Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2016:82

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
16-08-2016
Datum publicatie
31-08-2016
Zaaknummer
KG 77544 H 171/2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huur bedrijfsruimte. Kort geding. Ontruiming. Spoedeisend belang bij betaling huurachterstand.

Van der Vliet cs

Burengeschil. Hinder door trillingen en geluid van een generator. Onrechtmatige hinder. Misbruik van bevoegdheid. Kwalitatieve verplichtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2016 Vonnisno.:

Registratienummer: KG 77544 H 171/2016

Uitspraak: 16 augustus 2016

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in kort geding in de zaak van:

de naamloze vennootschap

WORLD TRADE CENTER N.V.,

gevestigd te Curaçao,

oorspronkelijk eiseres, thans appellante,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen

de naamloze vennootschap

MASTER MEDIA MANAGEMENT N.V.,

gevestigd te Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. A.C. van Hoof.

Partijen worden hierna WTC en Master Media genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: GEA) wordt verwezen naar het tussen partijen in deze zaak gewezen vonnis in kort geding van 4 april 2016. De inhoud van dit vonnis geldt als hier ingevoegd.

1.2

WTC is tijdig van voormeld vonnis in hoger beroep gekomen door indiening op 7 april 2016 van een daartoe strekkende akte van hoger beroep. Op 6 of 12 april 2016 heeft WTC een memorie van grieven ingediend, waarbij twee grieven zijn voorgedragen en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, haar (in hoger beroep verminderde) vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Master Media in de kosten van beide instanties en alles uitvoerbaar bij voorraad.

1.3

Bij beschikking van 26 april 2016 heeft de fungerend president het verzoek om (verdere) termijnverkorting als bedoeld in artikel 235 Rv afgewezen.

1.4

Master Media heeft op 10 mei 2016 een memorie van antwoord ingediend waarin zij concludeert tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van WTC in de kosten van beide instanties uitvoerbaar bij voorraad.

1.5

Op de daarvoor bepaalde dag hebben partijen schriftelijk pleidooi gevoerd.

1.6

Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

Het GEA heeft in het bestreden vonnis van 4 april 2016 onder 2.1 tot en met 2.7 feiten opgesomd die het tot uitgangspunt heeft genomen. Over de juistheid van die feiten bestaat geen geschil, zodat ook het Hof van die feiten zal uitgaan.

3 De beoordeling

3.1

Het gaat in deze zaak kort gezegd om het volgende.

3.2

Master Media huurt van WTC vanaf 1 januari 2012 een unit in het WTC-gebouw te Piscadera Bay, Curaçao (hierna: de unit). De huurovereenkomst is aangegaan voor drie jaar, waarna deze behoudens opzegging automatisch wordt verlengd voor een zelfde periode. Bij brief van 2 mei 2014 heeft WTC Master Media verzocht over te gaan tot betaling van een huurachterstand van in totaal NAf 293.681,92 over de periode februari 2013 tot en met mei 2014. Bij brief van 18 januari 2016 is Master Media namens WTC aangemaand tot betaling van een huurachterstand van NAf 628.058,97, bij gebreke waarvan WTC de huurovereen-komst zal ontbinden c.q. als ontbonden zal beschouwen en ontruiming zal vorderen.

3.3

WTC heeft in kort geding – onder meer en samengevat weergegeven – de ontruiming van de unit en betaling van de huurachterstand en een vergoeding voor iedere komende maand gevorderd, met veroordeling van Master Media in de kosten van het geding. Zij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij de huurovereenkomst vanwege de huurachterstand die Master Media heeft laten ontstaan, heeft ontbonden en dat Master Media sindsdien zonder recht of titel in de unit verblijft. Bij het bestreden vonnis heeft het GEA de vorderingen van WTC afgewezen. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag liggende motivering komt WTC met haar grieven op.

3.4

In hoger beroep heeft WTC zich op het standpunt gesteld dat Master Media in elk geval vanaf 1 januari 2015 huur was verschuldigd van ten minste NAf 6.000,- per maand en dat, nu Master Media in de periode tussen 1 januari 2015 en 1 april 2016 slechts één keer NAf 6.000,- aan huur heeft betaald, een zodanige huurachterstand is ontstaan dat ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. Master Media op haar beurt heeft bestreden de door WTC gestelde huur verschuldigd te zijn. Met betrekking tot de gevorderde ontruiming heeft zij te kennen gegeven dat zij de unit per eind augustus 2016 zal verlaten.

3.5

Het Hof oordeelt als volgt.

3.6

Gelet op het standpunt van Master Media met betrekking tot de ontruiming, zal dit deel van de vordering worden toegewezen zoals hierna te vermelden. De gevorderde machtiging van WTC om te mogen ontruimen met behulp van de sterke arm indien Master Media niet aan de veroordeling voldoet, wordt afgewezen omdat op grond van de wet- en regelgeving de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, reeds daartoe bevoegd is (Titel 3, afdeling 6 WvRv).

3.7

Met betrekking tot de gevorderde huurachterstand heeft Master Media bestreden dat WTC een spoedeisend belang bij toewijzing van deze vordering heeft. Dit verweer slaagt. De gevorderde voorlopige voorziening tot betaling van de achterstallige huurtermijnen betreft een zelfstandige geldvordering. Om een spoedeisend belang bij een dergelijke voorziening aan te nemen is nodig dat feiten en omstandigheden worden aangewezen die meebrengen dat de voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed is geboden. Nu WTC niets heeft gesteld waaruit volgt dat een normale bodemprocedure niet kan worden afgewacht, kan niet worden gezegd dat WTC bij de gevorderde voorziening tot betaling van de huurachterstand voldoende spoedeisend belang heeft. Het Hof zal dit deel van de vordering dan ook wegens gebrek aan spoedeisendheid afwijzen.

3.8

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de grieven gedeeltelijk slagen. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd voor zover dat op de afwijzing van de ontruiming ziet en dienaangaande zal opnieuw recht worden gedaan als volgt. Het vonnis waarvan beroep zal voor het overige worden bevestigd.

3.9

Het Hof ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding de proceskosten in hoger beroep te compenseren, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

Het Hof, rechtdoende in kort geding:

- vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover dat ziet op de afwijzing van de gevorderde ontruiming;

- en opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt Master Media om de unit uiterlijk per 31 augustus 2016 te verlaten en volledig te ontruimen en ontruimd te houden, met afgifte van alle sleutels aan WTC en staat WTC toe de ontruiming te bewerkstelligen indien Master Media niet per 1 september 2016 aan deze veroordeling heeft voldaan;

- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

- bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige;

- compenseert de kosten van het hoger beroep, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en T.A.M. Tijhuis, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 16 augustus 2016.