Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2016:60

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
08-03-2016
Datum publicatie
10-08-2016
Zaaknummer
KG 74688 - H 3/16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgebroken onderhandelingen. Bewust profiteren van andermans handelwijze met bijkomende omstandigheden. Voorshands oordelen. Voorschot op schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2356
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2016 Vonnis no.:

Registratienummer: KG 74688 - H 3/16

Uitspraak: 8 maart 2016

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in kort geding in de zaak van:

1. de besloten vennootschap

WATERSPORT EVENTS B.V.,

h.o.d.n. Curaçao Watersports,

gevestigd in Curaçao,

2. de besloten vennootschap

SUBLUB CURAÇAO B.V.,

gevestigd in Curaçao,

3. [APPELLANTE 3],

wonende in Curaçao,

4. [APPELLANTE 4],

wonende in Curaçao,

oorspronkelijk eisers,

thans appellanten,

gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk,

tegen

1. [GEÏNTIMEERDE 1],

wonende in Curaçao,

2. de besloten vennootschap

ALL-IN ONE WATERSPORTS B.V.,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagden,

thans geïntimeerden,

gemachtigde: mr. B.M. Nagelmakers,

en tegen

3. de naamloze vennootschap

STRANDEXPLOITATIE JAN THIEL N.V.,

h.o.d.n. Papagayo Beach & Plaza,

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. D.E. Liqui-Lung.

De partijen worden hierna Curaçao Watersports, Sublub, [appellante 3], [appellante 4],

[geïntimeerde 1], All-in One en Papagayo genoemd. Curaçao Watersports, Sublub, [appellante 3] en [appellante 4] worden gezamenlijk ook Curaçao Watersports c.s. genoemd. [geïntimeerde 1] en All-in One worden gezamenlijk ook [geïntimeerde 1] c.s. genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij akte van appel van 25 september 2015 zijn Curaçao Watersports c.s. in hoger beroep gekomen van het in kort geding tussen partijen gewezen en op

7 september 2015 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: GEA).

1.2

Bij op 8 oktober 2015 ingekomen memorie van grieven, met producties, hebben Curaçao Watersports c.s. vier grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en hun vorderingen alsnog zal toewijzen, kosten rechtens.

1.3

Bij memorie van antwoord, met producties, hebben [geïntimeerde 1] c.s. de grieven bestreden. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van Curaçao Watersports c.s., uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in hoger beroep, met rente.

1.4

Bij afzonderlijke memorie van antwoord heeft Papagayo de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van Curaçao Watersports c.s., uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in hoger beroep.

1.5

Op de daarvoor bepaalde dag hebben de drie gemachtigden pleitnota's overgelegd. Aan de pleitnota van Curaçao Watersports c.s. zijn producties gehecht. De gemachtigden van [geïntimeerde 1] c.s. en Papagayo hebben het Hof verzocht geen acht te slaan op die producties. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Er is voor [geïntimeerde 1] c.s. en Papagayo onvoldoende gelegenheid geweest zich uit te laten over de producties die aan de pleitnota in hoger beroep van Curaçao Watersports c.s. zijn gehecht. Het Hof zal deze producties daarom buiten beschouwing laten.

2.2

Het Hof gaat voorshands uit van het volgende, gelet op hetgeen over en weer is aangevoerd in het licht van de (overige) producties.

2.2.1 [

appellante 4] en [appellante 3] zijn met elkaar getrouwd en zij zijn beleidsbepalers van Sublub. [geïntimeerde 1] heeft All-In One opgericht. Papagayo exploiteert een strand bij Jan Thiel in Curaçao (hierna: het strand van Papagayo).

2.2.2

Vanaf mei 2013 is gesproken over de mogelijkheid een onderneming te beginnen die vanaf het strand van Papagayo watersportactiviteiten voor klanten zou organiseren, waaronder duikactiviteiten en activiteiten met waterscooters, en waarin [appelante 4] en [geïntimeerde 1] een rol zouden spelen (betwist is of ook [appelante 3] een rol zou spelen).

