Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:74

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
29-08-2017
Datum publicatie
04-09-2017
Zaaknummer
AR 68485/14 - H 218/16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curaçao. Onderaannemer. Houtsoort kozijnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 68485/14 - H 218/16

Uitspraak: 29 augustus 2017

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

[APPELLANT],

h.o.d.n. Floors & Doors,

wonende in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde,

thans appellant,

gemachtigde: mr. L.F. Herben,

tegen

[GEÏNTIMEERDE],

wonende in Curaçao,

oorspronkelijk eiseres,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. E. Fa Si Oen.

De partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 1 april 2016 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 29 februari 2016 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: GEA).

1.2

Bij op 13 mei 2016 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellant] zeven (niet correct doorgenummerde) grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad.

1.3

Bij op 28 juni 2016 ingekomen memorie van antwoord, met producties, heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.

1.4

Op 29 november 2016 hebben partijen pleitnotities overgelegd. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Tussen partijen staat het volgende vast. In 2010-2011 heeft [geïntimeerde] een huis laten bouwen in het Villapark Flamboyan in Curaçao. In dezelfde periode heeft [appellant], handelende onder de naam Floors & Doors, ten behoeve van dat huis een pool deck (zwembaddek) aangelegd en houten deuren en kozijnen met shutters geleverd.

2.2

In dit geding heeft [geïntimeerde] diverse vorderingen ingesteld op grond van haar stellingen dat de pool deck ondeugdelijk is aangelegd en de deuren en kozijnen zijn gemaakt van een te zachte houtsoort.

Het GEA heeft een aantal vorderingen afgewezen, maar een vordering tot betaling van NAf 30.705,00 toegewezen, met wettelijke rente en proceskosten.

De toewijzing is, samengevat weergegeven, gebaseerd op de volgende oordelen: [geïntimeerde] heeft rechtstreeks met [appellant] gecontracteerd over de levering van de deuren en kozijnen (rov. 4.6); de deuren en kozijnen zijn gebrekkig (rov. 4.18); [geïntimeerde] heeft tijdig geklaagd (rov. 4.17); [appellant] is in verzuim (rov. 4.14); [appellant] is dus schadeplichtig wegens toerekenbare tekortkoming (rov. 4.19); de schade bedraagt NAf 30.705,00 aan kosten van vervanging of herstel (rov. 4.22).

Het hoger beroep is gericht tegen de toewijzing van deze vordering.

2.3

Grief 1 is ertegen gericht dat het GEA heeft overwogen dat het procesverloop mede blijkt uit de aantekeningen van de griffier van het verloop van een na conclusie van antwoord gehouden comparitie van partijen. In de toelichting op de grief klaagt [appellant] dat het proces in eerste aanleg niet eerlijk is geweest.

Voor de toewijsbaarheid van de vordering in hoger beroep is de gang van zaken op de comparitie van partijen in dit geval niet van belang, nu er daarna nog processtukken in eerste aanleg en in hoger beroep zijn gewisseld en daaruit het partijdebat voldoende blijkt. Het Hof zal de griffiersaantekeningen buiten beschouwing laten. De grief behoeft verder geen bespreking.

2.4

Grief 2 is gericht tegen het oordeel van het GEA dat [geïntimeerde] rechtstreeks met [appellant] heeft gecontracteerd.

2.5

Bij de beoordeling van deze grief zijn de volgende producties van belang.

2.5.1

Een geschrift op papier met de aanduiding "Flamboyan Villapark Curaçao" (prod. 4 bij inleidend verzoekschrift, p. 1) vermeldt dat de mogelijkheid bestaat om de woningen te voorzien van shutters in plaats van glas. Het geschrift vermeldt de naam Bouw & Support N.V. en een bedrag van NAf 4.200,- exclusief omzetbelasting voor zes kozijnen in de slaapkamer. Op 26 oktober 2010 is dit geschrift voor akkoord getekend door [geïntimeerde].

2.5.2

Een geschrift op briefpapier van Bouw & Support N.V. (prod. 4 bij inleidend verzoekschrift, p. 2) vermeldt onder meer: "Alle buiten ramen en deuren zullen worden uitgevoerd in meranti of soortgelijk".

2.5.3

Een tekening van 26 oktober 2010 (prod. 4 bij inleidend verzoekschrift, p. 3) ten behoeve van de woning van de familie [geïntimeerde] toont twee kozijnen met shutters, waarvan één voor een slaapkamer. De tekening vermeldt onder een eerste aanduiding "vo. bo." de naam "Floors & Doors", en onder een tweede aanduiding "vo. bo." de naam "Bouwsupport N.V."

2.5.4

Een e-mailbericht van [appellant] aan [geïntimeerde] (prod. 2 bij conclusie van repliek) d.d. 26 oktober 2010, vermeldt dat [appellant] "de aangepaste tekening voor de ramen in shutter" aan [geïntimeerde] doet toekomen, en heeft als attachment de hiervoor in rov. 2.5.3 bedoelde tekening.

2.6

[geïntimeerde] heeft haar stelling dat zij met [appellant] heeft gecontracteerd bij conclusie van repliek als volgt toegelicht. In het contract van [geïntimeerde] met de projectontwikkelaar wordt standaard uitgegaan van glazen ruiten en van kozijnen die niet van hout hoeven te zijn. [appellant] deelde aan [geïntimeerde] mee dat hij hardhouten kozijnen met shutters kon leveren tegen een meerprijs. [geïntimeerde] is daarmee akkoord gegaan. Dit ging buiten de hoofdaannemer om. Die bemoeide zich daar niet mee. Alle onderhandelingen, gesprekken en contacten vonden rechtstreeks met [appellant] plaats. [geïntimeerde] heeft de overeengekomen meerprijs van NAf 4.200,00 via Bouw & Support N.V. aan [appellant] betaald.

2.7

[appellant] heeft in eerste aanleg betoogd dat hij niet met [geïntimeerde] heeft gecontracteerd, maar met The Pen Estate N.V. In hoger beroep heeft hij in plaats daarvan betoogd dat hij als onderaannemer heeft gecontracteerd met de hoofdaannemer Bouw & Support N.V. Opdrachtgever van de hoofdaannemer was Flamboyan Villapark Curaçao, aldus [appellant] in hoger beroep.

2.8

Het antwoord op de vraag of iemand jegens een ander bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam – dat wil zeggen als wederpartij van die ander – is opgetreden, hangt af van hetgeen hij en die ander daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden (HR 11 maart 1977, NJ 1977/521, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter)).

Op het hiervoor in rov. 2.5.1 bedoelde, door [geïntimeerde] ondertekende geschrift wordt [appellant] niet genoemd, en Flamboyan Villapark Curaçao en

Bouw & Support N.V. wel. [geïntimeerde] heeft niet rechtstreeks aan [appellant] betaald, maar aan Bouw & Support N.V. Het is een feit van algemene bekendheid dat het in de bouw niet ongebruikelijk is dat er onderaannemers worden ingeschakeld. Gelet op dit alles heeft [appellant] voldoende gemotiveerd betwist dat [geïntimeerde] rechtstreeks met hem heeft gecontracteerd, ook al heeft hij niet betwist dat hij rechtstreeks met haar heeft gecommuniceerd over de totstandkoming van de overeenkomst. In zoverre is de grief terecht voorgesteld.

2.9

Het voorgaande baat [appellant] echter mogelijkerwijs niet op grond van het volgende.

2.10

Onder omstandigheden kunnen maatschappelijke betamelijkheidsnormen meebrengen dat een contractant zijn gedrag mede dient te laten bepalen door de belangen van derden. Weliswaar levert een wanprestatie van de onderaannemer jegens de hoofdaannemer op zichzelf nog geen onrechtmatige daad jegens de opdrachtgever op, maar in het algemeen zal de onderaannemer wel binnen bepaalde grenzen rekening hebben te houden met de belangen van de opdrachtgever. De opdrachtgever zal in het algemeen erop mogen vertrouwen dat de onderaannemer dat doet (HR 20 januari 2012, NJ 2012/59, ECLI:NL:HR:2012:BT7496).

In dit geval heeft [geïntimeerde] gesteld dat [appellant] de houtsoort Perillo heeft gebruikt en dat deze houtsoort te zacht is voor de productie van ramen en deuren. Deze stellingen van [geïntimeerde] dienen als feitelijke basis voor haar vordering. Het Hof vult ambtshalve de rechtsgrond onrechtmatige daad aan. Indien [appellant] een houtsoort heeft gebruikt, waarvan hij wist of als redelijk handelend en redelijk bekwaam vakman behoorde te weten dat deze te zacht is voor de productie van deuren en kozijnen (in de tropen), dan wettigt dat (in het geval er geen contractuele relatie tussen partijen bestaat) het oordeel dat [appellant] onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld.

Ter vermijding van ontoelaatbare verrassingsbeslissingen zal het Hof partijen (eerst [appellant], dan [geïntimeerde]) in de gelegenheid stellen zich bij akte over het voorgaande uit te laten en hun stellingen en verweren zo nodig aan te passen.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van 26 september 2017 voor akte aan de zijde van [appellant];

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 29 augustus 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.