Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2018:141

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
24-07-2018
Datum publicatie
01-08-2018
Zaaknummer
SXM2018H00020
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak.--> Vaststellingsovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN

ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN

BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Beschikking in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende in Sint Maarten,

hierna te noemen: [appellant],

oorspronkelijk verzoeker, thans appellant,

gemachtigde: mr. H.S. Kockx,

tegen

de naamloze vennootschap SOL ANTILLES N.V.,

gevestigd en kantoorhoudende in Sint Maarten,

hierna te noemen: Sol,

oorspronkelijk verweerder, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. R.F. Gibson,

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: GEA) wordt verwezen naar de tussen partijen in de zaak met nummer EJ 2017-130 gegeven en op 30 augustus 2017 uitgesproken beschikking. De inhoud van deze beschikking geldt als hier ingevoegd.

1.2. [

[appellant] is met een beroepschrift, ter griffie ingekomen op 16 oktober 2017, de eerste dag waarop de griffie in Sint Maarten weer open was na orkaan Irma, tijdig hoger beroep ingesteld tegen voornoemde beschikking. Hierin heeft hij de grieven geformuleerd en gesteld dat hij zich niet kan verenigen kan met de gronden waarop de beschikking is gestoeld.

1.3.

Sol heeft op 24 mei 2018 een verweerschrift met producties ingediend.

1.4.

Op 1 juni 2018 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Namens [appellant] is zijn gemachtigde verschenen en namens Sol is verschenen de heer [naam 1], manager, bijgestaan door de gemachtigde. Beide gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities.

1.5.

Beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Met ingang van 1 oktober 2008 is [appellant] in dienst van Sol getreden als “mechanic”.

2.2.

Met toestemming van Sol heeft [appellant] van 26 september 2016 tot en met
13 december 2016 onbetaald verlof opgenomen om naar de Verenigde Staten te gaan. Doel was om zijn “Green Card” (verblijfstitel) in de Verenigde Staten te behouden.

2.3.

Per e-mail van 2 december 2016 bericht [appellant] aan Sol dat hij van de Amerikaanse instanties te horen heeft gekregen dat hij tot 15 december 2016 moet wachten op de beslissing over de verlenging van de Green Card. Diezelfde dag e-mailt Sol terug dat hij de update van [appellant] zal afwachten.

2.4.

Per e-mail van 13 december 2016 bericht [appellant] aan Sol dat hij van de instanties te horen heeft gekregen dat het nog 60 dagen kan duren voordat zijn verzoek is beoordeeld. Als hij na afloop daarvan nog niets te horen heeft gekregen moet hij contact opnemen met het klantencentrum.

2.5.

Hierop reageert Sol bij brief van 17 december 2016 (uiteindelijk verzonden per e-mail op 22 december 2016) aan [appellant] als volgt:

“Reference is made to your communication of December 13, 2016 concerning update pm the status of your US residency. As you are aware, the Company initially granted you ninety (90) days, namely September 26, 2016 to December 24, 2016 to facilitate your stay in the USA while you sorted out your personal issues with residency in the USA. Please be advised that the Company cannot grand you any further time for same as its operations are severely hampered by not having someone perform your function as Aviation Mechanic.”

You are therefore required to return to your substantive role of Aviation Mechanic with SOL ANTILLES N.V. on December 27, 2016. Failure to report for work on December 27, 2016 will be viewed as abandonment of your duties as Aviation Mechanic and will result in the termination of your contract of employment with SOL ANTILLES N.V..”

2.6.

Op 22 december 2016 reageert [appellant] per e-mail aan Sol als volgt:

“Thank you for your patience and response to the decision made on the situation am facing. I’m extremely sorry that this is the out come. Maybe in the future, if possible or needed at any point in time that I can reapply for the position. I thank you and management for you all patients and understanding in situation and the time granted. Excuse me for the lengthy inconvenience I have cause the company and coworkers.”

2.7.

Per e-mail van 6 januari 2017 reageert Sol als volgt:

“We would suggest that you submit a resignation letter effective December 27, 2016 for your file so the file will show a clean record (ie. No abandonment of the job) should you ever wish at any point in the future to re-apply for the position or any other position at the company.”

