Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:230

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
31-07-2017
Datum publicatie
06-12-2018
Zaaknummer
P-2016/03947 en H 172/2016
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onderzoek Tunis. Verdachte C. Veroordeling tot 4 jaar gevangenisstraf voor gewoontewitwassen (in totaal ruim dertig miljoen euro). Geld dat naar alle waarschijnlijkheid uit de drugshandel afkomstig was, werd verstopt in kiprollades en zo vanuit Nederland naar Aruba en Venezuela doorgesluisd.

Formele relatie: ECLI:NL:OGEAA:2016:799

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Strafzaken over 2017 | AV

Datum uitspraak: 31 juli 2017

Zaaknummer: H 169/2016

Parketnummer: P-2015/08682

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

S T R A F V O N N I S

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 18 oktober 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte B],

geboren op [een datum in het jaar] 1944 op Bonaire,

wonende in Aruba, [adres],

thans in Aruba gedetineerd.

Procesgang en onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 5 februari 2016, 15 april 2016, 9 juni 2016, 23 september 2016 en 27 september 2017, zoals daarvan blijkt uit de processen-verbaal van die terechtzittingen, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 10 juli 2017 in Aruba.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de (waarnemend) procureur-generaal, mr. F.A.P.M. van Deutekom, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw, mr. M.C. Vaders, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren (met een enigszins andere bewezenverklaring) en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest. Zijn vordering behelst voorts de verbeurdverklaring van de in beslag genomen geldbedragen (€ 60.000,--, € 380.200,-- en € 2.640.340,--), alsmede van de overige in beslag genomen voorwerpen (kladblok, de losse papieren met aantekeningen over de verdeling van gelden, de geldtelmachine, het verpakkingsmateriaal van een geldbedrag en de afgescheurde briefjes met getallen).

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van gelijke duur, met verbeurdverklaring van dezelfde voorwerpen.

Zowel de verdachte als de officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere oordelen komt.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 30 juni 2015 in Aruba en/of Nederland en/of Venezuela, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

(van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (contante) geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van – circa – 23.352.500 euro (hoofdsom), en/of 2.833.340 euro (transport d.d. 23 juni 2015), en/of 467.050 euro (commissie), althans enig(e) (contante) geldbedrag(en)

a. a) de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden (heeft/hebben ge)had(den)

door (telkens)

(hoofdsom en transport d.d. 23 juni 2015)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) in ontvangst te nemen en/of (vervolgens)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) in te pakken in (bruin) (pak)papier en/of te verpakken in plastic en/of te verstoppen in gemalen kip/kiprollade en/of die gemalen kip/kiprollade in te vriezen en/of in dozen te verpakken en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) op te slaan (in koelvriesinstallaties) (van het bedrijf [bedrijf 1] te Roermond, Nederland) en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) in een of meer (zee)container(s) te plaatsen (tussen andere producten) en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) te (doen) transporteren naar Aruba en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) op te slaan (in koelvriesinstallaties) (die ter beschikking stonden van verdachtes medeverdachte, althans diens/de/het onderneming/restaurant [bedrijf 2]) en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (deels) over te dragen aan zijn, verdachtes mededader(s) en/of (deels) te (doen) transporteren naar Venezuela en/of daarbij (telkens)

- die gemalen kip/kiprollade (bij [bedrijf 1]) te (doen) bestellen op naam van/door de onderneming [bedrijf 3] en/of te (doen) factureren door [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] en/of in (bij de transporten behorende) douanedocumentatie op te (doen) nemen dat die gemalen kip/kiprollade bestemd was voor [bedrijf 3] en/of

(commissie)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) in ontvangst te nemen en/of (vervolgens)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) in te pakken in (bruin) (pak)papier en/of te verpakken in plastic en/of (vervolgens)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (ten dele) te verstoppen in gemalen kip/kiprollade en/of die gemalen/kip/kiprollade in te vriezen en/of in dozen te verpakken en/of (vervolgens) dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) op te slaan (in koelvriesinstallaties) (van het bedrijf [bedrijf 1] te Roermond, Nederland) en/of (vervolgens) dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) in een of meer (zee)container(s) te plaatsen (tussen andere producten) en/of (vervolgens) dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) te (doen) transporteren naar Aruba ten behoeve van hem, verdachte en/of dat/die voorwerp(en)/geldvedrag(en) (vervolgens) te verstoppen onder de vloer van de zolder van zijn, verdachtes, woning aan [adres verdachte B] te Aruba

en/of

b) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik gemaakt,

terwijl hij (telkens) wist of begreep dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en), onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

(artikel 2:404 jo 2:405 Wetboek van Strafrecht)

althans, indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 30 juni 2015 in Aruba en/of Nederland en/of Venezuela, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (contante) geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van – circa – 23.352.500 euro (hoofdsom), althans 2.833.340 euro (transport d.d. 23 juni 2015), althans 467.050 euro (commissie), althans enig(e) (contante) geldbedrag(en)

a. a) de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden (heeft/hebben ge)had(den)

door (telkens)

(hoofdsom en transport d.d. 23 juni 2015)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) in ontvangst te nemen en/of (vervolgens)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) in te pakken in (bruin) (pak)papier en/of te verpakken in plastic en/of te verstoppen in gemalen kip/kiprollade en/of die gemalen kip/kiprollade in te vriezen en/of in dozen te verpakken en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) op te slaan (in koelvriesinstallaties) (van het bedrijf [bedrijf 1] te Roermond, Nederland) en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) in een of meer (zee)container(s) te plaatsen (tussen andere producten) en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) te (doen) transporteren naar Aruba en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) op te slaan (in koelvriesinstallaties) (die ter beschikking stonden van verdachtes medeverdachte, althans diens/de/het onderneming/restaurant [bedrijf 2]) en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (deels) over te dragen aan zijn, verdachtes mededader(s) en/of (deels) te (doen) transporteren naar Venezuela en/of daarbij (telkens)

- die gemalen kip/kiprollade (bij [bedrijf 1]) te (doen) bestellen op naam van/door de onderneming [bedrijf 3] en/of te (doen) factureren door [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] en/of in (bij de transporten behorende) douanedocumentatie op te (doen) nemen dat die gemalen kip/kiprollade bestemd was voor [bedrijf 3] en/of

(commissie)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) in ontvangst te nemen en/of (vervolgens)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) in te pakken in (bruin) (pak)papier en/of te verpakken in plastic en/of (vervolgens)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (ten dele) te verstoppen in gemalen kip/kiprollade en/of die gemalen/kip/kiprollade in te vriezen en/of in dozen te verpakken en/of (vervolgens) dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) op te slaan (in koelvriesinstallaties) (van het bedrijf [bedrijf 1] te Roermond, Nederland) en/of (vervolgens) dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) in een of meer (zee)container(s) te plaatsen (tussen andere producten) en/of (vervolgens) dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) te (doen) transporteren naar Aruba ten behoeve van hem, verdachte

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) in zijn woning in verschillende pakket(ten) tussen de zoldervloer en het plafond te bewaren/verstoppen en/of dat/die voorwerp(en)/geldvedrag(en) (vervolgens) te verstoppen onder de vloer van de zolder van zijn, verdachtes, woning aan [adres verdachte B] te Aruba

en/of

b) heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij (telkens) redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en), onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

(artikel 2:406 Wetboek van Strafrecht)

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsvrouw heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte. Volgens de raadsvrouw is doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte tekortgedaan aan verdachtes recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak.

Zij heeft daartoe de volgende argumenten aangedragen:

( i) De grondslag van de start van het politieonderzoek ‘Tunis’ in Aruba kan door het Hof niet meer worden getoetst, nu die grondslag is gelegen in het Amerikaanse onderzoek ‘Kamarina’ en het Hof niet in staat is gesteld kennis te nemen van alle stukken met betrekking tot dat onderzoek.

(ii) Uit de niet met het Hof gedeelde stukken blijkt dat Amerika een infiltrant heeft ingezet (“a confidential source”). Het Hof kan niet toetsen of daarbij de wettelijke regels in acht zijn genomen.

(iii) Uit de stukken die wel met het Hof zijn gedeeld, kan niet het vermoeden van enig strafbaar feit jegens de verdachte zijn ontstaan dat het opstarten van het politieonderzoek in Aruba kan rechtvaardigen.

(iv) Het openbaar ministerie heeft ter toetsing van de voorlopige hechtenis stukken overgelegd waarvoor geen toestemming was verkregen van de Amerikaanse autoriteiten.

( v) Het openbaar ministerie presenteert resultaten van observaties, immigratiegegevens en historische verkeersgegevens uit het Amerikaanse onderzoek als bewijs, terwijl ook daarvoor geen toestemming is verkregen van de Amerikaanse autoriteiten.

Het Hof overweegt als volgt.

Bij de beoordeling van het verweer wordt vooropgesteld dat het in artikel 413 van het Wetboek van Strafvordering van Aruba (hierna: Sv) bedoelde rechtsgevolg van niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt. Daarvoor is alleen plaats indien het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Daar komt bij dat de toepassing van dat rechtsgevolg is beperkt tot onherstelbare vormverzuimen en dat telkens rekening dient te worden gehouden met het karakter, het gewicht en de strekking van de norm, de ernst van de normschending, het nadeel dat daardoor werd veroorzaakt en de mate van verwijtbaarheid van de degene die de norm schond.

Van de verdediging mag worden verlangd dat aan de hand van de toepasselijke beoordelingsfactoren - het karakter, het gewicht en de strekking van de norm, de ernst van de normschending, het nadeel dat daardoor werd veroorzaakt en de mate van verwijtbaarheid van de degene die de norm schond - duidelijk wordt gemotiveerd waarom een vermeend vormverzuim tot het zwaarste rechtsgevolg dient te leiden. Aan dit vereiste heeft de verdediging niet voldaan. Alleen daarom al kan het verweer worden gepasseerd. Desalniettemin zal het Hof op de afzonderlijke onderdelen van het verweer ingaan.

(i), (ii) en (iii)

De oorsprong van het onderzoek ‘Tunis’ in Aruba is gelegen in informatie uit het Amerikaanse onderzoek ‘Kamarina’. In de relatie tussen Aruba en Amerika geldt het vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat de justitiële autoriteiten in beginsel mogen uitgaan van de rechtmatigheid van de door het andere land verstrekte informatie. Slechts indien sterke aanwijzingen bestaan dat bij het verkrijgen van die informatie fundamentele rechten zijn geschonden, ligt een nader onderzoek naar de rechtmatigheid van de herkomst in de rede.

Het Hof stelt vast dat de verdediging, de rechter-commissaris en het Gerecht in eerste aanleg hebben kennisgenomen van de volledige stukken die ten grondslag lagen aan het start van het onderzoek ‘Tunis’. Zij hebben de rechtmatigheid van de informatie derhalve volledig kunnen toetsen. Aan het Hof zijn deze stukken slechts overgelegd in een vorm waarin delen van de tekst onleesbaar zijn gemaakt. De reden voor het onleesbaar maken van delen van de tekst is dat de Amerikaanse autoriteiten, ter voorkoming van de openbaarmaking, hebben bedongen dat deze delen niet voor het bewijs zullen worden gebruikt. Het Hof zal slechts zelfstandig kunnen toetsen op grond van de stukken zoals die hem ter kennis zijn gebracht. Het Hof zal daarbij ook betrekken hetgeen de verdediging dienaangaande heeft aangevoerd.

Van belang is dat het onderzoek Tunis op 15 januari 2015 is aangevangen met de mondelinge vordering van de officier van justitie dat een machtiging wordt verleend voor een bevel tot het opnemen van de telecommunicatie van het telefoonnummer [telefoonnummer B], dat in gebruik was bij medeverdachte [A]. De rechter-commissaris heeft diezelfde dag beslist tot verlening van de machtiging voor een periode van ten hoogste vier weken (pagina 2779 van het methodiekendossier).

Uit het proces-verbaal verdenking d.d. 12 maart 2015, (pagina 23 tot en met 32 van het persoonsdossier van medeverdachte [A]) komt naar voren dat:

  • -

    de verdenking was gerezen dat een man genaamd [Y] betrokken is bij de handel in verdovende middelen;

  • -

    een man genaamd [X] samen met genoemde [Y] deel uitmaakt van een crimineel samenwerkingsverband;

  • -

    telefoongesprekken van [X] zijn opgenomen en afgeluisterd;

  • -

    uit die telefoongesprekken bleek dat [X] veelvuldig contact had met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer B], zijnde medeverdachte [A];

  • -

    [A] en [X] op 22 december 2014, om 14:29 uur, een gesprek met de volgende inhoud voeren:
    “[A] (het Hof: medeverdachte [A]) vraagt waar [X] (het Hof: [X]) is.
    [X] zegt dat hij nu richting Playa gaat om geld aan iemand te geven.
    [A] vraagt of [X] zijn paspoort bij zich heeft.
    [X] zegt ja.
    Ze spreken af om bij [reisbureau] te ontmoeten waar een vrouw hen zal helpen.”

  • -

    [A] en [X] tien minuten later opnieuw een gesprek hebben, ditmaal met de volgende inhoud:
    “[A] vraagt waar [X] is.
    [X] zegt dat hij het geld aan de vrouw moet geven en dan direct naar [reisbureau] gaat.
    [A] zegt dat hij even bij [kledingwinkel] wilde gaan kijken of hij een jas kan kopen.
    [X] zegt dat het goed is.
    [A] zegt dat [X] alvast naar [reisbureau] kan gaan waar mevrouw [Z] hem zal helpen, dat hij haar al op de hoogte heeft gesteld dat [X] zal komen.”

In aanmerking genomen dat noch de verdediging, noch de rechter-commissaris, noch het Gerecht in eerste aanleg ervan blijk hebben gegeven dat in de onleesbaar gemaakte delen ontlastende informatie aanwezig was, kan naar het oordeel van het Hof op grond van de hiervoor omschreven feiten en omstandigheden in redelijkheid worden gekomen tot een ernstig vermoeden dat met het telefoonnummer [telefoonnummer B] werd deelgenomen door of in opdracht van een verdachte van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, als bedoeld in art. 169 lid 2 Sv, zodat de rechter-commissaris de machtiging rechtmatig heeft verleend. Ook de daaropvolgende machtigingen van de rechter-commissaris voor de bevelen dan wel de verlengingen daarvan tot het opnemen en uitluisteren van het telefoonverkeer acht het Hof rechtmatig verleend.

De beweerde infiltratie is niet aannemelijk geworden. Volgens de raadsvrouw blijkt uit de onleesbaar gemaakte delen van de stukken dat een infiltrant is ingezet, maar de daarbij aangehaalde terminologie (“a confidential source”) duidt veeleer op gebruikmaking van een anonieme informant. Daar komt bij dat de raadsvrouw spreekt over daartoe strekkende verzoeken van de Amerikaanse autoriteiten, niet over de uitvoering daarvan: Verzocht werd om het mogelijk te maken dat grote bedragen met geld toebehorende aan de DAE (het Hof: DEA) op lokale bankrekeningen zouden mogen worden gestort om zodoende deze undercoveractiviteiten te faciliteren. Delivery of bulk cash money die via een commercial flight Aruba zou worden binnengevlogen moest ook mogelijk worden gemaakt (onderstrepingen door het Hof).”

(iv) en (v)

Het Hof stelt in navolging van het Gerecht in eerste aanleg vast dat de Amerikaanse autoriteiten hebben ingestemd met het, op basis van de bevindingen uit het onderzoek Kamarina, opstarten van een parallel onderzoek in Aruba, wat met het onderzoek Tunis ook is gebeurd. Bij brief van 22 maart 2016 is hierover namelijk het volgende opgemerkt: “(…) I wish to confirm that Aruban authorities were given permission to start and execute their parallel investigations based on the evidence collected in the execution of the request for assistance from the United States in Kamarina (…)”.

Het is juist, zoals ook al eerder is overwogen, dat zekere restricties zijn gesteld. In voormelde brief is daarover het volgende vermeld: “As previously discussed, certain constraints have been imposed, (…) concerning the use of this Kamarina evidence as direct evidence in the current judicial proceedings (onderstreping door het Hof). In particular, only the redacted version of your (police) reports (…), may be used in the prosecution. Further, the new case file, which will now only include the redacted reports, is to preplace what was previously provided to defense counsel.”

De restrictie houdt in dat delen van de processen-verbaal niet als (direct) bewijs worden gebruikt. Het Hof stelt voorop dat deze restrictie niet is aangebracht om de verdachte in enig belang te beschermen, maar slechts om het belang van het Amerikaanse onderzoek te dienen. Bovendien heeft het openbaar ministerie zich aan de restrictie gehouden. Het heeft immers de delen die niet gebruikt mogen worden onleesbaar gemaakt. Dat de resultaten van de observaties, de immigratiegegevens en de historische verkeersgegevens van die toestemming zijn uitgesloten, zoals door de verdediging aangevoerd, kan uit voornoemd schrijven niet worden geconcludeerd.

Voor zover de Amerikaanse autoriteiten de restrictie hebben aangebracht dat de stukken niet mochten worden gebruikt voor de beoordeling van de vraag of er ernstige bezwaren tegen de verdachte bestonden in het kader van de voorlopige hechtenis van de verdachte, is dat niet van belang voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Ook deze restrictie is dan immers niet aangebracht om de verdachte in enig belang te beschermen. Bovendien doet het gebruik van de stukken voor de voorlopige hechtenis geen afbreuk aan het recht van de verdachte op een eerlijk proces en heeft de verdediging de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van de aangeleverde informatie ten volle kunnen aanvechten, nu de stukken in ongecensureerde vorm aan haar zijn verstrekt.

Het verweer wordt gelet op het voorgaande in al zijn onderdelen verworpen.

Bewezenverklaring

Het Hof acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 30 24 juni 2015 in Aruba en/of Nederland en/of Venezuela, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

(van) een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (contante) geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van – circa – 23.352.500 euro (hoofdsom), en/of 2.833.340 euro (transport d.d. 23 juni 2015), en/of 467.050 euro (commissie), althans enig(e) (contante) geldbedrag(en)

a. a) de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden (heeft/hebben ge)had(den)

door (telkens)

(hoofdsom en/of transport d.d. 23 juni 2015)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) in ontvangst te nemen en/of (vervolgens)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) in te pakken in (bruin) (pak)papier en/of te verpakken in plastic en/of te verstoppen in gemalen kip/kiprollade en/of die gemalen kip/kiprollade in te vriezen en/of in dozen te verpakken en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) op te slaan (in koelvriesinstallaties) (van het bedrijf [bedrijf 1] te Roermond, Nederland) en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) in een of meer (zee)container(s) te plaatsen (tussen andere producten) en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) te (doen) transporteren naar Aruba en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) op te slaan (in koelvriesinstallaties) (die ter beschikking stonden van zijn, verdachtes, medeverdachte, althans diens/de/het onderneming/restaurant [bedrijf 2]) en/of (vervolgens)

- dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (deels) over te dragen aan zijn, verdachtes, mededader(s) en/of (deels) te (doen) transporteren naar Venezuela en/of daarbij (telkens)

- die gemalen kip/kiprollade (bij [bedrijf 1]) te (doen) bestellen op naam van/door de onderneming [bedrijf 3] en/of te (doen) factureren door [bedrijf 1] aan [bedrijf 3] en/of in (bij de transporten behorende) douanedocumentatie op te (doen) nemen dat die gemalen kip/kiprollade bestemd was voor [bedrijf 3] en/of

(commissie)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) in ontvangst te nemen en/of (vervolgens)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) in te pakken in (bruin) (pak)papier en/of te verpakken in plastic en/of (vervolgens)

- dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (ten dele) te verstoppen in gemalen kip/kiprollade en/of die gemalen/kip/kiprollade in te vriezen en/of in dozen te verpakken en/of (vervolgens) dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) (heimelijk) op te slaan (in koelvriesinstallaties) (van het bedrijf [bedrijf 1] te Roermond, Nederland) en/of (vervolgens) dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) in een of meer (zee)container(s) te plaatsen (tussen andere producten) en/of (vervolgens) dat/die (aldus verpakte) voorwerp(en)/geldbedrag(en) te (doen) transporteren naar Aruba, onder meer ten behoeve van hem, verdachte, en/of dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) (vervolgens) te verstoppen onder de vloer van de zolder van zijn, verdachtes, woning aan [adres verdachte B] te Aruba

en/of

b) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of begreep dat dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en), onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten dan wel omissies voorkomen, zijn deze verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen 1

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

[PRO MEMORIE]2

Bewijsoverwegingen

Totaal getransporteerde gelden

Het Hof overweegt ambtshalve het volgende ten aanzien van het totaal getransporteerde geld. Samen met de politie en het Gerecht in eerste aanleg komt het Hof tot de conclusie dat voor zowel medeverdachte [A] als medeverdachte [D] per transport een commissie van 4% werd gereserveerd en dat de verdachte en medeverdachte [C] beiden per transport een commissie van 2% ontvingen.

Het Hof acht hiervoor de volgende omstandigheden van belang:

  • -

    voor de later onderschepte container had medeverdachte [D] “3 ton kip” liggen (bewijsmiddel 47);

  • -

    voor diezelfde container had medeverdachte [D] “1 2” voor medeverdachte [A] liggen en nog eens “1 2” voor “de jongens” (bewijsmiddelen 33 en 54);

  • -

    met “de jongens” doelde medeverdachte [D] op de verdachte en medeverdachte [C] (bewijsmiddelen 16 en 17);

  • -

    van de “1 2” voor medeverdachte [A] zou medeverdachte [D] “73” verzamelen en “4 7” bewaren (bewijsmiddelen 53 en 54);

  • -

    medeverdachten [A] en [D] hebben gesproken over een hetzelfde hogere percentage, dat zij ten opzichte van de verdachte en medeverdachte [C] ontvingen (bewijsmiddel 31);

  • -

    voor de container had [D] verder nog “2 6 4” liggen “kant en klaar ingepakt” (bewijsmiddel 33);

  • -

    met “1 2” werd 120.000,-- euro bedoeld, met “73” 73.000,-- euro, met “4 7” 47.000,-- euro en met “2 6 4” 2.640.000,--, zo kan worden afgeleid uit verklaringen van medeverdachte [D] (bewijsmiddelen 19 en 55);

  • -

    in de onderschepte container werd een bedrag van 2.833.340,-- euro aangetroffen.

Uit deze omstandigheden volgt dat het in de container aangetroffen geld bedrag nagenoeg overeenkomt met de volgende verdeling:

  • -

    “1 2” – “4 7” = “73” voor medeverdachte [A]: 73.000,-- euro;

  • -

    “1 2” voor de verdachte en medeverdachten [C]: 120.000,-- euro;

  • -

    “2 6 4” als overigens te transporteren geld: 2.640.000,-- euro;

----------------------

2.833.000,-- euro.

Ervan uitgaande dat medeverdachte [D] eenzelfde commissie heeft ontvangen als medeverdachte [A] (120.000,-- euro) en door medeverdachte [D] nog 47.000 euro voor medeverdachte [A] in bewaring werd gehouden, komt het totaalbedrag uit op exact 3.000.000,-- euro, wat goed aansluit bij de “3 ton kip”. Een commissie van 4% van dat bedrag komt uit op de hiervoor genoemde 120.000,--. Aangezien de verdachte en medeverdachten [C] samen een commissie van gelijke hoogte ontvangen en uit het onderzoek ter terechtzitting geen aanleiding naar voren is gekomen waarom geen sprake zou zijn van een pondspondsgewijze verdeling, moet hun percentage worden vastgesteld op 2%.

Tot zover kan het Hof de redenering van de politie en het Gerecht volgen. Het Hof volgt de redenering echter niet voor zover alleen wordt aangesloten bij (commissie)gelden die medeverdachte [A] in bewaring had gegeven aan zijn broer en zus (493.100,-- euro en 160.000,-- euro), die voor hem met de in beslag genomen container waren meegezonden (73.000,-- euro) en die zijn aangewend voor betalingen aan derden (minimaal vier betalingen à 50.000,-- euro aan de Chinese man, een betaling in Harderwijk à 8.000 euro en een betaling van 40.000 euro aan [M]). Uit de bewijsmiddelen volgt namelijk dat dit slechts een deel van zijn commissiegelden was. Dat volgt uit de notities die op de telefoon van medeverdachte [A] zijn aangetroffen (bewijsmiddel 27).

Op grond van deze notities kan op eenvoudige wijze meer accuraat worden berekend wat hij aan commissiegelden heeft ontvangen:

  • -

    pakket 1 = 80: 80.000,-- euro;

  • -

    pakket 2 = 90: 90.000,-- euro;

  • -

    pakket 3 = 80: 80.000,-- euro;

  • -

    pakket 4 = 140 140.000,-- euro;

  • -

    pakket 5 = 70 70.000,-- euro;

  • -

    pakket 6 = 100 100.000,-- euro;

  • -

    pakket 7 = 70 70.000,-- euro;

  • -

    pakket 8 = 75 75.000,-- euro;

  • -

    pakket 9 = 115 115.000,-- euro;

  • -

    pakket 10 = 50 50.000,-- euro;

  • -

    pakket 11 = 75 75.000,-- euro;

  • -

    pakket 12 = 85 85.000,-- euro;

  • -

    pakket 13 = 60 60.000,-- euro;

----------------------

1.090.000,-- euro.

In aanmerking wordt verder genomen dat deze notities in oktober 2014 zijn gemaakt en dat medeverdachte [D] het geld voor de in beslag genomen container eerst in december 2014 heeft ontvangen (bewijsmiddelen 17 en 27). Daaruit kan worden afgeleid dat de commissie voor dat transport – de meergenoemde 120.000 euro (73.000,-- euro in de container en 47.000,-- euro bewaard door medeverdachte [D]) – niet in een van de dertien hiervoor beschreven pakketten zat.

De commissiegelden van medeverdachte [A] moeten daarom naar het oordeel van het Hof worden vastgesteld op 1.210.000,-- euro.

Aangezien dit 4% van het totaal getransporteerde geld betreft, moet dat totaal worden vastgesteld op 30.250.000,-- euro.

Criminele herkomst van de gelden

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en daartoe in de eerste plaats aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat het geld dat in de containers is vervoerd, van misdrijf afkomstig is. Het geld zou volgens de raadsvrouw evengoed afkomstig kunnen zijn van legale activiteiten, waarbij de eigenaren van het geld bijvoorbeeld hoge bankkosten hebben willen ontlopen.

Het Hof kan de raadsvrouw daarin niet volgen. Het Hof stelt daarbij voorop dat geen van de betrokkenen hierover heeft verklaard en dat dit ook overigens niet aannemelijk is geworden. Daarbij wijst het Hof erop dat ook aan de bewezen verklaarde vorm van geldvervoer hoge kosten zijn verbonden, in de vorm van commissie van betrokkenen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat het geld, als getelde en gebundelde pakketjes in zakken, tassen en/of koffers werd aangeleverd aan de verdachte en/of zijn vriend [voornaam M] – [bijnaam M] – [achternaam M]. Zij spraken daarvoor af in Amsterdam met een onbekend gebleven persoon, die vervolgens met de door hun gebruikte (huur)auto in zijn eentje het geld ging halen; bij terugkomst lag het geld in de kofferbak in de auto. Vervolgens werd het geld afgeleverd aan medeverdachte [D] in Roermond (eerst rechtstreeks aan hem door de verdachte, vervolgens aan zijn vriendin, [K], door [M]). Medeverdachte [D] heeft het geld daarna, op verzoek van de verdachte, medeverdachte [C] en/of medeverdachte [A], verstopt. Hij heeft papier en plastic om de pakketjes met geld gedaan en het vacuüm getrokken. Vervolgens heeft hij ze in vloeibaar kippenvlees gelegd en het in de vorm van een kiprollade gedrukt.

Deze toedracht wijst er evident op dat het om crimineel geld ging. Zonder contra-indicaties, die ontbreken, kan naar het oordeel van het Hof zonder meer de conclusie worden gerechtvaardigd dat het in de containers vervoerde geld, uit misdrijf afkomstig was. Dat oordeel wordt verder versterkt door de inhoud van de afgeluisterde tapgesprekken, in samenhang met de andere bewijsmiddelen. Zo heeft bijvoorbeeld [A] tegen [D] gezegd dat zij overal vanaf weten en heeft [D] ook eens aan [A] gevraagd “of ze gepakt zijn of zo”, terwijl [D] bovendien heeft verklaard wel te hebben begrepen dat het geen zuivere koffie was en dat daarbij aan drugs en zo kon worden gedacht.

Wetenschap van de criminele herkomst van de gelden bij de verdachte

De raadsvrouw heeft ter onderbouwing van haar tot vrijspraak strekkende verweer in de tweede plaats aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte wist dat het geld uit misdrijf afkomstig was.

Het Hof is van oordeel dat ook dit onderdeel van het verweer niet kan slagen. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte, in relatie tot de geldtransporten, samen optrok met medeverdachte [C] en dat de medeverdachte [C] degene was die contact onderhield met “de grote baas” die eigenaar zou zijn van het geld. Het gebruik van de term “de grote baas” duidt op een organisatorisch verband gelijk aan dat van een drugsorganisatie. Voorts wijst ook het handelen van de verdachte sterk op de wetenschap van de illegale herkomst van het geld. Zo wordt door hem en de medeverdachten versluierde taal gebruikt wanneer over het geld wordt gecommuniceerd, haalde de verdachte het geld zelf contant op terwijl dit op zeer heimelijke en verdachte wijze plaatsvond en verstopte de verdachte de door hem uit de transporten verkregen commissie contant in de vloer van zijn zolder. Het Hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat ook hier geldt dat dit zonder contra-indicaties, die ontbreken, erop duidt dat de verdachte wist dat het geld een criminele herkomst had.

Medeplegen

Het derde argument dat in de optiek van de raadsvrouw tot vrijspraak zou moeten leiden, is gelegen in de medeplegen-jurisprudentie. Volgens de raadsvrouw schiet het bewijs tekort om te kunnen vaststellen dat tussen de verdachte en zijn medeverdachten met betrekking tot het uitvoeren van containers met geld een nauwe en bewuste samenwerking heeft bestaan.

Ook dit onderdeel van het verweer treft geen doel. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, blijkt al dat de bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. De verdachte en medeverdachte [C] hadden een cruciale en sturende rol bij de aanlevering van het geld. De verdachte heeft bovendien de geldoverdrachten geregeld, eerst zelf en later via [M]. Deze behoorlijke bijdrage aan het delict werd ook vertaald in het percentage dat de verdachte aan commissiegeld kreeg: 2% van de waarde van het transport. Het Hof is dan ook van oordeel dat de verdachte als medepleger kan worden aangemerkt.

Het verweer van de raadsvrouw wordt bijgevolg in al zijn onderdelen verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde was in de periode tot 15 februari 2014 voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 430c juncto artikel 430b, eerste lid, aanhef, onder a en b, en artikel 49, eerste lid, aanhef, onder a, van het toenmalige Wetboek van Strafrecht van Aruba. Op

15 februari 2014 is het huidige Wetboek van Strafrecht van Aruba in werking getreden.3 Het bewezen verklaarde is vanaf die datum voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:405 juncto artikel 2:404, eerste lid, aanhef, onder a en b, en artikel 1:123, eerste lid, aanhef, onder a, van dit wetboek.

Het Hof stelt, evenals het Gerecht in eerste aanleg, vast dat bij de invoering van het nieuwe wetboek geen overgangsrecht bijzondere overgangsbepalingen zijn opgenomen. Dat betekent dat de nieuwe strafbepalingen direct van toepassing zijn op het bewezen verklaarde in de periode vanaf 15 februari 2014. Voor zover het bewezen verklaarde voor die tijd is begaan, heeft te gelden dat die bepalingen alleen van toepassing zijn, indien en voor zover deze ten gunste van de verdachte zouden werken. Het Hof stelt in dat verband vast dat het bewezen verklaarde gewoontewitwassen in beide strafbepalingen op dezelfde wijze is omschreven en met dezelfde straffen wordt bedreigd, namelijk met een gevangenisstraf van ten hoogste 9 jaren of een geldboete van Afl. 100.000,--. De bijbehorende strafbepalingen voor het opzettelijk witwassen is evenwel iets anders komen te luiden. Waar dat feit in de oude strafbepaling nog was bedreigd met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 jaren of een geldboete van Afl. 100.000,--, is het in de nieuwe strafbepaling bedreigd met een gevangenisstraf van ten hoogste 8 jaren of een geldboete van Afl. 100.000,--. Hoewel het verschil voor het bewezen verklaarde marginaal is (het bewezen verklaarde wordt immers met dezelfde straf bedreigd), kan niet worden gezegd dat de nieuwe strafbepalingen gunstiger zijn voor de verdachte. Dat betekent dat de oude strafbepalingen worden toegepast op het bewezen verklaarde voor zover dat voor 15 februari 2014 is begaan.

