Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2018:253

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
19-07-2018
Datum publicatie
19-02-2019
Zaaknummer
H 159/2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

pog. mensenhandel, bedreiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer: H 159/2017

Parketnummer: 500.00459/16

Uitspraak: 19 juli 2018 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 20 oktober 2017:

[ [VERDACHTE],

[ geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] in [gebooerteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de verdachte bij voornoemd vonnis ter zake van de onder feit 1 als cumulatief/alternatief ten laste gelegde poging tot mensenhandel onderdelen sub a, sub c en sub d vrijgesproken en ter zake van het overige onder feit 1 en het onder feit 2 als bedreiging ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van drie jaren. Voorts heeft het Gerecht de vordering van de benadeelde partij afgewezen.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal,

mr. R.C.P. Rammeloo, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman,

mr. J. Prevo, naar voren is gebracht. Voorts heeft het Hof kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partij.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder feit 1 cumulatief/alternatief ten laste gelegde onderdeel sub i en feit 2 bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

Zijn vordering behelst voorts de afwijzing van de vordering van de benadeelde partij.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

feit 1. (medeplegen mensenhandel)

hij in of omstreeks de periode van 06 oktober 2016 tot en met 15 oktober 2016 te Curacao en/of Venezuela, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen, een ander, te weten [slachtoffer]

(sub a)

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of dreiging met één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer]

en/of

(sub c)

voornoemde [slachtoffer] heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land, te weten Curacao, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

(sub d)

die [slachtoffer] (telkens) met door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of dreiging met één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

dan wel

onder de voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid of diensten

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(terwijl hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in een slechte financiële situatie verkeerde en/of de (financiële) situatie in Venezuela heel slecht is en/of dat die [slachtoffer] de Papiamentse en/of Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was en /of die [slachtoffer] (vrijwel) niemand kende op Curacao en/of dat die [slachtoffer] geen werkvergunning op Curacao had)

  • -

    die [slachtoffer] in Venezuela (door een tussenpersoon “[naam tussenpersoon]”) benaderd/ laten benaderen met het verzoek of die [slachtoffer] in een restaurant in Curacao wilde gaan werken en/of

  • -

    tegen die [slachtoffer] gezegd/laten zeggen dat zij op Curacao voldoende geld (in de prostitutie) kon verdienen en/of

  • -

    de reis van Venezuela naar Curacao voor die [slachtoffer] geregeld/laten regelen en/of betaald en/of laten betalen en/of

  • -

    die [slachtoffer] met het vliegtuig vanaf Venezuela naar Curacao gebracht en/of laten brengen en/of vervoerd en/of laten vervoeren en/of

  • -

    die [slachtoffer] geïnstrueerd/ laten instrueren (door een tussenpersoon “[naam tussenpersoon]”) wat die [slachtoffer] bij de immigratie op het vliegveld van Curacao moest zeggen en/of

  • -

    tijdens de reis het paspoort van die [slachtoffer] (tijdelijk) laten innemen door de tussenpersoon “[naam tussenpersoon]” en/of

  • -

    die [slachtoffer] van het vliegveld op Curacao opgehaald en/of laten ophalen en/of

  • -

    die [slachtoffer] (vervolgens) (met zijn, verdachtes en/of zijn mederdader’s auto) vervoerd naar [naam restaurant] en/of

  • -

    die [slachtoffer] gehuisvest in een (kleine) kamer (gelegen boven de [naam restaurant]) op Curacao en/of

  • -

    die [slachtoffer] gecontroleerd (door een kamer boven de [naam restaurant] voor die [slachtoffer] te regelen, zodat die [slachtoffer] het pand alleen kon verlaten door via de [naam restaurant] zelf te lopen (alwaar videocamera’s hingen) en/of

  • -

    die [slachtoffer] (na aankomst in de [naam restaurant]) uitleg gegeven over de werkwijze (als animeer/trago-meisje) in de [naam restaurant], te weten die [slachtoffer] uitgelegd hoe die [slachtoffer] met klanten om moest gaan en/of uitgelegd dat [slachtoffer] de klanten zoveel mogelijk dranken moest verkopen en/of aangegeven dat die [slachtoffer] zichzelf moest prostitueren bij de mannen die in de [naam restaurant] komen en/of uitgelegd dat die [slachtoffer] een (prostitutie)klant naf. 200,- moest vragen en/of uitgelegd dat die naf. 200,- betaald diende te worden aan verdachte en/of zijn mededader [mededader] en/of

  • -

    uitgelegd/opgelegd aan [slachtoffer] dat die [slachtoffer], iedere dag van de week moet werken en/of

  • -

    die [slachtoffer] een bedrag van naf 1250.-,, althans een fors geldbedrag, in rekening gebracht voor (zgn) reiskosten van die [slachtoffer] en/of de tussenpersoon (“[naam tussenpersoon]”), zodat er een (begin)schuld ter hoogte van dat bedrag ontstond, en/of

  • -

    die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] die (begin)schuld moest terugverdienen met het werken in [naam restaurant] en/of daarbij gezegd dat zij, [slachtoffer], pas terug mocht naar Venezuela als zij haar schuld had ingelost en/of

  • -

    die [slachtoffer] onder druk gezet haar (begin)schuld (welke zij zou hebben opgebouwd door haar komst naar Curacao) in te lossen en/of die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] inkomsten uit (prostitutie)werkzaamheden moest afstaan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of

