erkenning van de minderjarige door de vader omdat de minderjarige door de erkenning op grond van artikel 1:5 BWA de geslachtsnaam van de vader zal krijgen. De vrouw wenst dat de minderjarige haar geslachtsnaam zal behouden.

2.2

Het GEA heeft bij beschikking van 27 oktober 2015 de vervangende toestemming verleend en daarbij overwogen dat ingevolge artikel 1:5 lid 1 BWA de geslachtsnaam van de minderjarige na de erkenning die van de vader is.

2.3

Bij beschikking van 24 mei 2016 heeft het Hof de beschikking van het GEA bevestigd, met dien verstande dat ter gelegenheid van de erkenning door de vader, artikel 1:5 lid 1 BWA aldus buiten toepassing blijft dat het de minderjarige de geslachtsnaam van de moeder ([appellante]) behoudt.

2.4

De vader is van deze beschikking in cassatie gegaan. Bij beschikking van de Hoge Raad van 13 oktober 2017 is de beschikking van het Hof vernietigd en het geding terug gewezen naar het Hof voor verdere behandeling en beslissing.

2.5

Op voet van voormelde beschikking van de Hoge Raad dient na verwijzing overeenkomstig artikel 1:5b lid 1 BWA als vermeld in de nog niet ingevoerde Landsverordening van 23 september 2016, AB 2016, no. 51 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: artikel 1:5b lid 1 BWA) beoordeeld te worden welke geslachtsnaam in het belang van de minderjarige wenselijk is.

2.6

Artikel 1:5b lid 1 BWA bevat een regeling voor geschillen omtrent de naamskeuze en luidt:

“Een geschil tussen de ouders of toekomstige ouders over de naamskeuze kan op verzoek van beiden of één van hen aan de rechter in eerste aanleg worden voorgelegd. Deze beproeft, alvorens te beslissen, een vergelijk tussen hen. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt”.

2.7

Uit het artikel volgt dat alvorens te beslissen een vergelijk tussen de ouders dient te worden beproefd. Naar het oordeel van het Hof is dit in de procedure in voldoende mate geschied. Voorts is de verwachting gerechtvaardigd dat het (nader) beproeven van een vergelijk niet tot resultaat zal leiden. Beide partijen hebben na cassatie en verwijzing volhard in de keuze van de eigen geslachtsnaam als geslachtsnaam voor de minderjarige. Weliswaar heeft de vader nog subsidiair een dubbele naam voorgesteld, maar nu het dubbele naamstelsel is geschrapt uit het concept van voormelde Landsverordening, kan de man daarin niet worden gevolgd. Gelet daarop dient te worden overgegaan tot het nemen van een beslissing.

2.8

In de Memorie van Toelichting bij artikel 1:5b BWA (Staten van Aruba, Zittingsjaar 2013-2014-784, nr. 3, p. 6, DWJZ09/130) is vermeld:

"Het probleem is wel dat de wetgever de rechter geen goed criterium behalve het belang van het kind kan bieden als de ouders het niet eens zijn over de naamskeuze, maar dat doet zich ook wel voor in andere geschillen bedoeld in artikel 253a van Boek 1 BW. Soms zijn er bijzondere omstandigheden aanwezig, bijvoorbeeld de aanwezigheid in het gezin van kinderen uit een eerdere relatie met een bepaalde naam."

2.9 [

minderjarige] is het enige kind van de moeder. De moeder heeft, zo voert zij ten faveure van een keuze voor haar geslachtsnaam aan, het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige]. De hoofdverblijfplaats van [minderjarige] is bij de moeder, zij vormen samen een gezin. De moeder is degene die het grootste deel van de opvoeding en verzorging op zich neemt. Het is in het belang van [minderjarige] om dezelfde geslachtsnaam te hebben als de ouder waarmee ze in gezinsverband samenleeft. Partijen hebben nooit in een gezinsverband met de minderjarige geleefd. De relatie is geëindigd gedurende de zwangerschap. Indien de moeder meer kinderen krijgt, wil ze dat ook die de naam [appellante] dragen. Het in het belang van [naam minderjarige] om zich dan niet van het gezin uitgesloten te voelen als enige met een andere geslachtsnaam. De geslachtsnaam [appellante] maakt onderdeel van haar identiteit uit: [minderjarige] weet, ondanks haar jonge leeftijd, heel goed dat ze zo heet. Ook de omstandigheid dat de geslachtsnaam op Aruba vrij uniek is, vormt een reden voor behoud van deze geslachtsnaam, zo betoogt de moeder.

