Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2018:271

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
05-07-2018
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
400.00143/17 H-163/2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

meineed vern

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: H-163/2017

Parketnummer: 400.00143/17

Uitspraak: 5 juli 2018 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire, (hierna: het Gerecht) van 16 november 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] op [geboorteplaats],

wonende op [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het ten laste gelegde feit vrijgesproken.

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal,

mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. M.M.A. van Lieshout, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, ten laste gelegd:

dat hij, op of omstreeks 2 juni 2017, op het eiland Bonaire, bij de

rechter-commissaris, als getuige in de zaak tegen [naam 1], [naam 2] [naam 2]en [naam 3], nadat hij in handen van de rechter-commissaris op de bij de wet voorgeschreven wijze de belofte had afgelegd de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, mondeling, persoonlijk, opzettelijk valselijk, geheel of ten dele in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – heeft verklaard: dat hij, op of omstreeks 1 maart 2017 te Bonaire op of aan de Kaya [naam straat] heeft gesproken met een of meer inzittenden van een zwarte Suzuki Swift waarbij hij, verdachte, de inzittenden van voornoemde Suzuki Swift waarmee hij sprak niet kende en/of niet heeft herkend.

Bewezenverklaring

Het Hof acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande:

dat hij, op of omstreeks 2 juni 2017, op het eiland Bonaire, bij de

rechter-commissaris, als getuige in de zaak tegen [naam 1], [naam 2] [naam 2]en [naam 3], nadat hij in handen van de rechter-commissaris op de bij de wet voorgeschreven wijze de belofte had afgelegd de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, mondeling, persoonlijk, opzettelijk valselijk, geheel of ten dele in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – heeft verklaard: dat hij, op of omstreeks 1 maart 2017 te Bonaire op of aan de Kaya [naam straat] heeft gesproken met een of meer inzittenden van een zwarte Suzuki Swift waarbij hij, verdachte, de inzittenden van voornoemde Suzuki Swift waarmee hij sprak niet kende en/of niet heeft herkend.

Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire.

1.

Het proces-verbaal opgemaakt door de rechter-commissaris op Bonaire van 2 juni 2017, pag. 17-21, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] als getuige onder ede voor de rechter-commissaris:

Ik heb niet gezien wie in de zwarte Suzuki zaten. Ik weet niet wie in die auto zaten. Ik ken [naam 3], [naam 1] en [naam 2]. We zitten samen op voetbal. We zien elkaar regelmatig tijdens training. De inzittenden hebben gevraagd of ik hasj had. Ik zei ja. Ik kreeg 20 dollar en de auto is weggereden. Ik heb [naam 3] en [naam 1] niet herkend in de auto.

alsmede als bevindingen van de rechter-commissaris:

De getuige heeft voor aanvang van het verhoor verklaard de waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen. De getuige legt de belofte af. De officier van justitie verzoekt proces-verbaal van meineed op te maken tegen de getuige. De rechter-commissaris vraagt de getuige of hij blijft bij de verklaring die hij zojuist heeft ondertekend. De getuige antwoordt daarop: ja, dit is de waarheid.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen audiovisueel geregistreerd verhoor [naam 3] van 27 mei 2017, pag. 37-43, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 31 mei 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [naam 3]:

Wie bedoel je met “Ons”?

Ik, [roepnaam naam 1] en [naam 2]. Ik zat achterin.

Wie zat achter het stuurwiel?

[roepnaam naam 1].

En wie zat naast [roepnaam naam 1]?

[naam 2].

Op een gegeven moment iets voor 14:00 uur kwam [verdachte] bij de auto waarin jullie waren. Wat kwam hij doen?

Hij kwam praten met [roepnaam naam 1]. Waar hij stond had hij met [roepnaam naam 1] gesproken. Ik heb hem gegroet.

Waarover ging het gesprek van [verdachte] en [roepnaam naam 1]?

