Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2016:53

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
24-05-2016
Datum publicatie
03-08-2016
Zaaknummer
AR 1995/2014 - ghis 75576 - H 306/15
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herstelbeschikking. Appellabiliteit. Appeltermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2016 Beschikking no.:

Registratienummer: AR 1995/2014 - ghis 75576 - H 306/15

Uitspraak: 24 mei 2016

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

B E S C H I K K I N G

in de zaak van:

1. [appellant],

2. [appellant],

wonende in Aruba,

oorspronkelijk verzoekers tot herroeping,

thans appellanten,

gemachtigde: mr. D.G. Kock,

tegen

de naamloze vennootschap

WATER- EN ENERGIEBEDRIJF ARUBA (WEB) N.V.,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk verweerders tegen het verzoek om herroeping,

thans geïntimeerden,

gemachtigde: mr. E.H.J. Martis.

De partijen worden hierna [appellanten] en WEB genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij beroepschrift van 23 juni 2015 zijn [appellanten] in hoger beroep gekomen van de tussen (onder meer) partijen gewezen en op 5 mei 2015 en

12 mei 2015 uitgesproken beschikkingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (verder: GEA). Hierbij hebben zij het Hof verzocht hun toe te staan in hoger beroep kosteloos te procederen, de bestreden beschikkingen te vernietigen en de zaak terug te wijzen, althans hun verzoek alsnog toe te wijzen, met veroordeling van WEB in de kosten van beide instanties.

1.2

Bij op 7 oktober 2015 ingekomen verweerschrift heeft WEB het hoger beroep bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden beschikking, zoals verbeterd, zal bevestigen, met veroordeling van de gemachtigde van [appellanten] in de volledige proceskosten in hoger beroep, althans hoofdelijke veroordeling van [appellanten] in die proceskosten.

1.3

Het hoger beroep is op 19 april 2016 behandeld in Aruba. Verschenen en gehoord zijn [appellanten] in persoon, en mrs. Kock en Martis als gemachtigden.

1.4

Beschikking is bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen zal het Hof [appellanten] toelating verlenen om in hoger beroep kosteloos te procederen.

2.2

De beschikking van 12 mei 2015 is een herstelbeschikking. Hierin is een deel van de verzoeken om herstel toegewezen en een deel afgewezen. Ingevolge art. 66 lid 4 Rv staat geen hoger beroep open tegen deze beschikking.

Het hoger beroep wordt geacht te zijn gericht tegen de beschikking van

5 mei 2015, zoals verbeterd. Indien een beschikking wordt verbeterd, gaat geen nieuwe appeltermijn lopen op de dag waarop de verbetering is uitgesproken. De appeltermijn is ingevolge art. 429n lid 2 Rv zes weken, te rekenen van de dag van de uitspraak. Deze termijn liep af op 16 juni 2015.

2.3

Op grond van het voorgaande dienen [appellanten] niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep wegens termijnoverschrijding.

2.4

Het Hof ziet geen aanleiding om de gemachtigde van [appellanten] op de voet van art. 64 Rv te veroordelen in de kosten van het hoger beroep. Evenmin ziet het Hof aanleiding om af te wijken van het liquidatietarief.

[appellanten] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verleent [appellanten] toelating om in hoger beroep kosteloos te procederen;

verklaart [appellanten] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;

veroordeelt [appellanten] hoofdelijk in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van WEB gevallen en tot op heden begroot op Afl 5.100,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en

P.E. de Kort, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 24 mei 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.