Op 25 juni 2013 heeft [appellante 3] tekeningen naar Papagayo gemaild van een in dat kader op het strand van Papagayo op te richten gebouw en aan te leggen helling voor waterscooters.

2.2.3

Op 17 juli 2013 is een intentieverklaring ondertekend (productie 1 van Papagayo in eerste aanleg; productie 8, onderproductie 7 bij memorie van antwoord van [geïntimeerde 1] c.s.) door P. Slobbe namens Papagayo en

[geïntimeerde 1] als "Directeur" namens "Watersport Events B.V."

(Curaçao Watersports was toen nog niet opgericht). Hierin staat vermeld:

"Watersport Events BV krijgt bij [Papagayo] de gelegenheid tot het bouwen van een opstal waarin ze haar activiteiten kan ontplooien op het strand van [Papagayo]. Het gaat hierbij om watersport in de ruimste zin des woords.

Watersport Events B.V. krijgt hierbij de gelegenheid om zelf een opstal te bouwen (...).

De overeengekomen huurprijs voor opstal is Ang 5.500,- per maand excl. 15% servicekosten en OB.

Verdere invulling en optimalisatie van contract volgt zsm."

2.2.4 [

appelante 3] heeft een memorandum met datering 17 juli 2013 opgesteld, getiteld "Huurovereenkomst Curaçao Watersports - Papagayo". Hierin is onder meer vermeld:

"Tenslotte merken we op dat er in de overeenkomst iets moet worden opgenomen over een zogeheten 'recht van opstal' zodat de zaken die Cur. Wat. zelf aanbrengt aan of bouwt op de pier van Papagayo eigendom zullen blijven van Cur. Wat. en niet kunnen worden toegeëigend door Papagayo."

2.2.5

Op 19 juli 2013 is Curaçao Watersports opgericht. Daarbij werden [appellante 4] en [geïntimeerde 1] benoemd tot directeuren en werden tien aandelen geplaatst, waarvan vijf bij Sublub en vijf bij [geïntimeerde 1].

2.2.6

Vanaf ongeveer november 2013 is er een gebouw (hierna: het gebouw) opgericht op het strand van Papagayo (gedeeltelijk op het perceel van Papagayo en gedeeltelijk op een aangrenzend perceel).

2.2.7

Op 11 december 2013 en 18 december 2013 zijn op een bankrekening van Curaçao Watersports bedragen van respectievelijk NAf 109.835,33 en NAf 97.258,46 bijgeboekt, beide afkomstig van [appellante 3], en beide onder vermelding van "hypothecaire lening".

2.2.8

Op 13 december 2013 is NAf 108.000,00 opgenomen van de bankrekening van Curaçao Watersports en gestort op een bankrekening van Papagayo onder vermelding van "eerste deel nieuwbouw Curaçao Watersport".

Op 9 januari 2014 is NAf 75.804,25 opgenomen van de bankrekening van Curaçao Watersports en gestort op de bankrekening van Papagayo onder vermelding van "laatste betaling Curaçao Watersport". Op 6 maart 2014 heeft Curaçao Watersports NAf 20.005,30 betaald aan het bedrijf Ver[appellante 4], dat rolluiken levert.

2.2.9

In de periode 15-28 februari 2014 is er tussen [appelante 3] en H. Sutherland, manager bij Papagayo, (hierna: Sutherland) e-mailverkeer geweest over een op te stellen en te ondertekenen contract in verband met het gebouw op het strand van Papagayo. Op 28 februari 2014 heeft Sutherland een conceptcontract aan [appellante 3] toegezonden, getiteld "overeenkomst recht van opstal".

Op 6 maart 2014 heeft hij bericht dat er nog enkele opmerkingen waren over het recht van opstal. Op 28 april 2014 heeft Sutherland aan [appellante 4] en

[geïntimeerde 1] bericht dat Papagayo heeft besloten geen recht van opstal te willen toevoegen aan het huurcontract met Curaçao Watersports.

2.2.10

Vanaf maart 2014 zijn er watersportactiviteiten georganiseerd vanaf het (inmiddels voldoende gebruiksklaar geworden) gebouw.

2.2.11

Op 10 april 2014 heeft G.-J. de Boer, werkzaam bij

Infocus Accountants & Adviseurs, een concept "Samenwerkingsovereenkomst

Curaçao Watersports B.V." doen toekomen aan [appellante 4] en [geïntimeerde 1].

In dit concept worden [appellante 4] en [geïntimeerde 1] als contractspartijen genoemd.

2.2.12

Er is een huurcontract getekend tussen Papagayo en [geïntimeerde 1].

Bij e-mailbericht van 17 juni 2014 heeft [geïntimeerde 1] aan [appellante 4] onder meer bericht:

"Papagayo is mij gegund en ik wou het met jullie proberen. (...)

De samenwerking in een pand gaat niet werken, dat weet jij en dat weet ik nu na al die tijd.

Ik stel voor dat ik jullie op een nette manier ga uitkopen, zoals ik al vaker heb voorgesteld.

(...)

Ik heb het huur kontrakt gekregen en getekend, en het is mij gegund door de Eigenaars van Papagayo.

Zij hebben aangegeven met mij verder te willen, en ook dat hun met mij alles hebben besproken en geregeld."

2.2.13

Op 4 augustus 2014 heeft het GEA Sublub toegestaan om conservatoir beslag ter afgifte te leggen onder een aantal roerende zaken (duikmateriaal), onder aanstelling van een gerechtelijke bewaarder, en onder de voorwaarde dat tijdig de eis in de hoofdzaak zou worden ingesteld. Op 29 augustus 2014 is door of in opdracht van Sublub duikmateriaal uit het gebouw verwijderd.

2.2.14

Op 15 december 2014 heeft [geïntimeerde 1] bij de

Kamer van Koophandel laten registreren dat zijn functie als directeur van Curaçao Watersports per 30 november 2014 was beëindigd.

2.2.15

Bij verzoekschrift van 5 juni 2015 zijn Curaçao Watersports c.s. een bodemzaak tegen [geïntimeerde 1] c.s., de besloten vennootschap

Ron Ron Watersports B.V. (hierna: Ron Ron) en Papagayo begonnen. Hierin vorderen zij, naast verklaringen voor recht, verkort weergegeven:

a. een bevel aan Papagayo de huurovereenkomst ter zake van de duikschool alsnog aan te gaan met Sublub, althans met Curaçao Watersports, op straffe van verbeurte van dwangsommen;

b. betaling door Papagayo van een voorschot van NAf 200.000,00 en verdere schadevergoeding, op te maken bij staat;

c. althans (indien de vordering over de huurovereenkomst wordt afgewezen), een voorschot van NAf 750.000,00 en verdere schadevergoeding, op te maken bij staat;

d. een bevel aan [geïntimeerde 1], Ron Ron en All-in One om te gehengen en te gedogen dat de huurovereenkomst alsnog wordt aangegaan met Sublub, althans met Curaçao Watersports, op straffe van verbeurte van dwangsommen;

e. hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 1], Ron Ron en All-in One tot betaling van dezelfde bedragen als ten aanzien van Papagayo gevorderd wordt;

f. hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerde 1] en All-in One tot betaling van NAf 397.436,90, met rente.

Op deze vorderingen in de bodemzaak is nog niet beslist.

2.2.16

Aan de vorderingen in de bodemzaak zijn, verkort weergegeven, de volgende stellingen ten grondslag gelegd.

Tegen Papagayo: Papagayo heeft wanprestatie gepleegd, althans onrechtmatig gehandeld jegens Curaçao Watersports c.s. door met betrekking tot de duikschool een huurovereenkomst aan te gaan met [geïntimeerde 1], terwijl afgesproken was dat Curaçao Watersports zou huren. Hierdoor zijn Curaçao Watersports c.s. winsten misgelopen van NAf 250.000,00 per jaar en hebben zij buitengerechtelijke kosten gemaakt van NAf 54.157,00. Verder is Papagayo ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van [appellante 4] en [appellante 3], op kosten van wie de duikschool is neergezet. De meest voor de hand liggende vorm van vergoeding van een deel van de schade bestaat in het alsnog overzetten van de huurovereenkomst op naam van Curaçao Watersports c.s.

