Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2018:275

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
10-09-2018
Datum publicatie
06-06-2019
Zaaknummer
P-2017/03391 H-35/2018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

overval herkenning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: H-35/2018

Parketnummer: P-2017/03391

Uitspraak: 10 september 2018 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 19 december 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Aruba.

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder de feiten 1 primair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen en een vordering tot schadevergoeding van een benadeelde partij.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

De benadeelde partij Servicio di Impuesto is in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard in diens vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, zodat de vordering in hoger beroep niet meer aan de orde is.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. F.A.P.M. van Deutekom, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. V.A.V. Carlo, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Door en namens de verdachte is vrijspraak bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het Hof kan zich op onderdelen niet met het vonnis waarvan beroep verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het Hof het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 31 maart 2017 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zwarte tas met opschrift Departamento di Impuesto en/of een of meer ijzeren geldkistje(s) inhoudende een geldbedrag van ongeveer Afl. 13.718,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hulpbestuurskantoor Santa Cruz en/of het Departamento di Impuesto

althans het Land Aruba, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes medededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader(s):

- die [slachtoffer] met kracht op zijn rug tegen het achterportier van de auto heeft/hebben geduwd

- de van dienstwege verstrekte pistool van die [slachtoffer] uit het holster heeft/hebben geprobeerd te halen

- die [slachtoffer] twee keer op zijn hoofd heeft/hebben geslagen

- met die [slachtoffer] heeft geworsteld terwijI hij, verdachte en/of een van zijn mededader(s) een vuurwapen in zijn hand vasthield en een schot heeft/hebben afgelost; (artikel 2:291 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

hij op of omstreeks 31 maart 2017 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk zichzelf en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een zwarte tas met opschrift Departamento di Impuesto en/of een of meer ijzeren geldkistje(s) inhoudende een geldbedrag van ongeveer Afl. 13.718,-, in elk geval aan enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Hulpbestuurskantoor Santa Cruz en/of het Departamento di Impuesto althans het Land Aruba, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en verdachtes mededader, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader:

- die [slachtoffer] met kracht op zijn rug tegen het achterportier van de auto heeft/hebben geduwd

- de van dienstwege verstrekte pistool van die [slachtoffer] uit het holster heeft/hebben geprobeerd te halen

- die [slachtoffer] twee keer op zijn hoofd heeft/hebben geslagen

- met die [slachtoffer] heeft geworsteld terwijI hij, verdachte en/of een van zijn mededader(s) een vuurwapen in zijn hand vasthield en een schot heeft/hebben afgelost; (artikel 2:294 jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

2. dat hij, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen op 31 maart 2017 te Aruba een vuurwapen en/of munitie, als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft/hebben gehad; (artikel 3 van de Vuurwapenverordening jo artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)

Bewezenverklaring

Het Hof acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op of omstreeks 31 maart 2017 in Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zwarte tas met opschrift Departamento di Impuesto en/of een of meer ijzeren geldkistje(s) inhoudende een geldbedrag van ongeveer Afl. 13.718,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hulpbestuurskantoor Santa Cruz en/of het Departamento di Impuesto

althans het Land Aruba, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes medededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of verdachtes mededader(s):

- die [slachtoffer] met kracht op zijn rug tegen het achterportier van de auto heeft/hebben geduwd

- de van dienstwege verstrekte pistool van die [slachtoffer] uit het holster heeft/hebben geprobeerd te halen

- die [slachtoffer] twee keer op zijn hoofd heeft/hebben geslagen

- met die [slachtoffer] heefthebben geworsteld, terwijl hij, verdachte en/of een van zijn mededader(s) een vuurwapen in zijn hand vasthield en een schot heeft/hebben afgelost;

2. dat hij, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen op 31 maart 2017 te Aruba een vuurwapen en/of munitie, als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft/hebben gehad;

Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Ten aanzien van de feiten 1 primair en 2:

Bijlage 3.20

1. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 maart 2017 gesloten en getekend door [hoofdagent 1], hoofdagent bij het Korps Politie Aruba, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aangifte [slachtoffer]:

Heden was ik samen met een collega belast met het geldtransport van de hulpbestuurskantoren Santa Cruz, Savaneta en Sint Nicolaas. Omstreeks 15:23 uur arriveerden wij bij het hulpbestuurskantoor Savaneta. lk stapte vanuit de auto terwijl mijn collega achter het stuur bleef zitten. lk liep het hulpbestuurskantoor binnen en nam een zwarte tas en twee blauwkleurige ijzeren geldkistjes inhoudende een geldbedrag van Afl. 1000,- in elk kistje. lk zette de zwarte tas en de twee blauwkleurige kistjes in de auto. lk voelde dat iemand mij met kracht op mijn rug op het achterportier duwde zodat ik mij niet kon bewegen. lk kon niet zien hoeveel personen op dat moment achter mij stonden. Deze persoon/personen probeerde(n) hierna mijn van dienst verstrekte pistool uit het holster te halen. lk werd hierna gedurende een worsteling twee keer op mijn voorhoofd met een ijzeren voorwerp geslagen waardoor ik veel pijn op mijn hoofd voelde. lk kon niets anders doen dan blijven worstelen gezien dat de arm van een van de overvallers, die in de auto stak, een zwart vuurwapen vasthield. lk vreesde op dat moment voor mijn leven en veiligheid. lk hield zijn schiethand met kracht vast zodat hij mij niet zou doodschieten. Op gegeven moment hoorde ik een harde klap. Het was een schot van het vuurwapen dat de overvaller in een van zijn handen vasthield. Het lukte de overvallers hierna de twee blauwkleurige geldkistjes en een zwarte tas die opgehaald werd bij het hulpbestuurskantoor te Santa Cruz inhoudende een geldbedrag van Afl. 13.718,- weg te nemen. De overvallers renden hierna weg.

Bijlage 5.2

2. Een proces-verbaal Bureau Forensische Technische Onderzoeken, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 13 april 2017 gesloten en getekend door [brigadier 1], brigadier eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende als proces-verbaal onderzoek gewapende overval geldtransport Hulpbestuurskantoor Savaneta:

Op 31 maart 2017 stelde ik een sporenonderzoek in bij het Hulpbestuurskantoor Savaneta. Bij een onderzoek aan een groene Nissan Sentra voorzien van kenteken [KENTEKEN 1] zag ik aan de rechter achterportier een kogelperforatie.

Bijlage 3.10

3. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 12 april 2017 gesloten en getekend door [brigadier 2] en [brigadier 3], beiden brigadier eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van bevinding videobeelden:

Op 31 maart 2017, omstreeks 15:30 uur stuurde de dienstdoende centralist personeel van het Team bijzondere projecten naar het Hulpbestuurskantoor te Savaneta alwaar een gewapende overval op de twee geldtransporteurs werd gepleegd. Gedurende een door het onderzoeksteam verricht onderzoek naar de mogelijke vluchtroute werd een hoeveelheid videobeelden ontvangen. Bedoelde beelden zijn allemaal opnames genomen op 31 maart 2017 in de middaguren. Het betreft videobeelden van "[naam bedrijf]" die net tegenover het Hulpbestuurskantoorgebouw te Savaneta is gevestigd en de Chinese supermarkt "[naam supermarket]" die achter in de omgeving van bedoeld hulpbestuurskantoorgebouw is gevestigd.

Bevinding [naam bedrijf]

De videobestanden geven een beeld in noordwestelijke richting op de parkeerplaats, hoofdverkeersweg leidende door Savaneta en gedeelte van het hulpbestuurskantoorgebouw. Het volgende werd waargenomen:

Omstreeks 14:36 uur parkeerde een zwart motorvoertuig van het merk en model Toyota Tercel op de parkeerplaats van [naam bedrijf] met de voorzijde in de noordelijke richting met zicht op het hulpbestuurskantoorgebouw.

Opmerking verbalisant: ambtshalve is bekend dat de aangever / het slachtoffer een donkergroen motorvoertuig van merk en model Nissan Sentra bestuurde.

Omstreeks 15:17 uur parkeerde een motorvoertuig van het merk en model Nissan Sentra op de parkeerplaats van het hulpbestuurskantoorgebouw.

Omstreeks 15:20 uur liep het slachtoffer naar het linkerachterportier van de Nissan Sentra en opende dit. Twee mannen die onder de bushalte zaten renden richting het slachtoffer. Een van deze mannen had zijn rechterhand getild alsof hij een vuurwapen daarin vasthield en beide mannen vielen het slachtoffer aan. Beide overvallers rukten en trokken met kracht in verschillende richtingen dan van het slachtoffer.

Omstreeks 15.20 uur stapten de bestuurder en de mede-inzittende van de Toyota Tercel uit. De bestuurder zal verder overvaller 3 genoemd worden en de mede-inzittende zal verder overvaller 4 genoemd worden.

Overvaller 3 rende hard richting overvallers 1 en 2.

Overvaller 4 liep met een looppas in dezelfde richting.

Bevinding [naam supermarket]

De videobestanden geven een beeld in de zuidelijke richting op de parkeerplaats en verharde weg leidende voor [naam supermarket]. Het volgende werd waargenomen:

Omstreeks 15:26, rende overvaller 3 hard vanuit de westelijke richting in de oostelijke richting weg met een zwart voorwerp in zijn linkerhand vast. Twee overvallers, van wie één een blauwe geldkist en zwarte tas vasthield, renden hem achterna. Hierna liep overvaller 4 ook in hun richting. Hij hield een blauwe geldkist in zijn linkerhand vast.

