Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:241

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
12-01-2017
Datum publicatie
08-03-2019
Zaaknummer
H 84/2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

22 jaar gevangenisstraf voor gekwalificeerde doodslag, afpersing en wapenbezit. In ruim een half uur heeft de verdachte twee pompbedienden overvallen. De pompbediende die als eerste werd overvallen, heeft hij op koelbloedige wijze om het leven gebracht. Conclusie AG ECLI:NL:PHR:2019:203

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Strafzaken over 2016 | AV

Datum uitspraak: 12 januari 2017

Zaaknummer: H 84/2016

Parketnummer: 100.00542/15

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

S T R A F V O N N I S

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, van 8 juni 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte 1],

geboren op [datum in het jaar] 1992 te [geboorteplaats],

wonende in Sint Maarten,

thans gedetineerd in Sint Maarten.

Procesgang en onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 18 mei 2016, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 15 december 2016 in Sint Maarten en 22 december 2016 in Curaçao.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw, mr. S.H.M. Ibrahim, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair, 2 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is de benadeelde partij [benadeelde partij] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Omvang hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is weliswaar onbeperkt ingesteld, maar moet blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep worden begrepen als uitdrukkelijk te zijn beperkt tot de veroordeling ter zake van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde. Het hoger beroep is aldus niet gericht tegen de vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde. In zoverre is het vonnis waarvan beroep niet aan beoordeling in hoger beroep onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het Hof komt tot een andere bewezenverklaring dan het Gerecht in eerste aanleg. In de kern komt het erop neer dat naar het oordeel van het Hof de onder 1 ten laste gelegde doodslag uitsluitend is gevolgd (niet vergezeld en/of voorafgegaan) van een strafbaar feit, dat dit strafbare feit als diefstal (niet als afpersing) moet worden gekwalificeerd en dat de verdachte zowel de onder 2 ten laste gelegde overval als het onder 4 ten laste gelegde voorhanden hebben van de revolver en de patronen alleen (niet tezamen en in vereniging met een ander) heeft gepleegd. Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na een ter terechtzitting in eerste aanleg toegewezen nadere omschrijving van de tenlastelegging1 en voor zover thans nog aan de orde – ten laste gelegd dat:

1.

[medeplegen (gekwalificeerde) doodslag [slachtoffer 1]]

hij op of omstreeks 30 november 2015 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet, met een vuurwapen één of meerdere kogel(s) op die [slachtoffer 1] afgevuurd, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweld en/of afpersing, gericht tegen gasstation SOL en/of [slachtoffer 1], en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeplegen diefstal met geweld, de dood van [slachtoffer 1] ten gevolge hebbende]

hij op of omstreeks 30 november 2015 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan gasstation SOL te Colebay en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het door verdachte en/of zijn mededader(s):

- voorhouden van een vuurwapen en/of richten met een vuurwapen op die [slachtoffer 1];

- met een vuurwapen afvuren van één of meer kogel(s) op die [slachtoffer 1];

ten gevolge van welk bovenomschreven feit die [slachtoffer 1] is overleden;

2

[medeplegen afpersing [slachtoffer 2]]

hij op of omstreeks 30 november 2015 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan gasstation SOL aan de Airport road te Simpson Bay en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het door verdachte en/of zijn mededader(s):

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2], althans tonen en/of voorhouden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 2] en/of

- aan die [slachtoffer 2] (dreigend) toevoegen van de woorden: “Give me all the fucking money” en/of “empty your pockets”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

4.

[medeplegen verboden vuurwapenbezit]

hij op of omstreeks 30 november 2015 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad, een revolver (type SMITH & WESSON, kaliber 38 S&W) en/of één of meer patronen (bodemstempel R.P. 38 SPL), althans munitie, in elk geval een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenverordening.

Bewezenverklaring

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 2 en 4 is ten laste gelegd, met dien verstande:

1.

hij op of omstreeks 30 november 2015 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met dat opzet, met een vuurwapen één of meerdere kogel(s) op die [slachtoffer 1] afgevuurd,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweld en/of afpersing, gericht tegen gasstation SOL en/of [slachtoffer 1], en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijker te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of zijn mededader(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

2

hij op of omstreeks 30 november 2015 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan gasstation SOL aan de Airport Road te Simpson Bay en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of zijn mededader(s),

welke geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s):

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2], althans tonen en/of voorhouden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 2] en/of

- aan die [slachtoffer 2] (dreigend) toevoegen van de woorden: “Give me all the fucking money” en/of “empty your pockets”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 30 november 2015 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad, een revolver (type SMITH & WESSON, kaliber 38 S&W) en/of één of meer patronen (bodemstempel R.P. 38 SPL), althans munitie, in elk geval een vuurwapen en munitie in de zin van de Vuurwapenverordening.

Het Hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten en omissies zijn verbeterd (cursief). In het bijzonder verdient opmerking dat in de omschrijving van het tweede feit de naam van de overvallen persoon niet geheel juist is opgenomen. Nu op grond van de stukken daaromtrent geen misverstand kan bestaan, moet dit als een kennelijke misslag worden beschouwd. De verdachte is door de verbeteringen niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen 2

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) plaatsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de daarin wel opgenomen wegen gelegen zijn in Sint Maarten.

