Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2018:216

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20-11-2018
Datum publicatie
27-12-2018
Zaaknummer
AR 890/15 – Ghis 81920/17 – H 169/17 AUA201500597 – AUA2017H00123
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

vaststellingsovereenkomst schuldbekentenis dwingend bewijs overmacht misbruik van omstandigheden onaanvaardbaarheid redelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BURGERLIJKE ZAKEN 2018 VONNIS NO.

Registratienrs. AUA201500597 – AUA2017H00123

AR 890/15 – Ghis 81920/17 – H 169/17

Uitspraak: 20 november 2018

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Vonnis in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende in Aruba,

hierna te noemen: [appellant],

oorspronkelijk verweerder in conventie en eiser in reconventie, thans appellant,

procederende in persoon,

tegen

[GEÏNTIMEERDE],

wonende in Aruba,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

oorspronkelijk eiser in conventie en verweerder in reconventie, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. P.M.E. Mohamed.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (GEA), wordt verwezen naar het tussen partijen in de zaak met AR nummer 890 van 2015 gewezen en op 24 augustus 2016 uitgesproken vonnis. De inhoud van dit vonnis geldt als hier ingevoegd.

1.2. [

[appellant] is door op 28 september 2016 een akte van hoger beroep in te dienen in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis. In een op 4 november 2016 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft hij vijf grieven voorgedragen en toegelicht en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vordering van [appellant] ter zake van de vernietiging van de schuldbekentenis van 30 december 2013 zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.

1.3. [

[geïntimeerde] heeft in een memorie van antwoord het hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep.

1.4. [

[appellant] heeft een schriftelijke pleitnota ingediend. [geïntimeerde] heeft afgezien van pleidooi en hij

heeft ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een akte uitlating producties te nemen.

1.5.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 Beoordeling

2.1.

In deze procedure vordert [geïntimeerde] veroordeling van [appellant] tot betaling van:

A. US$ 110.000,-, vermeerderd met incassokosten en rente;

B. US$ 14.310,-, vermeerderd met rente; en

C. Afl. 15.216,70, vermeerderd met rente.

2.2.

Het GEA heeft de vorderingen onder A en B toegewezen en de vordering onder C afgewezen. Tegen de toewijzing ad A en B richt zich het appel van [appellant]. [geïntimeerde] heeft niet geappelleerd tegen de afwijzing ad C zodat deze in appel buiten behandeling kan blijven.

Ad A (vordering US$ 110.000,-)

2.3. [

[geïntimeerde] ‘on the first part’ en [appellant] ‘on the second part’ hebben, met het oog op onder meer de import en verkoop van vuurwerk in Aruba, een samenwerkingsovereenkomst getekend ‘effective as of the 20th day of August, 2013’. In het midden kan blijven of [geïntimeerde] tekende als bestuurder van Saphalata Trading N.V. [appellant] was in dienst bij Ling and Sons Supermarket.

2.4.

De overeenkomst luidt voor zover van belang (productie 2 bij conclusie van antwoord in conventie):

ARTICLE 1- INTRODUCTION

A.It is by signing this agreement the above mention parties has decided to commence the Import of Fireworks into the Island of Aruba under the supervision and mangement of Saphalata Trading N.V. which entitles the above mention parties to financial compensation for sevices render which will be stipulated in this agrement.

B.If the sales of 2013 is a success Saphalata Trading N.V. reserves the rights to continue in 2014 and the coming years with additional articles such as Christmas Trees , Christmas Lights and additional mechandise in the same location ( Ling and Sons ).

ARTICLE 2 — FORMATION OF AGREEMENT

NAME

All business deal from this day on shall only be conducted under the name of Saphlata Trading N.V. and no third party is allowed to conduct business under such name except the two individuals mention in this agreement without the written permission given by the director permitting them to do so.

PLACE OF BUSINESS

The place of business shall be on the premises of Ling and Sons Super Market and container

placed in the path the ensures constant view by the public to maximize sales.

