Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:182

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
12-10-2017
Datum publicatie
14-06-2018
Zaaknummer
H- 36/2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

mishandeling poging zware mishandeling noodweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Strafzaken over 2017 Vonnis no.

Datum uitspraak: 12 oktober 2017 MC

Zaaknummer: H- 36/2017

Parketnummer: 400.00051/17

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

STRAFVONNIS

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, van 6 april 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum][geboortejaar] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring in Bonaire.

Procesgang en onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 6 april 2017, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 2 juni 2017, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, en 22 september 2017 in Bonaire.

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal,

mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman,

mr. E.J. Winkel, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met dien verstande dat de door de benadeelde partij [naam benadeelde] gevorderde extra kosten ten behoeve van rechtsbijstand worden toegewezen.

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden met aftrek van voorarrest.

Voorts is in eerste aanleg de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij

[naam benadeelde]geleden schade tot een bedrag van USD 894,13 toegewezen en is de verdachte tot dat bedrag de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot betaling van de door de benadeelde partij gemaakte kosten van rechtsbijstand van USD 112,00.

De benadeelde partij [naam benadeelde]heeft zich in het geding in hoger beroep opnieuw gevoegd.

Namens de benadeelde partij is de raadsman, mr. A.T.C. Nicolaas, in hoger beroep verschenen.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Feit 1

dat hij

op of omstreeks de nacht van 5 op 6 februari 2017, althans in of omstreeks de maand februari 2017

op het eiland Bonaire,

opzettelijk aan [naam benadeelde]zwaar lichamelijk letsel (wond in het gezicht/ gezichtsontsierende littekens op/over lip en/of kin) heeft toegebracht, door deze opzettelijk op/in de lip van die [naam benadeelde] te bijten;

althans, indien het voorgaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, meer subsidiair:

dat hij

op of omstreeks de nacht van 5 op 6 februari 2017, althans in of omstreeks de maand februari 2017

op het eiland Bonaire,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam benadeelde]zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

opzettelijk op/in de lip van die [naam benadeelde] heeft gebeten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2

dat hij

op of omstreeks de nacht van 5 op 6 februari 2017, althans in of omstreeks de maand februari 2017

op het eiland Bonaire,

opzettelijk mishandelend een persoon genaamd [naam benadeelde], (meermalen, althans eenmaal) met zijn vinger/duim in het (linker)oog van die [naam benadeelde] heeft gestoken/gedrukt,

waardoor voornoemde [naam benadeelde] pijn heeft ondervonden en/of letsel heeft bekomen;

Feit 3

dat hij

op of omstreeks de nacht van 5 op 6 februari 2017, althans in of omstreeks de maand februari 2017

op het eiland Bonaire,

opzettelijk en wederrechtelijk,

de (badkamer)spiegel en/of parfumflessen en/of de keukendeur en/of glazen shutters (van de ramen),

geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1]en/of Fundashon Kas Boneriano, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, heeft gebroken en/of vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door toen aldaar opzettelijk en wederrechtelijk, de (badkamer)spiegel kapot te slaan en/of parfumflessen van het rek af te schuiven en op de grond te laten vallen en/of de keukendeur en/of die glazen shutters kapot te maken (door met iets te gooien);

(artikel 366 van het Wetboek van Strafrecht BES)

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, onder aanvulling van de overweging ten aanzien van het beroep op noodweer(exces) en behoudens ten aanzien van het toe te wijzen bedrag aan proceskosten gemaakt door de benadeelde partij voor zover ingegeven door de behandeling in hoger beroep.

Noodweer(exces)

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte uit noodweer dan wel noodweerexces heeft gehandeld en heeft daartoe gesteld dat de aangever ontzettend hard op zijn duim heeft gebeten en bleef bijten, waardoor hij genoodzaakt was zich daartegen te verdedigen door met zijn vinger in het oog van de aangever te drukken.

Het Hof overweegt als volgt.

Van noodweer is sprake indien het handelen is geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Daaronder is onder omstandigheden mede begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding.

