Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2016:91

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
14-06-2016
Datum publicatie
19-10-2016
Zaaknummer
AR 73629 – H 53/16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Indiening gedingstukken. De laatste tijd accepteert het Hof ook de indiening van gedingstukken per e-mail.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2016 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 73629 – H 53/16

Uitspraak: 14 juni 2016

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Vonnis in de zaak van:

1. [DE VROUW],

wonende in Curaçao,

hierna te noemen: de vrouw,

2. [ [DE ZOON VAN DE VROUW],

wonende in Curaçao,

hierna te noemen: de zoon van de vrouw,

oorspronkelijk gedaagden, thans appellanten,

gemachtigde: mr. V.S. La Fleur,

tegen

[DE MAN],

wonende in Nederland, te dezer zake domicilie gekozen hebbende ten kantore van zijn gemachtigde,

hierna te noemen: de man,

oorspronkelijk eiser, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. U. van Bemmelen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (GEA), wordt verwezen naar het tussen partijen in de zaak met AR nummer 73629 van 2015 gewezen en op 21 september 2015 uitgesproken vonnis. De inhoud van dit vonnis geldt als hier ingevoegd.

1.2.

De vrouw en de zoon van de vrouw zijn bij akte van appel op 30 oktober 2015 in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis. In een volgens het door de griffie geplaatst stempel op 14 december 2015 ingekomen memorie van grieven, met producties, hebben de vrouw en de zoon van de vrouw ongenummerde grieven voorgedragen, toelating verzocht kosteloos te procederen en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen uitsluitend op de onderdelen zoals uiteengezet en de vordering tot veroordeling van de vrouw tot het voldoen van NAF 130.000,= en in de kosten van het geding zal afwijzen, met veroordeling van de man in de kosten van de procedure, althans dat het Hof in goede justitie een beslissing zal nemen.

1.3.

De man heeft in een memorie van antwoord het appel bestreden en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw en de zoon van de vrouw in het appel, althans tot bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van hen hoofdelijk in de kosten van het geding, uitvoerbaar bij voorraad.

1.4.

Op 3 mei 2016, de voor schriftelijk pleidooi nader bepaalde dag, hebben de gemachtigden van partijen pleitaantekeningen overgelegd.

1.5.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De ontvankelijkheid

De vrouw en de zoon van de vrouw zijn tijdig en op de juiste wijze in hoger beroep gekomen en kunnen daarin worden ontvangen.

3 De grieven

Voor de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4 Beoordeling

Toelating kosteloos te procederen

4.1.

De vrouw heeft in hoger beroep een bewijs van onvermogen overgelegd en kan worden toegelaten kosteloos te procederen.

Producties

4.2.

Bij pleidooi in hoger beroep beroept de gemachtigde van de vrouw en de zoon van de vrouw zich op producties die niet aan de pleitnota zijn gehecht en zich ook niet in het dossier van het Hof bevinden. De man heeft kennelijk de producties wel ontvangen. De vrouw krijgt daarom de gelegenheid de producties alsnog bij akte over te leggen.

Memorie van grieven te laat?

4.3.

De man stelt in zijn memorie van antwoord dat de memorie van grieven te laat is ingediend. De laatste dag was 11 december 2015, maar de memorie van grieven is pas op 14 december 2015 ingediend. De man is niet inhoudelijk op de grieven ingegaan.

4.4.

Bij pleidooi in hoger beroep (onder 1) stelt de gemachtigde van de vrouw en de zoon van de vrouw dat de memorie van grieven op tijd, te weten op vrijdag 11 december 2015, per e-mail is ingediend. Op maandag 14 december 2015 is de hardcopy ingediend. Uit het Hofdossier blijkt dit niet, maar de vrouw en de zoon van de vrouw beroepen zich op een productie 5 waarover het Hof niet beschikt (zie rov. 4.2).

4.5.

De gemachtigde van de man stelt bij pleidooi in hoger beroep (onder 13) dat indiening van de memorie van grieven wel mogelijk is per fax, maar niet per e-mail. Deze stelling is onjuist. De laatste tijd accepteert het Hof ook de indiening per e-mail (vgl. M.F. Murray, Elektronisch appèl?, Caribisch Juristenblad 2014/1, p. 36-38).

4.6.

Het Hof laat thans, in afwachting van de inhoud van voornoemde productie 5, in het midden of de grieven tijdig zijn ingediend. Om proceseconomische redenen, aangenomen dat de memorie van grieven tijdig per e-mail is ingediend, krijgt de man, die dit niet kon weten, alsnog de gelegenheid inhoudelijk op de memorie van grieven te reageren. Uit proceseconomische overwegingen zal het Hof al wel hierna – voorlopig oordelend – op de grieven ingaan.

Waarvan het Hof uitgaat

4.7.