The rental fee for accupying such place with be AWG-700.00 per day which ensures unlimited

usage if water/electricity and bath room facilities.

(…)

ARTICLE 3 — FINANCIAL MATTERS

Capital contributions and financial requirements:-

The intital capital of the invest shall be invested by Saphalata Trading N.V. which goes as follows:

Inventory -

Container -

Location Rental Fee -AWG 3500.00

1st Transfer August 20th, 2013 — AWG-25,455.47

2nd Transfer

3rd Transfer

PROFIT AND LOSS

If there are any financial lost that may present it self Saphalata Trading N.V. reserves the right to replenish its total investment and only then IF ANY funds remains will the second party be compensated for its services render.

If complete inventory has been sold as made during the verbal presentation the second party will be compensated with AWG-15000.00 for all his services render.

Sales of products will commence on the 27th of December 2013 and concludes on December 31st 2013 in conjuction with Ling and Songs and selling of their products also, for first four days any and all sales will be splited 50% between Saphalata Trading N.V. and Ling and Sons Supermarket.

The remaining 5th day any and all sales that occur on that day will be calculated to 50% more because of the 50% more merchandise. At the end Ling and Sons Supermarket has 60% and Saphalata Trading N.V. 40% of the final balance.

(…).

2.5.

Saphalate Trading N.V. zou het benodigde kapitaal inbrengen en [appellant] zijn arbeid en ervaring, zijn vergunning tot verkoop van vuurwerken aan het publiek (productie 3 bij conclusie van antwoord in conventie), zijn dienstverband met Ling and Sons Supermarket, waar de container met vuurwerk zou komen te staan, en zijn contacten met Chinese vuurwerkfabrikanten.

2.6.

De voorgenomen verkoop van vuurwerk tussen 27 december en 31 december 2013 is niet doorgegaan. Er moet van worden uitgegaan dat de oorzaak was dat het schip dat het gekochte vuurwerk van China naar Aruba zou brengen met motorpech te kampen kreeg en daardoor pas na 31 december 2013 in Aruba aankwam.

2.7. [

[geïntimeerde] heeft op 27 december 2013, 28 december 2013 en op 30 december 2013 [appellant] bezocht op diens nieuwe werk bij Diamonds International Watch & Design ([appellant] was nog in de proeftijd). Op 30 december 2013 heeft [geïntimeerde] [appellant] ertoe gebracht een schuldbekentenis voor US$ 110.000,- te tekenen met goedschrift (productie 2 bij inleidend verzoekschrift). De schuldbekentenis vermeldt dat het bedrag door [appellant] verschuldigd is ‘uit hoofde van een minnelijke regeling’.

2.8.

Er moet van worden uitgegaan – [geïntimeerde] heeft dit niet bestreden – dat het, voor de verkoop in december 2013 bestemde, te laat aangekomen vuurwerk in december 2014 is verkocht door Saphalata Trading N.V. en dat de opbrengst voldoende was om de in 2013 door Saphalata Trading N.V. gemaakte kosten en gederfde winst te dekken.

2.9. [

[appellant] stelt niets schuldig te zijn. Hij beroept zich op overmacht, wilsgebreken en op de onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

2.10.

Voorop staat dat van een vaststellingsovereenkomst geen sprake is. Dat [geïntimeerde] iets opgeeft blijkt niet. Sprake is van een onderhandse akte die tussen partijen dwingend bewijs oplevert van de waarheid van hetgeen verklaard is (artikel 136 lid 2 Rv jo artikel 137 lid 1 Rv). Tegenbewijs staat tegen dit dwingend bewijs vrij (artikel 130 lid 2 Rv).

2.11.

Dit tegenbewijs is geleverd. [geïntimeerde] heeft niet eens gesteld, althans niet gemotiveerd, dat aan de zijde van [appellant] sprake was van wanprestatie, doordat hij een fout had begaan, de relevante omstandigheden voor zijn risico kwamen of hij de goede afloop had gegarandeerd.

2.12.