Naar het oordeel van het Hof stuit het beroep op noodweer en noodweerexces reeds af op de omstandigheid dat niet is gebleken dat sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de verdachte door de aangever. Het Hof stelt in dit verband voorop dat de situatie zoals geschetst door de verdachte niet door enig bewijs wordt ondersteund en ook anderszins niet aannemelijk is geworden.

Voor de feitelijke gang van zaken gaat het Hof uit van de zich in het dossier bevindende camerabeelden en van de verklaring van de aangever die door die camerabeelden wordt ondersteund. Op die camerabeelden is te zien dat de verdachte, terwijl hij met de aangever discussieerde, op een gegeven moment een zwaaiende beweging maakte naar het hoofd van de aangever die vervolgens achteruit deinst en met zijn handen naar zijn hoofd grijpt. Het Hof stelt vast dat dat het moment is geweest dat de verdachte zijn vinger in het oog van de aangever drukte. Pas daarna loopt de aangever op de verdachte af, waarna vervolgens een worsteling tussen hen beiden is ontstaan. Uit deze gang van zaken kan niet worden afgeleid dat sprake is geweest van een (dreigende) aanval van de aangever jegens de verdachte.

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Schade

Namens de benadeelde partij is een additioneel bedrag van USD 265,00 gevorderd ter zake van kosten van rechtsbijstand in hoger beroep

Deze gemaakte kosten komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking. Het Hof zal, evenals het Gerecht in eerste aanleg, uitgaan van het thans geldende liquidatietarief, zoals opgenomen in het Procesreglement 2016. Ten aanzien van de proceskosten in hoger beroep geldt dat uit moet worden gegaan van 1 punt van het geraamd tarief 1 (zijnde USD 56,00), nu het verzoek in hoger beroep nagenoeg identiek is aan het verzoek in eerste aanleg. De proceskosten in hoger beroep worden derhalve vastgesteld op USD 56,00. De verdachte zal daarnaast worden veroordeeld in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

BESLISSING

Het Hof:

bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, van 6 april 2017, onder aanvulling van de overweging ten aanzien van het beroep op noodweer(exces) en behoudens ten aanzien van het toe te wijzen bedrag aan proceskosten gemaakt door de benadeelde partij en doet in zoverre opnieuw recht:

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam benadeelde]gemaakt, tot op heden begroot op $ 168,00 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

wijst af de overige gevorderde kosten voor rechtsbijstand.

Dit vonnis is gewezen door mrs. T.E. van der Spoel, D. Radder en A.J. Martijn, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Bonaire uitgesproken op 12 oktober 2017.

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

EXTRACTVONNIS no.

Uitspraak : 12 oktober 2017

Zaaknummer : H- 36/2017

Parketnummer : 400.00051/17

Vonnis gewezen : op tegenspraak

Naam : [VERDACHTE]

Geboortedatum en -plaats : [geboortedatum][geboortejaar] in [geboorteplaats]

Woonplaats : [geboorteplaats]

Gedetineerd : ja

Kwalificatie:

Feit 1 subsidiair:

poging tot zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 47 juncto artikel 315 van het Wetboek van Strafrecht BES.

Feit 2:

mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 313 van het Wetboek van Strafrecht BES.

Feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen,

strafbaar gesteld bij artikel 366 van het Wetboek van Strafrecht BES.

Uitspraak:

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van

15 (VIJFTIEN) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [naam benadeelde]geleden schade tot een bedrag van USD 894,13 (zegge: achthonderdvierennegentig US dollar en dertien US dollarcent), bestaande uit USD 394,13, (materiële schade) en USD 500,00 (immateriële schade) en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan

[naam benadeelde], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;

legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van USD 894, 13,- (zegge: achthonderdvierennegentig US dollar), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zeventien (17) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde]voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam benadeelde]gemaakt, tot op heden begroot op USD 168,00,- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

wijst af de overige gevorderde kosten voor rechtsbijstand.

Onherroepelijk op:

wegens verstrijken termijn cassatieberoep.

wegens intrekking cassatieberoep.

na verwerping cassatieberoep door de Hoge Raad.

na niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep door de Hoge Raad

Willemstad,

De griffier,

v.d.