1. Op 30 november 2015, omstreeks 18:35 uur, ontvingen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van het Korps Politie Sint Maarten een melding van een vechtpartij bij de ‘Sol Gasstation’ aan de Union Road. Nog voordat zij ter plaatse waren, hoorden zij van de meldkamer dat het om een schietpartij ging en dat een man verwond op de grond lag. De verbalisanten hebben het volgende gerelateerd over hetgeen zij vervolgens ter plaatse hebben waargenomen:

“Ter plaatse zagen wij (…) een man op de grond omsingeld door enkele omstanders. (…) Het slachtoffer bloedde hevig (…) uit zijn hoofd. (…) Bij nadere controle zag ik, verbalisant [verbalisant 2], dat het slachtoffer enkele schotwonden in zijn hoofd en aan zijn lichaam vertoonde. (…) De ambulance kwam omstreeks 19:00 uur ter plaatse. Het personeel van de ambulance trachtte (…) het slachtoffer te reanimeren (…). Zij verzochten een arts ter plaatse te komen. (…) Omstreeks 20:00 uur arriveerde de dokter van politie, [betrokkene 2], ter plaatse. (…) Omstreeks 20:05 uur constateerde (...) [betrokkene 2] de dood.” 3

2. De overleden man werd door zijn schoonbroer geïdentificeerd als [slachtoffer 1], zo blijkt uit het hierna weergegeven proces-verbaal:

“Op maandag 30 november 2015, omstreeks 20:44 uur, toonde ik, verbalisant [verbalisant 3], bij de plaats delict, (…) het lijk van wijlen [slachtoffer 1] aan [betrokkene 1]. (…) Hij verklaarde (…) het lijk te herkennen als dat van zijn schoonbroer, die hij in leven kende als [slachtoffer 1], geboren op [een datum in het jaar] 1954 te [geboorteplaats].” 4

3. Op 2 december 2015 heeft patholoog dr. R.O. Gogorza sectie verricht op het lijk van [slachtoffer 1]. Zijn autopsierapport houdt het volgende in:

“The body of a male named [slachtoffer 1], (…) was presented to my (…) to perform the autopsy (…). The date and time of the procedure was 2nd December 2015 (…).

Summary of findings:

1. Multiple (3) intermediary and close range, perforating and penetrating type gunshot wounds to the head and body.

2. Traumatic brain injury due to gunshot.

3. Perforation and laceration of internal organs: right lung hilum, heart, liver, stomach, spleen and small intestine.

4. Internal and external bleeding due to, hemoperitoneum, hemomediastinum and hemopericardium.

5. Two (2) complete bullets were recovered and handed to the police officers.” 5

4. De eigenaar van het tankstation, [betrokkene 3], heeft op 1 december 2015 het volgende verklaard:

“I am the owner of the gas-station where the pump attendant was shot yesterday. The pump attendant mr. [slachtoffer 1] was employed by my company (…). I balanced the money from the night sales this morning and we are short (…).” 6

5. Bij het tankstation is een camerabeveiligingssysteem aanwezig. De beelden van het voorval zijn beschikbaar gesteld aan het onderzoeksteam. Verbalisant [verbalisant 4] heeft de beelden bekeken en daarover het volgende gerelateerd:

“Camera 1 heeft zicht op pomp 1 en 2. Ik (…) zie dat links onder in beeld “1 + 2 ULG Pump” staat. Linksboven zie ik (…) “11-30-2015” met daarachter de tijdsnotatie. (…)

Deze camera heeft zich op de pompzuil gelegen aan de zijde van de openbare weg, de Union Road. De pompen in beeld betreffen pomp 1 en 2. (…)

Camera 2 heeft zicht op pomp 3 en 4. Ik (…) zie dat linksonder in beeld “3 + 4 ULG Pump” staat. Verder zie ik (…) dat rechtsboven in beeld “11-30-2015” staat. (…)

Tijdstip

Camera

Beschrijving camerabeelden

18:22:02

Camera 1

Een persoon komt vanaf (…) de kant van de Union Road (…) in beeld. Deze persoon heeft een wit shirt aan met daaronder een donkere broek. (…) Deze persoon draagt een hoofddeksel. (…) Deze persoon heeft een donkere huidskleur. Voornoemd persoon loopt in de richting van de Sol medewerker. (…) De Sol medewerker heeft een blauw shirt aan en staat ter hoogte van pomp 1. (…)

18:22:07

Camera 1

De persoon met hoofddeksel (…) gaat achter de Sol medewerker staan. (…) De Sol medewerker loopt naar pomp 3 voor een andere klant. (…) De persoon met hoofddeksel (…) loopt achter de Sol medewerker aan (…). De persoon met hoofddeksel (…) maakt met zijn hand contact met de Sol medewerker.

18:22:08

Camera 1

De persoon met hoofddeksel (…) maakt met zijn rechterhand een beweging alsof (…) hij iets pakt ter hoogte van zijn broeksband.

18:22:14

Camera 1

De persoon met hoofddeksel (…) gaat dicht achter de Sol medewerker staan. Dit gebeurt achter een witte auto.

18:22:15

Camera 1

De Sol medewerker, de persoon met hoofddeksel (…) en een derde persoon staan achter een witte auto. Kort ervoor is de derde persoon uit de witte auto gestapt. (…)

18:22:28

Camera 1

De Sol medewerker pakt iets uit zijn rechter zak en geeft dit aan de bestuurder van de witte auto (…).

18:22:34

Camera 1

De Sol medewerker loopt (…) richting de persoon met hoofddeksel (…).

18:22:35

Camera 1

De persoon met hoofddeksel (…) loopt naar achteren. Hierdoor werd de (…) afstand tussen de Sol medewerker en de persoon met hoofddeksel (…) vergroot. De persoon (…) met hoofddeksel beweegt zijn arm naar voren. Hierop is een knal te horen. De Sol medewerker buigt vervolgens naar voren. De Sol medewerker beweegt met zijn handen naar zijn buik. (…)

18:22:37

Camera 1

De Sol medewerker buigt naar voren en de persoon met hoofddeksel (…) komt naar de Sol medewerker gelopen.

18:22:38

Camera 1

De Sol medewerker kijkt in de richting van de persoon met het hoofddeksel (…) en loopt vervolgens tussen twee geparkeerde auto’s weg. (…) De persoon (…) met hoofddeksel loopt achter de Sol medewerker aan.

18:22:42

Camera 1

De Sol medewerker en de persoon met hoofddeksel (…) staat aan de voorzijde van twee geparkeerde voertuigen. (…) De Sol medewerker en de (…) persoon met hoofddeksel raken in een worsteling. De persoon met hoofddeksel (…) beweegt zijn rechterarm in de richting van de Sol medewerker (…). Deze persoon houdt een voorwerp in zijn rechterhand. (…) De Sol medewerker wordt door de persoon met hoofddeksel naar voren getrokken. (…) De rechter arm en rechter hand van de persoon met hoofddeksel (…) komt boven het hoofd van de Sol medewerker. (…) Een tweede knal is te horen. (…) Vervolgens is een lichtflits te zien.

18:22:43

Camera 2

De Sol medewerker valt (…) naar de grond (…).

18:22:44

Camera 2

De Sol medewerker ligt op de grond en (…) de persoon met hoofddeksel (…) staat gebogen over de Sol medewerker (…). De persoon met hoofddeksel (…) houdt de Sol medewerker (…) met zijn linkerhand vast. (…) De persoon met hoofdeksel maakt met zijn rechterarm een beweging naar boven. (…) Zijn rechterhand gaat in de richting van het hoofd van de persoon met hoofddeksel (…). Een lichtflits is te zien.

18:22:45

Camera 1

Een derde knal is te horen. (…)

18:22:45

Camera 2

De persoon met hoofddeksel (…) laat de Sol medewerker los en maakt een zijwaartse beweging. (…)

18:22:46

Camera 2

De persoon met hoofddeksel (…) draait zich om en loopt weer terug in de richting van de Sol medewerker. (...)

18:22:51

Camera 2

De persoon met hoofddeksel (…) buigt over de Sol medewerker. (…) Deze persoon gaat met zijn linkerhand in de broekzak van de Sol medewerker. (…) De linkerhand gaat in de zak.

18:22:52

Camera 2

De persoon met hoofddeksel (…) stapt over de Sol medewerker en begint te zoeken.

18:22:54

Camera 2

De persoon met hoofddeksel (…) rent vervolgens weg in de richting van Union Road.

Opmerking verbalisant: tijdens het (…) bekijken van de camerabeelden van camera 1 zijn drie knallen te horen. (…).” 7

6. De derde persoon die in de beschrijving van de camerabeelden wordt genoemd, is de getuige [getuige 1]. Hij heeft de volgende verklaring afgelegd:

“Today, November 30th I went to the Sol Gasstation in Cole Bay to put gas in my vehicle. My vehicle was parked at pomp #4 (…). I was just finished and ready to leave the premises. (…) While I was standing by my vehicle I heard the pomp attendant say: “You want to rob me? You wanna rob me? (…) Then I heard a shot go off. I heard the pomp attendant started to scream. (…) I saw that the pomp attendant tried to walk away from the perpetrator. I saw that the perpetrator followed the pomp attendant. I saw that they started to fight each other. The perpetrator let go two more shots. (…) I then saw the perpetrator to search the pockets of the pomp attendant. After the perpetrator searched the pockets of the pomp attendant he walked off the premises in the direction of Orange Grove Road. The perpetrator was wearing a white T-shirt and gray short pants. He was wearing a (…) fisherman’s hat.” 8

7. De getuige [getuige 2] was op dat moment aan de Orange Grove Road een auto aan het repareren en zag de man met de vissershoed rennen richting een zwarte Hyundai. De getuige heeft op 30 november 2015 het volgende verklaard:

“This evening around 6.30 p.m. I was working on a vehicle that was parked on the side of the road in front of the Orange Grove Shopping Center parking lot. (…) I heard about three gun shots. (…) I saw a man running down the Orange Grove Road. I saw that the man was dressed in a light (…) T-shirt and a short pant. On his head he was wearing a hat. The hat looked like a fisherman hat. (…) Right next to the shopping center is [A] shop. I saw that a black vehicle was parked in one of the spaces, closest to [A] shop. I saw that when the man was running down the road, the black car drove off in the direction of [A] shop and then stopped. The vehicle was a black Hyundai and it looked like an (…) I-30 model. (…)

I saw that the same man that was running down the road, jumped into the vehicle on the passenger side. I saw that the vehicle drove away slowly (…). While the vehicle was driving away I noticed that the vehicle had an orange Dutch license plate.” 9

8. Ruim een half uur later wordt een andere pompbediende overvallen; ditmaal is het slachtoffer de pompbediende [slachtoffer 2] van het SOL tankstation in Simpson Bay. Hij heeft op 30 november 2015 de volgende verklaring afgelegd:

“Ik werk als pompbediende bij het SOL benzinestation in Simpson Bay. Vandaag, omstreeks 19:00 uur, (…) was ik aan het werk. Ik stond auto’s van klanten te tanken en was net bezig met het vullen van de tank van een vaste klant (…), toen er een man (…) op mij af kwam lopen. (…) Ik zag dat hij een wit shirt droeg (…) en een zwarte korte broek. Verder zag ik dat hij een soort hoedje op zijn hoofd droeg (…).

Toen hij me heel dicht genaderd was, zag ik dat hij zijn shirt omhoog trok en een vuurwapen tevoorschijn haalde en dat op mij richtte. Ik hoorde dat hij naar mij riep: “Give me all the fucking money”. Ik heb toen onmiddellijk al het geld gegeven wat ik had. Ik weet niet hoeveel dat in totaal was, want dat varieert, maar er was volgens mij in ieder geval een nieuw biljet van $ 100,-- dollar bij. Verder dollars in meerdere coupures, wat florins en enkele euros. Voor wat betreft de euros waren het volgens mij een biljet van 5, 2 x 10 en 3 biljetten van 20 die vrij nieuw waren. (…) Ik hoorde toen dat hij zei: “Empty your pockets”. Ik zei tegen hem dat ik niets in mijn zak had. Ik zag toen dat hij zich omdraaide en kalm wegliep. Ondertussen stopte hij zijn wapen weer weg onder zijn kleren.” 10

9. De uitbater van dit SOL tankstation is [betrokkene 6]. Hij heeft op 2 december 2015 aangifte van de overval gedaan en bij die gelegenheid het volgende verklaard:

“Ik ben de uitbater/franchisenemer van het SOL benzinestation aan de Airport Road te Simpson Bay (…). Afgelopen maandagavond, 30 november 2015, iets na 19:00 uur, werd ik door mijn vrouw gebeld, die vertelde (…) dat onze medewerker [slachtoffer 2] was overvallen terwijl hij in ons benzinestation aan het werk was. (…) Ik heb gisteren samen met mijn vrouw gekeken hoeveel geld er moet zijn weggenomen. Gezien het aantal liters dat verkocht is (…) en de literprijs (…) hebben we een calculatie gemaakt van het geldbedrag dat moet zijn weggenomen. Dit komt uit op een bedrag van $ 1.439,47 US dollar. De coupures en munteenheden zijn mij niet bekend. Het is dus samengesteld uit dollars, florins en euro’s. (…) Het voornoemde geldbedrag is eigendom van mijn bedrijf.” 11

10. Ook dit tankstation is voorzien van een camerabeveiligingssysteem. De daarvan verkregen beelden zijn bekeken door verbalisant [verbalisant 5]. Hij heeft daarover het volgende gerelateerd:

“Ik was op 30 november 2015, omstreeks 19:30 uur, aanwezig bij het tankstation SOL gasstation te Simpson Bay. (…) De door mij (…) bekeken beelden betreffen de beelden van camera 07. Deze camera heeft zich op de pompzuil gelegen aan (…) de Airport Road. De pompen in beeld betreffen pomp nummer 1 en pomp nummer 2. (…) De (…) beelden betreffen (…) van 30 november 2015 (…).

Tijdstip

Beschrijving camerabeelden

19:00:49

Een manspersoon gekleed in een wit shirt loopt, vanaf de Airport Road uit de richting van de ophaalbrug, (…) richting (…) het pompstation (…). Deze persoon loopt via de oprit van het tankstation in de richting van pomp 1 en 2. (…)

19:01:01

De pompbediende verplaatst zich van pomp 1 naar pomp 2. (…) De manspersoon met het witte shirt loopt in de richting van de pompbediende. (…) De man heeft een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in zijn hand (...). De pompbediende kijkt in de richting van de man met het witte shirt en doet zijn handen gedeeltelijk omhoog. (…) De man in het witte shirt staat zeer dicht bij de tankbediende (…). Op de beelden lijkt het alsof de man met het witte shirt lichamelijk contact maakt met de pompbediende. (…)

De man in het witte shirt loopt na 4 seconden weer weg in de richting van Airport Road (…).

De dader betreft een mannelijke persoon met een donkere huidskleur. Hij draagt een wit shirt met korte mouwen en een zwarte korte broek tot op de knie. Op het hoofd draagt de dader een pet met een zonneflap volledig rondom (…). Ook draagt de dader donkerkleurige slippers.” 12

11. De vaste klant waarover de pompbediende sprak, is de getuige [getuige 3]. Hij is achter de dader aangereden en zag dat de dader bij een zwarte Hyundai stond, zo blijkt uit zijn hierna weergegeven verklaring:

“Ik bevond mij (…) op 30 november 2015, omstreeks 19:00 uur, op het tankstation SOL (…). Toen ik met de pompbediende sprak, kwam plotseling een manspersoon aan lopen. (…) Hij nam een vuistvuurwapen en zette het wapen in de flank van de borststreek van de pompbediende. Hij nam geld weg en liep daarna heel rustig weg richting Airport Road in de richting van Simpson Bay. Ik ben vervolgens snel in mijn truck gestapt en ben achter de dader aangereden. Ik zag hem op de Airport Road nabij het tankstation. Ik zag dat de dader bij een kleine zwarte auto stond en dat hij het portier van het voertuig had geopend. (…) Het voertuig leek op een Hyundai I-10, maar dan iets groter.” 13

12. De verbalisanten [verbalisant 6], [verbalisant 7] en [verbalisant 8] bevonden zich op de Causeway brug, die geblokkeerd was (…) om de vluchtauto op te sporen. De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte, in zijn eigen uitspraak verdachte 2 genoemd en in de conclusie van de AG betrokkene 4] kwamen de brug opgereden met zwarte Hyundai I-30 en werden gecontroleerd. Het volgende is daarover gerelateerd:

“Op maandag 30 november 2015 (…), omstreeks 19:20 uur, zag ik, verbalisant [verbalisant 6], dat een zwartkleurige Hyundai I-30, voorzien van het kenteken P-7915 (…) uit de richting Simpson Bay op de Causeway brug kwam rijden. (…) Ik, [verbalisant 6], gaf (…) een stopteken, waaraan de bestuurder voldeed.

Op dit moment zag ik, verbalisant [verbalisant 6] dat de bestuurder de politie bekende Brandon [medeverdachte] was. Vervolgens zag ik dat er een mede inzittende passagier op de achter zitplaats, achter de bestuurderstoel, zat. (…) Wij, verbalisanten, hebben gevorderd dat alle ruiten naar beneden moesten worden gebracht.

Op het moment dat de achterruit naar beneden was gedaan, zag ik, verbalisant [verbalisant 6], dat (het Hof leest: in de opbergvakken achter de stoel van de bestuurder en achter de bijrijdersstoel) een grote hoeveelheid geld van Amerikaanse (…) en Antilliaanse bankbiljetten. Op dat moment (..) werden beide personen gevorderd langzaam uit de auto te komen. (…) De mannen bleken genaamd te zijn: [medeverdachte] (…) en [verdachte]. (…) De mannen werden aangehouden.

Op dat moment werd besloten het voertuig te controleren. Tijdens de controle troffen wij, verbalisanten, (het Hof leest: in het opbergvak van het bijrijdersportier)(…) een donkerkleurig vuistvuurwapen, revolver, met een bruin handvat.” 14

14Van belang is dat [slachtoffer 2] heeft verklaard dat het afgeperste geld in ieder geval uit een nieuw biljet van $ 100,-- en volgens hem ook uit een biljet van € 5,--, twee biljetten van € 10,-- en drie biljetten van € 20,--, die vrij nieuw waren (zie bewijsmiddel 9). Naar aanleiding van deze verklaring is het volgende gerelateerd:

“In het voertuig van de aangehouden verdachten werd (…) onder andere aangetroffen:

- een (1) nieuw biljet van $ 100 US dollar (…);

- een (1) biljet van 5 Euro

- twee (2) biljetten van 10 Euro

- drie (3) biljetten van 20 Euro. (…)

Een van de 20 Euro biljetten betreft een nieuw, recent uitgegeven model. Volgens de website van de Europese Centrale Bank is dit nieuwe bankbiljet pas sinds 25 november 2015 in omloop.” 15

15. Het in het opbergvak van het bijrijdersportier aangetroffen vuistvuurwapen is veiliggesteld onder SIN-nummer AADH0051NL. De twee bij de sectie van slachtoffer [slachtoffer 1] aangetroffen projectielen zijn respectievelijk onder de SIN-nummers AAHE8792NL en AAHE8804NL veiliggesteld.16 Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) heeft het vuistvuurwapen en de projectielen onderzocht en het volgende gerapporteerd:

“4.1 Vooronderzoek

Revolver [AADH0051NL]

Deze revolver heeft de opschriften en de uiterlijke kenmerken van een revolver van het merk Smith & Wesson, model Military & Police, kaliber .38 Special. (…) Tijdens het proefschieten traden geen storingen op.

Kogels [AAHE8792NL en AAHE8804NL]

Deze twee koperkleurige volmantelkogels hebben een massa van respectievelijk 8,46 en 8,42 gram. Gezien deze massa’s en de uiterlijke kenmerken passen de kogels het best bij de kalibers .38 Special en .357 Magnum. (…) In de omtrek van de kogels bevinden zich vijf naar rechts gerichte groeven. De gemeten groefbreedte varieert van 2,5 tot 2,6 mm. Deze groeven zijn veroorzaakt door de velden van een loop. Dit betekent dat het desbetreffende vuurwapen is voorzien van een loop met vijf naar rechts draaiende trekken en velden en een veldbreedte van 2,5 à 2,6 mm. De revolver [AADH0051NL] is voorzien van een dergelijke loop. (…)

In de groeven van de kogels bevinden zich kraslijnen die tijdens het afvuren zijn ontstaan. (…)

4.2

Vergelijkend onderzoek kogels

Tijdens het vergelijkend onderzoek tussen de sporen in de kogels en die in de proefkogels uit de revolver is gebleken dat de kraslijnen in de groeven voor een deel aansluitingen vormen. De waargenomen mate van overeenkomst tussen de krassporen in de kogels en de proefkogels wordt verwacht als de kogels zijn afgevuurd uit de loop van de revolver (…).

Op basis van de structuur van de sporenveroorzakende onregelmatigheden in de loop van de revolver zijn deze krassporen in de groeven als kenmerkend voor deze loop beoordeeld.

Gezien de beoordeelde kenmerkende waarde van de sporen is de verwachting dat de mate van overeenkomst bij, conservatief beoordeeld, 1 op de minimaal 10.000 andere lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als die van revolver [AADH0051NL] wordt aangetroffen. (…)

5. Conclusie

Voor de twee kogels [AAHE8792NL en AAHE8804NL] (…) en revolver [AADH0051NL] zijn de volgende hypothesen beschouwd:

Hypothese 1: De kogels zijn afgevuurd uit de loop van de revolver.

Hypothese 2: De kogels zijn afgevuurd uit één of twee andere lopen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als de loop van de revolver.

De bevindingen van het vergelijkend kogelonderzoek zijn minimaal zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.” 17

16. Tijdens het bemonsteren van de revolver is een spoor aangetroffen, dat bij een test positief reageerde op de aanwezigheid van een op bloed gelijkende substantie. Het wapen is vervolgens onder andere bemonsterd bij de loop, de beugelkrop en trekker, de hamer en achterzijde en de cilinder. Deze bemonsteringen zijn respectievelijk onder de SIN-nummers AAHE8796NL, AAHE8797NL, AAHE8798NL en AAHE8801NL veiliggesteld. 18 Het NFI heeft een DNA-onderzoek uitgevoerd en daarover het volgende gerapporteerd:

“Resultaten, interpretatie en conclusie

SIN-nummer

Beschrijving DNA-profiel/ celmateriaal kan afkomstig zijn van

Matchkans DNA-profiel

AAHE8796NL#01

AAHE8797NL#01

AAHE8798NL#01

DNA-profiel van een man:

- slachtoffer [slachtoffer 1]

Kleiner dan 1 op 1 miljard

AAHE8801NL#01

Onvolledig DNA-profiel van een man:

- Slachtoffer [slachtoffer 1]

Kleiner dan 1 op 1 miljard

(Het Hof merkt daarbij op dat de berekende matchkans (kleiner dan 1 op 1 miljard) betekent dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig ander gekozen persoon met het van de bemonsteringen verkregen DNA-profiel matcht, kleiner is dan één op één miljard.)” 19

17. In de cilinder van de revolver werden drie scherpe patronen aangetroffen, die voorzien waren van de bodemstempel “R.P 38 SPL”. 20

18. Op de bijrijderszitting van de auto waarin de verdachte en de medeverdachte werden staande gehouden, lag een zwart/witkleurige vissershoed. 21 Die vissershoed toont overeenkomsten met de hoed die de dader heeft gedragen. 22