  • -

    die [slachtoffer] geïnstrueerd hem, verdachte en/of zijn mededader, [mededader], na elke klant naar de bar te lopen en/of (gecodeerd) door te geven hoeveel drank die [slachtoffer] moest bestellen en/of

  • -

    tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij niet met andere vrouwen/prostituees mocht praten en/of

  • -

    die [slachtoffer] bewogen in de avonduren zich in de bar van [naam restaurant] plaats te nemen (waar zij benaderd werd door een mannelijke klant) en/of

  • -

    gezegd (via voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 17.46 uur WA0094)(stem van [broer verdachte]) “Hallo ik moet gewoon praten toch? (stem [mededader]): Ja.” Kijk je spreekt met de politie (…) Wij weten dat u zich nog op Curacao bevindt en u moet met uw tante komen om een oplossing te zoeken voor dit probleem. Anders krijgt de politie die u wordt opgehaald een hoop problemen. U moet uw tante bellen en jullie moeten samen komen bij de recherche bureau Rio Canario zodat wij dit kunnen attenderen. (…)” en/of

  • -

    gezegd (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 18.19 uur WA0099) (stem van [verdachte]) “Kijk kijk meisje. Stop met zoveel dingen praten. Goed? Ik ben eigenaar van [naam restaurant]. Ja? Zodat je dat weet. Ik ben [verdachte], de eigenaar van [naam restaurant]. En mijn broer, de oudste van de droplul polities, dat hier zijn aangekomen. Ja? Die politie. Ik ga die politie aanmelden, zodat zij hun werk verlies. Zodat hij zijn werk verlies. Omdat dat is een respect verzuim. Een praat klootzak dingen van mijn lokaliteit. Dat er hier dood klapt, met twee doden. Die dat. Geef mijn lokaliteit beruchte faam. Dat zal ik nooit accepteren. Begrijp je? Ik zal dat nooit accepteren. En nu, mijn broer is ook politie, baas van de droplullen dat jou zijn komen halen. En ze moeten nu voor je beantwoorden, met jouw tante. Kom, zodat jullie mij mijn ding betalen. Ik heb geen interesse in jou. Ja? Omdat jij mij mijn geld moet betalen. Goed? Of aan de dood.” en/of

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 19.31 uur WA0106) (stem van [verdachte]) “ Zie een. Hetzelfde. Ik ben nu te [naam restaurant]. Dit is [verdachte], eigenaar van de [naam restaurant]. Ik wacht hier op jou. Ik ben net vanuit de politiewacht. (…) Je bent te kwadertrouw. (…) Als je dit wil regelen ben ik hier te [naam restaurant] ja. En de politie wacht ook op jou. Hier is de politie. (stem [broer verdachte]) Kijk ik ben nu hier. In hoeveel minuten kan je hier zijn?” en/of

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 19.49 uur WA0128) (stem van [verdachte]) “Luister de schuld is 1.250,- JA? Ik wil dat zij mij 1.250,- betaald dat is 1 ja? En 2de als zij mij niet betaald dan moet de politie die haar had opgehaald mij terug betalen. Anders ga ik aangifte doen tegen de politie ja? Dat is hetgeen dat ik wil doen?” en/of

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 19.50 uur WA0130) (stem van [verdachte]) “Waarom 1.250,- dollars/gulden, want er was een verhuur van dollars? R kwam een jongeman waarvan ik ook de reisticket had gekocht en al die schuld want jullie hadden mij benadeeld. Jullie moeten 1.250 uitbetalen, want vandaag ga ik niet slapen zonder dat dit is geregeld. Ik wacht totdat die politie op dienst is, zodat ik daar kan gaan. Want ik moet dit vandaag regelen.”;

(artikel 2:239 lid 1 sub a jo. a jo. sub c, sub d jo lid 2 jo lid 3 sub a Wetboek van Strafrecht)

en/of (het Hof leest: subsidiair)

(poging medeplegen mensenhandel)

hij in of omstreeks de periode van 06 oktober 2016 tot en met 15 oktober 2016 te Curacao en/of Venezuela,

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen, een ander,

(sub a)

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of dreiging met één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie te werven / te vervoeren /over te brengen/ te huisvesten/ op te nemen met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer]

en/of

(sub c)

voornoemde [slachtoffer] aan te werven en/of mee te nemen met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land, te weten Curacao, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

(sub d)

die [slachtoffer] (telkens) met door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of dreiging met één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie te dwingen /te bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

dan wel

onder de voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

(sub f)

(telkens) opzettelijk voordeel te trekken uit de uitbuiting van een ander ,te weten [slachtoffer]

en/of

(sub i)

die [slachtoffer] door dwang en/of één of meer andere feitelijkheden en/of dreiging met één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie te dwingen en/of te bewegen hem, verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer]

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(terwijl hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in een slechte financiële situatie verkeerde en/of de (financiële) situatie in Venezuela heel slecht is en/of dat die [slachtoffer] de Papiamentse en/of Nederlandse taal niet of nauwelijks machtig was en /of die [slachtoffer] (vrijwel) niemand kende op Curacao en/of dat die [slachtoffer] geen werkvergunning op Curacao had)

  • -

    die [slachtoffer] in Venezuela (door een tussenpersoon) benaderd/ laten benaderen met het verzoek of die [slachtoffer] in een restaurant in Curacao wilde gaan werken en/of

