Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:191

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
12-10-2017
Datum publicatie
25-07-2018
Zaaknummer
H- 187/16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

geldboete, verduistering in dienstverband, verbeurdverklaring

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Strafzaken over 2017 Vonnis no.

Datum uitspraak: 12 oktober 2017 MC

Zaaknummer: H- 187/16

Parketnummer: 400.00222/15 (=BES.248/15/B) (strafzaak)

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

STRAFVONNIS

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire, van 18 november 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

Procesgang en onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 3 februari 2016 en 28 oktober 2016, zoals daarvan blijkt uit de

processen-verbaal van die terechtzittingen, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 1 juni 2017 en 21 september 2017, zoals daarvan blijkt uit de processen-verbaal van die terechtzittingen in Bonaire.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal,

mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en diens raadslieden

mrs. S.C. Larmonie en H.N. Alejandra naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Tevens heeft de procureur-generaal gevorderd dat de inbeslaggenomen witte Iphone 5 verbeurd wordt verklaard.

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van drie jaren.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Omvang hoger beroep

Nu alleen de verdachte hoger beroep heeft ingesteld, is het vonnis waarvan beroep slechts aan beoordeling in hoger beroep onderworpen voor zover het betreft de beslissing ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep aan de orde, ten laste gelegd:

feit 1 zaaksdossier 1 (I Phone)

dat hij op of omstreeks 23 februari 2013, in elk geval in of omstreeks de maand februari 2013, in/op het (ei)land Sint Maarten, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een Iphone 5, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kadaster Bonaire, en/of Stichting Kadaster en Hypotheekwezen Bonaire, en/of Stichting Kadaster en Openbare Registers Bonaire, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij hij, verdachte, dat goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel,

althans, indien het bovenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

dat hij op één (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 februari 2013 tot en met 29 april 2014, op het eiland Bonaire, en/of in/op het (ei)land Sint Maarten, opzettelijk een Iphone 5, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kadaster Bonaire, en/of Stichting Kadaster en Hypotheekwezen Bonaire, en/of Stichting Kadaster en Openbare Registers Bonaire of aan een ander of aan anderen dan aan hem, verdachte, welk goed hij anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking bij de Rijksdienst Caribisch Nederland als hoofd Kadaster (kantoor Bonaire), en/of bij de Stichting Kadaster en Hypotheekwezen Bonaire als directeur althans bestuurder, en/of bij de Stichting Kadaster en Openbare Registers Bonaire als directeur althans bestuurder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, behoudens ten aanzien van de straf en de motivering daarvan, met dien verstande dat de bewijsmiddelen en de bewijsoverweging enigszins zullen worden aangepast zoals hierna vermeld, het Hof overwegingen zal wijden aan de in hoger beroep gevoerde verweren en zal beslissen over de in hoger beroep gevorderde verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen Iphone 5.

Bespreking van de gevoerde verweren betreffende normschending

In dit verband is ter terechtzitting in hoger beroep onder meer betoogd dat het gebruik van de verklaringen van de getuige [getuige 1] en de informatie binnengekomen bij het Team Criminele Inlichtingen van de Rijksrecherche (hierna: TCI-informatie) als basis voor het starten van het opsporingsonderzoek en het doen van een huiszoeking ter inbeslagneming, dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting van het door die huiszoeking verkregen bewijs. Volgens de verdediging is er sprake van onherstelbare normschending, omdat die verklaringen van de getuige [getuige 1] niet op betrouwbaarheid zijn getoetst en de TCI-informatie geen de verdachte belastende informatie bevat.

Verder is betoogd dat de verklaring van de dochter van de verdachte, dat de inbeslaggenomen Iphone 5 aan haar toebehoorde, van bewijs moet worden uitgesloten, nu zij voor het afleggen van die verklaring niet is gewezen op haar verschoningrecht.

Ten slotte is namens de verdachte betoogd dat de informatie verkregen uit het onderzoek aan de inbeslaggenomen Iphone 5 ook van bewijs dient te worden uitgesloten, nu het voor een dergelijk onderzoek vereiste bevel van de officier van justitie ontbreekt.

Het Hof overweegt als volgt.

Legitimiteit van het opsporingsonderzoek en de huiszoeking

Op 4 februari 2014 werd door de Rijksrecherche een onderzoek gestart onder de codenaam “Strobloem”.1 Dit onderzoek werd ingesteld naar aanleiding van de verklaringen van de getuige [getuige 1], die verklaarde dat zij als voormalig chef financiën bij het Kadaster in de periode vanaf juni 2011 tot en met april 2013 goed inzage had in de financiële handelingen van het personeel van het Kadaster en dat zij diverse keren heeft waargenomen dat de verdachte, in zijn functie van directeur van het Kadaster, zich heeft verrijkt ten koste van de overheid en privé aankopen heeft gedaan met middelen van het Kadaster. Tevens beschikte de Rijksrecherche over TCI –informatie dat de verdachte tijdens een dienstreis in San Diego ook Las Vegas heeft bezocht in gezelschap van zijn vrouw en vrienden.

[getuige 1] heeft diverse verklaringen afgelegd bij de Rijksrecherche en heeft steeds consistent en voldoende concreet en specifiek verklaard over de vermoedelijke strafbare gedragingen van de verdachte in dienstverband. Het Hof is dan ook van oordeel dat op grond van die verklaringen van [getuige 1], in samenhang met de TCI- informatie, die als betrouwbaar is aangemerkt, in voldoende mate aannemelijk is geworden dat ten aanzien van de verdachte sprake was van een verdenking ex artikel 47 van het Wetboek van Strafvordering ter zake de delicten valsheid in geschrift en verduistering in dienstbetrekking, zodat het opstarten en voortzetten van het onderzoek “Strobloem” niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt. Daarnaast vormden die verklaringen van [getuige 1], de TCI-informatie en het op basis van nader onderzoek verkregen onderzoeksresultaten een voldoende grondslag voor een zodanige verdenking om een huiszoeking ter inbeslagneming te rechtvaardigen. Van normschending is gelet hierop geen sprake. De desbetreffende verweren worden derhalve verworpen.

Verschoningsrecht

Het Hof verwerpt het verweer dat het verschoningsrecht van de dochter van de verdachte is geschonden, nu de wet aan opsporingsambtenaren niet de plicht oplegt om personen die door hen als getuige worden gehoord uitdrukkelijk te wijzen op de - onder omstandigheden - bestaande mogelijkheid zich te verschonen van het beantwoorden van bepaalde aan hen gestelde vragen.

Rechtmatigheid van het onderzoek aan de inbeslaggenomen Iphone 5

Ook het verweer betreffende de legitimiteit van het onderzoek aan de inbeslaggenomen Iphone 5 wordt verworpen nu het onderzoek is verricht aan de aan verdachtes dochter toebehorende Iphone 5. De verdachte komt in beginsel geen beroep toe op schending van een rechtsnorm die mogelijkerwijs jegens zijn dochter, zou zijn geschonden. Er zijn geen feiten en omstandigheden gesteld of gebleken, die maken dat in dit geval een uitzondering zou moeten worden gemaakt op dit beginsel.

Bewijsmiddelen

Het Hof kan zich verenigen met de door het Gerecht in eerste aanleg gemaakte selectie van de bewijsmiddelen, zoals weergegeven in het vonnis met uitzondering van bewijsmiddel 11.

Verder ziet het Hof aanleiding de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg (bewijsmiddel 1) te vervangen door de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep op 21 september 2017. Deze verklaring houdt in:

Op 23 februari 2013 heb ik in Sint Maarten, bij de winkel genaamd [bedrijf 1], een telefoon gekocht. Deze heb ik betaald met de creditcard van het Kadaster. Het betrof een witte Iphone voor een bedrag van USD 759,00. Ik was bevoegd de creditcard van het Kadaster te gebruiken uit hoofde van mijn functie als directeur van het Kadaster. Ik heb daarvoor toen in de winkel een bon gekregen met volgnummer 33308. Die bon is later in beslag genomen door de politie.

Het Hof neemt voor het overige de bewijsmiddelen over, verwijst daarnaar en legt deze ten grondslag aan zijn bewezenverklaring.