19. De kledingstukken van de verdachte, waaronder een paar slippers en een zwartkleurige korte broek, zijn na zijn aanhouding veiliggesteld. Bij een onderzoek aan de korte broek werd zowel op de rechter voor broekzakrand als onder de rechter voor broekzak een rondvormige donkerverkleuring aangetroffen. Die rondvormige donkerverkleuring reageerde bij een test positief op de aanwezigheid van een op bloed gelijkende substantie. De bemonsteringen werden veiliggesteld onder de SIN-nummers AAHE8806NL en AAHE8807NL.23 Het NFI heeft een DNA-onderzoek uitgevoerd en daarover het volgende gerapporteerd:

“Resultaten, interpretatie en conclusie

SIN-nummer

Beschrijving DNA-profiel/ celmateriaal kan afkomstig zijn van

Matchkans DNA-profiel

AAHE8806NL#01

DNA-profiel van een man:

- slachtoffer [slachtoffer 1]

Kleiner dan 1 op 1 miljard

AAHE8807NL#01

DNA-profiel van een man:

- Slachtoffer [slachtoffer 1]

Kleiner dan 1 op 1 miljard” 24

20. De korte broek die de verdachte ten tijde van zijn aanhouding droeg vertoont overeenkomsten met de korte broek die de dader van de feiten 1 en 2 heeft gedragen.25

21. De getuige [getuige 4] is de eigenaar van de zwarte Hyundai waarin de verdachte en de medeverdachte werden staande gehouden. Op 30 november 2015 heeft [getuige 4] het volgende verklaard:

“I came here to the police station because I am the owner of the car. (…) It’s a black Hyundai I-30 with number plate P-7915. (….) [verdachte] came to me and told me (…) he needed a car. (…)

[verdachte] told me (…) that he has fish and he needed a vehicle to transport his fish. I told him hold the car and the agreement was to get back the car (…) this morning. (…) I’ve known him between three or four months.” 26

22. De verdachte heet voluit [verdachte]. Hij heeft op 3 december 2015 ten overstaan van de rechter-commissaris – in aanwezigheid van zijn toenmalige raadsvrouw mr. N.C. de la Rosa – het volgende verklaard:

“I was arrested for armed robbery/murder. The black car is a rental. I rented it from a guy called [getuige 4]. (…) The gun found in the car belongs to me. (…) I was wearing (…) a black short pants and (…) slippers.” 27

23. Tijdens zijn vijfde politieverhoor heeft medeverdachte [medeverdachte] het volgende verklaard:

“In the afternoon I got a phone call from [bijnaam verdachte]. [bijnaam verdachte] is the person with whom together I was arrested (…). He asked me if I could drive for him, because he had some errands to do. I told him: “Ok”. Later that day I [bijnaam verdachte] met me in town. I had to drive his vehicle. (…) It was after five in the afternoon I believe. (…) When I met him, [bijnaam verdachte] did not tell me what we went to do.

The only time I knew what went on was when I heard the shots go off. I had parked the vehicle close to the Merchant market and Harley Davidson. He just walked off and did his thing. When I heard the shots I knew he did something that was not good. I reversed the vehicle one time. I was parked in the alley by Harley Davidson. I wanted to drive off, but in the end I still waited for him. When [bijnaam verdachte] stepped in the vehicle I asked him what went on. He had gotten in the car in the back seat. The only thing he told me was: “The man dead”. (…) When I heard the shots I knew that [bijnaam verdachte] had a gun. When [bijnaam verdachte] was back in the vehicle I just drove off, because I knew he had a gun. (…)

[bijnaam verdachte] gave me directions where to drive. (…) When we pass the gas station Simpson Bay [bijnaam verdachte] told me to pull up. I stopped a little after the gas station. On a open lot. (…) [bijnaam verdachte] stepped again in the backseat of the vehicle. (…) From Bada Bing road I went straight to the bridge. Where we got arrested.” 28

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte integraal van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte bij de overvallen en het voorhanden hebben van de revolver en de munitie betrokken is geweest. Haar verweer komt erop neer dat de verdachte iedere betrokkenheid heeft ontkend en dat zijn lezing aannemelijk moet worden geacht. Daarbij heeft zij in de eerste plaats gewezen op het feit dat de dader van de overvallen een wit c.q. lichtkleurig T-shirt droeg, terwijl de verdachte ten tijde van de aanhouding was gekleed in een rood/blauwkleurig T-shirt en medeverdachte [medeverdachte] in een zwart T-shirt. Zij heeft er voorts op gewezen dat niet is komen vast te staan dat celmateriaal van de verdachte op de revolver en/of de vissershoed is aangetroffen. Bij de betrouwbaarheid van de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] zijn bovendien vraagtekens te zetten, aldus de raadsvrouw.

Het Hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft de volgende alternatieve lezing van het gebeuren gegeven:

- medeverdachte [medeverdachte] heeft op 30 november 2015 verzocht of hij de auto van de verdachte mocht lenen;

- nadat de verdachte daarop in positieve zin had gereageerd, is medeverdachte [medeverdachte] door een man met een motorfiets afgezet bij de vriendin waar de verdachte op dat moment verbleef;

- de verdachte heeft de zwarte Hyundai, die hij zelf van een ander had geleend, aan medeverdachte [medeverdachte] meegegeven;

- ongeveer na een half uur – het was inmiddels na zessen – belde medeverdachte [medeverdachte] de verdachte op om te zeggen dat hij op de terugweg was;

- de verdachte is vervolgens op een afgesproken plaats bij medeverdachte [medeverdachte] in de auto gestapt, waarna deze doorreed naar de Nederlandse kant van het eiland (naar Maho) om de man die hem eerder bij de verdachte had afgezet op te halen;

- deze man, die [betrokkene 5, alleen een voornaam] heet, kwam bij een rotonde van het strand af en sprong in de auto;

- [ betrokkene 5] heeft de verdachte gegroet door zijn knokkels tegen die van de verdachte te slaan;

- omdat de hand van [betrokkene 5] nat aanvoelde, heeft de verdachte zijn hand aan zijn broek droog geveegd;

- [ betrokkene 5] vertelde dat hij meer geld nodig had en op zijn verzoek stopte medeverdachte [medeverdachte] iets voorbij een benzinestation;

- [ betrokkene 5] sprong uit de auto en toen hij terugkwam, maakte hij het portier van de auto open, gaf hij het geld en zei hij dat iemand hem volgde en dat medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte daarom moesten gaan;

- medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte reden vervolgens rond in cirkels;

- toen zij de brug naderden, overhandigde medeverdachte [medeverdachte] de verdachte het geld dat [betrokkene 5] had gegeven en zei dat de verdachte het geld moest verbergen;

- vervolgens zijn de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] door de politie staande gehouden.

Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van deze alternatieve lezing stelt het Hof voorop dat de verdachte die lezing eerst ter terechtzitting in eerste aanleg naar voren gebracht, zodat hij de gelegenheid heeft gehad die lezing af te stemmen op het belastende bewijsmateriaal. Daar staat tegenover dat in de cel van medeverdachte [medeverdachte] een aan de verdachte gerichte brief is onderschept, waarin wordt aangegeven wat de verdachte zou moeten verklaren.

Het Hof heeft de alternatieve lezing van de verdachte tegen het licht gehouden. De verklaring die de verdachte heeft gegeven voor de voor hem meest belastende omstandigheid – de aanwezigheid van het bloed van de doodgeschoten pompbediende [slachtoffer 1] op zijn broek –, overtuigt echter naar het oordeel van het Hof niet. Blijkens het proces-verbaal van forensisch onderzoek van 25 april 2016 zijn de op de broek van de verdachte aangetroffen bloedsporen rondvormig. Die omstandigheid sluit niet aan bij de verklaring van de verdachte. Immers, indien de bloedsporen daadwerkelijk zouden zijn veroorzaakt door het afvegen van zijn hand aan zijn broek, zoals de verdachte heeft verklaard, zou dat veegsporen hebben veroorzaakt. Het Hof acht daarom niet aannemelijk geworden dat de bloedsporen op de door de verdachte gestelde wijze op zijn broek zijn terechtgekomen.

Daar komt bij dat de verdachte op het moment van de staandehouding weliswaar geen wit T-shirt heeft gedragen, maar dat hij wel de gelegenheid heeft gehad om zijn T-shirt te verwisselen (de overval heeft plaatsgevonden omstreeks 19:01 uur en de verdachte is staande gehouden omstreeks 19:20 uur) en dat de verdachte bovendien – hetgeen past bij het signalement van de dader – een zwarte korte broek en slippers droeg.

Voorts geldt dat, indien de lezing van de verdachte juist zou zijn, het zou betekenen dat de door hem genoemde [betrokkene 5] eerst met medeverdachte [medeverdachte] naar het tankstation aan de Union Road is gereden en vanaf daar weer is weggereden, dat die [betrokkene 5] vervolgens ergens is uitgestapt, dat daarna de verdachte is ingestapt om vervolgens circa een half uur later samen die [betrokkene 5] weer op te halen. Deze gang van zaken komt het Hof niet aannemelijk voor.

Aan de raadsvrouw kan worden toegegeven dat niet is komen vast te staan dat het celmateriaal van de verdachte op de revolver en/of de vissershoed is aangetroffen, maar nu evenmin is vast komen te staan dat het celmateriaal van de verdachte daarop niet is aangetroffen, kunnen aan die omstandigheid geen conclusies worden verbonden.

Gelet hierop is het Hof van oordeel dat de lezing van de verdachte als niet aannemelijk geworden terzijde moet worden geschoven.

Mede gezien deze overweging is het Hof met het Gerecht in eerste aanleg en de procureur-generaal van oordeel dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte], zoals hiervoor als bewijsmiddel 24 en 25 weergegeven, als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt. Dat hij de verdachte er, ten faveure van een andere vriend, heeft willen inluizen, zoals de verdachte suggereert, is uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk geworden.

Het Hof hecht tegen deze achtergrond ook geloof aan de verklaring van de verdachte dat het wapen van hem was, zeker nu hij die verklaring ten overstaan van de rechter-commissaris en in het bijzijn van zijn toenmalige raadsvrouw heeft afgelegd.

Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Met betrekking tot het bij feit 1 weggenomen geld overweegt het Hof als volgt. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte met zijn hand in een van de broekzakken van het slachtoffer [slachtoffer 1] is geweest. Voorts volgt uit de bewijsmiddelen dat de eigenaar van het tankstation waar het slachtoffer werkte, na het incident tot de conclusie is gekomen dat er geld ontbrak van de verkoop van de desbetreffende avond. Gelet hierop en nu, zoals het Hof ambtshalve bekend is, pompbedienden te Sint Maarten veelal gewoon zijn de omzet bij zich te dragen, hetgeen ook volgt uit de gang van zaken bij het bewezen verklaarde feit 2 waarbij de pompbediende werd gedwongen het geld af te geven, moet worden aangenomen dat de verdachte het geld bij het slachtoffer heeft weggenomen.

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Het bewijs is naar het oordeel van het Hof echter niet toereikend voor het vaststellen van een nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [medeverdachte]. Bewezen is daarom dat de verdachte de feiten alleen heeft gepleegd.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:260 juncto artikel 2:259 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Doodslag gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijker te maken.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:294, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Afpersing.

Het onder 4 bewezen verklaarde is – zowel ten aanzien van het voorhanden hebben van de revolver als van de munitie – voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening en strafbaar gesteld in artikel 11 van die verordening. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd.

Het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheffen of uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Het Hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een gekwalificeerde doodslag, een afpersing en het voorhanden hebben van een revolver en munitie.

Het Gerecht in eerste aanleg heeft de verdachte, uitgaande van een bewezenverklaring van het medeplegen van deze feiten, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 jaren.