2.10 [

minderjarige] is ook het enige kind van vader. Hij voert aan dat de moeder, zonder inspraak van de vader, de voornaam en de achternaam van de minderjarige heeft bepaald. Omgang heeft de vader moeten afdwingen middels juridische procedures. De vader is zeer betrokken bij zijn dochter en draagt op eigen initiatief bij in haar kosten van opvoeding en levensonderhoud. Doordat [minderjarige] Marie bij de moeder woont, de moeder het gezag heeft en de minderjarige meer tijd doorbrengt met de moeder en haar familie, bestaat, ook zonder de geslachtsnaam van de moeder, geen twijfel over de familierechtelijke band met de moeder. Het is in het belang van [minderjarige] om zich via haar geslachtsnaam met haar vader en de overige familie [geïntimeerde] te kunnen associëren. In Aruba dragen alle erkende kinderen de geslachtsnaam van de vader. De [geïntimeerde] wordt op Aruba geassocieerd met prominente Arubanen die veel hebben betekend voor de Arubaanse cultuur en maatschappij in het algemeen, aldus de vader.

2.11

Het meest zwaarwegende belang van [minderjarige] Marie is dat zij een goede band heeft en (verder) ontwikkelt met zowel de moeder als de vader, en dat zij liefdevol zal worden grootgebracht, zo veel mogelijk in harmonie tussen haar beide ouders. Dat is goed mogelijk in het geval dat zij de geslachtsnaam van de moeder krijgt. Het is evenzeer goed mogelijk in het geval dat zij de geslachtsnaam van de vader krijgt. In beide gevallen zouden beide ouders zich zo veel mogelijk moeten richten op dat belang van [minderjarige].

2.12

Gelet op de jeugdige leeftijd van [n minderjarige] hecht het Hof weinig gewicht aan de omstandigheid dat zij thans de naam appellante] draagt. Het Hof acht niet aannemelijk, en zulks is ook niet gesteld, dat een wijziging van de geslachtsnaam tot verwarring bij [minderjarige] zou leiden of anderszins haar belang zal schaden.

2.13

Gelet op alle omstandigheden van dit concrete geval, in onderling verband en samenhang beschouwd, waaronder de omstandigheden dat de moeder het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] uitoefent, dat zij hoofdverblijf bij de moeder heeft en een gezin met haar vormt en dat de moeder thans het grootste deel van de opvoeding en verzorging van [naam minderjarige] op zich neemt, zal het Hof in dit geval in het voordeel van de moeder beslissen. Uit dit oordeel kan geen algemene regel of algemeen uitgangspunt worden afgeleid. Ieder geval moet op zijn eigen merites beoordeeld worden. Het Hof zal dus beslissen dat [minderjarige] de geslachtsnaam [appellante] behoudt.

2.14

Deze beschikking zal worden gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand ter verwerking in de registers van de burgerlijke stand.

2.15

Opmerking verdient nog dat [minderjarige] op de voet van art. 1:5e BW als vermeld in de hiervoor genoemde landsverordening vanaf de datum waarop zij meerderjarig wordt, gedurende vijf jaar haar geslachtsnaam zal kunnen wijzigen door een naamskeuze.

2.16

Gelet op de aard van de procedure zal het Hof de proceskosten compenseren.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

- bevestigt de bestreden beschikking waarvan beroep, met dien verstande dat ter gelegenheid van de erkenning door de vader, de minderjarige, op grond van artikel 1:5b lid 1 BWA, de geslachtsnaam van de moeder ([appellante]) behoudt;

- draagt de griffier van het Hof op om een afschrift van deze beschikking te verzenden naar de ambtenaar van de burgerlijke stand van Aruba;

- compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.W. Scholte, S.E. Sijsma en F.W.J. Meijer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 20 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.