Aanhouding verdachten

Op dezelfde dag kort nadat de gewapende overval gepleegd werd, werden een aantal mannelijke personen op heterdaad, als verdacht van het plegen van de gewapende overval op diverse plekken aangehouden, onder andere:

[overvaller 3], geboren op [geboortedatum] geboortejaar] te [geboorteplaats] en

[overvaller 4], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] te [geboorteplaats].

Constateren en herkennen verdachten

Naar aanleiding dat voornoemde verdachten op heterdaad aangehouden werden, werden zij bekend voor de leden. Na het wederom goed met volle aandacht bestuderen en analyseren van de videobestanden van “[naam supermarket]” is door de verbalisanten geconstateerd en herkend dat bestuurder oftewel overvaller 3 de verdachte [overvaller 3] is en dat de mede-inzittende, oftewel overvaller 4 de verdachte [overvaller 4] is.

Bijlage 2.4.5

4. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 16 juni 2017 gesloten en getekend door [brigadier4] en [brigadier5], respectievelijk brigadier eerste klasse en brigadier bij voormeld korps, los stuk2, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige [getuige 1]:

Aan de getuige worden de videobeelden van “[naam supermarket] Minimarket” getoond. Op de vraag van de verbalisanten of hij de eerste wegrennende overvaller herkent antwoordt de getuige: Ja, dat is mijn broer [overvaller3]. Ik herken hem aan zijn lichaamsbouw en zijn manier van rennen. Op de vraag van de verbalisanten of hij de vierde wegrennende overvaller herkent, antwoordt de getuige: ja, oh my god. Hij is [overvaller4]. Ik ken mijn neef zeer goed. Ik herken hem aan zijn lichaamsbouw en aan zijn hinkende manier van lopen. Hij had een aanrijding met een bromfiets gekregen vandaar dat hij zo loopt.

Aan de getuige worden de videobeelden van “[naam bedrijf]” getoond. De bestuurder die uitstapt is mijn broer [overvaller3]. De mede inzittende die direct daarna uitstapt is mijn neef [overvaller4].

Voordat de overval werd gepleegd heb ik [overvaller 3] met drie andere mannen in de rode Nissan Sentra gezien. Hij trad op als bestuurder van de rode Nissan Sentra.

5. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 juni 2017 gesloten en getekend door [brigadier 6], brigadier eerste klasse bij voormeld korps, los stuk3, voor zover inhoudende, als verklaring van [e/v getuige]:

Aan [e/v getuige] worden videobeelden getoond van de beveiligingscamera’s van de “[naam bedrijf 2]” gelegen schuin tegenover het “Hulpbestuurskantoor Savaneta” en van “[naam supermarket] Minimarket”.

Ik heb met zekerheid mijn zwager [overvaller 3] en zijn neef [overvaller4] op de videobeelden herkend.

Videobeeld [naam bedrijf 2]:

Ik herken met zekerheid mijn zwager [overvaller 3] die als eerste uit de zwarte Toyota Tercel was gestapt. Ik herken hem aan zijn manier van lopen, zijn lichaamsbouw en hoe hij zijn hoofdhaar opgerold vasthoudt. Ik herken ook met zekerheid [overvaller 4], die als tweede vanuit voornoemde auto was gestapt. Hij droeg een grote hoed op zijn hoofd, maar ik herkende hem toch aan zijn lichaamsbouw en zijn manier van lopen.

Videobeeld [naam supermarket]:

Ik herken met zekerheid [overvaller 3] die als eerste wegrende. Ik herken met zekerheid de vierde wegrennende jongeman als [overvaller 4]. Ik herken [overvaller 4] aan zijn lichaamsbouw en manier van lopen. Hij was een tijdje geleden betrokken bij een aanrijding en kan niet goed op één van zijn benen lopen.

Bijlage 3.24

6. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 maart 2017 gesloten en getekend door [brigadier5], brigadier bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige [agent in opleiding 1], agent in opleiding:

Heden, 31 maart 2017, omstreeks 15:30 uur was ik samen met twee collega's bij [naam bedrijf 2] te Savaneta. Mijn collega's zijn genaamd [brigadier 7] en [brigadier 1]. lk hoorde plotseling een harde klap. Het geluid kwam van hulpbestuurskantoor te Savaneta. Wij renden naar de hoofdverkeersweg toe om te zien wat er gaande was bij het hulpbestuurskantoor. lk zag 5 onbekende mannen in oostelijke richting rennen. De mannen renden in noord/oostelijke richting weg. Zij gingen in de richting van [naam supermarket] Supermarket te Savaneta. lk kreeg meteen het vermoeden dat er een gewapende overval op de hulpbestuurskantoor gepleegd werd gezien een van de mannen een pistool in zijn rechter hand vasthield (overvaller 1), gezien dat ik een harde klap had gehoord en gezien de manier waarop de mannen zeer verdacht aan het rennen waren. lk liep meteen terug en stapte samen met mijn collega in mijn auto. Wij reden richting [naam supermarket]. Gekomen bij de kruising gelegen ten oosten van [naam supermarket] zag ik een man die in oostelijke richting aan het lopen was. Deze man deed heel verdacht en had een zwarte tas bij zich. Hij was in de zwarte tas aan het zoeken. lk herkende deze man meteen als een van de overvallers die ik eerder ter hoogte van het hulpbestuurskantoor had gezien (overvaller 2). Hij was in bijzijn van een derde man (overvaller 3). lk herkende de derde man ook meteen als een van de overvallers. lk zag dat hij een voorwerp in zijn hand hield. Ter hoogte van een container gelegen schuin tegenover het "[naam bedrijf 3]" te Savaneta zag ik twee auto's op de zandweg geparkeerd. Een van de auto's was een rode auto van het merk Nissan Sentra en voorzien van het kentekenplaat nr. [KENTEKENNUMMER]. De andere auto was een grijze auto van het merk en model Toyota Yaris. lk zag dat overvallers 2 en 3 in de Toyota Yaris zaten. lk zag dat overvaller 1 in de rode Nissan Sentra zat en hij trad op als bestuurder van de Nissan Sentra. lk zag ook een vierde man op de achterbank van de rode Nissan Sentra. lk herkende hem meteen als een van de overvallers (overvaller 4). Er bevond zich ook een vijfde persoon in deze auto. lk zag beide auto's wegrijden. lk besloot om samen met mijn collega achter de Nissan Sentra aan te gaan. De Nissan Sentra reed de hoofdverkeersweg op en begon in westelijke richting weg te rijden. Wij hadden telefonisch het kentekennummer van de Nissan Sentra aan de Sectie Centrale Post van de politie doorgegeven.

Bijlage 3.25

7. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 maart 2017 gesloten en getekend door [hoofdagent 2], hoofdagent eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als verklaring van getuige [agent in opleiding 2], agent in opleiding:

Heden omstreeks 15.25 uur zat ik samen met mijn collega’s [agent in opleiding 3] en [agent in opleiding 1] bij de “[naam bedrijf 2]” in Savaneta. Ik hoorde een harde klap. Ik zag vijf personen aan de overkant van de weg voor hulpbestuurskantoor Savaneta in oostelijke richting rennen. Ik kon zien dat een manspersoon in de groep van vijf een vuistvuurwapen naar de voorkant van het bestuurskantoor op een auto richtte en een schot afloste. Ik gaf meteen door aan mijn collega’s dat er een gewapende overval gaande was. mijn collega’s [agent in opleiding 3] en [agent in opleiding 1] waren meteen daar en konden nog zien dat de verdachten wegrenden.

Bijlage 3.11

8. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 12 april 2017 gesloten en getekend door [brigadier 4] en [brigadier5], respectievelijk brigadier eerste klasse en brigadier bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van fotoconfrontaties getuige [agent in opleiding 2] met vier verdachten:

Op 12 april 2017 werd de getuige, [agent in opleiding 2], agent in opleiding aan meervoudige fotoconfrontaties onderworpen.

De getuige herkende op fotobladnummer "2", de man afgedrukt op fotonummer "1" en verklaarde hierna:

Dat hij de verdachte afgedrukt op fotoblad "2", fotonummer "1" herkent als een van de overvallers die op 31 maart 2017, in de middaguren, de overval op de geldtransporteur bij het Hulpbestuurskantoor Savaneta had gepleegd;

Dat hij deze verdachte aan de vorm van zijn gezicht heeft herkend.

Op fotoblad nummer "2", fotonummer "1" staat de foto van de verdachte genaamd:

[verdachte], geboren op [geboortedatum] [geboorteplaats].

Bijlage 3.2

9. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 3 april 2017 gesloten en getekend door [brigadier 8] en [brigadier 9], beiden brigadier eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van bevinding:

Op 31 maart 2017, omstreeks 15:25 uur werd door de dienstdoende centralist meegedeeld dat een overval zou hebben plaatsgevonden voor het hulpbestuurskantoor te Savaneta en dat de daders in een voertuig, zijnde een rode Nissan Sentra met kentekennummer [KENTEKENNUMMER], zijn gevlucht. Deze rode auto zou de hoofdverkeersweg in westelijke richting hebben genomen. In verband hiermee zijn wij verbalisanten voornoemde auto gaan opsporen. Ter hoogte van [naam bedrijf 3] te Pos Chiquito zagen wij deze voornoemde Nissan Sentra in westelijke richting rijden. Wij hebben toen een achtervolging op deze auto ingezet. In bedoelde auto zagen wij 3 inzittenden. Wij gaven opdracht aan de bestuurder om te stoppen. Wij zagen dat ter hoogte van het perceel Pos Chiquito [perceel nr.] de mede-inzittende vanuit de Nissan Sentra stapte en de mondi in rende. Wij zagen dat de Nissan Sentra hierna rechtsaf sloeg. Wij zagen vervolgens dat de bestuurder uit de Nissan Sentra stapte en in westelijke richting, zijnde de richting van een mondi wegrende. De enig overgebleven inzittende ging achter het stuur zitten en reed ongeveer 10 meter door. Ik, [brigadier 9], herkende de bestuurder als de ambsthalve bekende [overvaller3]. Wij zagen dat verdachte [overvaller 3] de mondi in rende.

Bijlage 2.2.4

10. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 5 april 2017 gesloten en getekend door [brigadier5] en [brigadier 6], brigadier en brigadier eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als verklaring van [getuige 2]:

Op 31 maart 2017 omstreeks 13:00 uur werd ik door een vriendin bij de woning van mijn vriend [overvaller 4] afgezet. Nadat ik werd aangehouden kwam ik te weten dat zijn achternaam [achternaam overvallers] is. Bij de woning van [overvaller 4] waren 6 á 7 mannen aanwezig. In mijn eerste verklaring had ik verteld over een man die in de auto van [overvaller 4] was gestapt en die op een gegeven moment weer uitstapte. De man die in de auto van [overvaller 4] stapte had ik ook bij de woning van [overvaller 4] gezien toen ik daar aankwam. De voor mij onbekende mannen zaten allemaal buiten voor de woning van [overvaller 4]. Ik ging naast hun zitten. Het signalement van de man die in de auto van [overvaller 4] was gestapt is: lichtbruine huidskleur, fors postuur, korter in lengte dan ik, donker kort haarkapsel, grijs T-shirt, short en volgens mij op blote voeten. Ze waren op een gegeven moment met zijn allen in de woning van [overvaller 4] gestapt en kwamen daarna weer naar buiten. Vier van deze mannen stapten in een donkerrode auto van het merk en model Nissan Sentra. De voor mij onbekende man die later rennend in de auto van [overvaller 4] was gestapt, was ook in deze Nissan Sentra gestapt. Ik zag ook een grijze auto van het merk en model Toyota Yaris. Volgens mij stapten er 1 of 2 mannen in deze auto. Als laatste zag ik nog dat twee mannen in een zwarte auto, volgens mij een Toyota Tercel met donker getinte ruiten waren gestapt. Ik bleef buiten de woning van [overvaller 4] zitten. Op een gegeven moment was “[bestuurder van de auto]” bij de woning van [overvaller 4] gekomen, hij bestuurde een geel/crèmekleurige auto van het merk en model Nissan March. [overvaller 4] kwam naar buiten. Wij stapten met zijn drieën in de auto van [bestuurder van de auto]. Ik ging op de achterbank zitten, [bestuurder van de auto] trad op als bestuurder en [overvaller 4] ging naast hem zitten. Op een gegeven moment zag ik een man die hard rennend richting de auto kwam. Ik herkende deze lichtbruinhuidkleurige man meteen als een van de mannen die ik eerder bij de woning van [overvaller 4] had gezien en die samen met de andere mannen in de rode Nissan Sentra was gestapt. Deze man zei tegen [overvaller 4]: “Ey bahami mas dilanti”. [overvaller 4] begon met een hogere snelheid weg te rijden. Binnen een bocht had [overvaller 4] de auto tot stilstand gebracht en zei tegen de man: “Ey baha corre kinan G”. De man stapte uit de auto en begon weg te rennen. [overvaller 4] begon toen weer met een hoge snelheid weg te rijden. Hierna werden we klemgereden door politiewagens.

Bijlage 3.4

11. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 maart 2017 gesloten en getekend door [hoofdagent 3] en [brigadier 10], respectievelijk hoofdagent eerste klasse en brigadier eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van bevinding:

Op 31 maart 2017 omstreeks 15.30 meldde de Politie Meldkamer dat er net een gewapende overval had plaatsgevonden op het Hulpbestuurskantoor te Savaneta. Verder meldde de meldkamer dat vermoedelijk de overvallers in een rode Nissan Sentra met kenteken [kenteken 2] gevlucht waren en dat zij richting Pos Chiquito reden. Kort hierna hoorden wij via de politieportofoon dat de Nissan Sentra in de volkswoningen van Pos Chiquito ter hoogte van [adres 1] werd gezien. Wij waren in de onmiddellijke omgeving. Kort hierna gaf een verkeersunit door dat een mannelijke persoon uit voornoemde auto was gestapt en hard wegrende. Gekomen ter hoogte van perceel [adres 2] zagen wij een man die heel erg hard rende en om de bocht kwam. Deze man was gekleed in een grijze broek, grijze T-shirt en was met blote voeten. Wij zagen dat bedoelde man bij het zien van de dienstauto waarin wij reden erg schrok en probeerde ons te ontwijken. Hij sprong op de motorkap en kwam tegen de voorruit waardoor deze vernield werd. lk, eerste verbalisant, stapte uit auto en ging te voet achter deze man. lk zag dat bedoelde man in een gele Nissan March stapte. De auto reed weg. lk zag dat de auto rechtsaf sloeg richting [naam club]. Kort hierna werd mijn bevinding doorgegeven aan de overige patrouilles. Hierna hoorden wij dat een mannelijke persoon ter hoogte van [naam club] werd aangehouden. Ter plaatse bij [naam club] zagen wij dat de aangehouden man, gekleed met grijze korte broek en wit/grijze T-shirt en blote voeten. Wij herkenden hem meteen als dezelfde man die even tevoren te voet om de bocht schoot en op het dienstvoertuig sprong. Tevens herkende ik hem als de man die ik te voet had achtervolgd en die vervolgens in een gele Nissan March was gestapt en daarna aangehouden werd. Deze man bleek te zijn genaamd: [verdachte].

