Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:170

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
23-02-2018
Zaaknummer
AR 08/14 - Ghis 79520 - H 213C-D/16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

splitsing erfpacht. rechercheplicht notaris

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken 2017 Vonnis no.

Registratienummer: AR 08/14 - Ghis 79520 - H 213C-D/16

Uitspraak: 20 juni 2017 (Curaçao)

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

INCIDENTEEL V O N N I S

in de zaak van:

mr. [naam],

wonende te Sint Maarten,

hierna te noemen: de notaris,

oorspronkelijk gedaagde, thans appelant in principaal appel en geïntimeerde in incidenteel appel, thans eiser in het incident,

gemachtigden: mrs. C.D. Engelhardt en M.R.B. Gorsira,

tegen

de vennootschap naar vreemd recht NHKK ENTERPRISES LIMITED,

gevestigd in Anguilla,

hierna te noemen: NHKK,

oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde in principaal appel en geïntimeerde in incidenteel appel, verweerster in het incident,

gemachtigden: mrs. D.E. Liqui-Lung en M. Hofman-Ruigrok.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Voor het verloop tot dan toe wordt verwezen naar het tussenvonnis van het Hof van 7 april 2017.

1.2.

De notaris heeft op 9 juni 2017 een ‘incidenteel verzoek ex art. 178 e.v. jo. 280 Rv aan het Hof om terug te komen op het tussenvonnis van 7 april 2017’ ingediend.

1.3.

Dit verzoekschrift was tevoren per e-mail aan de andere partijen bekend gemaakt en NHKK heeft, eveneens op 9 juni 2017, in haar ‘akte houdende uitlating tevens antwoord akte’, onder 9-12, een reactie gegeven op de incidentele vordering van de notaris.

1.4.

Op de rolzitting van 9 juni 2017 heeft de voorzitter van de Hofcombinatie medegedeeld dat in dit incident heden in Curaçao uitspraak zal worden gedaan.

2 Beoordeling

2.1.

De notaris voert aan dat het Hof in het tussenvonnis van 7 april 2017 ongeoorloofd stellingen aan partijen heeft voorgehouden die in een andere procedure zijn aangevoerd. Hij wenst dat het Hof hiervan terugkomt en tot heroverweging overgaat in dier voege dat die nieuw te nemen beslissing in de onderhavige procedure voor zover gericht tegen de notaris slechts gebaseerd wordt op stellingen, feiten, omstandigheden en stukken die alleen door NHKK en de notaris in hun procedure tegen elkaar zijn aangevoerd en ingebracht en voorts dat bij die nieuw te nemen beslissing in de onderhavige procedure het tweepartijenstelsel en het bepaalde in artikel 128 Rv in acht worden genomen.

2.2.

Voor het geval dat het Hof het incidenteel verzoek zou willen afwijzen, verzoekt de notaris dat het Hof, op de voet van artikel 1 van de Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verbinding met artikel 401a van het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, aan hem toestemming verleent cassatieberoep in te stellen tegen het tussenvonnis van 7 april 2017 en de beslissing in dit incident.

2.3.

Het gaat hier om drie procedures met meerdere deels dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp, te weten de splitsing door toedoen van de notaris van een met hypotheken belaste moedererfpacht zonder dat met de hypotheken is rekening gehouden. De materie is weerbarstig en vereist specialistische kennis. Het Hof heeft op de rolzitting van 3 februari 2017 medegedeeld de kwestie ‘tot op de bodem toe’ te zullen uitzoeken en de drie zaken gelijktijdig te zullen behandelen en beslissen.

2.4.

In het midden kan blijven of het Hof ingevolge artikel 118 Rv (‘De rechter … is bevoegd om, indien hij dit voor de goede en geregelde gang van zaken nodig acht, partijen bij de behandeling van de zaak de nodige voorlichting te geven, hen te ondervragen en zelfs opmerkzaam te maken op de rechts- en bewijsmiddelen, die zij kunnen aanwenden’) in verbinding met artikel 280 lid 1 Rv bevoegd is stellingen uit een van de twee parallelzaken in de onderhavige zaak aan partijen voor te houden.

2.5.

Voor zover het gaat om juridische stellingen in een parallelzaak kan het Hof deze aan partijen in de onderhavige zaak voorhouden. Het Hof is immers verplicht de rechtsgronden aan te vullen (artikel 52 Rv). In de memorie van grieven, onder 3-4, van de Stichting kadaster- en hypotheekwezen Sint Maarten (de stichting) in de zaak tegen Fralexia (AR 66/14-Ghis 80294-H 310/16) wordt een uiteenzetting gegeven van het wettelijk systeem betreffende de openbare registers en de daarvan te onderscheiden grondboekhouding (‘kadaster’), welke de taken en verantwoordelijkheden van de stichting zijn (in twee hoedanigheden) en hoe daaraan invulling wordt gegeven. Dit wettelijk systeem en deze wettelijke taken en verantwoordelijkheden zijn cruciaal in deze zaak. De uiteenzetting heeft een juridisch karakter en stemt overeen met het voorlopig oordeel van het Hof (vgl. voor de Nederlandse regelgeving Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013, Hoofdstuk 9, Openbare registers en kadaster, nrs. 462-535).

2.6.

Voor zover het gaat om feitelijkheden, zoals betreffende de vraag of de notaris daadwerkelijk bekend was met de hypotheken die op het moedererfpacht rusten, zijn deze niet beslissend voor de uitkomst van de procedure. De notaris is overgegaan tot splitsingen van een met hypotheken belast moedererfpacht zonder met de hypotheken rekening te houden. De notaris heeft als verweer gesteld niet met de hypotheken bekend te zijn geweest. Vast staat dat de notaris de openbare registers niet geraadpleegd heeft. Dit op zichzelf is voldoende ter weerlegging van dit verweer.

2.7.

Uit het voorgaande volgt dat de incidentele vordering moet worden afgewezen. Voor tussentijds cassatieberoep is onvoldoende reden, mede in aanmerking genomen de daardoor te verwachten vertraging.

2.8.

Het Hof zal de notaris de gelegenheid geven op 1 september 2017 de akte uitlating (P3) te nemen waartoe in het tussenvonnis van 7 april 2017 opdracht is gegeven. NHKK krijgt vervolgens de gelegenheid voor een antwoord-akte.

2.9.

Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak wordt aangehouden.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

- wijst de incidentele vordering af;

- wijst het verzoek tot toestemming voor tussentijds cassatieberoep tegen het tussenvonnis van 7 april 2017 en de onderhavige beslissing in dit incident af;

- verwijst de zaak naar de rolzitting van 1 september 2017 voor akte uitlating (P3) door de notaris;

- reserveert de beslissing omtrent de kosten tot aan het eindvonnis in hoger beroep;

- houdt iedere verdere beslissing in de hoofdzaak aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en op 20 juni 2017 ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken.