Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:139

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
17-11-2017
Datum publicatie
09-01-2018
Zaaknummer
KG 56/16 - ghis 81376 - H 359/16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Sint Maarten. Frans erfrecht. Legaat. Legitieme.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:

Registratienummer: KG 56/16 - ghis 81376 - H 359/16

Uitspraak: 17 november 2017

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in kort geding in de zaak van:

1. appellante 1],

2. [ appellante 2],

3. [ appellante 3],

wonende in het Franse deel van Sint Maarten,

oorspronkelijk gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie,

thans appellantes,

gemachtigde: mr. B. Brooks,

tegen

[geïntimeerde],

met gekozen domicilie in Sint Maarten,

oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. J.G. Snow.

De partijen worden hierna [appellantes] en [geïntimeerde] genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 8 juli 2016 zijn [appellantes] in hoger beroep gekomen van het in kort geding tussen partijen gewezen en op 17 juni 2016 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (verder: GEA).

Dat vonnis is aangevuld bij vonnis van 14 juli 2016.

1.2

Bij op 25 juli 2016 ingekomen memorie van grieven, met producties, hebben [appellantes] zes grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen en die van [appellantes] alsnog zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.

1.3

Bij op 30 augustus 2016 ingekomen memorie van antwoord, met een productie, heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellantes] in de proceskosten in hoger beroep.

1.4

Op 3 februari 2017 hebben partijen pleitnotities overgelegd. Aan de pleitnotities van [appellantes] zijn producties gehecht. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Het volgende wordt tot uitgangspunt genomen.

2.1.1

Op 26 mei 2014 is [erflater] (hierna: de erflater) overleden in Havana, Cuba. De erflater was als notaris verbonden aan een notariskantoor op het Franse deel van Sint Maarten. Hij was gehuwd en had vier dochters, onder wie [appellantes]. [geïntimeerde] was gedurende lange tijd de levensgezellin van de erflater.

2.1.2

Op 24 maart 2014 heeft de erflater een Franstalig handgeschreven testament opgemaakt, waarin onder meer is vermeld dat hij zijn huis te

Beacon Hill 36 in Sint Maarten (hierna: de woning) legateert aan [geïntimeerde].

2.1.3

Op 24 november 2015 heeft [notaris 1], notaris te Beauville, Frankrijk, een "attestation" uitgebracht, waarin onder meer is vermeld:

"Il a été établi une déclaration de succession par [appellante 2], agissant en qualitè d'héritière. Ladite déclaration déposée au Service Fiscaux.

De ce document, il résulte que: le legs effectué par [erflater], au profit de [geïntimeerde], et portant notamment sur une maison d'habitation Beacon Hill, partie Hollandaise de Saint Martin ne peut pas s'exercer, et doit être réduit."

2.1.4

Op een formulier getiteld "déclaration de succession" betreffende de erflater heeft de Belastingdienst van het Franse deel van Sint Maarten een stempel geplaatst met de datum 25 november 2015 en een aantekening aangebracht dat op 14 december 2015 € 186.749 aan "droits" is ontvangen.

Dit is betaald door [appellantes].

2.1.5

Op 18 december 2015 heeft notaris Prat een tweede "attestation" uitgebracht, waarin opnieuw wordt verwezen naar een "déclaration de succession" en waarin onder meer is vermeld:

"De ce document, il résulte que l'ensemble des legs effectués par [erflater] ne peuvent être réalisés. La quotité disponible étant épuisée."

2.1.6

Bij notariële akte van 12 februari 2016, gepasseerd door [notaris 2], notaris in het Nederlandse deel van Sint Maarten, en ingeschreven op

19 februari 2016, is de woning overgedragen aan [appellantes] en aan de vierde dochter van de erflater, elk voor 1/4 gedeelte. De akte verwijst naar een "attestation of inheritance" van 11 september 2015, uitgebracht door het notariskantoor waaraan de erflater verbonden was.

2.1.7

In maart 2016 hebben [appellantes] de woning in bezit genomen. Onder de woning (op de benedenverdieping) bevindt zich een appartement. Na maart 2016 is [geïntimeerde] (op enigerlei wijze) gebruik blijven maken van het appartement.

2.1.8

Bij exploot van 18 april 2016 heeft [geïntimeerde] (onder meer) [appellantes] voor de rechter te Basse Terre gedagvaard en met een beroep op het testament van 24 maart 2014 (onder meer) gevorderd dat bevolen wordt dat de woning aan haar wordt overgedragen.

2.2

In dit kort geding heeft [geïntimeerde], verkort weergegeven, een bevel gevorderd dat [appellantes] de woning ontruimen en niet zullen terugkeren voordat in de procedure voor de Franse rechter is beslist over de verdeling van de nalatenschap van de erflater. In reconventie hebben [appellantes] een bevel gevorderd, verkort weergegeven, dat [geïntimeerde] het appartement ontruimt.

Het GEA heeft de vordering van [geïntimeerde] toegewezen en die van [appellantes] afgewezen. Daartegen is het hoger beroep gericht.

2.3

Het Hof wenst kennis te nemen van de volgende stukken:

a. de volledige "attestation of inheritance" van 11 september 2015, waarnaar verwezen wordt in de akte van 12 februari 2016 van [notaris 2] (zie rov. 2.1.6 hiervoor) en, voor zover dat niet hetzelfde stuk is, de volledige "déclaration de succession" waarnaar verwezen wordt in de "attestations" van notaris [notaris 1] (zie rov. 2.1.3 en 2.1.5 hiervoor);

b. alle gedingstukken die zijn ingediend in de zaak voor de rechter te Basse Terre, inclusief eventuele door die rechter genomen beslissingen (zie rov. 2.1.8 hiervoor; volgens de pleitnotitites van [geïntimeerde] werd een uitspraak verwacht in maart 2017).

De zaak zal naar de rol worden verwezen voor gelijktijdige akte aan beide zijden, waarbij de meest gerede partijen die hiervoor genoemde stukken in het geding dient te brengen. Er zal daarna gelegenheid worden geboden voor een gelijktijdige antwoordakte.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van 15 december 2017 voor gelijktijdige akten aan beide zijden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en F.W.J. Meijer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,

Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 17 november 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.