Bijlage 2.3

12. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 maart 2017 gesloten en getekend door [brigadier11] en [brigadier12], respectievelijk brigadier eerste klasse en brigadier bij voormeld korps, voor zover inhoudende, als proces-verbaal van aanhouding verdachte [verdachte]:

Op 31 maart 2017 werd door de dienstdoende centralist gemeld dat er een gewapende overval in het hulpbestuurskantoor te Savaneta had plaatsgevonden, dat onbekenden in een rode auto van het merk en model Nissan Sentra waren gestapt. Deze auto zou vervolgens naar Pos Chiquito zijn gegaan. In Pos Chiquito zouden een aantal personen zijn overgestapt in een geel kleurige personenauto van het merk Nissan, model March. Beide auto's zouden door de wijk Pos Chiquito zijn gaan rijden. Er werd gemeld dat de Nissan March ter hoogte van het gebouw [naam club] zou zijn. Wij waren op dat moment daar dichtbij in de buurt en reden naar dat gebouw. Toen wij de straat in reden, wees een persoon ons naar de zandweg gelegen ten oosten van [naam club] en zei dat een man uit een gele Nissan March was gestapt en de bosjes in was gerend. Deze man zou een grijs kleurig T-shirt aan hebben. Wij reden meteen de zandweg in en parkeerde de auto om in de bosjes te zoeken. Toen wij naar de bosjes liepen zagen we een man op de grond in de bladeren liggen onder de bosjes. Wij hebben de man aangehouden. De man gaf later op te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar].

Bijlage 2.1

13. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 april 2017 gesloten en getekend door [hoofdagent 4] en [agent 1], respectievelijk hoofdagent eerste klasse en agent eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende als proces-verbaal van aanhouding van [overvaller 4]:

Op vrijdag 31 maart 2017, omstreeks 15:20 uur, meldde de dienstdoende centralist dat er een overval bij het Hulpbestuurskantoor Savaneta had plaatsgevonden. De centralist meldde een rode Nissan Sentra als vluchtauto. Daarna werd deze auto in het gehucht Pos Chiquito richting Sabana Basora gesignaleerd. Verder werd gemeld dat één van de vluchtauto’s een gele Nissan March voorzien van kentekenplaat [KENTEKEN] was. Ter hoogte van [adres 3] troffen wij deze gele Nissan March aan. De auto werd door patrouilles klem gereden en kwam tot stilstand. De man die opgaf te zijn genaamd: [overvaller 4] geboren op [geboorteplaats] op [geboortedag] [geboortejaar] werd aangehouden. Tijdens de aanhouding trad [overvaller 4] op als bestuurder van de Nissan March.

Bijlage 2.4

14. Een proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 1 april 2017 gesloten en getekend door [hoofdagent 4] en [agent 1], respectievelijk hoofdagent eerste klasse en agent eerste klasse bij voormeld korps, voor zover inhoudende als proces-verbaal van aanhouding van [overvaller 3]:

Op 31 maart 2017 omstreeks 15:30 uur meldde de dienstdoende centralist dat er een overval bij het Hulpbestuurskantoor Savaneta had plaatsgevonden. Wij reden richting Sabano Basora. Een surveillance-eenheid meldde dat een verdachte door de tuin van perceel [adres 4] rende. Wij reden naar dit adres. Een jongeman, die later opgaf te zijn [bewoner adres 5], vertelde ons dat een onbekende man zich in de tuin van zijn woning [adres 5] verscholen hield. Gekomen bij de ingang van zijn erf zei de jongeman ons rechtdoor te lopen. Ongeveer 15 meter van de locatie die hij ons had gewezen riep ik, [naam 1]: “Polis hisa bo man”. Een man kwam tevoorschijn, gekleed in blauwe korte broek met ontbloot bovenlijf. De verdachte rende de mondi in. Wij renden de verdachte achterna en verderop werd de verdachte ingehaald en vastgehouden. De man die later opgaf te zijn [overvaller 3] werd aangehouden.

