Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2017:125

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
24-10-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
AR 50/14 - ghis 82658 - H 67/17
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bonaire. Niet verschenen buitenlandse geïntimeerde. Niet gepleit in de vrijwaringszaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2017 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 50/14 - ghis 82658 - H 67/17

Uitspraak: 24 oktober 2017

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de hoofdzaak van:

[APPELLANT],

wonende in Nederland,

oorspronkelijk eiser,

thans appellant in het principaal appel,

geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel appel,

gemachtigde: mr. L.M.G. Dundas,

tegen

1. [GEÏNTIMEERDE 1],

wonende in de Verenigde Staten van Amerika,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde in het principaal appel,

in hoger beroep niet verschenen,

2. de naamloze vennootschap

BONAIRE ECO EXPERIENCE N.V.,

gevestigd op Bonaire,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het voorwaardelijk incidenteel appel,

gemachtigde: mr. A.F. van Toll,

3. [GEÏNTIMEERDE 3],

wonende op Bonaire,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde in het principaal appel,

appellant in het voorwaardelijk incidenteel appel,

gemachtigde: mr. A.F. van Toll,

en in de vrijwaringszaak van:

1. de naamloze vennootschap

BONAIRE ECO EXPERIENCE N.V.,

gevestigd op Bonaire,

oorspronkelijk eiseres in vrijwaring,

thans appellante in voorwaardelijk appel,

gemachtigde: mr. A.F. van Toll,

2. [GEÏNTIMEERDE 3],

wonende op Bonaire,

oorspronkelijk eiser in vrijwaring,

thans appellant in voorwaardelijk appel,

gemachtigde: mr. A.F. van Toll,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

AXA VERSICHERUNG AG,

gevestigd in Frankfurt, Duitsland,

oorspronkelijk gedaagde in vrijwaring,

thans geïntimeerde in voorwaardelijk appel,

gemachtigde: mr. W. Princée.

De partijen worden hierna [appellant], [geïntimeerde 1], BEE, [geïntimeerde 3] en Axa genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 4 oktober 2016 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 24 augustus 2016 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (verder: GEA).

1.2

Bij op 3 november 2016 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellant] twee grieven tegen het vonnis in de hoofdzaak aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de zaak zal terugwijzen naar het GEA, althans de zaak zal afdoen, waarbij de vorderingen van [appellant] worden verrekend met de aan [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 1] toegewezen proceskosten, indien het Hof oordeelt dat de vorderingen van [appellant] zijn verjaard.

1.3

Bij op 20 december 2016 ingekomen memorie hebben BEE en [geïntimeerde 3] de grieven van [appellant] bestreden, voorwaardelijk incidenteel appel ingesteld, een grief tegen het vonnis in de hoofdzaak aangevoerd en toegelicht, voorwaardelijk appel ingesteld tegen het vonnis in de vrijwaringszaak, twee grieven tegen het vonnis in de vrijwaringszaak aangevoerd en een conclusie geformuleerd.

1.4

Bij op 22 februari 2017 ingekomen memorie heeft [appellant] de grief van BEE en [geïntimeerde 3] in de hoofdzaak bestreden en een conclusie geformuleerd.

1.5

Bij op 22 februari 2017 ingekomen memorie heeft Axa de grieven van BEE en [geïntimeerde 3] in de vrijwaringszaak bestreden en een conclusie geformuleerd.

1.6

Op 12 september 2017 heeft [appellant] pleitnotities met producties overgelegd en hebben BEE en [geïntimeerde 3] pleitnotities in de hoofdzaak met een productie overgelegd. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

[geïntimeerde 1] is in hoger beroep niet verschenen. Ten tijde van de indiening van het inleidend verzoekschrift woonde hij op Bonaire, [adres 1].

Het dossier bevat brieven van hem van 16 april 2015 en 10 april 2016, waarin staat vermeld dat hij in de Verenigde Staten van Amerika verblijft en daar de eerste drie maanden dakloos was, en waarin geen adres en geen andere contactgegevens worden opgegeven.

Verder blijkt uit de stukken dat mr. Van Toll op 31 maart 2016 een e-mailadres heeft opgegeven van "de vrouw van [geïntimeerde 1]", te weten [e-mailadres]. Op 4 april 2016 zijn gedingstukken naar dat e-mailadres gestuurd. Mogelijkerwijs heeft dat ertoe geleid dat de brief van [geïntimeerde 1] van 10 april 2016 is ingekomen.

Een exploot van 17 november 2016 ter betekening van de akte van appel en de memorie van grieven aan [geïntimeerde 1] vermeldt dat [geïntimeerde 1] geen bekend adres heeft. Het exploot is voor gezien getekend door de officier van justitie. Een aankondiging van de betekening is op 18 november 2016 verschenen in de Èxtra en op 25 november 2016 in de Curaçaosche Courant.

Een voor [geïntimeerde 1] bestemd appointement (oproeping voor pleidooi in hoger beroep) van 20 juni 2017 vermeldt (kennelijk abusievelijk) mr. Van Toll als gemachtigde van [geïntimeerde 1].

2.2

Het Hof zal de zaak naar de rol verwijzen om [appellant] in de gelegenheid te stellen bij akte een recent uittreksel uit de basisadministratie van het

Openbaar Lichaam Bonaire ter zake van [geïntimeerde 1] in het geding te brengen. Mogelijk heeft [geïntimeerde 1] bij zijn uitschrijving uit Bonaire een adres in de Verenigde Staten opgegeven. Indien [appellant] andere contactgegevens van [geïntimeerde 1] heeft, dient hij die in de akte ook te vermelden.

Gelegenheid voor antwoord op deze akte zal niet worden geboden.

Voorts zal het Hof de Hofgriffie opdragen een scan van de akte van appel, de memorie van grieven en dit tussenvonnis te mailen naar het door mr. Van Toll opgegeven e-mailadres.

2.3

BEE en [geïntimeerde 3] kunnen zowel in hun voorwaardelijk incidenteel appel in de hoofdzaak als in hun appel in de vrijwaringszaak worden ontvangen. Zij hebben voldoende belang daarbij, omdat op voorhand niet vast staat hoe het Hof zal oordelen over het appel van [appellant]. Het appel in de vrijwaringszaak voldoet aan art. 264 lid 4 Rv, zij het dat een dergelijk appel niet voorwaardelijk kan worden ingesteld. Het Hof zal dit appel aanmerken als een onvoorwaardelijk ingesteld appel.

2.4

Bij de stukken heeft het Hof geen appointementen in de vrijwaringszaak aangetroffen. Het Hof zal daarom de zaak ook naar de rol verwijzen voor schriftelijk pleidooi in de vrijwaringszaak.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van 21 november 2017 voor:

1. akte aan de zijde van [appellant] (zie rov. 2.2); en

2. schriftelijk pleidooi in de vrijwaringszaak aan de zijden van BEE, [geïntimeerde 3] en Axa (zie rov. 2.4);

draagt de Hofgriffie op een scan van de akte van appel, de memorie van grieven en dit tussenvonnis te mailen naar het e-mailadres: [e-mailadres];

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 24 oktober 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.