Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:OGHACMB:2016:33

Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
03-06-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
HLAR 76248/15
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In beslag nemen van een barkje. Vervoermiddel kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Verborgen compartiment. Beginselen van behoorlijk bestuur kunnen niet nopen tot het geven van een beschikking die in strijd zou zijn met een algemeen verbindend voorschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HLAR 76248/15

Datum uitspraak: 3 juni 2016

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN

EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vennootschap naar buitenlands recht Inversiones Roque Caribe C.A., gevestigd in Venezuela,

appellante,

tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 20 november 2015 in de zaken nrs. Lar 2015/76247 en 76248 in het geding tussen:

appellante

en

de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen.

Procesverloop

Bij beschikking van 28 september 2015 heeft de Inspecteur het barkje “Adelante” in beslag genomen.

Bij uitspraak van 20 november 2015 heeft het Gerecht het door appellante daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld.

De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2016, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. M. Vaders, advocaat, en de Inspecteur, vertegenwoordigd door V. Elisabeth en E. Caciano, beiden werkzaam bij de dienst Douane Curaçao, bijgestaan door mr. M.R. Hammoud en mr. G.A.H. Bakhuis, beiden ook advocaat, zijn verschenen.

Overwegingen

  1. Ingevolge artikel 121, eerste lid, van de Algemene Verordening In- Uit- en Doorvoer (hierna: de AVIUD) worden vervoermiddelen, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, alsmede alle andere voorwerpen, kennelijk bestemd om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken of om een vervoermiddel tot hiervoor omschreven doeleinde in te richten of toe te rusten, in beslag genomen.
    Ingevolge het vijfde lid kan de eigenaar van het in beslag genomen vervoermiddel of voorwerp binnen een maand na de mededeling omtrent de inbeslagneming bij het Gerecht in eerste aanleg daartegen hetzij in persoon, hetzij door een gemachtigde een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen, gegrond op de omstandigheid dat het in beslag genomen vervoermiddel of voorwerp niet beantwoord aan de omschrijving, vervat in het eerste lid.

  2. Appellante, naar zij stelt de eigenaar van het barkje, betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat de Inspecteur zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het barkje kennelijk ingericht of toegerust is om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Daartoe voert zij aan dat de opsteller van het rapport van 26 september 2015, dat mede aan de inbeslagneming ten grondslag is gelegd, niet terzake deskundig is en dat de in dat rapport gegeven bevindingen de conclusie dat het barkje kennelijk is ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, niet kunnen dragen. Volgens appellante is slechts sprake van slijtage en gebrek aan onderhoud van het barkje.

2.1

Aan de beschikking van 28 oktober 2015 heeft de Inspecteur ten grondslag gelegd dat tijdens een controle aan boord van het barkje op 17 september 2015 een vuurwapen is aangetroffen dat in het plafond van de badkamer was verborgen, en dat is geconstateerd dat in het barkje verborgen compartimenten aanwezig waren. Voorts heeft de Inspecteur aan die beschikking een rapport van Diza Marine Services & Surveys van 26 september 2015 ten grondslag gelegd, waarin ten aanzien van de ruimte waarin voormeld vuurwapen is aangetroffen is vermeld dat deze “speciaal was aangemaakt om spullen te verstoppen” en dat “het hout ter plekke in deze gave randen vertoonde waardoor geconcludeerd kan worden dat het specifiek voor niet toegestane gebruik diende.” Nu appellante deze bevindingen niet, althans niet gemotiveerd heeft betwist, heeft het Gerecht in het in beroep aangevoerde terecht geen aanknopingspunt gevonden voor het oordeel, dat de Inspecteur zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het barkje kennelijk is ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Appellante heeft haar stelling dat het rapport zodanige gebreken vertoont dat de Inspecteur dit niet aan de beschikking ten grondslag mocht leggen niet nader toegelicht. Voor zover appellante stelt dat het barkje aan slijtage onderhevig was en de aanwezigheid van de gevonden ruimtes daardoor verklaard wordt, strookt dat niet met de bevindingen in voormeld rapport, dat het hout ter plaatse van het compartiment gave randen had, waaruit geconcludeerd is dat dit compartiment bewust is aangebracht, derhalve niet door slijtage kan zijn ontstaan.
Het betoog faalt.

3. Ingevolge artikel 121, eerste lid, van de AVIUD dient een vervoermiddel, indien het kennelijk ingericht of toegerust is om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, in beslag te worden genomen. Gelet op het hiervoor, onder 2.1, overwogene, was de Inspecteur derhalve gehouden het barkje in beslag te nemen. Reeds hierom kan het betoog van appellante, dat door de inbeslagname het zorgvuldigheids- en het vertrouwensbeginsel zijn geschonden, niet slagen.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. van der Poel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. B. Jussen, griffier.

w.g. Van der Poel

voorzitter

w.g. Jussen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2016

Verzonden:

Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,