Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:187

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
21-11-2017
Datum publicatie
11-07-2018
Zaaknummer
KG 81062/16 - H 92/17
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Curaçao. Ontslag statutair bestuurder. Redelijke ontslagvergoeding. Voorschot in kort geding. Naheffing griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:

Registratienummer: KG 81062/16 - H 92/17

Uitspraak: 21 november 2017

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in kort geding in de zaak van:

[APPELLANTE],

wonende in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

thans appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

gemachtigde: mr. V.P. Maria,

tegen

de naamloze vennootschap

AXTOR N.V.,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

thans geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en L.S. Davelaar.

De partijen worden hierna [appellante] en Axtor genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 29 december 2016 is [appellante] in hoger beroep gekomen van het in kort geding tussen partijen gewezen en op 16 december 2016 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg

van Curaçao (verder: GEA).

1.2

Bij op 19 januari 2017 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellante] zes grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht en haar eis gewijzigd. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en haar gewijzigd eis zal toewijzen.

1.3

Bij memorie, met producties, heeft Axtor de grieven bestreden, incidenteel appel ingesteld en een grief tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht (onder 1.9 van de memorie). Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof [appellante] niet-ontvankelijk zal verklaren, althans het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellante] in de proceskosten in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad.

1.4

Een memorie van antwoord in het incidenteel appel heeft het Hof niet aangetroffen.

1.5

Op 29 augustus 2017 hebben partijen pleitnotities overgelegd. Zijdens [appellante] zijn producties overgelegd. De zaak is verwezen naar de rol van 26 september 2017 voor akte uitlating producties. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

De (gewijzigde, subsidiaire) vordering van [appellante] strekt tot betaling van NAf 206.141,22. De griffier stelt zich daarom op het standpunt dat [appellante] een direct geldelijk belang bij het hoger beroep heeft dat kan worden gewaardeerd op dat bedrag. Het vast recht (tweemaal 1% van de hoofdsom, afgerond op tientallen) moet worden getaxeerd op NAf 4.120,00. Er is reeds NAf 900,00 geheven en – naar het Hof op basis van een incompleet dossier aanneemt – betaald. Er dient dus NAf 3.220,00 te worden nageheven.

2.2 [

appellante] zal in de gelegenheid worden gesteld uiterlijk op 9 januari 2018 het nageheven bedrag te betalen. De zaak zal naar de rol van die datum worden verwezen voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van [appellante]. Aan de akte dient bewijs van betaling van het nageheven bedrag te worden gehecht.

2.3

De heffing van griffierecht strekt niet ter bescherming van enig recht of belang van Axtor als geïntimeerde. Daarom zal aan Axtor geen gelegenheid worden geboden om een antwoordakte in te dienen.

2.4

Op het ambtshalve door het Hof geraadpleegde audiëntieblad van de rolzitting van het Hof van 26 september 2017 staat aangetekend dat Axtor op die dag een akte uitlating producties heeft ingediend. Helaas heeft het Hof die akte niet bij de stukken aangetroffen. Axtor wordt verzocht op de rol van

9 januari 2018 een afschrift van die akte in het geding te brengen.

2.5

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van 9 januari 2018 voor:

a. akte uitlating griffierecht aan de zijde van [appellante];

b. afschrift eerder ingediende akte uitlating producties aan de zijde van Axtor;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en S.A. Carmelia, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,

Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 21 november 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.