Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2018:116

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
03-07-2018
Datum publicatie
11-07-2018
Zaaknummer
KG 83513/17 - CUR2018H00120
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curaçao. SMS-diensten. Kansspelen. Samenwerking. Naheffing griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2018 Vonnis no.:

Registratienummer: KG 83513/17 - CUR2018H00120

Uitspraak: 3 juli 2018

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in kort geding in de zaak van:

de naamloze vennootschap

SMARTPLAY N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

oorspronkelijk eiseres,

thans appellante,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen

1. de naamloze vennootschap

RADCOMM CORPORATION N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

2. de naamloze vennootschap

UNITED TELECOMMUNICATION SERVICES

(EASTERN CARIBBEAN) N.V.,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagden,

thans geïntimeerden,

gemachtigde: mr. J.A. de Baar.

De partijen worden hierna Smartplay en UTS c.s. genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 28 september 2017 is Smartplay in hoger beroep gekomen van het in kort geding tussen partijen gewezen en op 7 september 2017 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: GEA).

1.2

Bij op 19 oktober 2017 ingekomen memorie van grieven heeft Smartplay zes grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en haar vordering alsnog zal toewijzen, met hoofdelijke veroordeling van UTS c.s. in de proceskosten in beide instanties.

1.3

Bij op 3 januari 2018 ingekomen memorie van antwoord hebben UTS c.s. de grieven bestreden. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van Smartplay in de proceskosten in hoger beroep.

1.4

Op 29 mei 2018 hebben partijen pleitnotities overgelegd. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

De vordering van Smartplay strekt ertoe dat de rechter UTS c.s. beveelt de dienstverlening in Sint Maarten ter zake van SMS-diensten voort te zetten op grond van een samenwerking die gebaseerd is op een overeenkomst uit 2008 die telkens is verlengd, op straffe van verbeurte van dwangsommen. Die dwangsommen heeft Smartplay gesteld op NAf 50.000,00 per dag, zonder maximum. In eerste aanleg heeft Smartplay gesteld dat UTS c.s. in 2016 ruim NAf 2,7 miljoen aan de samenwerking heeft verdiend en in de eerste zeven maanden van 2017 ruim NAf 1,4 miljoen. In hoger beroep heeft Smartplay aangevoerd dat beide partijen enorm financieel voordeel en gewin hebben bij voortzetting van de overeenkomst en dat Smartplay grote financiële nadelige gevolgen ondervindt door de beëindiging ervan.

2.2

De griffier stelt zich op grond van het voorgaande op het standpunt dat Smartplay een direct geldelijk belang bij haar vordering heeft dat kan worden gewaardeerd op een zo hoog bedrag dat het griffierecht op NAf 15.000,00 moet worden getaxeerd. Er is reeds NAf 900,00 geheven en betaald. Er dient dus NAf 14.100,00 te worden nageheven.

2.3

Smartplay zal in de gelegenheid worden gesteld binnen zes weken na heden, dus uiterlijk op 14 augustus 2018, het nageheven bedrag te betalen. De zaak zal naar de rol van 21 augustus 2018 worden verwezen voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van Smartplay. Aan de akte dient bewijs van betaling van het nageheven bedrag te worden gehecht.

2.4

De heffing van griffierecht strekt niet ter bescherming van enig recht of belang van geïntimeerden. Daarom zal aan UTS c.s. geen gelegenheid worden geboden om een antwoordakte in te dienen.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van 21 augustus 2018 voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van Smartplay;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, F.W.J. Meijer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao op 3 juli 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.