Tegen [geïntimeerde 1] c.s.: [geïntimeerde 1] is hoofdelijk aansprakelijk voor voornoemde schade wegens het ten onrechte op eigen naam zetten van de huurovereenkomst en wegens het op andere wijze laten mislukken van de samenwerking. Daarnaast zijn [geïntimeerde 1] c.s. hoofdelijk aansprakelijk voor additionele schade, nl. schade wegens het behouden van door Sublub ingebracht duikmateriaal (NAf 6.000,00), kantoorinrichting (NAf 17.917,85) en watersportartikelen (NAf 30.377,00), misgelopen inkomsten wegens het niet inbrengen van twaalf waterscooters (NAf 100.000,00), privéuitgaven van

[geïntimeerde 1] die ten laste van Curaçao Watersports zijn gebracht

(NAf 11.829,63), inhuurkrachten voor Ron Ron waarvan de kosten ten laste van Curaçao Watersports zijn gebracht (NAf 33.256,25), onttrekkingen door overboekingen en kasopnames (NAf 188.056,17) en kosten van een website (NAf 10.000,00).

2.3

In dit kort geding hebben Curaçao Watersports c.s. gevorderd:

a. een verbod aan Papagayo de huur voor de duikschool aan te gaan met een derde anders dan Curaçao Watersports c.s., totdat in de bodemzaak beslist is over de vordering om de huurovereenkomst op hun naam te zetten, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

b. veroordeling van Papagayo tot betaling van een voorschot van NAf 100.000,00 op schadevergoeding;

c. veroordeling van [geïntimeerde 1] en All-in One tot betaling van een voorschot van NAf 200.000,00 op schadevergoeding.

2.4

Het GEA heeft de vorderingen in kort geding afgewezen. Daartoe heeft het GEA geoordeeld dat niet is gebleken van een spoedeisend belang. Voorts heeft het GEA geoordeeld dat nader bewijs dient te worden geleverd, maar dat het kort geding zich daar niet voor leent. Hiertegen is het hoger beroep gericht.

2.5

Het Hof zal eerst het verweer van [geïntimeerde 1] bespreken dat

Curaçao Watersports niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen, omdat er sprake is van een tegenstrijdig belang. Dit verweer wordt verworpen. Ten eerste is de enkele omstandigheid dat [appelante 4] niet alleen als bestuurder van Curaçao Watersport optreedt, maar ook pro se (voor zichzelf) procedeert en ook gelieerd is aan de andere eisers, naar het voorshands oordeel van het Hof onvoldoende om tegenstrijdig belang aan te nemen. Een vordering tot betaling aan "eisers" kan het Hof immers splitsen in vorderingen tot betaling aan elk van de eisers afzonderlijk. Verder geldt dat

( a) indien een bestuurder nalaat de algemene vergadering van aandeelhouders op de hoogte te stellen van een mogelijk tegenstrijdig belang, hij niet reeds daardoor wegens tegenstrijdig belang onbevoegd wordt de vennootschap te vertegenwoordigen (zie: HR 14 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2014:BR0119);

( b) indien bestuursbesluiten vernietigd worden in verband met tegenstrijdig belang, daarmee de externe vertegenwoordigingsbevoegdheid van een bestuurder niet wordt aangetast; en

( c) het voorshands aannemelijk is dat het naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is te achten dat [geïntimeerde 1] c.s. door vernietiging van bestuursbesluiten van Curaçao Watersports rechtsgeldig zouden kunnen blokkeren dat Curaçao Watersports de onderhavige vorderingen instelt.

