Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:9

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
17-01-2017
Datum publicatie
10-04-2017
Zaaknummer
EJ 2935/15 – Ghis: 79843 – H 250/16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

confraternele correspondentie. waarheidsvinding. Bewijsuitsluiting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN

ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN

BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Beschikking in de zaak van:

[APPELLANT],

te dezer zake woonplaats gekozen hebbende ten kantore van zijn gemachtigde,

hierna te noemen: [appellant],

oorspronkelijk verzoeker, thans appellant,

gemachtigde: mr. M.O. Lopez,

tegen

de naamloze vennootschap ISLA ALEGRE RESTAURANTS N.V.,

gevestigd in Aruba,

hierna te noemen: Isla Alegre,

oorspronkelijk verweerster, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. J.L. Peterson.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: GEA) wordt verwezen naar de tussen partijen in de zaak met EJ nummer 2935 van 2015 gegeven en op

10 mei 2016 uitgesproken beschikking. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.

1.2. [

[appellant] heeft in een beroepschrift, met producties, ingekomen op 21 juni 2016, dus tijdig, hoger beroep ingesteld tegen voornoemde beschikking. Hierin heeft hij het beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zijn verzoeken integraal zal toewijzen, kosten rechtens.

1.3.

Isla Alegre heeft in een verweerschrift, met producties, het hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot afwijzing van het beroep, kosten rechtens.

1.4.

Op 20 december 2016 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [appellant] is in persoon verschenen, vergezeld van zijn gemachtigde. Voor Isla Alegre zijn verschenen mw. [naam 1], mw. [naam 2] en mw. [naam 3], vergezeld van de gemachtigde van Isla Alegre. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen. Ook [appellant] heeft het woord gevoerd.

1.5.

Beschikking is bepaald op heden.

2 De gronden van het hoger beroep

Voor de gronden van het hoger beroep wordt verwezen naar het beroepschrift.

3 Beoordeling

3.1.

Voor de feiten zij verwezen naar de bestreden beschikking onder 2. [appellant] stelt dat sprake is van kennelijk onredelijk ontslag. Voorts verzoekt hij nabetaling van achterstallige emolumenten. Het GEA heeft de verzoeken afgewezen en hiertegen richt zich het hoger beroep van [appellant].

3.2.

Het hoger beroep faalt. Het Hof sluit zich aan bij het oordeel van het GEA en maakt dit tot het zijne.

3.3.

Dat [appellant] op 7 augustus 2015 is ontslagen is geenszins komen vast te staan, ook niet in hoger beroep. In het midden kan blijven of [appellant] op 9 september 2015 zelf ontslag heeft genomen. Ook al zou [appellant] op 7 augustus 2015 naar huis zijn gestuurd, dan was veeleer sprake van een schorsing (voor een dag) met behoud van loon.

3.4. [

[Appellant] maakt bezwaar tegen de overlegging door Isla Alegre (bij productie 6 bij verweerschrift in eerste aanleg) van confraternele correspondentie. Er is geen regel die inhoudt dat de rechter confraternele correspondentie die is overgelegd zonder toestemming van de confrère of van de rechter buiten beschouwing hoort te laten. In beginsel weegt het belang van de waarheidsvinding in rechte juist zwaarder dan het belang van bewijsuitsluiting (vgl. HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:942, NJ 2015/20 en HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1632). De uitspraak van de Hoge Raad van 9 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9204, NJ 2012/174 duidt daar ook niet op. Hierin is geoordeeld ‘dat van een partij die zich beroept op correspondentie waarover zij beschikt, verlangd mag worden dat zij die correspondentie uit zichzelf in het geding brengt, ook als het vertrouwelijke correspondentie tussen advocaten betreft, voor het overleggen waarvan de toestemming van de (toenmalige) advocaat van de wederpartij dan wel de deken nodig is. De rechter behoeft partijen daartoe niet in de gelegenheid te stellen.’ Overigens is de desbetreffende gedragsregel van de advocatuur (Regel 12) niet absoluut en is het maar de vraag of de bedoelde mail van mr. Lopez vertrouwelijk was bedoeld en zo ja, of de mr. Kloes dat moest begrijpen.

3.5.

Ter zitting van het Hof is erkend dat [appellant] als general manager zelf instructies heeft gegeven tot verlaging van de emolumenten. Dat [appellant] daartoe gedwongen werd is niet komen vast te staan. Het ging – en gaat – slecht met het restaurant, zo is ter zitting van het Hof door Isla Alegre nader toegelicht, en de verlaging werd gezien, ook door [appellant], als een alternatief voor sluiting van het restaurant met het verlies van arbeidsplaatsen van dien.

3.6.

Uit het voorgaande volgt dat de bestreden beschikking moet worden bevestigd. [appellant] dient de kosten van het hoger beroep te dragen.

4 Beslissing

Het Hof bevestigt de bestreden beschikking en veroordeelt [appellant] in de aan de zijde van Isla Alegre gevallen kosten van dit hoger beroep, tot op heden begroot op Afl. 6.000,= aan gemachtigdensalaris.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en S.A. Carmelia, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 januari 2017 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.