  • -

    tegen die [slachtoffer] gezegd/laten zeggen dat zij op Curacao voldoende geld (in de prostitutie) kon verdienen en/of

  • -

    de reis van Venezuela naar Curacao voor die [slachtoffer] geregeld/laten regelen en/of betaald en/of laten betalen en/of

  • -

    die [slachtoffer] met het vliegtuig vanaf Venezuela naar Curacao gebracht en/of laten brengen en/of vervoerd en/of laten vervoeren en/of

  • -

    die [slachtoffer] geïnstrueerd/ laten instrueren (door een tussenpersoon “[naam tussenpersoon]”) wat die [slachtoffer] bij de immigratie op het vliegveldvan Curacao moest zeggen en/of

  • -

    tijdens de reis het paspoort van die [slachtoffer] (tijdelijk) laten innemen door de tussenpersoon “[naam tussenpersoon]” en/of

  • -

    die [slachtoffer] van het vliegveld op Curacao opgehaald en/of laten ophalen en/of

  • -

    die [slachtoffer] (vervolgens) (met zijn, verdachtes en/of zijn mederdader’s auto) vervoerd naar [naam restaurant] en/of

  • -

    die [slachtoffer] gehuisvest in een (kleine) kamer (gelegen boven de [naam restaurant]) op Curacao en/of

  • -

    die [slachtoffer] gecontroleerd (door een kamer boven de [naam restaurant] voor die [slachtoffer] te regelen, zodat die [slachtoffer] het pand alleen kon verlaten door via de [naam restaurant] zelf te lopen (alwaar videocamera’s hingen) en/of

  • -

    die [slachtoffer] (na aankomst in de [naam restaurant]) uitleg gegeven over de werkwijze (als animeer/trago-meisje) in de [naam restaurant], te weten die [slachtoffer] uitgelegd hoe die [slachtoffer] met klanten om moest gaan en/of uitgelegd dat [slachtoffer] de klanten zoveel mogelijk dranken moest verkopen en/of aangegeven dat die [slachtoffer] zichzelf moest prostitueren bij de mannen die in de [naam restaurant] komen en/of uitgelegd dat die [slachtoffer] een (prostitutie)klant naf. 200,- moest vragen en/of uitgelegd dat die naf. 200,- betaald diende te worden aan verdachte en/of zijn mededader [mededader] en/of

  • -

    uitgelegd/opgelegd aan [slachtoffer] dat die [slachtoffer], iedere dag van de week moet werken en/of

  • -

    die [slachtoffer] een bedrag van naf 1250.-,, althans een fors geldbedrag, in rekening gebracht voor (zgn) reiskosten van die [slachtoffer] en/of de tussenpersoon ([naam tussenpersoon]), zodat er een (begin)schuld ter hoogte van dat bedrag ontstond, en/of

  • -

    die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] die (begin)schuld moest terugverdienen met het werken in [naam restaurant] en/of daarbij gezegd dat zij, [slachtoffer], pas terug mocht naar Venezuela als zij haar schuld had ingelost en/of

  • -

    die [slachtoffer] onder druk gezet haar (begin)schuld (welke zij zou hebben opgebouwd door haar komst naar Curacao) in te lossen en/of die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] inkomsten uit (prostitutie)werkzaamheden moest afstaan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en/of

  • -

    die [slachtoffer] geïnstrueerd hem, verdachte en/of zijn mededader, [mededader], na elke klant naar de bar te lopen en/of (gecodeerd) door te geven hoeveel drank die [slachtoffer] moest bestellen en/of

  • -

    tegen die [slachtoffer] gezegd dat zij niet met andere vrouwen/prostituees mocht praten en/of

  • -

    die [slachtoffer] bewogen in de avonduren zich in de bar van [naam restaurant] plaats te nemen (waar zij benaderd werd door een mannelijke klant) en/of

  • -

    gezegd (via voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 17.46 uur WA0094)(stem van [broer verdachte]) “Hallo ik moet gewoon praten toch? (stem [mededader]): Ja.” Kijk je spreekt met de politie (…) Wij weten dat u zich nog op Curacao bevindt en u moet met uw tante komen om een oplossing te zoeken voor dit probleem. Anders krijgt de politie die u wordt opgehaald een hoop problemen. U moet uw tante bellen en jullie moeten samen komen bij de recherche bureau Rio Canario zodat wij dit kunnen attenderen. (…)” en/of

  • -

    gezegd (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 18.19 uur WA0099) (stem van [verdachte]) “Kijk kijk meisje. Stop met zoveel dingen praten. Goed? Ik ben eigenaar van [naam restaurant]. Ja? Zodat je dat weet. Ik ben [verdachte], de eigenaar van [naam restaurant]. En mijn broer, de oudste van de droplul polities, dat hier zijn aangekomen. Ja? Die politie. Ik ga die politie aanmelden, zodat zij hun werk verlies. Zodat hij zijn werk verlies. Omdat dat is een respect verzuim. Een praat klootzak dingen van mijn lokaliteit. Dat er hier dood klapt, met twee doden. Die dat. Geef mijn lokaliteit beruchte faam. Dat zal ik nooit accepteren. Begrijp je? Ik zal dat nooit accepteren. En nu, mijn broer is ook politie, baas van de droplullen dat jou zijn komen halen. En ze moeten nu voor je beantwoorden, met jouw tante. Kom, zodat jullie mij mijn ding betalen. Ik heb geen interesse in jou. Ja? Omdat jij mij mijn geld moet betalen. Goed? Of aan de dood.” en/of