2.8.

Per e-mail van 20 maart 2017 bericht [appellant] het volgende aan Sol:

“Am contacting you in regards to receiving the permit I was sacrificing for the last couple months. I don’t know if my returning is of any interest to you. I will be there on the 31st of month. Am awaiting your response. Please keep this information between us, I wish to surprise my family on return.”

2.9.

Hierop reageert Sol per e-mail op 24 maart 2017 als volgt:

“Many thanks for your mail and assume you got through with green card so congrats. However, we have just filled your job so there is nothing at the moment.”

2.10.

Bij brief van zijn advocaat d.d. 18 mei 2017 vordert [appellant] wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon. Hierop gaat Sol niet in.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de gronden van het hoger beroep wordt verwezen naar het beroepschrift.

4 Beoordeling

4.1.

Uit het overgelegde bewijs van onvermogen van 21 juni 2017 is genoegzaam van het onvermogen van [appellant] gebleken om de proceskosten te dragen, zodat hem toelating wordt verleend om kosteloos te procederen.

4.2. [

[appellant] vordert - samengevat - een verklaring voor recht dat Sol de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk heeft beëindigd dan wel onregelmatig heeft opgezegd en schadeplichtig is, veroordeling van Sol tot betaling van schadevergoeding naar billijkheid van NAf 10.000,-, vaneen bedrag van NAf 16.894,79, vermeerderd met wettelijke rente, van buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

4.3.

Het GEA heeft de vorderingen afgewezen.

4.4.

Het gaat in deze zaak om de vraag of uit de verklaringen of gedragingen van [appellant] duidelijk en ondubbelzinnig van zijn instemming met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst blijkt (o.a. HR 19 april 1996, JAR 1996, 116 en HR 1 april 2011, JAR 2011, 110). Met het GEA is het Hof van oordeel dat uit de email van [appellant] van 22 december 2016 (zie onder 2.6), waarin hij met begrip reageert op de mail van Sol d.d. 22 december 2016 (zie onder 2.5) en zijn hoop uitspreekt dat hij in de toekomst opnieuw zal kunnen solliciteren, het feit dat [appellant] op het door Sol gestelde ultimatum niet op het werk is verschenen, de email van [appellant] van 20 maart 2017 (zie onder 2.8) waarin [appellant] bij Sol informeert of hij kan terugkomen, duidelijk en ondubbelzinnig van de instemming van [appellant] met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst blijkt. De e-mail van Sol van 17 december 2016 laat geen ruimte voor twijfel over de bedoeling van Sol: [appellant] moest zich op de afgesproken datum beschikbaar stellen voor Sol of de arbeidsovereenkomst zou worden beëindigd. Ook het antwoord daarop van [appellant] is duidelijk: hij kiest ervoor om in de Verenigde Staten te blijven en stemt in met de beëindiging van de overeenkomst. Dat [appellant] zijn e-mail van 22 december 2016 zo heeft bedoeld dat voor hem niet duidelijk was dat er echt beëindigd zou worden, zoals hij ter terechtzitting stelt, strookt niet met de bewoordingen van die e-mail, in het bijzonder niet met de zin: Maybe in the future, if possible or needed at any point in time that I can reapply for the position.

4.5.

Dat Sol bij e-mail van 6 januari 2017 om een ontslagbrief vraagt doet aan het voorgaande niet af. Uit die e-mail blijkt immers dat het slechts een suggestie van Sol betrof, zodat met het oog op een eventuele sollicitatie in de toekomst, uit het dossier blijkt dat er geen sprake was van “abandonment of the job”. De stelling van [appellant] dat Sol geen belang had bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, behoeft, nu ook het Hof uitgaat van beëindiging met wederzijds goedvinden, geen bespreking.

4.6.

Het hoger beroep faalt. [appellant] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

5 Beslissing

Het Hof:

Verleent [appellant] toestemming om kosteloos te procederen.

Bevestigt de bestreden beschikking.

Veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep en tot aan deze uitspraak begroot op NAf 2.500,- aan gemachtigdensalaris.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Saleh, S.A. Carmelia en H.J. Fehmers, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juli 2018 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.