2.6

Voorshands acht het Hof aannemelijk dat de huurovereenkomst tussen Papagayo en [geïntimeerde 1] op 14 mei 2014 is gesloten en dat [appellante 4] en [appellante 3] hiervan niet eerder vernamen dan op 28 mei 2014 (zie memorie van grieven p. 6).

2.7

Voorts is voorshands voldoende aannemelijk dat de op 17 juli 2013 ondertekende intentieverklaring in combinatie met de daarop gevolgde oprichting van Curaçao Watersports en daadwerkelijke bouw van de in de intentieverklaring voorziene opstal (het gebouw) voldoende zijn om aan te nemen dat er in elk geval begin maart 2014 een huurovereenkomst tussen Curaçao Watersports en Papagayo tot stand was gekomen, ook al was er geen huurcontract getekend, althans dat de onderhandelingen over de huurovereenkomst toen in een zo ver gevorderd stadium waren gekomen dat het Papagayo jegens Curaçao Watersports niet meer vrijstond de onderhandelingen af te breken zonder schadeplichtig jegens

Curaçao Watersports te worden.

Daarom is voorshands aannemelijk dat Papagayo schadeplichtig jegens Curaçao Watersports is geworden door een huurcontract met [geïntimeerde 1] te tekenen, hetgeen immers het afbreken van de onderhandelingen met

Curaçao Watersports impliceerde.

2.8

Het is voorshands ook voldoende aannemelijk dat [geïntimeerde 1] onrechtmatig heeft gehandeld, niet alleen jegens Curaçao Watersports, maar ook jegens Sublub, [appellante 4] en [appellante 3]. Niet alleen is waarschijnlijk sprake geweest van bewust profiteren van de hiervoor in rov. 2.7 omschreven handelwijze van Papagayo, maar als bijkomende omstandigheden hebben te gelden dat voorshands aannemelijk is dat [geïntimeerde 1] in het aangaan van de huurovereenkomst op eigen naam een kans zag om van

Curaçao Watersports, [appellante 4] en [appellante 3] af te komen, met wie hij reeds problemen had, en dat hij, na ondertekening van het huurcontract, erop aanstuurde dat de samenwerking met [appelante 4] en [appelante 3] in Curaçao Watersports zou worden beëindigd en dat Curaçao Watersports geen gebruik meer zou kunnen maken van het gebouw (zie zijn e-mailbericht van

17 juni 2014, rov. 2.2.12 hiervoor). De onrechtmatigheid van deze handelwijze wordt ingekleurd door de omstandigheid dat [geïntimeerde 1] bestuurder was van Curaçao Watersports en hij zich daarom uit hoofde van art. 2:7 lid 1 BW jegens Curaçao Watersports, [appelante 4] en Sublub moest gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Ook indien de ontstane problemen (ten dele) aan [appellante 4] en [appellante 3] waren te wijten, is de handelwijze van [geïntimeerde 1] naar het voorshands oordeel van het Hof onrechtmatig te achten jegens hen.

2.9

De vraag welke schade Curaçao Watersports c.s. door voornoemde gang van zaken hebben geleden, moet in dit kort geding met behoedzaamheid worden beoordeeld. In beginsel moet worden onderzocht in welke vermogenspositie Curaçao Watersports c.s. zouden zijn geraakt, indien Papagayo de huurovereenkomst had getekend met Curaçao Watersports als huurder. Uiteraard zou de te verwachten toekomstige winst niet onmiddellijk zijn gerealiseerd. Bovendien zouden de problemen tussen [geïntimeerde 1] enerzijds en [appelante 4] en [appelante 3] anderzijds niet zijn opgelost, en die zouden een goede bedrijfsvoering binnen Curaçao Watersports mogelijk gehinderd hebben of misschien zelfs onmogelijk hebben gemaakt. Ook zou het niets veranderd hebben aan het (voorshands aan te nemen) feit dat [appelante 3] ruim NAf 200.000,00 in de bouw van het gebouw heeft gestoken, zonder dat [appelante 3] of Curaçao Watersports goederenrechtelijke aanspraken op het gebouw hebben verworven of bedongen.

2.10

Het is voorshands niet aannemelijk dat Papagayo reeds door deze gang van zaken op zichzelf ongerechtvaardigd is verrijkt. Naar haar stelling was afgesproken dat Curaçao Watersports de bouwkosten zou kunnen terugverdienen doordat een lagere huur bedongen was voor een langere periode, en is het dus niet ongerechtvaardigd dat Curaçao Watersports geen goederenrechtelijke rechten op het gebouw kan doen gelden. Vooralsnog valt niet in te zien dat de omstandigheid dat het gebouw nu niet gehuurd wordt door Curaçao Watersports, maar door [geïntimeerde 1], voor Papagayo een verrijking meebrengt.

2.11

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. Dienaangaande moeten naar behoren feiten en omstandigheden worden aangewezen die meebrengen dat een zodanige voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed geboden is. Daarbij dient een belangenafweging plaats te vinden, waarbij ook rekening moet worden gehouden met een eventueel restitutierisico.

Voorshands is voldoende aannemelijk dat Curaçao Watersports c.s. in ernstige geldnood verkeren. Dat brengt enerzijds mee dat betaling van een geldsom uit hoofde van onverwijlde spoed geboden is, maar anderzijds dat er een niet onaanzienlijk restitutierisico bestaat.. Onvoldoende aannemelijk is dat

[geïntimeerde 1] c.s. of Papagayo in een zodanige financiële positie verkeren dat zij geen geldsom kunnen betalen.

Bij afweging van de belangen, de mate van spoedeisendheid en de aannemelijkheid van hetgeen is aangevoerd, acht het Hof de in het dictum te vermelden bedragen passend. Bij de bepaling van de hoogte van de bedragen is ook rekening gehouden met het restitutierisico. Verder houdt het Hof rekening met de omstandigheid dat in de bodemzaak additionele schade van

[geïntimeerde 1] c.s. gevorderd wordt. Het is voldoende aannemelijk dat

[geïntimeerde 1] uit dien hoofde enig bedrag zal dienen te betalen. Voor

All-in One is dat onvoldoende aannemelijk om een voorschot te kunnen toewijzen.

2.12

Het is voorshands niet aannemelijk dat de bodemrechter passend zal achten dat schadevergoeding wordt toegekend in de vorm van bevelen die ertoe strekken dat alsnog een huurovereenkomst met Sublub of Curaçao Watersports tot stand komt. De verstoorde verhoudingen tussen Curaçao Watersports c.s. enerzijds en Papagayo anderzijds lijken eraan in de weg te staan dat de rechter hen veroordeelt tot een langdurige samenwerking. Daarom zal het Hof in dit kort geding niet het gevorderde verbod toewijzen.

2.13

De grieven slagen voor zover dat in het voorgaande besloten ligt en behoeven voor het overige geen bespreking. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. Partijen worden over en weer op enige punten in het ongelijk gesteld. De proceskosten in beide instanties zullen daarom worden gecompenseerd.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geïntimeerde 1] en Papagayo hoofdelijk, zodanig dat voor zover de een betaalt, de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan Curaçao Watersports van een voorschot ad NAf 10.000,00 op schadevergoeding als in de bodemzaak gevorderd, met dien verstande dat het bedrag moet worden terugbetaald indien en voor zover in de bodemzaak onherroepelijk wordt beslist dat die schadevergoeding Curaçao Watersports niet toekomt;

veroordeelt [geïntimeerde 1] tot betaling aan (naar keuze) Sublub, [appellante 3] of [appellante 4] van (nog) een voorschot ad NAf 10.000,00 op schadevergoeding als in de bodemzaak gevorderd, met dien verstande dat het bedrag moet worden terugbetaald indien en voor zover in de bodemzaak onherroepelijk wordt beslist dat die schadevergoeding Sublub, [appellante 3] en [appellante 4] niet toekomt;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

compenseert de proceskosten in beide instanties aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, T.A.M. Tijhuis en

H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 8 maart 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.