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 19.31 uur WA0106) (stem van [verdachte]) “ Zie een. Hetzelfde. Ik ben nu te [naam restaurant]. Dit is [verdachte], eigenaar van de [naam restaurant]. Ik wacht hier op jou. Ik ben net vanuit de politiewacht. (…) Je bent te kwadertrouw. (…) Als je dit wil regelen ben ik hier te [naam restaurant] ja. En de politie wacht ook op jou. Hier is de politie. (stem [broer verdachte]) Kijk ik ben nu hier. In hoeveel minuten kan je hier zijn?” en/of

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 19.49 uur WA0128) (stem van [verdachte]) “Luister de schuld is 1.250,- JA? Ik wil dat zij mij 1.250,- betaald dat is 1 ja? En 2de als zij mij niet betaald dan moet de politie die haar had opgehaald mij terug betalen. Anders ga ik aangifte doen tegen de politie ja? Dat is hetgeen dat ik wil doen?” en/of

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 19.50 uur WA0130) (stem van [verdachte]) “Waarom 1.250,- dollars/gulden, want er was een verhuur van dollars? R kwam een jongeman waarvan ik ook de reisticket had gekocht en al die schuld want jullie hadden mij benadeeld. Jullie moeten 1.250 uitbetalen, want vandaag ga ik niet slapen zonder dat dit is geregeld. Ik wacht totdat die politie op dienst is, zodat ik daar kan gaan. Want ik moet dit vandaag regelen.”

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 2:239 lid 1 sub a jo. sub c. jo. sub d jo. jo. f jo. sub i jo lid 2 jo lid 3 sub a Wetboek van Strafrecht)

Feit 2 bedreiging

hij op of omstreeks 11 oktober 2016 te Curaçao, [slachtoffer]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk genoemde [slachtoffer] (via een ingesproken voicenote op 11 oktober 2016 te 18.19 uur WA0099) dreigend de woorden toegevoegd (wanneer hij spreekt over het verplicht inlossen van een schuld van Afl 1250,-) ”Of aan de dood”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking geuit;

(artikel 2:255 Wetboek van Strafrecht)

Partiële vrijspraak van feit 1

Met de procureur-generaal en de raadsman is het Hof van oordeel dat voor de onder feit 1 ten laste gelegde voltooide vormen van mensenhandel sub a, sub c en sub d en de als subsidiair ten laste gelegde pogingsvormen van mensenhandel sub a, sub c, sub d en sub f onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Daarom zal de verdachte daarvan worden vrijgesproken.

Het Hof komt tot deze conclusie aangezien aangeefster blijkens het dossier niet geheel naar waarheid heeft verklaard in haar aangifte. Zij was eerder in Curaçao, wist met welk doel - het verrichten van prostitutiewerkzaamheden - ze naar de [naam restaurant] ging en heeft bewust meegewerkt aan de in scene gezette ‘bevrijding’. Kennelijk is zij altijd van plan geweest om niet bij de [naam restaurant] maar bij [naam] te gaan werken en is verdachte middels misleiding ingezet om dat mogelijk te maken. De opgenomen gesprekken met onder anderen haar moeder spreken wat dat betreft boekdelen.

Bewezenverklaring

Het Hof acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde onderdeel sub i en feit 2 heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1:

hij in de periode van 6 oktober 2016 tot en met 11 oktober 2016 te Curaçao, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

(sub i)

[slachtoffer] door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie te bewegen hem, verdachte en/of zijn mededader te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer]

immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader

terwijl hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] geen werkvergunning op Curaçao had

  • -

    die [slachtoffer] in Venezuela door een tussenpersoon laten benaderen met het verzoek of die [slachtoffer] in Curaçao wilde gaan werken en

  • -

    de reis van Venezuela naar Curaçao voor die [slachtoffer] laten regelen en laten betalen en

  • -

    die [slachtoffer] met het vliegtuig vanaf Venezuela naar Curaçao laten brengen en

  • -

    die [slachtoffer] laten instrueren (door een tussenpersoon “[naam tussenpersoon]”) wat die [slachtoffer] bij de immigratie op het vliegveld van Curaçao moest zeggen en

  • -

    tijdens de reis het paspoort van die [slachtoffer] laten innemen door de tussenpersoon “[naam tussenpersoon]” en

  • -

    die [slachtoffer] van het vliegveld op Curaçao opgehaald en

  • -

    die [slachtoffer] (vervolgens) (met zijn, mededader’s auto) vervoerd naar [naam restaurant] en

  • -

    die [slachtoffer] gehuisvest in een kamer (gelegen boven de [naam restaurant]) op Curaçao en

  • -

    die [slachtoffer] (na aankomst in de [naam restaurant]) uitleg gegeven over de werkwijze in de [naam restaurant], te weten die [slachtoffer] uitgelegd hoe die [slachtoffer] met klanten om moest gaan en aangegeven dat die [slachtoffer] zichzelf moest prostitueren bij de mannen die in de [naam restaurant] komen en uitgelegd dat die [slachtoffer] een (prostitutie)klant NAf 200,- moest vragen en uitgelegd dat die NAf 200,- betaald diende te worden aan zijn mededader [mededader] en