15. De verklaring die [overvaller3] als getuige ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, voor zover inhoudende:

U toont de beelden van [naam bedrijf] en van [naam minimarket] Minimarket. Ik zat in de zwarte Toyota Tercel die u zojuist op de beelden bij [naam bedrijf] zag, toen we daar aan kwamen rijden zat ik achter het stuur. Ik herken mezelf op de beelden bij [naam minimarket] Minimarket als de eerste man die langs komt rennen. Ik ben samen met een ander in een zwarte Toyota Tercel gestapt. Later ben ik in de rode Nissan Sentra (de auto van mijn moeder) gestapt. Bij Pos Chiquito was [verdachte] ook in de rode Nissan Sentra.

16. De verklaring die de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, voor zover inhoudende:

Ik was die dag bij [overvaller 3]. Daarna stapten we in een auto.

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van de ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het signalement, in het bijzonder zijn lengte en zijn kleding, en het looppatroon van de verdachte niet overeen komt met de overvallers op de beelden. Evenmin kan op basis van de getuigenverklaringen worden geconcludeerd dat de verdachte een van de overvallers was. De verdachte raakte toevallig betrokken op het moment dat hij meereed bij de vluchtpoging van medeverdachte [overvaller 3]. De raadsman heeft daarnaast betoogd dat geen sprake is van medeplegen.

Het Hof overweegt als volgt.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen acht het hof de volgende feitelijke gang van zaken aannemelijk geworden.

Op 31 maart 2017 wordt een gewapende overval gepleegd op een geldloper van het Hulpbestuurskantoor te Savaneta door een groep van vijf personen. Deze overval is vastgelegd op videobeelden van [naam bedrijf] dat tegenover het hulpbestuurskantoor is gevestigd en wordt waargenomen door drie politieagenten (in opleiding) die tegenover het hulpbestuurskantoor een ijsje zitten te eten. Omstreeks 14:36 uur parkeert een zwarte Toyota Tercel aan de overkant van de weg met de voorzijde richting het hulpbestuurskantoor. Twee mannen die bij een bushalte in de nabijheid van het hulpbestuurskantoor zitten, rennen omstreeks 15:20 naar de geldloper toe die in zijn groene Nissan Sentra wil stappen, slaan hem twee keer op zijn hoofd en bedreigen hem met een vuurwapen, waarmee tijdens de worsteling met het slachtoffer een schot wordt gelost. De man met het vuurwapen wordt in een later gehouden fotoconfrontatie door een getuige, agent in opleiding [agent in opleiding 2], herkend als [verdachte]. Op het moment dat de overval gaande is, ook omstreeks 15:20 uur, stappen twee andere mannen uit de zwarte Toyota Tercel en rennen richting de twee overvallers en het slachtoffer. Deze twee mannen worden door getuigen [getuige] en diens echtgenote [e.v getuige] op de videobeelden van [naam bedrijf] herkend als [overvaller 3] (de bestuurder van de zwarte Toyota Tercel, tevens de broer van [getuige]) en [overvaller 4] (de bijzitter, tevens de neef van [getuige]). Een zwarte tas inhoudende een geldbedrag en twee geldkistjes worden buit gemaakt. De mannen rennen gezamenlijk weg. Op de videobeelden van [naam supermarket] Minimarket, die langs de vluchtroute is gevestigd, komen de mannen achtereenvolgens voorbij. Getuigen [getuige] en zijn echtgenote [e.v getuige] herkennen op de beelden [overvaller3] als de eerste voorbij rennende man met een zwart voorwerp in zijn hand en [overvaller4] als de vierde man met een blauwe geldkist in zijn hand, die niet rent maar loopt. De twee mannen die als tweede en derde voorbij rennen hebben respectievelijk een blauwe geldkist en een zwarte tas in hun handen.

[overvaller3] heeft ter terechtzitting in hoger beroep ook erkend dat hij te zien is op de beelden van [naam bedrijf] en [naam supermarket] Minimarket.

Vervolgens wordt waargenomen door onder meer getuige [agent in opleiding 1] dat de vier mannen in twee gereed staande vluchtauto’s stappen, een rode Nissan Sentra en een grijze Toyota Yaris. De rode Nissan Sentra wordt door [agent in opleiding 1] en gealarmeerde verbalisanten achtervolgd en in de wijk Pos Chiquito wordt waargenomen dat twee van de inzittenden uitstappen. Eén daarvan, naar later blijkt [verdachte], stapt over in een gele Nissan March, stapt even later weer uit en wordt in de bosjes aangehouden. [overvaller4], de bestuurder van de gele Nissan March, wordt ook aangehouden. [overvaller3], die in de rode Nissan Sentra was achtergebleven nadat twee inzittenden waren uitgestapt, wordt in de tuin van een naburig perceel in Pos Chiquito aangetroffen en aangehouden.

Voorafgaand aan de overval was er volgens getuige [getuige 2] een samenkomst van een aantal mannen thuis bij [overvaller4]. Daarbij was in ieder geval [overvaller 4] zelf aanwezig en uit de verklaring van [getuige 2] blijkt dat [verdachte] ook aanwezig was. [verdachte] was met enkele andere mannen in de rode Nissan Sentra gestapt, voorts stapten er twee mannen in een grijze Toyota Yaris en twee in een zwarte Toyota Tercel en kwam even later [mededader] in een gele Nissan March aangereden, waarin [mededader], [overvaller 4] en [getuige 2] zijn weggereden. [overvaller 3] heeft ter zitting verklaard dat hij samen met een ander in een zwarte Toyota Tercel was gestapt en naar [naam bedrijf] is gereden.

Uit het samenstel van een en ander kan redelijkerwijs niets anders worden afgeleid dan dat de drie verdachten [overvaller3], [overvaller4] en [verdachte] als daders bij het tenlastegelegde betrokken waren en het gemeenschappelijke plan hebben opgevat om op 31 maart 2017 een overval te plegen op het Hulpbestuurskantoor Savaneta en deze overval in een bewuste en nauwe samenwerking hebben uitgevoerd en afgehandeld. De significante bijdrage van de verdachte bestaat hierin dat hij bij de voorbespreking aanwezig was, dat hij één van de twee mannen was die rennend vanaf het bushokje het slachtoffer hebben overmeesterd en dat hij er vervolgens samen met de mededaders met de buit vandoor is gegaan.

Het Hof ziet ook na het bekijken van de beelden geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de herkenning van de verdachte. De beelden zijn van goede kwaliteit en getuige [agent in opleiding 2] geeft specifiek aan waarom en waaraan hij de verdachte heeft herkend. Bovendien staat deze herkenning niet op zichzelf maar wordt zij ondersteund door de overige tot het bewijs gebezigde bewijsmiddelen. Dat de kleding van de verdachte bij zijn aanhouding niet zou overeenkomen met die van de overvallers op de beelden doet aan het voorgaande niet af, temeer nu het niet ongebruikelijk is dat overvallers op de vlucht van kleding plegen te wisselen en gelet op de omstandigheid dat in een van de vluchtauto’s vochtige kledingstukken zijn aangetroffen.

De verweren worden verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder feit 1 primair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 2:289 en 2:291 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijker te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 3 eerste lid en 11 van de Vuurwapenverordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplegen van een overtreding van een verbod, gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft samen met anderen een geldtransporteur overvallen. Daarbij is het slachtoffer met een vuurwapen bedreigd en is er tijdens de worsteling met de overvallers zelfs een schot gevallen. Ook is het slachtoffer twee keer op zijn hoofd geslagen. Met een flink geldbedrag zijn verdachte en zijn mededaders ervan door gegaan. Het is goed voor te stellen dat deze gebeurtenis voor het slachtoffer zeer traumatisch is geweest en hem nog lang zal bijblijven. Diverse omstanders waren getuige van deze brute overval. De verdachte heeft met zijn handelen gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving versterkt. Het Hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij omwille van financieel gewin, compleet voorbij is gegaan aan de impact die een dergelijke overval op een slachtoffer en de samenleving kan hebben. Met het ongecontroleerd bezit van een vuurwapen heeft de verdachte bovendien anderen aan een groot potentieel gevaar blootgesteld en dit gevaar heeft zich ook verwezenlijkt, er is immers een schot gevallen bij de overval.

Het Hof is, gezien de ernst van de feiten, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister van de Justitiële Documentatiedienst, is de verdachte niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten. Dit wordt bij het bepalen van de hoogte van de straf in zijn voordeel meegewogen. Dit alles afwegende maakt dat het Hof de verdachte tot een lagere gevangenisstraf zal veroordelen dan zijn mededaders die wel eerder onherroepelijk veroordeeld zijn voor soortgelijke feiten.

In beslag genomen voorwerpen

De bij verdachte in beslag genomen voorwerpen behoren toe aan de verdachte. Het Hof zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten, nu de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:136 en 1:224 zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg en doet opnieuw recht;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de 1 primair en 2 ten laste gelegde feit(en) heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 4 (vier) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mrs. D. Radder, M.C.B. Hubben en H.J. Fehmers, leden van het Hof, bijgestaan door mr. C. Bernsen, zittingsgriffier, en op 10 september 2018 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba.

uitspraakgriffier:

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Divisie Algemene Recherche, Team Bijzondere projecten, d.d. 24 september 2017, geregistreerd onder de onderzoeksnaam “Hulpbestuurskantoor Savaneta”.

2 Los stuk, overgelegd door de procureur-generaal

3 Los stuk, overgelegd door de procureur-generaal