Dat ik kan herinneren vroeg [verdachte] waar wij naartoe gingen.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen, op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] op 21 november 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4]:

De camerabeelden [naam disco] Disco & Bar werden bekeken en het volgende werd bevonden:

Op de beelden zien wij een jongeman midden op straat lopen. Ambtshalve herkennen wij deze man als zijnde de voor ons bekende jongen genaamd [verdachte], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] op [geboorteplaats] en wonende te [adres]. Hierna zien wij [verdachte] weer een eind verderop staan. Vervolgens zien wij dat hij naar een auto die midden op de weg stilstaat loopt. Op de beelden is te zien dat [verdachte] in alle rust, kennelijk in gesprek is met de inzittende of inzittenden van de auto. Op de beelden is te zien dat [verdachte] op een gegeven moment voorover buigt en in de auto kijkt. Het lijkt alsof er meer personen in de auto zaten waarmee kennelijk gesproken werd. Op de beelden is te zien dat de auto vervolgens doorrijdt en dat het een zwarte Suzuki Swift is. [verdachte] stond voor 56 seconden bij de auto. Vanaf tijdstip van oversteken 13:59:46 (werkelijke tijdstip van oversteken 01:57:46) tot 14:00:42 (werkelijke tijdstip 01:58:42).

met de in dit proces-verbaal opgenomen foto's (stills van de camerabeelden).

4.

Het proces-verbaal van verhoor getuige, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door de verbalisant [verbalisant 5], officier van justitie, op 24 november 2017, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige. [naam 1]:

In de nacht van die schietpartij trad jij op als bestuurder van een zwarte Suzuki Swift. Op enig moment stopte je in de straat waar [naam disco] Disco café is gevestigd. Er kwam toen een man staan aan de bijrijderskant. De politie heeft je daar eergisteren ook een foto van laten zien. Wie is deze man?

Op die beelden? Dat was [verdachte]. Hij was aan het praten. Ik weet dat hij met mensen in de auto heeft gepraat.

Bewijsoverwegingen

Uit de videobeelden is gebleken dat de verdachte op 1 maart 2017, 56 seconden lang, bij een zwarte Suzuki Swift heeft gestaan en kennelijk met één of meer inzittenden heeft gesproken. Hieruit volgt dat de verdachte meer dan een snelle verkoophandeling bij de auto heeft verricht en dat hij zo lang bij de auto heeft gestaan en een zodanig contact met de inzittenden heeft gehad, dat het niet anders kan zijn dan dat hij de inzittenden, die hij kende, heeft herkend. Dit blijkt ook uit de verklaring van [naam 3] dat de verdachte met [roepnaam naam 1] kwam praten, dat [naam 3] hem groette en dat de verdachte vroeg waar zij naartoe gingen. Hierbij komt dat [naam 1] ook heeft verklaard dat de verdachte met mensen in de auto heeft gesproken. Ook indien de verdachte onder invloed van drugs en alcohol verkeerde, kan uit het voorgaande niet anders worden afgeleid dan dat hij de inzittenden heeft herkend. Het kan niet anders zijn dan dat zijn andersluidende verklaring bij de rechter-commissaris opzettelijk vals was.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

In een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert of daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling, persoonlijk, opzettelijk een valse verklaring onder ede afleggen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Meer in het bijzonder heeft het Hof daarbij het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een meinedige verklaring afgelegd door te verklaren dat hij inzittenden van een auto niet heeft herkend, en heeft daardoor niet de bijdrage geleverd die hij had kunnen en moeten leveren aan de oplossing van een zaak betreffende een dodelijk schietincident. Dit rekent het Hof hem zwaar aan. Oplegging van gevangenisstraf is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van de verdachte houdt het Hof er rekening mee dat hij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld en dat hij jeugdig is. In die omstandigheden ziet het Hof aanleiding de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen, met de gebruikelijke algemene voorwaarde en met als bijzondere voorwaarde dat hij dienstverlening verricht in de vorm van onbetaalde arbeid.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 17a, 17b, 17c en 213, van het Wetboek van Strafrecht BES, zoals deze luidde(n) ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire en doet opnieuw recht;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee (2) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte, volgens de voorschriften en de aanwijzingen – ook voor wat betreft de voortgang – te geven door of namens de Stichting Reclassering Caribisch Nederland, gedurende honderdtwintig (120) uren dienstverlening in de vorm van onbetaalde arbeid zal verrichten.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, M.W. Scholte en D. Radder, leden van het Hof, bijgestaan door mr. M.D.M. Connor, (zittings)griffier, en op 5 juli 2018 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting op Bonaire.

uitspraakgriffier:

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Caribisch Nederland, geregistreerd onder de onderzoeksnaam “[onderzoeksnaam]”.