  • -

    opgelegd aan [slachtoffer] dat die [slachtoffer], iedere dag van de week moet werken en

  • -

    die [slachtoffer] een bedrag van NAf 1.250.-, in rekening gebracht voor (zgn) reiskosten van die [slachtoffer] zodat er een (begin)schuld ter hoogte van dat bedrag ontstond, en

  • -

    die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] die (begin)schuld moest terugverdienen met het werken in [naam restaurant] en daarbij gezegd dat zij, [slachtoffer], pas terug mocht naar Venezuela als zij haar schuld had ingelost en

  • -

    die [slachtoffer] onder druk gezet haar (begin)schuld (welke zij zou hebben opgebouwd door haar komst naar Curaçao) in te lossen en die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] inkomsten uit (prostitutie)werkzaamheden moest afstaan aan zijn mededader,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 2:

hij op 11 oktober 2016 te Curaçao, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk genoemde [slachtoffer] (via een ingesproken voicenote op 11 oktober 2016 te 18.19 uur WA0099) dreigend de woorden toegevoegd (wanneer hij spreekt over het verplicht inlossen van een schuld) ”Of aan de dood”.

Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde onderdeel sub i en feit 2 bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.1

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte (bijlage 1-1), d.d. 15 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik [slachtoffer], woonachtig in Venezuela, wil een aangifte indienen ter zake van mensenhandel. Ongeveer 8 maanden geleden leerde ik de man genaamd [naam tussenpersoon] [naam tussenpersoon] kennen via een vriendin van mij in Venezuela. Op 6 oktober werd ik door mijn vriendin gevraagd of ik naar Curaçao wilde komen. Dit omdat [naam tussenpersoon] aan haar had gevraagd of zij naar Curaçao wilde komen, aangezien [naam tussenpersoon] een vriend in Curaçao had, die eigenaar van een restaurant is. De volgende dag werd ik door [naam tussenpersoon] gebeld. Later kwam [naam tussenpersoon] bij mij thuis. Hierbij zei [naam tussenpersoon] tegen mij dat ik in het restaurant van een vriend van hem moest gaan werken. Aangezien de situatie in Venezuela heel slecht is, ben ik akkoord gegaan met het verzoek van [naam tussenpersoon] om naar Curaçao te komen. Vervolgens ging [naam tussenpersoon] met mij meteen naar de luchthaven in Punto Fijo, om onze tickets te kopen, gezien hij met mij naar Curaçao zou reizen. [naam tussenpersoon] had mijn ticket zelf betaald. Hierbij zei [naam tussenpersoon] tegen mij dat ik hem bedoeld geld kan terugbetalen wanneer ik mijn eerste salaris in Curaçao ontvang. Op 9 oktober 2016 kwam [naam tussenpersoon] mij thuis ophalen. Bij de luchthaven aangekomen had [naam tussenpersoon] mij gezegd om mijn paspoort aan hem te overhandigen, zodat hij ons kon inchecken. Hij zei dat hij een kamer bij een hotel voor ons had geboekt. Hij zei tegen mij dat de immigratie in Curaçao heel streng is en dat hij dat daarom had gedaan, zodat wij ons als een echtpaar bij de immigratie konden aangeven. Later, toen we omstreeks 12:30 uur op Curaçao zijn geland, werden wij bij de luchthaven Hato door de eigenaar van het restaurant opgehaald. Hij had zichzelf aan mij voorgesteld met zijn bijnaam “[verdachte]”. Zijn echte naam begint met “[begin letters verdachte]”. Hij kwam ons ophalen met een witgelakte personenauto. Toen reed hij naar het restaurant waar ik moest gaan werken. De naam van het restaurant is “[naam restaurant]”. Toen we bij het restaurant zijn aangekomen liet [verdachte] mij kennismaken met zijn echtgenote. Toen zei de echtgenote dat ik niet in de keuken moest gaan werken, dat daar een bar was, waarbij de vrouwen die daar werken zich moeten prostitueren. Dat ik een schuld bij hen heb van NAf 1.250,- en dat ik bedoelde schuld aan hen moet terugbetalen. Dat ik mezelf moet prostitueren met de mannen die daar in de bar komen. Dat zij per man het geldbedrag van NAf 200,- zal innen, welk bedrag van mijn schuld zal worden afgelost. Zij bleef zeggen dat ik een schuld bij ze heb en dat ik de schuld moest aflossen. Dat al de vorige meisjes/vrouwen die zij vanuit Venezuela had gebracht, allemaal hun schulden hadden afgelost. Ik vroeg haar hoe het komt dat ik een schuld van NAf 1.250,- had, waarop zij antwoordde dat zij mijn ticket voor mij had betaald en dat zij ook een hoeveelheid dollars voor mij had gestuurd. Ik pakte mijn koffers en liep achter haar aan. We liepen de trap achter de bar op en liepen naar mijn kamer toe. Er waren daar ook drie andere kamers. Toen ging ik slapen. Omstreeks 20:00 uur werd ik wakker en ging naar beneden. Ik zag dat de bar al open was en dat sommige meisjes aan het werken waren. De echtgenote zei dat het werk inhoudt dat ik mannelijke klanten goed moet bedienen en dat als een klant met mij naar bed wil gaan dat ik dit aan haar moet zeggen, zodat de klant aan haar de NAf 200,- kan betalen en dat ik hierna met de klant kan weggaan. De volgende dag zei de echtgenote dat zij mij niet naar Venezuela kon terugsturen, omdat zij de tickets van mij en [naam tussenpersoon] had betaald en dat zij dan haar geld zou kwijtraken. Ze zei dat ik eerst in de bar moet gaan werken en wanneer ik mijn schuld afgelost heb ik naar Venezuela terug mag gaan.

2. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] (bijlage 1-2), d.d. 23 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik moest elke avond werken. Ik kreeg een slaapkamer op de bovenste verdieping. Ik moest de hele week werken.

3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] (bijlage 1-7), d.d. 2 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

(Naar aanleiding van gesprek WA0099) Dit is de stem van [verdachte]. Door de bedreiging heb ik aangifte gedaan.

4. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] (bijlage 1-3), d.d. 26 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[mededader] (het Hof begrijpt: de partner van verdachte) had gezegd dat [naam restaurant] een bar was en dat ik elke dag moest werken. Ik moest aan de bar zitten of aan een tafel met klanten. Op het moment dat een klant seks wilde bedrijven moest dit aan [mededader] worden doorgegeven. De klant moest eerst een betaling doen van

NAf 200,- aan [mededader]. [mededader] had gezegd dat ik van het gemaakte geld mijn schuld moest aflossen. Zij had het alleen over het aflossen van mijn schuld. Een ander meisje vertelde mij dat zij ook op deze manier haar schuld afloste. Ficheren is naar de bar gaan en vragen om een glaasje wijn, bij de bar wordt het in een schrift genoteerd.

5. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van fotoconfrontatie (bijlage 1-4), d.d. 26 oktober 2016, met fotobijlage, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Wij verbalisanten zagen dat onder foto nummer 9 een foto geplaatst was van [verdachte]. Getuige [slachtoffer] verklaarde: ik herken [verdachte] als de man onder nummer 9. Wij verbalisanten zagen dat onder foto nummer 8 een foto geplaatst was van [mededader]. Getuige [slachtoffer] verklaarde: ik herken de vrouw onder nummer 8. Zij heet [mededader] en is de vrouw van [verdachte].

6. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-2), met bijlagen, d.d. 15 oktober 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Uit onderzoek in het BMS is gebleken dat [slachtoffer] inderdaad samen met de man [naam tussenpersoon] naar Curaçao is gereisd.

7. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-11), met bijlagen d.d. 4 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De telefoon van [slachtoffer] is uitgelezen. Bij dit onderzoek zijn enkele voicenotes aangetroffen.

WA0099, 11 oktober 2016, 18:19 uur. Kijk kijk meisje. Stop met zoveel dingen praten. Goed? Ik ben eigenaar van [naam restaurant]. Ja? Zodat je dat weet. Ik ben [verdachte], de eigenaar van [naam restaurant]. En mijn broer, de oudste van de droplul polities, dat hier zijn aangekomen. Ja? Die politie. Ik ga die politie aanmelden, zodat zij hun werk verlies. Zodat hij zijn werk verlies. Omdat dat is een respect verzuim. Een praat klootzak dingen van mijn lokaliteit. Dat er hier dood klapt, met twee doden. Die dat. Geef mijn lokaliteit beruchte faam. Dat zal ik nooit accepteren. Begrijp je? Ik zal dat nooit accepteren. En nu, mijn broer is ook politie, baas van de droplullen dat jou zijn komen halen. En ze moeten nu voor je beantwoorden, met jouw tante. Kom, zodat jullie mij mijn ding betalen. Ik heb geen interesse in jou. Ja? Omdat jij mij mijn geld moet betalen. Goed? Of aan de dood.”

8. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-13), met bijlagen d.d. 10 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bij een doorzoeking van de [naam restaurant] op 4 november 2016 werd op de bar een schrift in beslag genomen. Uit onderzoek naar het schrift blijkt dat er een optelsysteem wordt bijgehouden per dag en per persoon. Tevens blijkt dat er achter elke naam van een persoon die in dit schrift genoteerd staat, meestal een paraaf of handtekening te zien is. De meeste namen die in dit schrift voorkomen zijn vrouwelijk. De periode die het optelsysteem in dit schrift wordt bijgehouden is van 8 augustus 2016 tot en met 17 oktober 2016. Op 15 augustus 2016 staat onder andere op deze bladzijde de volgende optelsom genoteerd: Venta 181 Salida 200 [naam vrouw 1] fls. 381. Op 7 september 2016 staat genoteerd: [naam vrouw 2] Salida 200.

9. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-14), met bijlagen d.d. 12 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 4 november 2016 werd een huiszoeking op het adres [adres] verricht. Er is in de slaapkamer van verdachten [mededader] en [verdachte] een schrift en een hoeveelheid losse bonnetjes in beslag genomen. Uit onderzoek blijkt, dat in het schrift een optelsysteem wordt bijgehouden per dag en per persoon en ook de “multas” die worden afgetrokken. Achter elke naam staat een paraaf of handtekening. De meeste namen zijn vrouwelijk. Op 10 augustus 2016 staat genoteerd Totaal 365 + 200 Salida = 565. Op 119 van de losse bonnetjes waren tragos genoteerd.

10. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (bijlage 3-15), met bijlagen d.d. 12 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 4 november 2016 werd een huiszoeking verricht bij de “[naam bedrijf]”. Er werd in het kantoor een plastic zak inhoudende barbonnen in beslag genomen. Uit onderzoek blijkt dat wat op de barbonnen staat genoteerd is de hoeveelheid drankjes cq. “salida” die worden verkocht.

11. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor [mededader] (bijlage V02-6), d.d. 4 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[verdachte] is mijn vriend. Hij is eigenaar van de [naam restaurant]. Na gesprekken met [naam tussenpersoon] besloten [verdachte] en ik geld voor [naam tussenpersoon] te sturen zodat hij naar Curaçao kon komen. De USD 1800 was voor [naam tussenpersoon] en de vriendin. Het meisje moest het geld van het ticket later aan ons terug betalen. [naam tussenpersoon] en het meisje kwamen op 9 oktober 2016 naar Curaçao. [verdachte] haalde ze op van het vliegveld met mijn witte BMW. Ze heet [slachtoffer]. Ik zei tegen haar dat ze in de bar kon werken. Ik ging samen met haar een kamer klaarmaken zodat zij de slaapkamer kon gebruiken.

12. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte (bijlage V01-5), d.d. 4 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn bijnaam is [verdachte]. Ik ben eigenaar van de [naam restaurant] en de “[naam bedrijf]”. Mijn partner is [mededader]. Ik heb [slachtoffer] en [naam tussenpersoon] op 9 oktober 2016 met de witte BMW van mijn vrouw opgehaald van het vliegveld en naar de [naam restaurant] gebracht, waar [slachtoffer] verbleef. Ik heb via de telefoon van [naam tussenpersoon] een voicebericht gestuurd en doorgegeven dat [slachtoffer] mij NAf 1.250,- schuldig was.

13. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte (bijlage V02-11), d.d. 10 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

U speelt een voicebericht af WA0099. Ik herken mijn stem in de berichten.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde onderdeel sub i :

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte en de medeverdachte de aangeefster in Venezuela hebben laten benaderen en haar naar Curaçao hebben laten komen om prostitutiewerkzaamheden te verrichten in [naam restaurant].

Bij aankomst in Curaçao werd aangeefster al snel duidelijk gemaakt dat zij over een beginschuld bij de verdachte en de medeverdachte beschikte die zij geacht werd terug te betalen. Zij mocht niet terug naar Venezuela voordat zij deze schuld volledig had afgelost. Ook werd zij geacht de gehele week te gaan werken. Hierdoor hebben de verdachte en de medeverdachte misbruik willen maken van het door hen aldus gecreëerde overwicht en op deze wijze geld willen verdienen aan haar prostitutiewerkzaamheden. Zover is het echter niet gekomen nu de aangeefster vroegtijdig de [naam restaurant] heeft verlaten.

Uit de voice-notes die de verdachte nadien heeft ingesproken en verzonden naar de telefoon van de aangeefster blijkt duidelijk dat hij zich benadeeld voelt door de ‘bevrijding’ van aangeefster uit de [naam restaurant]. De verdachte eist van aangeefster en anderen dat zij haar schuld zal aflossen. Hij noemt daarbij een bedrag van 1.250 en ondersteunt daarmee opnieuw de aangifte, die over hetzelfde bedrag rept. Het Hof verwijst naar de volgende berichten:

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 18.19 uur WA0099) (stem van [verdachte]) “Kijk kijk meisje. Stop met zoveel dingen praten. Goed? Ik ben eigenaar van [naam restaurant]. Ja? Zodat je dat weet. Ik ben [verdachte], de eigenaar van [naam restaurant]. En mijn broer, de oudste van de droplul polities, dat hier zijn aangekomen. Ja? Die politie. Ik ga die politie aanmelden, zodat zij hun werk verlies. Zodat hij zijn werk verlies. Omdat dat is een respect verzuim. Een praat klootzak dingen van mijn lokaliteit. Dat er hier dood klapt, met twee doden. Die dat. Geef mijn lokaliteit beruchte faam. Dat zal ik nooit accepteren. Begrijp je? Ik zal dat nooit accepteren. En nu, mijn broer is ook politie, baas van de droplullen dat jou zijn komen halen. En ze moeten nu voor je beantwoorden, met jouw tante. Kom, zodat jullie mij mijn ding betalen. Ik heb geen interesse in jou. Ja? Omdat jij mij mijn geld moet betalen. Goed? Of aan de dood.” en

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 19.31 uur WA0106) (stem van [verdachte]) “ Zie een. Hetzelfde. Ik ben nu te [naam restaurant]. Dit is [verdachte], eigenaar van de [naam restaurant]. Ik wacht hier op jou. Ik ben net vanuit de politiewacht. (…) Je bent te kwadertrouw. (…) Als je dit wil regelen ben ik hier te [naam restaurant] ja. En de politie wacht ook op jou.” en

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 19.49 uur WA0128) (stem van [verdachte]) “Luister de schuld is 1.250,- JA? Ik wil dat zij mij 1.250,- betaald dat is 1 ja? En 2de als zij mij niet betaald dan moet de politie die haar had opgehaald mij terug betalen. Anders ga ik aangifte doen tegen de politie ja? Dat is hetgeen dat ik wil doen?” en

  • -

    (via een voicenotes d.d. 11 oktober 2016 te 19.50 uur WA0130) (stem van [verdachte]) “Waarom 1.250,- dollars/gulden, want er was een verhuur van dollars? R kwam een jongeman waarvan ik ook de reisticket had gekocht en al die schuld want jullie hadden mij benadeeld. Jullie moeten 1.250 uitbetalen, want vandaag ga ik niet slapen zonder dat dit is geregeld. Ik wacht totdat die politie op dienst is, zodat ik daar kan gaan. Want ik moet dit vandaag regelen.”

Door aangeefster op deze manier onder druk te zetten heeft verdachte misbruik willen maken van haar kwetsbare positie.

Tot daadwerkelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van de aangeefster is het niet gekomen. Wel is sprake van een begin van uitvoering, zodat een poging met betrekking tot artikel 2:239 lid 1 sub i Sr. bewezen wordt geacht.

Anders dan de raadsman is het Hof van oordeel dat uit de voice-note van 13 oktober 2016 te 12:35 uur (WA0013) van de moeder van aangeefster niet blijkt dat aangeefster met betrekking tot het feit dat zij naar de [naam restaurant] is gehaald om daar prostitutie-werkzaamheden te gaan verrichten een leugenachtige verklaring heeft afgelegd. Het feit dat aangeefster ervan op de hoogte was dat zij dat werk zou gaan doen, laat onverlet de omstandigheden waaronder een en ander heeft plaatsgevonden en die juist leiden tot de conclusie dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Het verweer wordt verworpen.

Ten aanzien van feit 2

De voice-note van 11 oktober 2016 te 18:19 uur (WA0099) is door de verdachte ingesproken op de telefoon van de aangeefster [slachtoffer]. Gelet op de inhoud van die voice-note acht het Hof de verklaring van de verdachte ter terechtzitting dat die voice-note niet was gericht aan [slachtoffer], maar aan haar tante, niet geloofwaardig, nu uit de voice-note duidelijk blijkt dat de verdachte het tegen [slachtoffer] had en niet tegen haar tante. Het Hof verwijst met name naar de volgende passages uit het desbetreffende bericht:

“(…) En ze moeten nu voor je beantwoorden, met jouw tante . Kom, zodat jullie mij mijn ding betalen. Ik heb geen interesse in jou . Ja? Omdat jij mij mijn geld moet betalen . Goed? Of aan de dood.”

Gelet op de inhoud van het bericht en de omstandigheden waaronder dit is geschied, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de woorden “of aan de dood” bij [slachtoffer] de redelijke vrees kon opwekken dat zij het leven zou verliezen als zij het geld niet aan de verdachte zou betalen. Gelet hierop acht het Hof ook feit 2 bewezen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde onderdeel sub i bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:239 juncto artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Poging tot mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder feit 2 ten laste gelegde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte is te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft tezamen en in vereniging met een ander getracht [slachtoffer] prostitutiewerkzaamheden te laten verrichten in hun bar/restaurant. De verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van die [slachtoffer], enkel met het oog op zijn eigen financiële gewin. Daarnaast heeft hij [slachtoffer] bedreigd.

Mensenhandel is een ernstig strafbaar feit en moet streng bestreden worden, omdat kwetsbare mensen het slachtoffer worden van misbruik en uitbuiting ten behoeve van geldelijk gewin van de daders.

Het Hof houdt in voor de verdachte gunstige zin rekening met de relatief korte pleegperiode en het feit dat het gaat om een relatief minder ernstige vorm van mensenhandel.

Alles afwegend acht het Hof de door de procureur-generaal geëiste straf passend en geboden, zodat die eis zal worden gevolgd.

Schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt

NAf 50.000,- wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 oktober 2016 en de kosten om het vonnis te executeren.

De vordering van de benadeelde partij is bij vonnis waarvan beroep afgewezen. Ter terechtzitting in hoger beroep is de benadeelde partij niet verschenen, noch iemand die zich namens haar wilde voegen. Aangezien niet is gebleken dat de benadeelde partij voor de behandeling in hoger beroep is opgeroepen en de benadeelde partij in het buitenland woont, gaat het Hof (met instemming van de procureur-generaal en de raadsman) ervan uit dat de benadeelde partij haar vordering in hoger beroep handhaaft.

Evenals het Gerecht is het Hof van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij, die niet is gespecificeerd, dient te worden afgewezen. Ter onderbouwing van de vordering zijn namens de benadeelde partij een aantal stukken ingebracht, te weten twee arresten van de Hoge Raad en een krantenknipsel. Op grond van deze stukken is niet aannemelijk geworden dat de benadeelde partij schade heeft geleden. Hierbij speelt tevens een rol dat, zoals het Gerecht terecht heeft overwogen, het slachtofferschap van aangeefster dient te worden gerelativeerd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg en doet opnieuw recht;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 ter zake van de voltooide vormen van mensenhandel sub a, sub c en sub d en de als subsidiair ten laste gelegde pogingsvormen van mensenhandel sub a, sub c, sub d en sub f is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde onderdeel sub i en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de drie (3) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee (2) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot schadevergoeding af;

heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mrs. S.A. Carmelia, D. Radder en H. de Doelder, leden van het Hof, bijgestaan door mr. L.M. Tjong-A-Tjoe, (zittings)griffier, en op 19 juli 2018 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao.

mrs. Radder en De Doelder zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

uitspraakgriffier:

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Curaçao, d.d. 3 juli 2017, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 201707031000-RLS en de onderzoeksnaam “[onderzoeksnaam]”.