Bewijsoverwegingen

Door en namens de verdachte is het verweer gevoerd dat de verdachte zich de met de creditcard van het Kadaster betaalde Iphone niet opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend. Daartoe is gesteld dat de verdachte op 23 februari 2013 in Sint Maarten twee nagenoeg identieke Iphones heeft gekocht en dat hem door de verkoper twee bonnen zijn verstrekt. Per abuis heeft zijn dochter bij terugkomst te Bonaire de Iphone die toebehoorde aan het Kadaster in gebruik genomen en heeft hij, verdachte, de Iphone die bedoeld was voor zijn dochter in gebruik genomen als werktelefoon.

Het Hof is van oordeel dat deze verklaring van de verdachte ongeloofwaardig is en gaat daar dan ook aan voorbij. Op grond van de verklaring van de getuige [getuige 2] (bewijsmiddel 6) in combinatie met de inbeslaggenomen bonnen en de bevindingen van de politie (bewijsmiddelen 3, 4 en 5) kan ondubbelzinnig worden vastgesteld dat geen sprake is geweest van de aankoop van een tweede Iphone op 23 februari 2013.

Oplegging van straf en/of maatregel

Bij de bepaling van de straf heeft het Hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Meer in het bijzonder heeft het Hof daarbij het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft in zijn functie van directeur van het Kadaster een telefoon van het Kadaster verduisterd door deze aan zijn dochter te schenken. Dit is een kwalijk feit, met name vanwege de schade die door een dergelijk feit kan worden toegebracht aan het imago van en het vertrouwen dat de burger stelt in een dergelijk instituut. Als directeur van het Kadaster bekleedt de verdachte een voorbeeldfunctie van een belangrijk instituut in de kleine Bonairiaanse maatschappij, waarbij integer handelen voorop zou moeten staan. Het wordt de verdachte dan ook kwalijk genomen dat hij dit niet heeft gedaan.

Het Hof houdt bij de strafoplegging rekening met de omstandigheid dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en dat het Hof is gebleken dat het omvangrijke en langdurige opsporingsonderzoek de verdachte niet onberoerd heeft gelaten. Voorts houdt het Hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Alles afwegende acht het Hof de hierna te noemen geldboete passend en geboden.

Inbeslaggenomen voorwerpen

De in beslag genomen witte Iphone 5 dient te worden verbeurd verklaard, omdat het een voorwerp betreft met betrekking tot welke het strafbare feit is begaan.

BESLISSING

Het Hof:

bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 28 maart 2017, met inachtneming van het voren overwogene, behoudens ten aanzien van de straf en strafmotivering en doet in zoverre opnieuw recht als volgt;

veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van USD 2.000,00, zegge: tweeduizend US dollars);

beveelt voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen;

witte Iphone 5 verbeurd.

Dit vonnis is gewezen door mrs. D. Radder, T.E. van der Spoel en A.J. Martijn, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof op Bonaire uitgesproken op 12 oktober 2017.

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

EXTRACTVONNIS no.

Uitspraak : 12 oktober 2017

Zaaknummer : H- 187/2016

Parketnummer : 400.00222/15 (=BES.248/15/B) (strafzaak)

Vonnis gewezen : op tegenspraak

Naam : [verdachte]

Geboortedatum en -plaats : [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats]

Woonplaats : [woonplaats]

Gedetineerd : nee

Kwalificatie:

Feit 1 subsidiair:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, strafbaar gesteld bij artikel 335 van het Wetboek van Strafrecht van BES.

Uitspraak:

veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van USD 2.000,00 (zegge: tweeduizend US dollars);

beveelt voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen;

witte Iphone 5 verbeurd.

Onherroepelijk op:

wegens verstrijken termijn cassatieberoep.

wegens intrekking cassatieberoep.

na verwerping cassatieberoep door de Hoge Raad.

na niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep door de Hoge Raad

Willemstad,

De griffier,

v.d.

1 Proces-verbaal van Rijksrecherche Regio Noord-Oost, opgemaakt en getekend op 22 januari 2015 door de verbalisant K. Stad, Inspecteur van Politie, p. 006 en 007, Algemeen Dossier.