Tot een andere kwalificatie zal dit een en ander niet leiden. De delictsomschrijving van gewoontewitwassen is immers gelijk gebleven. Het bewezen verklaarde wordt daarom als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Het bewezen verklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

Oplegging van straf

Het Hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen.

Het Gerecht in eerste aanleg heeft de verdachte daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.

De procureur-generaal heeft zich achter deze beslissing geschaard.

De raadsvrouw heeft, bij wijze van een subsidiair standpunt, bepleit dat aan de verdachte geen gevangenisstraf zal worden opgelegd die zijn voorarrest overstijgt.

Het Hof overweegt als volgt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de daarop gestelde wettelijke strafmaxima en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich samen met zijn mededaders gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het uit gewoonte witwassen van grote geldbedragen. In totaal werd ruim dertig miljoen euro witgewassen, geld dat naar alle waarschijnlijkheid uit de drugshandel afkomstig was en vanuit Nederland naar Aruba en Venezuela werd doorgesluisd. Dat werd op ingenieuze wijze gedaan: het geld werd verstopt in vloeibaar gemaakte kip, die vervolgens tot kiprollade werden gevormd en bevroren werden uitgevoerd. Er werd berekenend te werk gegaan. Risico’s werden ingeschat en gewogen. Zo werden op een gegeven moment, nadat “hot nieuws” was gezien, twee containers zonder geld verstuurd, kennelijk in een poging zich ervan te verzekeren dat de containers niet onder de loep werden genomen. De hoge bedragen die de verdachte en de medeverdachten aan commissie genoten, werden grotendeels weggesluisd. Zij hebben zich er blijkbaar niet om bekommerd dat met het witwassen van crimineel vermogen de onderliggende (drugs)criminaliteit wordt gefaciliteerd, hetgeen het Hof de verdachte en de medeverdachten zwaar aanrekent.

Naar het oordeel van het Hof kan op zulke feiten niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Het Hof is van oordeel dat de door het Gerecht in eerste aanleg opgelegde en door de procureur-generaal gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, in beginsel een passende reactie vormt op het bewezen verklaarde.

Desalniettemin zal het Hof daarvan afwijken. De reden daarvan is gelegen in de gezondheid van de verdachte in combinatie met zijn hoge leeftijd. Weliswaar is niet gebleken dat de verdachte detentieongeschikt is en wordt zijn medische situatie nauw in de gaten gehouden, maar het Hof onderkent dat de detentie voor de verdachte door zijn chronische gezondheidsklachten en hoge leeftijd zwaarder zal zijn dan voor de gemiddelde medegedetineerde. Het Hof houdt daarmee in strafmatigende zin rekening. Die strafmatiging gaat echter niet zo ver dat wordt overgegaan tot een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. De ernst van het bewezen verklaarde verzet zich daartegen.

Het Hof is tot de slotsom gekomen dat in het geval van de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Ten aanzien van de in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen beslist het Hof overeenkomstig de gemotiveerde beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62 en 1:68 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg en doet opnieuw recht als volgt;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen verklaard, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 4 (vier) jaren;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen geldbedragen (€ 60.000,--, € 380.200,-- en

€ 2.640.340,--), alsmede van de overige in beslag genomen voorwerpen (kladblok, de losse papieren met aantekeningen over de verdeling van gelden, de geldtelmachine, het verpakkingsmateriaal van een geldbedrag en de afgescheurde briefjes met getallen).

Dit vonnis is gewezen door mrs. T.E. van der Spoel, G.C.C. Lewin en K.A.M. Lasten, leden van het Hof, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao, door middel van een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Aruba, uitgesproken op 31 juli 2017.

mr. G.C.C. Lewin is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in de wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die zijn opgenomen in de verschillende onderdelen (zoals het zaakdossier witwassen en de diverse persoonsdossiers) van het politiedossier van het Korps Politie Aruba, Recherche Samenwerkingsteam, vestiging Aruba, Afdeling Tactiek, dat op 31 maart 2016 is gesloten en is voorzien van de onderzoeksnaam “TUNIS”.

2 Omwille van de leesbaarheid zijn de bewijsmiddelen (circa 32 pagina’s) in dit vonnis weggelaten. De bewijsmiddelen zijn wel opgenomen in het vonnis van [medeverdachte A].

3 Zie het Landsbesluit van 14 februari 2014 no. 1, houdende inwerkingtreding van het Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2012 no. 24) en van de Landsverordening van 10 februari 2014 houdende bepalingen in verband met de invoering van een nieuw Wetboek van Strafrecht van Aruba, alsmede tot aanpassing van diverse landsverordeningen met het oog op de modernisering, het aanbrengen van correcties en het herstel van omissies (invoering Wetboek van Strafrecht van Aruba (AB 2012 no. 24) en reparatie bijzondere wetgeving) (AB 2014 no. 11), Afkondigingsblad van Aruba 2014, 12.