De procureur-generaal heeft zich achter deze beslissing geschaard.

De raadsvrouw heeft, zo verstaat het Hof het aangevoerde althans, bepleit dat de verdachte door zijn detentieomstandigheden extra zwaar wordt gestraft, hetgeen zou moeten worden meegewogen indien het Hof tot het opleggen van een gevangenisstraf over gaat.

Het Hof overweegt als volgt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijk strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft in een zucht naar geld op koelbloedige en meedogenloze wijze een pompbediende in zijn lichaam en hoofd geschoten waarmee hij het voor zichzelf gemakkelijker heeft gemaakt van het inmiddels levenloze slachtoffer geld weg te nemen. De verdachte heeft met zijn handelen onnoemelijk leed toegebracht aan de nabestaanden van het slachtoffer. Dat hij bij deze overval een mens om het leven heeft gebracht heeft de verdachte er vervolgens niet van weerhouden zich naar een volgend pompstation te laten vervoeren waar hij wederom onder bedreiging van een vuurwapen de aldaar aanwezige pompbediende tot afgifte van geld heeft gedwongen. Het Hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij geen enkel respect heeft getoond voor het leven van een ander en dat hij beide delicten ten overstaan van de aldaar aanwezige omstanders heeft gepleegd

Naar het oordeel van het Hof past onder de gegeven omstandigheden geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeer lange duur. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte leggen in dit geval geen gewicht in de schaal.

Het Hof komt tot de slotsom dat de door het Gerecht in eerste aanleg opgelegde en de door de procureur-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 22 jaren, ook met inachtneming van het thans bewezen verklaarde, passend en geboden is. De huidige detentieomstandigheden van de verdachte brengen daarin voor het Hof geen verandering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 8 juni 2016, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen verklaard, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 22 (tweeëntwintig) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. D. Radder, E.J. van der Poel en T.A.M. Tijhuis, leden van het Hof, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 12 januari 2017.

1 In het proces-verbaal van de terechtzitting is deze nadere omschrijving aangeduid als een wijziging van de tenlastelegging.

2 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Sint Maarten (Special Unit Robberies) d.d. 22 april 2016, dat betrekking heeft op het zogenoemde onderzoek “SORGHUN” en is geregistreerd onder nummer 038/JD/2016.

3 Proces-verbaal van bevindingen: beroving met dodelijke afloop d.d. 30 november 2015, bijlage 1.1.

4 Proces-verbaal van bevinding d.d. 30 november 2015, bijlage 1.2.

5 Schriftelijk bescheid, te weten het autopsierapport d.d. 2 december 2015, bijlage 6 bij het proces-verbaal van forensisch onderzoek d.d. 22 april 2016, bijlage 10.1.

6 Proces-verbaal van: Verhoor getuige [betrokkene 3] d.d. 1 december 2015, bijlage 1.9.

7 Proces-verbaal van bevindingen uitkijken beveiligingsbeelden Sol tankstation d.d. 3 december 2015, bijlage 4.1, met dien verstande dat het Hof omwille van de leesbaarheid de beschrijving van de camerabeelden van beide camera’s volledig chronologisch heeft weergegeven.

8 Proces-verbaal van: Verhoor getuige d.d. 1 december 2015, bijlage 1.6.

9 Proces-verbaal van: Verhoor getuige [getuige 2] d.d. 1 december 2015, bijlage 1.7.

10 Proces-verbaal van: Aangifte van diefstal met geweld d.d. 30 november 2015, bijlage 2.1.

11 Proces-verbaal van: Aangifte van diefstal met geweld d.d. 2 december 2015, bijlage 2.2.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 december 2015, bijlage 4.2.

13 Proces-verbaal van: Aangifte van diefstal met geweld d.d. 30 november 2015, bijlage 3.1.

14 Proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte] en [verdachte] d.d. 30 november 2015, bijlage 6.1, met dien verstande dat het Hof – ter verduidelijking van de plaatsen waar het geld en de revolver is aangetroffen – mede acht heeft geslagen op de foto’s 61 tot en met 69, die als bijlage 4 zijn opgenomen bij proces-verbaal van forensisch onderzoek d.d. 22 april 2016, bijlage 10.1.

15 Proces-verbaal van bevindingen (aangetroffen geld) d.d. 3 december 2015, bijlage 9.2.

16 Proces-verbaal van forensisch onderzoek d.d. 25 april 2016, bijlage 10.1, pagina 4, 6 en 7.

17 Schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport van het NFI, d.d. 3 februari 2016, bijlage 10.4.

18 Proces-verbaal van forensisch onderzoek d.d. 25 april 2016, bijlage 10.1, pagina 5 tot en met 7.

19 Schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport van het NFI, d.d. 22 februari 2016, bijlage 10.9.

20 Proces-verbaal van forensisch onderzoek d.d. 25 april 2016, bijlage 10.1, pagina 5.

21 Proces-verbaal van forensisch onderzoek d.d. 25 april 2016, bijlage 10.1, pagina 4.

22 Proces-verbaal van Bevindingen d.d. 3 december 2015, bijlage 9.1.

23 Proces-verbaal van forensisch onderzoek d.d. 25 april 2016, bijlage 10.1, pagina 3, 4 en 6.

24 Schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport van het NFI, d.d. 22 februari 2016, bijlage 10.9.

25 Proces-verbaal van Bevindingen d.d. 3 december 2015, bijlage 9.1.

26 Proces-verbaal van getuige verhoor [getuige 4] d.d. 30 november 2015, bijlage 1.8.

27 Een niet van voormeld onder voetnoot 2 bedoeld eindprocesverbaal deel uitmakend proces-verbaal, namelijk het proces-verbaal dat de rechter-commissaris in het kader van de rechtmatigheidstoets op 3 december 2015 heeft opgemaakt.

28 Proces-verbaal van 5de verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 8 december 2015, bijlage 8.9.