Dat [geïntimeerde], zoals [appellant] heeft gesteld en [geïntimeerde] onvoldoende heeft betwist, in opgewonden staat [appellant] op diens nieuwe werk (wat [geïntimeerde] wist), in de winkel tijdens openingstijd, heeft opgezocht en onder druk gezet, in aanwezigheid van klanten en onder het oog van de manager die moest ingrijpen (productie 2 bij memorie van grieven), levert bovendien misbruik van omstandigheden op.

2.13.

Ten slotte is, nu er na december 2014 in het geheel geen schade blijkt te zijn en van enige tekortkoming van [appellant] ook niet is gebleken, het beroep van [geïntimeerde] op de schuldbekentenis onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

2.14.

De vordering ad A van US$ 110.000,- dient derhalve, met vernietiging van het bestreden vonnis, te worden afgewezen.

2.15.

Het vorenstaande in rov. 2.11 en 2.12 impliceert dat bij toewijzing van de vordering in reconventie geen belang meer bestaat. Gelet op het materiële gelijk van [appellant] en de zeer beperkte omvang van de gedingstukken in reconventie en de overlap met de conventie, zal het Hof in reconventie geen kostenveroordeling uitspreken. In zoverre, wat betreft de kostenveroordeling, zal ook het vonnis in reconventie dienen te worden vernietigd.

Ad B (vordering US$ 14.310,-)

2.16. [

[appellant] heeft niet bestreden dat hij dit bedrag heeft achtergehouden. Het gaat om gedeeltelijke restitutie van door [geïntimeerde] gedane betalingen en [geïntimeerde] heeft het recht [appellant] op het achterhouden van de restitutie aan te spreken. In het midden kan blijven of een door Saphalata Trading N.V. aan haar bestuurder [geïntimeerde] gegeven volmacht tot inning op eigen naam kan worden aangenomen.

2.17. [

[appellant] beroept zich op verrekening met de Afl. 15.000,- plus 50% van de winst, waarop hij contractueel recht meent te hebben.

2.18.

Het gaat hier om het volgende beding uit de overeenkomst (zie hiervóór onder 2.4):

If complete inventory has been sold as made during the verbal presentation the second party will be compensated with AWG-15000.00 for all his services render.

Sales of products will commence on the 27th of December 2013 and concludes on December 31st 2013 in conjuction with Ling and Songs and selling of their products also, for first four days any and all sales will be splited 50% between Saphalata Trading N.V. and Ling and Sons Supermarket.

The remaining 5th day any and all sales that occur on that day will be calculated to 50% more because of the 50% more merchandise. At the end Ling and Sons Supermarket has 60% and Saphalata Trading N.V. 40% of the final balance.

2.19.

Een redelijke uitleg van het beding brengt mee dat [appellant] geen recht heeft op de vergoeding van Afl. 15.000,- en 50% van de winst. De verkoop in december 2013 is niet doorgegaan. [geïntimeerde] en Saphalata Trading N.V. hebben een jaar lang moeten wachten. Zij hebben ook een jaar lang in onzekerheid verkeerd omtrent de goede afloop. [appellant] heeft geen bijdrage geleverd aan de verkoop in december 2014.

2.20.

De vordering ad B van US$ 14.310,- is derhalve terecht door het GEA toegewezen.

2.21.

In de uitkomst ziet het Hof reden de kosten van het geding in eerste aanleg in conventie te compenseren. [geïntimeerde] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

3 Beslissing

Het Hof:

- vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw recht doende:

  • -

    veroordeelt [appellant] om aan [geïntimeerde] te betalen US$ 14.310,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 februari 2015;

  • -

    verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de kosten van de procedure in eerste aanleg in conventie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [appellant] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 4.903,90 aan verschotten en Afl. 10.500,- voor salaris van de gemachtigde;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mrs. H.J. Fehmers, F.W.J. Meijer en J. de Boer, leden van het Hof en, door mr. Meijer ondertekend, ter openbare terechtzitting van 20 november 2018 in Aruba uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.