De man en de vrouw hebben een liefdesrelatie gehad. Niet staat vast hoelang: volgens de man (inleidend verzoekschrift, onder 7) ongeveer vier maanden, volgens de vrouw (memorie van grieven, p. 2 onderaan) bijna twee jaren. Vast staat dat de man een auto heeft gekocht en op naam gesteld heeft van de zoon van de vrouw. Verder heeft de man NAf 130.000,= overgemaakt naar de vrouw; volgens de man was dit bedrag bestemd voor de aankoop van een appartement in Colombia (inleidend verzoekschrift, onder 5), de vrouw weerspreekt dit (memorie van grieven, p. 3; pleitnota in hoger beroep, onder 4).

Vordering

4.8.

De man vordert afgifte en wijziging van de tenaamstelling van de auto en teruggave van de NAf 130.000,=. In eerste aanleg heeft de vrouw geen verweer gevoerd. Het GEA heeft de vorderingen toegewezen. Hiertegen, althans tegen de veroordeling tot teruggave van de NAf 130.000,=, richt zich het appel van de vrouw.

De auto

4.9.

Niet in geschil is dat de auto terug moet naar de man (zie de pleitnota van de gemachtigde van de vrouw, onder 9-10). Het Hof zal in zoverre het bestreden vonnis thans reeds bevestigen.

Gift en misbruik van omstandigheden

4.10.

Wat betreft de NAf 130.000,= stelt de gemachtigde van de vrouw bij pleidooi in hoger beroep (onder 4) dat sprake is van een gift.

4.11.

Artikel 7:176 BW, ter zake van schenkingen, dat ingevolge artikel 7:186 mede toepasselijk is op andere giften dan schenkingen, luidt:

‘lndien de schenker feiten stelt waaruit volgt dat de schenking door misbruik van omstandigheden is tot stand gekomen, rust bij een beroep op vernietigbaarheid de bewijslast van het tegendeel op de begiftigde, tenzij deze verdeling van de bewijslast in de gegeven omstandigheden in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou zijn.’

4.12.

Misbruik van omstandigheden is volgens artikel 3:44 lid 4 BW aanwezig ‘wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.’

4.13.

Het Hof begrijpt het inleidend verzoekschrift van de man aldus dat hij zich beroept op misbruik van omstandigheden (oudere leeftijd van de man, gepassioneerde verliefdheid ‘in het paradijs’ van ongeveer vier maanden, aftroggeling van al zijn spaargeld).

4.14.

De vrouw heeft derhalve in beginsel de bewijslast dat van misbruik van omstandigheden in dit geval geen sprake was.

Natuurlijke verbintenis

4.15.

De vrouw heeft ook aangevoerd dat de man haar wenste te onderhouden (memorie van grieven, p. 3).

4.16.

Ingevolge artikel 3 lid 2 aanhef en onder b bestaat een natuurlijke verbintenis wanneer:

‘b. iemand jegens een ander een dringende morele verplichting heeft van zodanige aard dat naleving daarvan, ofschoon rechtens niet afdwingbaar, naar maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende prestatie moet worden aangemerkt.’

4.12

Voor zover de vrouw betoogt dat de man een natuurlijke verbintenis heeft nagekomen, heeft zij in beginsel de bewijslast.

Bestedingen mede ten behoeve van de man

4.13

De vrouw stelt dat de ontvangen NAf 130.000,= deels besteed is aan gezamenlijke activiteiten van de man en de vrouw of uitgaven door de man. De vrouw geeft geen cijfermatig overzicht. Ook hier heeft de vrouw in beginsel de bewijslast.

Verdere voortgang

4.14

De vrouw en de man krijgen beiden de gelegenheid een akte te nemen. De vrouw dient in elk geval de bij het pleidooi behorende producties over te leggen. Partijen kunnen ook andere producties overleggen. De vrouw dient mede een cijfermatig overzicht van de bestedingen, bij voorkeur gedocumenteerd, te verschaffen. Partijen kunnen reageren, bij voorkeur gedocumenteerd, op hetgeen door de wederpartij naar voren is gebracht. Partijen dienen zich mede uit te laten, bij voorkeur gedocumenteerd, over de duur van de liefdesrelatie.

4.15

Vervolgens zullen beide partijen een antwoordakte kunnen nemen.

4.16

Iedere verdere beslissing ten aanzien van de NAf 130.000,= wordt aangehouden.

5 Beslissing

Het Hof:

- laat de vrouw toe kosteloos te procederen;

- bevestigt het bestreden tussenvonnis voor zover de vrouw en de zoon van de vrouw zijn veroordeeld, op straffe van een dwangsom, tot opnaamstelling en afgifte van de auto (tweede opsommingsstreepje in het dictum van het GEA);

- laat de man en de vrouw toe gelijktijdig aan akte te nemen;

- verwijst de zaak daartoe naar de rol van het Hof van 16 augustus 2016;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, T.A.M. Tijhuis en D. Radder, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 14 juni 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.