Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2018:273

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
25-04-2018
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
100.00260/17 en 100.00330/17 H-143/2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

opzethel mish vern voorw opzet psych overmacht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: H 143/2017

Parketnummers: 100.00260/17 en 100.00330/17 (ter terechtzitting gevoegd)

Uitspraak: 25 april 2018 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 8 november 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Sint Maarten.

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de verdachte bij voornoemd vonnis van het onder 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van in beslag genomen voorwerpen en een vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Nu alleen de verdachte hoger beroep heeft ingesteld, is het vonnis waarvan beroep slechts aan beoordeling in hoger beroep onderworpen voor zover het betrekking heeft op de beslissingen ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal,

mr. J. Spaans, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. M.K.A. Hart, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De raadsman heeft primair bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde en subsidiair dat de verdachte ter zake van het onder 2 en 4 ten laste gelegde zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Voorts heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, onder aanvulling van gronden voor wat betreft de bewijsmiddelen, bewijsoverwegingen, overwegingen ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte en de strafmotivering.

Overneming en aanvulling van het door het Gerecht gebezigde bewijs

Het Hof verenigt zich met de door het Gerecht gemaakte selectie van de bewijsmiddelen ter zake van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde. Het Hof neemt deze bewijsmiddelen dan ook over, verwijst daarnaar en legt deze ten grondslag aan zijn bewezenverklaring.

Het Hof vult ter zake van het onder 2 ten laste gelegde de bewijsmiddelen aan met de volgende verklaring, die de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd:

“On the night of the incident, I went to my mother’s bedroom. I jumped on her bed.

The bruises that I gave my mother happened because I grabbed her.”

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte van plundering afkomstige goederen voorhanden heeft gehad. De verklaring van de verdachte dat hij de televisies reeds voor de orkaan had gekocht dient aannemelijk te worden geacht. Voorts kan er geen bewijswaarde worden toegekend aan de spontane uitingen van de verdachte, waardoor die verklaring van de verdachte van het bewijs dient te worden uitgesloten.

Naar het oordeel van het Hof kunnen de hiervoor omschreven feiten en omstandigheden, in hun onderling verband en samenhang bezien, redengevend worden geacht voor het bewijs van het aan de verdachte ten gelaste gelegde onder 1. De bewijsmiddelen vinden in voldoende mate over en weer steun in elkaar en het Hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen. Dit geldt evenzeer voor de voorafgaand aan het eigenlijke verhoor spontaan afgelegde verklaring van de verdachte. Daarentegen worden de enigszins wisselende verklaringen die de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft afgelegd, dat hij de televisietoestellen reeds voor de orkaan had gekregen in ruil voor zijn motor dan wel had gekocht van de opbrengst van de verkoop van zijn motor, niet ondersteund door verificatoire bescheiden en ook overigens niet door de verdachte onderbouwd. Het Hof schuift deze dan ook als onaannemelijk geworden terzijde.

Het verweer wordt verworpen.

Voorts heeft de raadsman ten aanzien van het onder 2 en 4 ten laste gelegde bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken, nu (voorwaardelijk) opzet op de mishandeling en de vernieling ontbreekt.

Het Hof overweegt als volgt.

Aan het dossier kunnen onvoldoende aanknopingspunten worden ontleend voor het oordeel dat de verdachte de bedoeling (vol opzet) had om zijn moeder te mishandelen en spullen in haar woning te vernielen. De vraag is dan ook of sprake is geweest van opzet in voorwaardelijke zin.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen kan het volgende worden vastgesteld. Op de avond van 22 augustus 2017 is de verdachte op agressieve wijze de slaapkamer van de aangeefster, zijn moeder, binnen gerend en bovenop haar gesprongen terwijl zij op haar bed lag. De verdachte drukte haar naar beneden met zijn handen. Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat zijn moeder daarbij een blauwe plek op haar linkerarm heeft opgelopen. Vervolgens is de verdachte naar de woonkamer gegaan alwaar hij spullen van haar heeft vernield.

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij voorafgaand aan het incident een ‘Molly’-pil, een soort partydrug had ingenomen die een vergelijkbare werking heeft als ecstasy, als gevolg waarvan hij bij thuiskomst high was geworden en even later hartkloppingen kreeg. Uit angst is hij naar de slaapkamer van zijn moeder gerend, waar hij op haar bed is sprongen en haar heeft vastgepakt. Toen hij de slaapkamer uitliep viel hij flauw op een zijtafel.

Het Hof is van oordeel dat de verdachte door aldus te handelen de aanmerkelijke kans in het leven heeft geroepen dat hij zijn moeder letsel zou toebrengen en spullen zou vernielen. Uit de omstandigheid dat de verdachte voorafgaand aan het incident een ‘Molly’-pil had ingenomen, wetende wat de werking daarvan was, kan worden afgeleid dat hij deze aanmerkelijke kans ook willens en wetens heeft aanvaard. Er is dan ook sprake van voorwaardelijk opzet.

Verweer ten aanzien van de strafbaarheid

Ten aanzien van het onder 2 en 4 tenlastegelegde heeft de raadsman een beroep gedaan op psychische overmacht. De verdachte dacht dat hij dood zou gaan en kon niet anders dan om hulp vragen. In zijn doodsnood heeft hij zijn moeder stevig aan haar schouder vastgepakt en geschud . Dat zijn hulpvraag verkeerd is overgekomen bij zijn moeder kan aan verdachte niet worden verweten, aldus de raadsman.

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist dat de gedragingen van de verdachte, voortkwamen vanuit een van buiten komende drang waaraan hij redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden.

Daarnaast kan onder omstandigheden het feit dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoefend in de weg staan aan het slagen van het beroep op psychische overmacht.

Op grond van hetgeen de verdachte heeft verklaard over zijn gemoedstoestand voorafgaand en ten tijde van het incident, zoals hiervoor onder de bewijsoverwegingen weergegeven, en in het bijzonder de omstandigheid dat hij weet had van de werking van de ‘Molly-pil’, stelt het Hof vast dat de verdachte

zichzelf in de situatie heeft gebracht, waarin hij als gevolg van de bijwerkingen van de pil zijn moeder heeft mishandeld en spullen heeft vernield. Het beroep op psychische overmacht slaagt derhalve niet.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Aanvulling strafmotivering

De verdediging heeft in appel – niet nader onderbouwd – verzocht om bij de straftoemeting rekening te houden met de aanvankelijke afdoening van vermeende mishandeling door de politie en met vergelijkbare straffen in dergelijke zaken.

Het Hof overweegt als volgt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De door het Gerecht opgelegde straf is in overeenstemming met de straffen zoals die in soortgelijke zaken door het Hof plegen te worden opgelegd en wordt bovendien in belangrijke mate mede bepaald door het strafrechtelijk verleden van de verdachte waarin aan hem al meerdere malen een voorwaardelijk strafdeel is opgelegd. Het Hof ziet geen aanleiding, ook niet vanwege de vermeende mishandeling door de politie, om tot strafmatiging over te gaan en verenigt zich derhalve met de door het Gerecht opgelegde straf.

BESLISSING

Het Hof:

bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg met inachtneming van hetgeen hiervoor is aangevuld en overwogen.

Dit vonnis is gewezen door mrs. S.A. Carmelia, D. Radder en J. de Boer, leden van het hof, bijgestaan door mr. C.B. Bernsen, (zittings)griffier, en vervolgens op 25 april 2018 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao (met een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Sint Maarten.

Mr. De Boer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

uitspraakgriffier: