Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:173

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
20-03-2018
Zaaknummer
H- 12/2017
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vuurwapenbezit en munitie, verwerping beroep op psychisch overmacht, werkstraf, taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Strafzaken over 2017 Vonnis no.

Datum uitspraak: 22 juni 2017 MC

Zaaknummer: H- 12/2017

Parketnummer: 400.00244/16

Tegenspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van [geboorteplaats], Sint Eustatius en Saba

STRAFVONNIS

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van [geboorteplaats], van 1 februari 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum]1983 in Bonaire,

wonende in Bonaire, [adres].

Procesgang en onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 1 februari 2017, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van

1 juni 2017 in [geboorteplaats].

Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman, mr. E.J. Winkel, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, behoudens ten aanzien van de straf en, in zoverre opnieuw recht doende, de verdachte primair zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en met aftrek van voorarrest. Subsidiair heeft de procureur-generaal gevorderd dat het Hof de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf.

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Omvang hoger beroep

Het vonnis waarvan beroep is in zijn geheel aan beoordeling in hoger beroep onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

dat hij, op of omstreeks 9 september 2016, op het eiland [geboorteplaats], tezamen en in vereniging met een of meer andere(n), althans alleen, voorhanden heeft gehad een (zilverkleurig) vuurwapen (pistool) van het merk Berreta [wapennummer]en/of een jachtgeweer en/of een of meer scherpe patro(o)n(en), zijnde (een) vuurwapen(s) en/of munitie in de zin van de vuurwapenwet BES.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, omdat het Hof zich daarmee verenigt, onder aanvulling van de bewijsmiddelen en behoudens ten aanzien van de straf.

Gelet op de in hoger beroep gevoerde verweren zal het vonnis verder nog worden aangevuld met een overweging ten aanzien van het beroep op psychisch overmacht.

Aanvullend bewijsmiddel

Een proces-verbaal (20161011.0920.202) opgemaakt, gesloten en getekend op

19 januari 2017 door [verbalisant], werkzaam bij het Korps Politie Caribisch Nederland, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

Het pistool lag in het dashboard van de pick-up. Toen [medeverdachte](Hof: [medeverdachte]) het geweer aan mij overhandigde, had hij aan mij gezegd dat in het dashboard ook iets lag en of ik die ook kon pakken. Ik deed het dashboard open en ik zag een klein vuurwapen in het dashboard. Ik had dat kleine vuurwapen gepakt en had het samen met het geweer weggegooid.

Beroep op psychische overmacht

De verdediging heeft een beroep op psychische overmacht gedaan. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat in die paar seconden dat de medeverdachte de verdachte het geweer overhandigde en de verdachte het vuurwapen in het dashboard zag liggen, een zodanige hevige gemoedsbeweging bij hem ontstond dat hij gedrongen werd de vuurwapens in de struiken te gooien om deze aan het zicht van de politie te onttrekken. De verdachte kon immers geen weerstand bieden tegen de dreiging dat, indien hij met vuurwapens zou worden gepakt, hij zou worden aangehouden en opgesloten voor een langere periode, aldus de verdediging.

Het Hof verwerpt dit verweer op grond van het volgende. Een beroep op psychische overmacht kan alleen dan slagen wanneer er sprake is geweest van een zodanige van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden. Naar het oordeel van Hof blijkt uit de door de verdediging aangedragen feiten en omstandigheden niet dat er op enig moment sprake was van een zodanige van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden. Van de verdachte kon en mocht worden verwacht dat hij geen gehoor zou geven aan het verzoek van de medeverdachte[naam medeverdachte] om de vuurwapens in de struiken te gooien. De verdachte had uit de auto moeten stappen om zich te distantiëren van de vuurwapens en zijn medeverdachte.

De strafmaat

Bij de beslissing heeft het Hof rekening gehouden met de straf die in soortgelijke zaken wordt opgelegd en het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld en momenteel een baan heeft. Voorts heeft het Hof rekening gehouden met het feit dat de rol van de verdachte bij het plegen vaan het feit beperkt is gebleven tot die van het op verzoek van de medeverdachte [naam medeverdachte] aannemen en vervolgens weggooien van de vuurwapens en munitie in het struikgewas. Hierdoor heeft hij zich schuldig gemaakt aan een minder ernstige vorm van voorhanden hebben van vuurwapens en munitie. Gelet hierop acht het Hof na te melden straf passend en geboden. Niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Wel ziet het Hof aanleiding de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen. Hieraan zal een proeftijd van drie jaar worden verbonden. Daarnaast wordt als bijzondere voorwaarde aan de verdachte een taakstraf opgelegd.

BESLISSING

Het Hof:

bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, van 1 februari 2017, onder aanvulling van de bewijsmiddelen, onder aanvulling van het vonnis met een overweging ten aanzien van het beroep op psychisch overmacht en behoudens ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht;

veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de 6 (ZES) MAANDEN, met bevel dat deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 3 (DRIE) JAAR, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de veroordeelde, ter voorkoming van tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf volgens de voorschriften en aanwijzingen – ook voor wat betreft de voortgang – te geven door of namens de Reclassering Caribisch Nederland, gedurende 240 (TWEEHONDERDVEERTIG) UREN onbetaalde werkzaamheden in het kader van dienstverlening zal verrichten;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde dienstverlening in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van 2 (TWEE) UREN per dag die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. H.J. Fehmers, D. Radder en K.A.M. Lasten, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Bonaire uitgesproken op 22 juni 2017.