Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:29

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
20-04-2017
Zaaknummer
AR 26/14 - ghis 73578 - H 280/16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bonaire. Arbitraal beding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 26/14 - ghis 73578 - H 280/16

Uitspraak: 7 maart 2017

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

de besloten vennootschap

SAPIAS HOLDING B.V.,

gevestigd op Bonaire,

oorspronkelijk gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,

thans appellante ,

gemachtigde: mr. T.J. Leijsen,

tegen

de besloten vennootschap

STUDIO ACHT-CARIBBEAN ARCHITECTS B.V.,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. A.C. Small.

De partijen worden hierna Sapias en Studio Acht genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij beschikking van 23 juni 2015 heeft het Hof Sapias vergunning verleend voor tussentijds hoger beroep tegen het tussen partijen gewezen en op

25 maart 2015 uitgesproken tussenvonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (verder: GEA). Bij akte van appel van 29 juli 2015 is Sapias van dat tussenvonnis in hoger beroep gekomen.

1.2

Bij op 8 september 2015 ingekomen memorie van grieven heeft Sapias vier grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en het GEA alsnog onbevoegd zal verklaren, althans Studio Acht niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering, met veroordeling van Studio Acht in de proceskosten in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad.

1.3

Bij memorie van antwoord heeft Studio Acht de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van Sapias in de proceskosten in hoger beroep.

1.4

Op de daarvoor nader bepaalde dag hebben partijen pleitnotities overgelegd. Beide partijen hebben vooraf producties toegezonden. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Tussen partijen staat het volgende vast.

2.1.1

Een op briefpapier van Studio Acht vervatte tekst (prod. 5 bij inleidend verzoekschrift; hierna: het contract) is op p. 1 ingericht als een brief van

17 juli 2008 van Studio Acht aan de besloten vennootschap

Elite Contractor B.V. (hierna: Elite). Het contract vermeldt onder meer:

"Hereby we give you contract for and on behalf of Sapias Holding BV, to perform the constructional and mechanical work on the project (...)

As described in:

a. (...)

Also conforming to:

b. (...)

Furthermore the following has been agreed with you:

p. (...)

q. Realisation of the project will occur in a so called building team relation, in which the aim is to realise a complete project between management and contractor, within the construction period and according to the contract sum as described in the project description.

r. The parties agree to put forth all possible effort, so the above can be achieved in concert.

s. (...)

w. The contractor is free to suggest alternatives, provided these are of at least equivalent quality. These alternatives, with extensive documentation, shall be submitted for approval to the Architect, before an order will be placed.

x. U.A.V. 1989 will apply to the whole project.

y. (...)

Management/project management and monitoring

The General management, monitoring and project management regarding the construction as well as the technical installations, will be arranged by Studio Acht - Caribbean

Architects N.V.

(...)

For receipt and agreement signed in Willemstad Curaçao, on July 17, 2008 in

3 copies".

Het geschrift is links ondertekend namens Sapias als "Principal", in het midden namens Studio Acht als "Architect & management" en rechts namens Elite als "Contractor".

2.1.2

De Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (hierna: UAV 1989) bepalen onder meer:

"§ 49 Beslechting van geschillen

1. Voor de beslechting van de in deze paragraaf bedoelde geschillen doen partijen uitdrukkelijk afstand van hun recht de tussenkomst van de gewone rechter in te roepen.

2. Alle geschillen, welke ook - daaronder begrepen die, welke slechts door één der partijen als zodanig worden beschouwd - die naar aanleiding van de overeenkomst of van overeenkomsten, die daarvan een uitvloeisel mochten zijn, tussen opdrachtgever en aannemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage overeenkomstig de regelen beschreven in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor de dag van aanbesteding luiden."

2.2

In dit geding heeft Studio Acht veroordeling van Sapias gevorderd tot betaling van NAf 429.535,21, met rente, boete en kosten.

Sapias heeft een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring ingesteld en daartoe aangevoerd dat tussen partijen de UAV 1989 zijn overeengekomen, die in § 49 een arbitraal beding bevatten. Het GEA heeft deze incidentele vordering afgewezen. Hiertegen is het hoger beroep gericht. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

2.3

De inrichting van het contract als brief en de bewoordingen waarin deze brief is gesteld, wijzen op het volgende. Studio Acht sluit namens Sapias een overeenkomst met Elite. Hierdoor komt een overeenkomst tussen Sapias en Elite tot stand, bij het sluiten waarvan Studio Acht Sapias heeft vertegenwoordigd.

Bij die overeenkomst is door Sapias bedongen en door Elite aanvaard dat Sapias Studio Acht inschakelt om zorg te dragen voor "general management, monitoring and project management" (na beding y), dat Studio Acht uit dien hoofde zal deelnemen aan een "building team relation" (beding q) en dat Elite, indien zij alternatieven wil voorstellen, die ter goedkeuring dient voor te leggen aan Studio Acht als architect (beding w).

Dit zijn tussen Sapias en Elite gesloten bedingen.

Ook het beding dat de AUV 1989 van toepassing worden verklaard (beding x), wordt gesloten tussen Sapias en Elite.

2.4

Beding r wijst niet in andere richting. Het bevat een inspanningsverbintenis voor "the parties". Die woorden kunnen duiden op drie partijen, maar ook op twee.

De woorden "the whole project" in beding x wijzen ook niet in andere richting. Hiermee wordt het gehele project bedoeld dat op p. 1 van het contract een naam heeft gekregen, maar wordt niets gezegd over de vraag of, en zo ja in hoeverre, het contract de onderlinge verhouding tussen Studio Acht en Sapias regelt.

De omstandigheid dat drie partijen het contract hebben ondertekend, wijst evenmin in andere richting. Het is niet ongebruikelijk dat als iemand bij het sluiten van een overeenkomst een ander vertegenwoordigt (of bijstaat), niet alleen de vertegenwoordiger, maar ook de vertegenwoordigde het daarvan opgestelde contract ondertekent. Daardoor wordt de vertegenwoordiger nog geen contractspartij.

2.5

Het is een feit van algemene bekendheid dat de UAV 1989 (primair) zijn bedoeld om van toepassing verklaard te worden op een tussen een opdrachtgever en een aannemer te sluiten overeenkomst van aanneming van werk, en aldus de rechtsverhouding tussen die partijen nader (uniform) te regelen. In § 49.2 UAV 1989, dat door Sapias is geciteerd, komt dat ook tot uitdrukking.

Hieraan doet niet af dat in UAV 1989 ook bedingen zijn opgenomen die ingaan op de rol van de directie (in § 3). Dat zijn tussen de opdrachtgever en de aannemer overeengekomen bedingen.

Het ligt in het algemeen dus minder voor de hand om de UAV 1989 ook van toepassing te verklaren op een rechtsverhouding tussen een opdrachtgever en een architectenbureau dat project management en bouwbegeleiding verzorgt, ook al is dat mogelijkerwijs niet uitgesloten (zie het door Sapias ingeroepen arbitraal vonnis nr. 33.116 van 24 juni 2011, gepubliceerd op de website van de Raad van Arbitrage voor de Bouw).

De aard van de UAV 1989 geeft dus steun aan de hiervoor in rov. 2.3-2.4 gegeven, op de bewoordingen van het contract gebaseerde uitleg.

2.6

De redenering van Sapias dat Studio Acht zelf de bepalingen van

UAV 1989 toepast, ten eerste door aan te voeren dat de opdrachtgever op grond van de UAV 1989 verplicht is de aannemer in kennis te stellen van personen die als directie zullen optreden, en ten tweede door in aantekeningen van een vergadering van 28 september 2009 op te nemen dat de "projectmanager" iets zal doen "according UAV", gaat niet op. Beide omstandigheden passen goed bij het standpunt van Studio Acht dat de UAV 1989 niet geldt tussen Sapias en Studio Acht (maar wel tussen Sapias en Elite).

2.7

Indien er geen ander geschrift is dat de rechtsverhouding tussen Sapias en Studio Acht als zodanig en als geheel vastlegt, wil dat nog niet zeggen dat er tussen die partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen, en evenmin dat het contract van 17 juli 2008 moet worden aangemerkt als een driepartijenovereenkomst of anderszins als een overeenkomst tussen Sapias en Studio Acht.

2.8

Ook voor het overige zijn er geen omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan kan worden aangenomen dat beding x moet worden uitgelegd als tussen Sapias en Studio Acht te zijn overeengekomen, of als verwijzend naar een tussen Sapias en Studio Acht overeengekomen arbitraal beding. Sapias mocht het redelijkerwijs niet zo begrijpen en Studio Acht behoefde redelijkerwijs niet te verwachten dat Sapias het zo zou begrijpen.

2.9

De grieven falen. Het Hof heeft geen bedenkingen bij het bestreden vonnis. Het dient te worden bevestigd. Sapias zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Partijen dienen de zaak zelf weer aan te brengen bij het GEA voor verdere behandeling en beslissing.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Sapias in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van

Studio Acht gevallen en tot op heden begroot op US$ 136,58 aan verschotten en US$ 3.3351,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin, S.A. Carmelia, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,

Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 7 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.